ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="Aankoop Loonse en Drunense Duinen. "> <title>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten. Aflevering 1. Het besluit tot aankoop en de eerste aankopen.</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten</h1><h2>Aflevering 1. Het besluit tot aankoop en de eerste aankopen</h2><h3> <I>Jan van Iersel</I> </h3> <p>Nadat de Vereniging Natuurmonumenten al een tiental jaren eerder was begonnen met het aankopen van bossen en vennen in Oisterwijk kwamen in 1921 de 'Loonsche' en de 'Drunensche' duinen in beeld. Het eerste bezoek vond plaats in april van dat jaar door bestuurslid en penningmeester mr. P.G. van Tienhoven en administrateur Drijver. Ook aanwezig was 'boschbaas' Verhoeven van Kampina bij Boxtel, toen nog het familielandgoed van Van Tienhoven, maar dat enkele jaren later zou worden overgedragen aan Natuurmonumenten. <br> Van Tienhoven zag dat uitgestrekte gebied met bossen, heide en vooral die bijzondere zandverstuivingen tussen Loon op Zand, Waalwijk, Drunen en Helvoirt wel zitten. Als assuradeur van beroep beschikte hij over veel zakenrelaties wat goed te pas kwam bij het aankopen van natuurterreinen en de financiering daarvan. Daarnaast onderhield hij goede contacten met directeur Van Dissel van Staatsbosbeheer, die een groot voorstander was van natuurbescherming en zitting had in het dagelijks bestuur van Natuurmonumenten. Beide organisaties werkten nauw samen en wanneer Natuurmonumenten behoefte had aan advies of specialistische deskundigheid deed zij een beroep op Staatsbosbeheer. Bij het eerste bezoek wist het gezelschap al dat zij om te beginnen hun pijlen moesten richten op het centrale gebied van de Loonse en Drunense Duinen, dat voor een belangrijk deel bestond uit zandverstuivingen. Het was in het bezit van een tweetal grootgrondbezitters, te weten de N.V. Het Orderbosch (515 ha) en de familie Le Mire (301 ha). Van Tienhoven liet er geen gras over groeien en zocht meteen contact om hen te polsen of er over een overdracht te praten viel. Van Staatsbosbeheer werd vernomen dat de Loonsche Duinen, voor zover toebehorend aan N.V. Het Orderbosch, enkele jaren geleden aan de Staat te koop was aangeboden, dat echter had besloten voorshands niet tot aankoop over te gaan. Bij die gelegenheid had Staatsbosbeheer het terrein getaxeerd op ’ 43.000,-. Het bestond uit 60 ha bossen, 122 ha duin en woeste grond met opslag (natuurlijke groei van planten en geboomte) en 333 ha stuifzand. Het Orderbosch had het geheel overigens zelf pas kort ervoor gekocht van een Rotterdamse makelaar, Willem Reeling, die het op zijn beurt in handen had gekregen van de familie Le Mire (oude schrijfwijze: Lemire). In 1917 nog was het grootste deel van de Loonse en Drunense Duinen - meer dan 800 ha - een bezitting van de familie Le Mire, voor een gedeelte met het notarisgeslacht Bossers uit Loon op Zand als mede-eigenaar.<br><br> Van Tienhoven verzuimde niet om zich te verzekeren van de medewerking van Staatsbosbeheer, die hem prompt door Van Dissel werd toegezegd: 'Toen mij bekend werd, dat Uwe Vereeniging plannen koesterde om de Loonsche en Drunensche Duinen in eigendom te verkrijgen, heb ik aan ZExc. den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel voorgesteld om van den aankoop van Staatswege van bedoelde duinen af te zien en blijkens een heden ingekomen schrijven kan Z.Excellentie zich met dit voorstel vereenigen. Dezerzijds zal dus gaarne worden medegewerkt tot eventueelen aankoop der bedoelde gronden door Uwe Vereeniging.' Intussen had zakenrelatie Smidt van Gelder al aan 'Waarde Piet' (Van Tienhoven) bericht dat Het Orderbosch bereid was de Loonse Duinen voor ’ 50.000,- over te doen, waarbij hij beloofde: 'Omtrent geheimhouding met het oog op eventueele aankoop van gronden van de familie Le Mire, kunt U verzekerd zijn.' De familie Le Mire was aanvankelijk minder eenvoudig te benaderen. Via het Nederlandsch Rentmeestersbureau werd contact gelegd met Th. Le Mire van Franckenberg en Proschlitz, woonachtig op het kasteel De Strijdhoef te Udenhout. Natuurmonumenten kreeg een aanbod om het familiebezit in de Drunense Duinen ter grootte van ongeveer 300 ha voor ’ 30.000,- over te nemen. De familie wilde zich echter het recht voorbehouden om er zand voor eigen gebruik te blijven halen, wat Van Tienhoven een merkwaardige voorwaarde vond. Deze kwestie zou tijdens de verdere onderhandelingen ten grondslag liggen aan zijn stroeve relatie met Th. Le Mire. Evenwel was er bij beide partijen de bereidheid om te onderhandelen over de overdracht aan Natuurmonumenten.<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop01stroken.jpg" width="875" height="1165" alt="langgerekte smalle kavels" title="extreem lange smalle kavels" HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Intussen had de Vereniging de hulp ingeroepen van Staatsbosbeheer bij het in kaart brengen van het gebied en de eigendomsverhoudingen en om het geheel te taxeren. Er vond een gezamenlijke terreinverkenning plaats, waarna de ambtenaren Perk en Malsch aan het werk gingen en verslag uitbrachten over hun eerste bevindingen.<br><br> Staatsbosbeheer aan Natuurmonumenten, Utrecht 2 juli 1921: <br><br> 'Slechts voor de terreinen, welke op het oogenblik in eigendom zijn bij de N.V. "Het Orderbosch" te Apeldoorn, alsmede voor de gronden in het Land van Kleef en Westloon en een gedeelte der gronden onder Drunen bleek het mogelijk de grenzen der perceelen zonder al te zeer tijdroovende opmetingen op het terrein vast te stellen. Voor de gronden onder Drunen, die toebehooren aan den heer Le Mire te Udenhout en die alle uit langgerekte meerendeels zeer smalle, in de richting Noord-Zuid gelegen perceelen bestaan, alsmede voor de daartusschen liggende, aan andere eigenaren toebehoorende, perceelen van denzelfden vorm, bleek het niet wel doenlijk de begrenzing der perceelen op het terrein vast te stellen. Evenmin was zulks het geval met de gronden gelegen onder de gemeente Helvoirt, die, zooals U uit bijgaande kaart moge blijken in zeer vele kleinere perceelen zijn verkaveld, terwijl hier gemiddeld op elke 3 perceelen één eigenaar bleek voor te komen.' De gronden onder de gemeenten Loon op Zand en Drunen, in totaal 1154 ha, werden getaxeerd op rond ’ 100.000,-. De in het bezit van kleine boertjes zijnde en moeilijk aan te kopen gronden in Helvoirt waren daar niet bij inbegrepen.<br> De taxatieprijs en de gecompliceerde eigendomsverhoudingen waren voor de Vereniging geen aanleiding om van haar voornemens af te zien. Taxateur/aankoper J. Stein van Staatsbosbeheer werd ingeschakeld om te proberen percelen rondom die van Het Orderbosch en Le Mire in handen te krijgen. (Dit is waarschijnlijk J.A. Stein, de latere directeur van Staatsbosbeheer en bestuurslid en voorzitter van Natuurmonumenten). Stein woonde in Utrecht en vestigde zich tijdelijk in Oisterwijk. Van daaruit bezocht hij de eigenaren van percelen in Westloon en het Land van Kleef. Maar omdat deze dikwijls zelf de perceelsgrenzen niet precies konden aangeven, had hij een kadastrale kaart nodig. Na overleg in Utrecht kreeg hij een kopie van de kadastrale kaart van Natuurmonumenten, zodat hij de onderhandelingen kon voortzetten. Een week later schreef Stein dat hij de percelen in Westloon en het Land van Kleef 'bijna in handen' had en ook al ruim 40 ha in de Drunense Duinen, dat alles voor prijzen die soms wat hoger en soms wat lager waren dan de taxatie van Staatsbosbeheer. Maar hij had ook minder positief nieuws: 'Er is echter een complex van ruim 108 ha zogenaamd onverdeelde duin, om daar alle rechthebbenden van te vinden en mede te handelen zal een reuzenwerk worden, omdat er velen zijn zonder bewijzen, en anderen met schriftelijke bewijzen, zoo zijn er ook nog perceelen welke in ander eigendom zijn als de lijst, dus als het Kadaster aangeeft, maar toch geloof ik dat de kans groot is om de geheele duinen in handen te krijgen. Wil met de notaris in Drunen een vergadering van de rechthebbenden beleggen.'<br> Na zijn bezoek aan de notaris was Stein echter minder positief. Wel had hij reeds 3/16de in handen, doch de anderen waren niet bereid te verkopen, alvorens zij wisten wie de koper was en voor welk doel. Zij waren bang 'niet meer vrij zijn te kappen en snoeien zoo zij willen'. Bovendien zou een 'gegoede ingezetene van Udenhout' - het scheen Stein toe dat die persoon Le Mire was - betrokkenen trachten te bewegen om niet te verkopen. Stein adviseerde zijn opdrachtgever om de gronden van Le Mire en de in handen zijnde 3/16de van de Onverdeelde Duinen aan te kopen. 'Voordat U dus eenige besluiten neemt, kan ik voor de Drunensche Duinen niet veel meer doen.'<br> Op 29 oktober 1921 bezocht Van Tienhoven met Stein notaris Vroemen te Udenhout, die opdracht kreeg de 3/16de van de Onverdeelde Duinen 'die Stein in handen kreeg' aan te kopen; dit betrof het 1/8ste aandeel van J. Martens en het 1/16de aandeel van N.J. Versteijnen. Van Tienhoven deed deze eerste aankoop zonder een bestuursbesluit over de verwerving van de Loonse en Drunense Duinen. Wel pleegde hij bij belangrijke aangelegenheden overleg met andere bestuursleden, voordat deze in de vergadering aan de orde kwamen. Zo had hij in onderhavig geval contact met het Brabantse bestuurslid Van Sasse van Ysselt, die echter verhinderd was de bestuursvergadering bij te wonen, omdat hij bij een voor hem belangrijke zitting van de Tweede Kamer wilde zijn (over het voortbestaan van de monarchie waar hij zeer aan gehecht was). Hij besprak 'met de noodige omzichtigheid' de zaak in Den Haag met zijn collega raadsheer en lid van de Eerste Kamer jhr. mr. F. Verheijen. Die noemde de Loonse en Drunense Duinen, die hij zeer goed kende omdat het zijn jachtgebied was, een 'waar natuurschoon', maar wel 'moeilijk bereikbaar'.<br><br> Op 9 november 1921 vond dan die bestuursvergadering plaats. De notulen vatten de bespreking als volgt samen: <br><br> 'Hierna komen de duinen van Loon op Zand en Drunen in bespreking. Het blijkt dat daar in Brabant een terrein ligt van ±1200 H.A. dat op waarlijk grootsche wijze het verschijnsel van zandverstuiving te aanschouwen geeft. Een groot gedeelte is bar zand, de terreinverschillen zijn zeer aanzienlijk. Vele van de hoogste toppen zijn begroeid met eiken kreupelhout en er zijn ook dennebosschen en opslag van grove den en ze zijn in allerlei stadiën van ontwikkeling en ondergang. Ook valleien met heidebegroeiing. De uitgestrektheid alleen reeds maakt dit terrein tot een begeerenswaard natuurmonument vooral indien een gedeelte van de Helvoirtsche hei er bij kan worden getrokken. Het bestaat in hoofdzaak uit drie complexen. 1e. Het Orderbosch, bezitting van de My van dien naam. 2e. Het midden stuk bezitting van den heer Lemire. 3e. de Drunensche duinen, een zeer geparcelleerd bezit met vele eigenaars. Het Staatsboschbeheer heeft welwillend de terreinen en het hout voor ons getaxeerd en het blijkt dat het Orderbosch ons wordt aangeboden tot een prijs die eenige duizenden guldens blijft beneden de taxatieprijs. Het is den heer van Tienhoven gelukt dit Orderbosch in optie te krijgen tot 1 Januari 1922. Bovendien heeft hij onderhandelingen aangeknoopt met sommige eigenaars van het schoonste gedeelte van het gebied en wel met bevredigenden uitslag, zoodat thans in de Bestuursvergadering het voorstel kan worden gedaan tot aankoop 1e. van het Orderbosch en 2e. geleidelijk overige gedeelte. Volgens de taxatie van het Staatsboschbeheer zou met den geheelen aankoop slechts een bedrag gemoeid zijn van ±’ 100.000.' <br> In de verdere beraadslagingen klonken enerzijds zorgelijke geluiden - kunnen we het benodigde geld wel vinden? - terwijl er anderzijds voor werd gepleit om de aankoop van 'dit als natuurmonument inderdaad zeer belangrijke terrein thans door te zetten, nu we misschien de laagste prijzen kunnen bedingen'. Nadat Van Tienhoven zijn vertrouwen had uitgesproken dat hij het geld renteloos zou kunnen lenen met tienjaarlijkse aflossing, kreeg hij met algemene stemmen opdracht 'den aankoop te bewerkstelligen'. <br><br> Na het groene licht van het bestuur ging Van Tienhoven voortvarend aan de slag, wat hij overigens zonder de hulp van Stein deed. Hij richtte zich in de eerste plaats op onderstaande bezittingen, waarbij opvalt dat Westloon en Land van Kleef kennelijk voorlopig als niet tot de eerste prioriteit behorend terzijde waren gelegd.<br><br> 1) Onverdeelde Duinen <br> Op 22 december 1921 vond bij notaris Vroemen de overdracht plaats van het 1/8ste deel van de Onverdeelde Duinen. De verkopers waren J. Martens, Slimstraat te Udenhout, en zijn schoonzuster. Voor de prijs van ’ 500,- per 1/16de deel had Natuurmonumenten nu het eerste stukje grond in handen. De koper kreeg te horen dat elke gerechtigde in de Onverdeelde Duinen jaarlijks 500 mutsers schaarhout mocht kappen en strooisel mocht rapen voor eigen gebruik, maar dennen rooien mocht niet. Na de overdracht was er een vergadering met de andere deelgerechtigden. Van Tienhoven zat aan tafel met zeven grondbezitters die 'in 't begin stuursch waren en angst voor den aankoop als jachtveld in 't midden brachten doch langzamerhand bijdraaiden'. Met de aandelen van de twee mede-eigenaren die niet waren komen opdagen meegerekend bezaten zij samen 17/16de delen. Het was de aanwezigen niet duidelijk wie de mystery guest was. Ook de omvang van het gebied zou nog jarenlang onduidelijk blijven. De ene keer bedroeg het 108 ha, de andere keer sprak men over 131 ha. Het volledig eigenaar worden van dit gebied zou voor Natuurmonumenten nog een 'lastige en ingewikkelde geschiedenis' worden. In 1929 waren er nog steeds onopgeloste vragen. Op verzoek van Van Tienhoven ging in dat jaar Frans Mombers op onderzoek uit. Mombers was niet alleen vindingrijk als onderhandelaar, maar kon beter dan wie ook een probleem duiden: 'Van het geval is een reuzen puzzle te maken, vindt u ook niet. Het slot van mijn rapport is dat u nog klaarder inziet hoe duister deze zaak is.' Weer zes jaar later, in 1935, werd nog steeds over het mysterie "onverdeelden duin" gesproken. <br><br> 2) De bossen van J.J. de Koning<br> De inspanningen van Stein hadden tevens geresulteerd in een akkoord met J.J. de Koning te Roelofsarendsveen over de aankoop van zijn omvangrijk bosperceel. De bossen van De Koning, zoals dit gebied nog lang zou worden aangeduid, waren gelegen ten oosten van het fietspad van De Rustende Jager naar Giersbergen, in de nabijheid van de Onverdeelde Duinen. De overeenstemming met de verkoper was al in oktober 1921 bereikt, dus vóór de bestuursvergadering. De overdracht vond in januari 1922 plaats. Door deze aankoop kwam de Vereniging Natuurmonumenten in contact met Adrianus van Iersel uit het nabij gelegen gehucht Biezenmortel. Hij was de plaatselijke vertegenwoordiger van De Koning, wist veel van de Drunense Duinen als natuurgebied, de geschiedenis ervan en de plaatselijke verhoudingen en bovendien kende hij de eigenaren van de Onverdeelde Duinen en hun gebruiken erg goed. Notaris Vroemen achtte hem geschikt voor eventuele aankooponderhandelingen. Janus van Iersel zou - samen met Frans Mombers - een belangrijke rol spelen bij de verwerving van de Onverdeelde Duinen voor Natuurmonumenten.<br><br> 3) Het Orderbosch<br> De terreinen van de N.V. Het Orderbosch waren de eerste grote klapper: een bezit van maar liefst 515 ha! Evenals de bossen van De Koning ging de verwerving ervan naar verhouding vrij vlot. Na de bestuursvergadering, toen de vraagprijs al gezakt was naar ’ 40.000,-, kreeg P. Smidt van Gelder, die in 'Versoix près Genève' woonde, bericht dat de Vereniging wilde kopen om te 'trachten door toevoeging van grensstukken één natuurmonument van natuurhistorische waarde te scheppen'. Maar door de 'algemeene malaise en den teruggang der hout- en grondprijzen' werd ’ 40.000 nog steeds te hoog bevonden. Men kon niet meer bieden dan ’ 30.000. Na enkele maanden ging Smidt van Gelder, die voorzitter was van de Raad van Beheer van de N.V. Het Orderbosch, overstag. Bij de overdracht speelde ook de opzichter een rol, Theophile Le Mire, dezelfde die het bezit van de familie Le Mire in de Loonse en Drunense Duinen beheerde.<br><br> Voordat Van Tienhoven zich op Le Mire kon gaan concentreren, vond op 29 april 1922 een bestuursvergadering plaats, zoals gebruikelijk voorafgegaan door de 'wandelgangen'. Dr. J.Th. Oudemans, de voorzitter van de Vereniging, die in november nog 'met dat plan [was] meegegaan', zag nu niets meer in aankoop van de Loonse en Drunense Duinen, 'waar zoowat niemand zal komen. Zwemmen wij in ons geld, dan ware dat zoo erg niet, doch dat is toch allerminst het geval. De meesten onzer leden hebben er absoluut niets aan, en of de kleine minderheid, die meer op het echte natuurmonument letten, er veel zullen komen, betwijfel ik evenzeer.' In de vergadering rapporteerde Van Tienhoven dat hij zijn opdracht had vervuld en erin geslaagd was voor ’ 30.000,- Het Orderbosch aan te kopen. 'Het benoodigde geld wordt nu gezocht door van vrienden der Vereeniging giften te vragen, of rentelooze voorschotten af te lossen in tien jaarlijksche termijnen.' Besloten werd om Van Tienhoven gaandeweg ook de overige stukken te laten aankopen 'daar het Bestuur van meening is dat het van groot belang geacht moet worden het geheele landschap liefst nog met een stuk van de Helvoirtsche hei als natuurmonument te behouden. Dit denkbeeld wordt in het bijzonder sterk uitgesproken door den heer C.D. van Dissel.' Bestuurslid en secretaris Jac. P. Thijsse, die zich al eerder een groot voorstander van deze aankoop had getoond, had dus een medestander in de directeur van Staatsbosbeheer. Voorzitter Oudemans bleek binnen het bestuur alleen te staan in zijn opvattingen en Van Tienhoven kon verder. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop01duinen.jpg" width="875" height="650" alt="bijzondere zandverstuivingen in de Brabantse Sahara" title="Brabantse Sahara. Foto archief Natuurmonumenten 's-Graveland." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> De aankoop Le Mire werd er niet eenvoudiger op toen de weduwe overleed en haar acht kinderen besloten het familiebezit publiek te verkopen. De veiling zou in september 1922 plaatsvinden door notaris W.J. Wouters uit Oisterwijk. Van Tienhoven nam een stroman in de arm, F.W. van Till uit Oisterwijk, om de te koop aangeboden percelen die voor Natuurmonumenten interessant waren op te nemen. Dat kon Van Till echter niet zonder de hulp van Le Mire zelf, daar sommige percelen niet op de kaart voorkwamen en niemand anders ze wist te liggen. 'U weet wel wat voor grenslooze barre wildernis het er is (...)', schreef hij aan Natuurmonumenten, die op de veiling wel de inzet zou moeten doen, want 'niemand wil dat zand hebben. (...) Omtrent het bezit en beheer zou ik later graag eens spreken, zooals 't nu gaat, lijkt het mij geheel verkeerd, diefstal in 't klein en groot, een brutaal mensch heeft daar de heele wereld.' Na zijn bezoek aan Le Mire bracht hij rapport uit aan zijn opdrachtgever: 'Twee dagen heeft den Heer Le Mire mij rondgeleid en de grenzen nauwkeurig gewezen en tevens heb ik veel met hem besproken over de houtverkoop, de boeren, het bebosschen enz. van de streek.' Hij voegde eraan toe dat een taxatie in die streek bijna onmogelijk was en een schatting was 'geen maatstaf waarvoor het terrein te koop zal worden gebracht.'<br> Uiteindelijk gingen de duinpercelen op de veiling niet in andere handen over, wellicht omdat Natuurmonumenten te weinig bood en de familie Le Mire ze door een prijsophouder liet terugkopen. Kort daarna schreef notaris Wouters een memorandum aan een collega dat de 'Drunensche Duinen onderhands te koop zijn voor ’ 18.000,- (grootte 301.65.75 H.A.)'.<br> Een half jaar later legde Van Tienhoven een bezoek af aan Le Mire en deed een bod van ’ 10.000, maar Le Mire hield vast aan zijn vraagprijs van ’ 18.000. 'Voorlopig nog geen kans', schreef Van Tienhoven in het bezoeksverslag. 'Le Mire maakt zich zelf wijs, dat de terreinen veel waarde zullen gaan bezitten als heerlijk jachtrecht wordt afgeschaft (dat zal nog eenigen tijd duren!!).' In het najaar van 1923 spraken Van Tienhoven en Drijver met een broer van Th. Le Mire, 'die meent dat de Ver. boven de waarde nog een bedrag moet geven voor het natuurschoon!' Vergeleken met Het Orderbosch, 515 ha voor ’ 30.000,-, lijkt ’ 18.000,- voor ruim 300 ha bepaald geen exorbitant bedrag. Hoe dan ook, beide partijen kwamen niet tot elkaar en het zou nog jaren duren voordat de naam Le Mire weer opduikt in het archief van de Vereniging Natuurmonumenten.<br> In Oisterwijk had de Vereniging meer succes. Op 15 december 1923 ontvouwde Van Tienhoven in het Dagelijks Bestuur 'het plan voor de stichting van een groot natuurmonument in Brabant in aansluiting met de Oisterwijksche vennen. Het komt er op aan de heele Vennenboog te behouden en Belversven met de prachtige vennen van de Kampinasche heide aan ons bezit toe te voegen. Dit kan nu des te beter gebeuren daar de familie van Tienhoven bereid is haar landgoed Kampina tegen zeer lage prijs en op gemakkelijke betalingsvoorwaarden aan de Vereeniging af te staan.' De vergadering sprak van een 'edelmoedig aanbod'. Alleen de voorzitter had zich er nog geen goed denkbeeld over kunnen vormen. 'Hij wenscht zich derhalve zijn stem voor te behouden.' Op dezelfde dag stemde evenwel het Algemeen Bestuur in met aankoop van het landgoed Kampina en andere terreinen, waaronder het Staalbergven en het landgoed Rosep. Met de aankoop van het Belversven een jaar later kwam de stichting van het 'Groot Natuurmonument in Brabant' weer een stap dichterbij, echter later zou blijken dat de ambitie om Kampina te verbinden met de Oisterwijkse vennen tot één groot aaneengesloten natuurgebied niet haalbaar was.<br><br> Intussen werden in de Loonse en Drunense Duinen na de snelle en veelbelovende start in 1921/22 amper vorderingen gemaakt. Van Iersel mocht proberen om de mede-eigenaren van de Onverdeelde Duinen te bewegen hun aandeel aan Natuurmonumenten over te doen, maar vooralsnog wilde niemand verkopen en intussen gingen de boeren als vanouds door met hout weg te halen, zodat hij 'een zwaar hoofd' kreeg in het welslagen van deze onderneming. Nadat de aankoop Le Mire op niets was uitgelopen, zocht Natuurmonumenten het meer in wat wel genoemd wordt de 'westflank' van de Loonse en Drunense Duinen, een heide- en bosgebied. Als eerste liet men het oog vallen op het landgoed Westloon, een voormalig gehucht ten noorden van Loon op Zand, dat werd 'doorgeloopen met den vroegeren opzichter Peer Verhoeven, Loon op Zand.' Het 80 ha grote landgoed behoorde aan het 'Spaarfonds voor Bodemcultuur'. In oktober 1925, ruim drie jaar na de eerste grote aankoop van Het Orderbosch, kwam Van Tienhoven tot overeenstemming. De verkoper was niet het genoemde Spaarfonds - dat kort ervoor failliet ging - maar de N.V. Exploitatie-maatschappij van onroerende goederen "Rijn en Gouwe" te Boskoop. Overigens was deze bezitting tot enkele jaren ervoor nog in handen van de voormalige lakenwever Caspar Houben en andere Tilburgse industriëlen en notabelen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 7 november 1925 werd verslag uitgebracht. 'Het boschbezit bij Loon op Zand kon op zeer voordeelige voorwaarden worden uitgebreid. De zaak eischte veel spoed, daarom heeft de heer van Tienhoven met zijn medecommissielid voor de Brabantsche zaken de heer Rehbock de koop op eigen risico afgesloten voor een bedrag van ’ 15.000,-. De vergadering sanctioneert eenstemmig deze aankoop met dank aan de heer van Tienhoven voor zijn voortvarendheid.' Van Tienhoven, op dat moment opgeklommen tot ondervoorzitter, moet binnen het bestuur de touwtjes stevig in handen gehad hebben om zonder rugdekking vooraf een aankoop te doen van ’ 15.000,-. <br><br> Bron: archief Natuurmonumenten (Stadsarchief Amsterdam), tenzij anders vermeld.</p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>