ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="Aankoop Loonse en Drunense Duinen. "> <title>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten. Aflevering 4. De Drunense Duinen van Le Mire.</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten</h1><h2>Aflevering 4. De Drunense Duinen van Le Mire</h2><h3> <I>Jan van Iersel</I> </h3> <p> De aankoop van het 301 ha grote duingebied van de familie Le Mire had - na de 515 ha van Het Orderbosch - de tweede grote klapper moeten worden. Door zijn omvang, maar vooral door de centrale ligging in de Loonse en Drunense Duinen, was het voor de Vereniging een zeer begeerd terrein. Toen Van Tienhoven in 1923 bemerkte dat hij zijn pogingen beter kon staken omdat hij 'voorlopig nog geen kans' maakte, moet dat voor hem een grote teleurstelling zijn geweest. Anders dan onroerendgoedmaatschappijen als Het Orderbosch en Rijn en Gouwe, die niet in de streek zelf geworteld waren, had Natuurmonumenten hier te maken met een plaatselijke familie die al sinds de achttiende eeuw kasteel De Strijdhoef in het nabij gelegen Udenhout bewoonde. Na het overlijden van zijn ouders beheerde Theophile Le Mire het familiebezit. Aan de ondertekening van zijn brieven met Th. Le Mire voegde hij de meisjesnaam van zijn grootmoeder toe: 'van Franckenberg en Proschlitz'. Zijn voorouders hadden uitgebreide bezittingen in de Loonse en Drunense Duinen verworven. Samen met andere grootgrondbezitters, waaronder de familie Timmermans uit Waalwijk en notaris Bossers uit Kaatsheuvel, begonnen zij met het bebossen van de duinen. Hun inspanningen waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het bedwingen van het stuifzand, dat zich tot het midden van de negentiende eeuw van jaar op jaar uitbreidde. In 1878 had de familie Le Mire vergeefse pogingen ondernomen tot verwerving van een zeer lange strook grond middenin de duinen, eigendom van graaf d'Oultremont. Verwerving ervan zou bijdragen aan de strijd tegen het stuifzand waardoor tegelijkertijd de jacht veel verbeterd zou worden. Een halve eeuw later deed Natuurmonumenten haar eerste poging om d'Oultremont tot verkoop te bewegen, teneinde de Loonse en de Drunense duinen tot één natuurmonument aaneen te smeden en de bijzondere zandverstuivingen voor het nageslacht te behouden. Van Tienhoven bezocht het terrein op 23 oktober 1926, samen met de graaf: 'Land v. Kleef doorgeloopen, d'Oultremont te paard.' De Vereniging zou echter nog dertig jaar moeten wachten voordat het zich eigenaar kon noemen van het 19 ha grote duingebied van de in Brussel woonachtige grafelijke familie d'Oultremont. Daarmee vergeleken kon de aankoop van de Drunense Duinen van de familie Le Mire, waarmee bijna een decennium gemoeid was, nog redelijk voorspoedig genoemd worden. Beide aankopen waren niet alleen tijdrovend, maar ook verre van eenvoudig, wat te maken had met de historische bepaaldheid van zo'n familiebezit. Lange tijd na de overdracht aan Natuurmonumenten lagen de Drunense duinen de familie Le Mire nog immer na aan het hart, zoals bijvoorbeeld bleek toen een caféhouder een hotel wilde bouwen aan de rand van 'haar' duingebied. Th. Le Mire zond een brief naar Amsterdam: 'Het zou mij en de hele familie Le Mire zeer veel leed doen, dat zulk een persoon in de gelegenheid wordt gesteld om de duinen voor dat doel te exploiteren. Wij hebben die duinen aan Uw Vereniging verkocht en zijn er nog steeds zeer aan gehecht.' Het was dan ook niet verwonderlijk dat de familie Le Mire dit bezit, dat door de vorige generaties was verworven en met veel zorg en aandacht beheerd, niet zomaar van de hand deed en zeker niet voor een appel en een ei. Daarbij kwam nog dat Th. Le Mire als zaakwaarnemer van de familie op het gebied van beheer en exploitatie van onroerend goed over een grote deskundigheid en ervaring beschikte. Niets voor niets was hij de plaatselijke vertegenwoordiger van de Mij. Het Orderbosch. Zakelijk gezien had Natuurmonumenten hier van doen met een door de wol geverfd onderhandelaar. Toen Van Tienhoven vier jaar na zijn mislukte poging opnieuw de aankoop van Le Mire op het verlanglijstje zette en daarvoor een beroep deed op zijn Waalwijkse medewerker, was dat voor Mombers de eerste grote opdracht waarbij hij zijn vakmanschap ten volle zou kunnen inzetten. Een voordeel was dat Frans Mombers en Theophile Le Mire niet alleen natuurliefhebbers waren, maar ook in deze streek geboren en getogen én beiden gronden bezaten in de Loonse en Drunense Duinen. Zij waren dan ook geen onbekenden van elkaar en hadden samen al eens zaken gedaan door in een gezamenlijke transactie enkele aaneengelegen percelen aan Natuurmonumenten over te dragen.<br><br> Mombers begon met raadpleging van de kadastrale leggers en berekende dat het in totaal om 95 percelen ging, tezamen 301.74.10 ha groot, en dat de familie Le Mire bestond uit vijf gerechtigde personen: Theophile, Leo en Wilhelmine (Udenhout), Arthur (Rotterdam) en Jeanne (Breda). Met Th. Le Mire bezocht hij het gebied, waarna hij schriftelijk verslag uitbracht aan Amsterdam met bijvoeging van een vertrouwelijke bijlage, die kennelijk voor Van Tienhoven persoonlijk bedoeld was. Wat Mombers ook deed, was er bij Van Tienhoven op aandringen om de onderhandelingen met Le Mire helemaal aan hem over te laten. Het hernieuwde contact tussen Le Mire en - via tussenpersoon Mombers - Natuurmonumenten bleef niet zonder succes en in de zomer van 1927 was de weg vrij voor hervatting van de onderhandelingen. Het lukte Mombers zelfs om Le Mire lid te maken van de Vereniging, wat in de gegeven omstandigheden al een hele prestatie genoemd mocht worden. Als onderhandelaar verzocht hij om tot ’ 20.000,- te mogen gaan, doch kreeg van Natuurmonumenten slechts de vrijheid om hoogstens ’ 18.000, - te bieden. Dat was het bedrag van de vraagprijs van Le Mire vier jaar eerder, wat dus perspectief zou moeten bieden, ware het niet dat Le Mire de vraagprijs intussen fors had opgekrikt tot maar liefst ’ 30.000,-. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 30 april 1927: <br><br> 'Van de Duinen wil ik nog dit zeggen. Zijt U besloten een bod te doen, dan raad ik U af dit schriftelijk te doen. Laat Verhoeven of mij daarover eens gaan spreken, want zou Uw schrijven in geen goede aarde vallen, is er kans de onderhandeling bots wordt afgebroken door een tegenbericht, terwijl eene bespreking niet zoo gauw daartoe eenige aanleiding zal geven.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 7 mei 1927: <br><br> 'Prive en vertrouwelijk<br> Hetgeen hem zoomede onhandelbaar maakt, vindt zijne oorzaak dat u naar hij zegt u hem wat heftig hebt toegesproken bij gelegenheid van een onderhoud ten zijne huize aangaande verkoop Drun. duinen n.m. bij de bepaling dat de fam. L. 99 jaar het recht zou voorbehouden van zand te halen. Ik ben 2 uur bezig geweest om hem zulk een nietigheid uit z'n hoofd te praten maar hij blijft intransigeant. Hij blijft maar zeggen, dat de manier waarop u reageerde hem gegriefd heeft en hij acht zich beleedigd.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 7 juni 1927:<br><br> 'De heer Th. Le Mire zegde mij op herhaald verzoek toe, lid te worden.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 8 juli 1927:<br><br> 'Mochten uwe plannen omtrent aankoop Drunensche Duinen reeds een vasteren vorm hebben aangenomen, zoo wil ik gaarne mijnheer Le Mire nog eens persoonlijk mededeelen, wat u in het belang acht te zeggen, hetgeen voor eene wederzijdsche overeenkomst bevorderlijk is.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 11 augustus 1927: <br><br> 'Wees zo goed met uwe geachte collega's nog eens te confereeren of eventueel voor ’ 20.000 de beslissing kan vallen, betreffende aankoop Drunensche Duinen. Ik zal er dan mijn best voor doen.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 29 augustus 1927: <br><br> 'Wij bevestigen U voorts ermede accoord te gaan, dat U tracht een regeling te treffen met den Heer Le Mire, over de U bekende groote terreinen en dat U daartoe een bedrag kan bieden van fl. 15.000,-; indien zulks absoluut noodig is, kunt U nog hooger gaan, doch tot een maximum van fl. 18.000,-. U wilt deze mededeelingen wel als vertrouwelijk beschouwen, zooals in het algemeen de zaken zijn, die U voor onze Vereeniging doet. Wij hopen dat het gelukken moge ook dit terrein bij het natuurmonument te voegen.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 2 september 1927: <br><br> 'Het resultaat van mijn laatste onderhoud geeft mij aanleiding te veronderstellen dat ik wederom eene belangrijke verlaging kan melden. Binnen 14 dagen hoop ik hieromtrent een nieuw succes te melden.' <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop04DuinenNM.jpg" width="870" height="690" alt="foto Drunense duinen" title="Drunense duinen, 'een groot natuurmonument op zichzelf'." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 3 september 1927: <br><br> '(...) Maar eerst zal het u interessant vinden wanneer ik iets meer schrijf over de Drun. duin, feitelijk een groot natuurmonument op zichzelf. Wanneer ik u schrijf ik donderdag uit Udenhout ben heengegaan met de overtuiging de zaak in de goede richting weer flink is opgeschoten, dan speel ik dat zomaar niet klaar met een potje bier en een rookertje. Ik moet hem van repliek dienen, zonder onaangenaam te zijn, geen gemakkelijke taak. <br> Nadat de stemming er een beetje in kwam (een voorname factor) zijn de duinen van zelf ter sprake gekomen. Ik zeide de uitgaven thans in het teeken der bezuiniging stonden, dat er thans geen kapitaal voor die improductieve gronden kon worden uitgegeven; dat de houtbestanden voor geene economische exploitatie in aanmerking konden komen, vanwege de hoge kosten van vervoer, enz. Vraag: Kunt ge dan een bewijs geven dat de opbrengst van die groote bezitting zoo gering is?<br> Antwoord: Dat door de commissie van deskundigen destijds belast met de taxatie van de belastb. opbr. dit voor die 300 h.a. is vastgesteld op zegge acht gulden 90 c. (zie s.v.p. specificatie bel. opbr. u toegezonden). <br> Vraag: Wat brengen de Loonsche duinen aan pacht op voor de jacht?<br> Antwoord: Er gaan stemmen op uit het Bestuur de jacht niet meer te verpachten, althans de groote drijfjachten waardoor het wild te veel gedecimeerd wordt, te verbieden. Het ligt feitelijk op den weg der Vereen. de natuur gewoon zijn gang te laten gaan, ook het z.g. roofwild te beschermen.<br> Ook het roofwild? <br> Ja zeker, vele jagers meenen te moeten ingrijpen om het wild te hulp te komen, het tegendeel. Dikwijls ontstaat juist een verkeerde toestand, door dat zij den evenwichtigen wildstand verstoren. Ook zorgt het roofwild, alle ziekgeschoten en doode exemplaren worden opgeruimd, zoodat alleen krachtig wild overblijft. Het roofwild doet dus een assaineerdienst.<br> De bedoeling van zijn vraag zal geweest zijn, dat ik gezegd zou hebben: de pacht is twee kwartjes per h.a. Dan was hij waarschijnlijk met het argument gekomen, dat van de 300 h.a. reeds alleen aan jacht ca 150 gld te maken is, equivaleerend de rente van ’ 4.000,-.<br> Vervolgens noemde hij een kamerlid, waarvan hij vernomen had de Vereen. eene subsidie ontvangen had van de provincie, er bij voegende: hadden ze meer gevraagd, hadden ze meer gekregen, sic. Antw. dat is onjuist, dat staat in betrekking met het waterschap de Dommel. Men had daaraan te veel betaald en dit is in den vorm van subsidie teruggegeven. <br> Verder had hij vernomen jaarlijksch voor duizende guldens riet uit het Naardermeer verkocht werd.<br> Antw. Ge zult toch wel gelezen hebben, dat die streek dit jaar door een spreeuwenplaag geteisterd is geweest. Honderdduizende spreeuwen zijn op de rietstengels neergevallen en hebben deze geknakt en voor den verkoop waardeloos gemaakt, etc. etc.<br> Ik gaf hem ten slotte een zachten wenk, zijn vraagprijs op twintig mille te brengen. Hij zei nu niet meer beslist niets eraf te doen. Hij zou er met zijn broer eens over spreken, het werd tenslotte aan hem overgelaten, den uitslag zou ik wel vernemen.' <br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 5 september 1927: <br><br> 'Uw beide brieven van 3 dezer kwamen in ons bezit en wij kunnen ons voorstellen dat het niet steeds gemakkelijk is voor onze Vereeniging te onderhandelen over den aankoop van gronden en wij zien uit het vraag- en antwoordenspel dat de Heer Le Mire van meening is, dat onze Vereeniging gemakkelijk een hoogeren prijs kan bieden voor terreinen, dan de werkelijke waarde. <br> Dat is natuurlijk niet het geval. Integendeel, wij hebben voor verschillende aankoopen gelden moeten leenen, waarvoor belangrijke sommen beschikbaar moeten worden gesteld voor rente en aflossingen. Zooals de zaak thans staat hebben wij per jaar een bedrag van fl. 100.000 noodig alleen om aan onze financieele verplichtingen te voldoen, dus rente en aflossingen en in vergelijking daarmede is het totaal bedrag der contributies zeer gering. Wij moeten dus van onze terreinen maken wat er van te maken is; het eene terrein geeft winst, zooals b.v. het Naardermeer, andere terreinen hebben ieder jaar een niet onbelangrijk nadelig saldo (Loonsche Duinen, Griend, Korenburgerveen enz.). Intusschen wachten wij het antwoord van den heer Le Mire af en wij hopen, dat beide partijen tot overeenkomst zullen kunnen komen.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 9 september 1927:<br><br> 'Indien U daarbij [bij de overdracht van het Schoorstraatse ven] gelegenheid hebt met den Heer Le Mire nog eens te spreken over zijn duinterreinen, dan hopen wij dat U ook deze zaak weer vooruit kunt brengen.<br> U vraagt ons of wij U nog eenigerlei mededeeling te doen hebben die het accoord kunnen bevorderen. Zooals U weet meenen wij te kunnen gaan tot fl. 18.000,- en indien de Heer Le Mire eenmaal een dergelijken vraagprijs noemt, zullen de standpunten der beide partijen toch niet ver meer uit elkaar kunnen liggen. Wij meenen dat een prijs van fl. 18.000,- lang niet rentegevend zal blijken te zijn, gezien de afgelegen ligging en de moeilijke transportgelegenheden. Bovendien is er maar betrekkelijk weinig hout en zeedennen brengen ook betrekkelijk weinig op. U kunt den Heer Le Mire nog meedeelen, dat, indien de koop tot stand komt, de overdracht en de betaling kan plaats vinden zoo spoedig zulks mogelijk is.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 19 september 1927: <br><br> 'Binnenkort heb ik in Udenhout een overschrijving. Ik ben verzocht te blijven dineeren. Mijnheer Le Mire is ook geinviteerd. Een gelegenheid dus om over de duinen te spreken.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 25 oktober 1927: <br><br> 'Wij hopen van harte, dat Uw pogingen, die zoo energiek en met zooveel beleid worden gedaan, het noodige succes zullen hebben (...) en ons beiden de bevrediging geven van het behoud van een eenig stuk mooi Nederland.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 26 oktober 1927:<br><br> 'Ik heb hem [Le Mire] nu gisteren weer bezocht. Ik heb hem in den geest van uw schrijven met nadruk herhaald: dat, wil hij binnen korten tijd uwe definitieve beslissing hebben, de vraagprijs lager gesteld moet worden. Hij schijnt dit voorstel niet te verwerpen, althans is mij beloofd er over beraadslaagd zal worden en kan de volgende week bericht tegemoet zien.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 4 november 1927:<br><br> 'Verder vraag ik beleefd uwe aandacht voor 't volgende. In het voorlaatste schrijven van Mijnheer Le Mire word ik uitgenoodigd eens op het Kasteel te Komen om met de familie kennis te maken. De volgende week ben ik van plan hieraan gevolg te geven. Hoewel de verkoopers niet sympathiek staan tegenover het Bestuur, zoo is de aanwinst voor de vereeniging der Drun. duinen té belangrijk om daarvoor de onderhandelingen op te schorten.<br> Bij mijn vorige bezoeken in Udenhout zei Le M. mij telkens als laatste argument: En wijs mij de bezitting van 300 h.a. eens aan, die voor dien prijs te koop is. Mijn vriendelijk verzoek is nu mij die 3 foto's van de Veluwe eens op te zenden, met begeleidend schrijven van den prijs, tevens machtiging daarin vermeld van aankoop Drun. duinen voor de som van 18 mille als hoogste bod, de perceelen op te leveren in den staat en stand waarin deze zich thans bevinden.'<br><br> Mombers ontving de foto's met brief en liet ze in Udenhout zien. Th. Le Mire stuurde ze bij brief van 27 november 1927 terug en deelde mee dat hij als 'gevolmachtigde en beheerder der goederen' bij zijn broer (Leo) op het kasteel was geweest, waar de zaak 'breedvoerig nader en famille' was besproken. De familie wilde niet lager gaan dan ’ 21.500. Zij deed deze aanbieding gestand tot dinsdag 6 december a.s. mits voor 1 januari betaald zou worden. Daarna zouden de Drunense duinen beslist niet meer te koop zijn voor dit bedrag. <br> Van Tienhoven antwoordde dat hij graag wilde kopen doch met geldgebrek kampte en dat hij op bezoek zou willen komen om een misverstand uit de wereld te helpen. Van Mombers had hij begrepen dat hij de familie op de een of andere wijze gekrenkt zou hebben, maar 'wij zouden juist gaarne in U en Uw familie vrienden zien, die, evenals wij, het onvolprezen landschapsschoon in Uw omgeving tezamen zouden willen behouden'. Ook Mombers kreeg een brief uit Amsterdam dat men de zaak Le Mire met het oog op de 'berooide schatkist' wilde laten rusten en eerst het misverstand uit de weg wilde ruimen. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 1 december 1927: <br><br> 'Hoewel u wellicht niet op het schrijven van Mijnheer Le Mire wilt reflecteeren, ga ik er tóch dezer dagen heen. Ik heb mijn uiterste best gedaan om deze zaak tot stand te brengen. Bij mijne 2 eerste onderhandelingen deed hij er resp. ’ 5.000 en ’ 3.500 af, dus de stand was nu ’ 21.500. Na mijn laatste Amsterdamsche reis heb ik nog 2x een onderhoud met hem gehad. Telkens had ik de beste verwachting de zaak tot stand zou komen, en telkens ontvang ik dan een bericht als van iemand die uit zijn hum is. Wanneer een misverstand de oorzaak is, dat men op het beslissende oogenblik de zaak laat vallen, dan wil ik met alle geduld dat misverstand eerst uit den weg ruimen. Het zou daarvoor gewenscht zijn, dat u eens overkomt of wel mij een schrijven zendt, dat ik mee kan nemen, om eerst dat misverstand uit den weg te ruimen. Want geloof me, daar zit de knoop, anders was ik reeds lang geslaagd. Wat is uw meening hieromtrent?' <br><br> Le Mire aan Mombers, Udenhout 3 december 1927: <br><br> 'Heden morgen heb ik bijgaand schrijven ontvangen. Direct ben ik er over naar mijn broer op het kasteel gegaan. Hij zoowel als ik zijn besloten om voet bij stuk te houden. Na 6 Dec. a.s. is de termijn voorbij en zijn de Drunensche Duinen beslist niet meer te koop voor dien prijs. Ik begrijp de tactiek van den Heer v. T. zeer goed, doch hij zal er niet bij winnen.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 15 december 1927: <br><br> 'In uw schrijven van heden lees ik, U nog geen antwoord van mijnheer Le Mire ontvangen hebt. (...) Het beste zal zijn de zaken nu maar op zijn beloop te laten. Komt U in het voorjaar eens in hotel Bosch en Ven logeeren, dan kunnen wij ter plaatse alles eens rustig bezien en bespreken, desnoods kan men er twee dagen aan besteden; dat komt allemaal wel terecht, zou ik denken.' <br><br> Aan de lange reeks bezoeken van Mombers aan Le Mire was voorlopig een einde gekomen. In februari kwam hij er bij Van Tienhoven op terug. Le Mire had hij sinds december niet meer gesproken. Hij had de zaak met alle voorzichtigheid gedaan en een goed resultaat weten te bereiken: de vraagprijs was gezakt van ’ 30.000 naar ’ 21.500. 'Het is te betreuren deze prestatie het bestuur niet belangrijk genoeg bevonden heeft om den koop toe te staan. Het is nu twijfelachtig of men nog van wil is zelfs tegen dien prijs te onderhandelen. Laten we het beste hopen.' <br><br> Een gemiste kans dus, dat had Mombers goed gezien. Het duurde tot juli 1928 voordat Le Mire bezoek kreeg van Van Tienhoven, enkele dagen later gevolgd door Mombers, die te horen kreeg dat de vraagprijs met ’ 5.000,- verlaagd was naar ... ’ 25.000,-! De familie Le Mire had de daad bij het woord gevoegd. Een forse tegenvaller voor de Vereniging dus, die niet beters wist te doen dan te wijzen op het niet onuitputtelijk zijn van de geldmiddelen die haar ter beschikking stonden, iets wat tot dusverre in Udenhout geen indruk gemaakt had, en Mombers te verzoeken een herstart te maken met de onderhandelingen en te proberen de schade zoveel mogelijk te beperken. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 6 juli 1928: <br><br> 'Ik stap nu eens vlug op naar Udenhout.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 12 september 1928:<br><br> 'Ik heb de onderh. drun. d. wederom hervat. Wees zoo goed mij te zenden eene copie van sectie, nummer en grootte, zoo mogelijk eene specificatie der waarde grond en hout. De heer Le Mire meent dat U de waarde der drun. duinen in verband brengt met den aankoop der Loonsche duinen à ’ 30.000, deze waarde acht hij onjuist. Te dien einde zendt hij mij heden de taxatie der Loonsche duinen, die komt aan ’ 51.837 in 1919. Gesteld ook al dat hij deze laatste taxatie tot maatstaf nemen wil voor de drun. d dan zal hij voor de 300 h.a niet veel hooger komen dan ’ 20.000. Daarbij staat in de Loonsche duinen veel meer bosch. Wanneer ik vaste cijfers kan voorleggen, ben ik ervan overtuigd een finaal accoord te krijgen. Derhalve wees zoo goed mij deze lijst binnen 8 dagen terug te zenden en daarbij de lijst der drun. duinen. De heer Le Mire zegt deze lijst niet meer te kunnen vinden. Ik heb ze hem echter nu precies een jaar geleden mèt de kaarten ter hand gesteld.'<br><br> Hierna brak - althans afgaande op het archief - opnieuw een periode van stilstand aan totdat in mei 1929 Van Tienhoven aan Mombers kenbaar maakte dat hij een brief wilde sturen naar Le Mire, waarop hij uit Waalwijk het antwoord kreeg 'dat ik, die met persoonen en toestanden bekend ben het niet gewenscht acht, dit nu direct te doen'. Beter was het dat Mombers eerst met Le Mire ging spreken en daarvan verslag uitbracht, zodat een goed ingelichte Van Tienhoven een beter gemotiveerde brief kon sturen. Nadat hij het groene licht had gekregen om de Drunense duinen voor ’ 20.000,- aan te kopen, zocht Mombers Le Mire twee keer op, 'maar deze was niet present'. De derde keer had hij succes. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 25 juni 1929: <br><br> 'Ik ben vandaag bij den heer Le Mire geweest. Hij bleef bij zijn aanbod van ’ 25.000. Hij toonde mij een brief van u gedateerd 1 dec. 1927 waarin u het voornemen te kennen gaf de familie Le Mire op het kasteel een bezoek te brengen teneinde de zaak zelf te bespreken, voornemen, dat nog niet ten uitvoer gebracht is. Het zal hem aangenaam zijn bij voorafgaand bericht uw bezoek te ontvangen, liefst nà 3 Juli daar tot dezen datum zijn tijd bezet is; ook niet op zondag.' <br><br> De zaterdag erop kwam Van Tienhoven naar de schuur in Westloon voor overleg met Mombers over Le Mire om de 'vele plastische verhalen, die om mijn bezoek rondzweven' uit de weg te ruimen. Aansluitend bracht hij een bezoek aan Th. Le Mire, die hij erop wees dat Natuurmonumenten de prijs al verhoogd had van ’ 18.000,- naar ’ 20.000,- en daarna naar ’ 21.500,- voor de 301 ha en dat hij niemand bereid zou vinden om zijn vraagprijs van ’ 25.000,- te betalen. Van Tienhoven bevestigde het onderhoud per brief, zowel aan Th. Le Mire als aan de Familie Le Mire, waarin hij nog eens benadrukte niet hoger te willen gaan dan ’ 21.500,-. Het afschrift hiervan aan Mombers ontlokte deze het korte commentaar: 'Wat uwe brieven aan de fa Le Mire aangaat, deze zijn ad rem.' <br><br> Theophile Le Mire antwoordde dat de zaak 'terdege goed gewikt en gewogen' was in de familie en zij niet lager zou gaan dan ’ 25.000,-. 'Het is waarlijk niet te veel. De kleinere perceelen, die u hier en daar in deze omgeving bijkoopt, betaalt u in evenredigheid veel en veel duurder; dit valt zeker niet te ontkennen. De Drunensche Duinen vermeerderen tevens jaarlijks steeds in waarde. (...) Het is een zeldzaam mooi stuk natuurschoon en zooals U zelf in Uw geacht schrijven van 1 December 1927 woordelijk zegt en terecht opmerkt een "onvolprezen landschapschoon". Dat de Drunensche Duinen een zeer sterk en gewaardeerd aantrekkingspunt vormen voor het publiek, zult U wel kunnen zien uit bijgaand bericht, afkomstig uit de Bossche Courant van 3 Juli l.l.' <br><br> Voor het eerst gaf Mombers de moed op. Hij begreep niet waarom Le Mire zo halstarrig bleef vasthouden aan zijn vraagprijs. Hij zou er verstandig aan doen het aanbod van de Vereniging aan te nemen, het waren immers maar afgelegen duinpercelen waar hij niets mee kon. 'In dit geval is alle redeneering nutteloos, ik ga er dus niet meer heen, è lutto fiatto sprecato. Maar de tijd zal hen wellicht tot andere gedachten brengen.'<br> Van Tienhoven had er eveneens geen vertrouwen meer in, maar verbond daar een andere conclusie aan. Die duinpercelen mochten dan wel afgelegen zijn, maar ze lagen wel in het hart van het natuurmonument de Loonse en Drunense Duinen! Om haar doel te bereiken moest de Vereniging ze aankopen, zelfs als er de vraagprijs voor op tafel gelegd moest worden. De voorzitter maakte een afspraak met W. van der Vorm van de Scheepvaart & Steenkolen Maatschappij N.V. te Rotterdam, een zakenrelatie en vermogend natuurvriend, bezitter van het landgoed Venrode bij Sint-Michielsgestel (thans in het bezit van het Brabants Landschap). Tijdens hun wandeling op 17 augustus 1929 van De Rustende Jager door de duinen naar de Schoorstraat spraken zij af dat de Vereniging het terrein van Le Mire zou kopen, als het moest voor ’ 25.000,-. Van der Vorm zou een renteloze lening verstrekken van ’ 18.000,-, af te lossen in vijftien jaar, en daarnaast zou hij zich sterk maken om ’ 2.000,- aan giften bij zijn zakenrelaties bijeen te brengen. De resterende ’ 5.000,- zou Natuurmonumenten zelf op tafel leggen. Met verwijzing naar hun uitstapje, waar hij 'met veel genoegen' aan terugdacht, bevestigde Van Tienhoven dit financieringsplan per brief aan Van der Vorm. Tegelijkertijd schreef hij Le Mire dat hij in september eens langs wilde komen om een ernstige poging te doen de zaak tot een goed einde te brengen, maar tegen een wat lagere prijs dan ’ 25.000,-. <br><br> Th. Le Mire motiveerde in een uitgebreid antwoord waarom de familie bleef vasthouden aan ’ 25.000,-, hoewel zij twee jaar geleden bereid was geweest het voor ’ 21.500,- te verkopen. Door een vergelijking met de prijzen van andere aankopen van natuurterreinen en met het oog op de houtprijzen was hij tot de conclusie gekomen dat 'onze bezitting van ruim 301 hectaren waarlijk niet te duur is, ja zelfs spotgoedkoop is. Daarenboven ligt het als geknipt tusschen de bezittingen Uwer Vereeniging onder Loon op Zand en Drunen. Het is waarlijk niet te veel gezegd als ik het als een "juweeltje" van ongerept natuurschoon betitel.' <br><br> Mombers werd om advies gevraagd. Hij was van mening dat de prijs nu niet hoger zou mogen uitkomen dan ’ 23.000,-, maar haastte zich daaraan toe te voegen: 'Dit was alleszinds redelijk en aannemelijk, maar als mijnheer Le Mire nu een parti-pris genomen heeft, dat het ’ 25.000 moet zijn, dan kan men praten als Brugman, maar komt men toch niet verder.' <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop04LeMireKvdB.jpg" width="820" height="610" alt="foto familie Le Mire" title="Familie Le Mire. Tweede van rechts is Theophile. Fotocollectie Kees van den Bersselaar." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br><br> Nadat op 14 september Van Tienhoven met Le Mire op kasteel de Strijdhoef had 'geconfereerd', werd Mombers erop af gestuurd. Die maakte de aankoop binnen enkele dagen af; de Vereniging kocht de 301 ha van de familie Le Mire voor ’ 24.000,-. <br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 18 september 1929: <br><br> 'Dank zij Uw welsprekendheid en politiek inzicht is thans toch de kogel door de kerk gekomen. Op den dag, dat wij het 25 jarig bestaan mijner Maatschappij herdachten, was de ontvangst van Uw brief een waardig slot en het verheugt mij, dat U erin geslaagd zijt deze belangrijke daad van de Vereeniging tot een goed einde te brengen.<br> Natuurlijk waren wij zeer benieuwd wat het resultaat van Uw arbeid zou zijn en aan den eenen kant stemde Uw stilzwijgen tot pessimisme, aan de anderen kant dachten wij geen tijding, goede tijding. Gelukkig was dit laatste het juiste inzicht. Natuurlijk hadden wij nog langer kunnen wachten, doch ik geloof, dat het thans beter was om de zaak, die zoo lang slepende was gehouden, tot een goed einde te brengen en de familie Le Mire zal er zeer zeker nooit spijt van hebben. <br> Het is voor U wel een voldoeninggevend gevoel als gij zwerft door de mooie omgeving van Waalwijk, dat gij voor onze Vereeniging zulk een grote rol gespeeld hebt bij de tot standbrenging van het toekomstig meest belangrijke reservaat.<br> Ik genoot Zaterdag van het prachtige weer evenals de heer Drijver en het is alleen jammer, dat wij zoover van Brabant afzitten, omdat ik nergens liever vertoef dan in Uw bij uitstek schoone provincie. Wij zullen den heer Le Mire schrijven en de overdracht zal dan in Amsterdam kunnen plaats vinden, hetgeen voor ons natuurlijk een groote besparing van kosten uitmaakt.<br> Nogmaals mijn persoonlijke erkentelijkheid naast die van onze Vereeniging voor de groote diensten, die U aan de Vereeniging hebt bewezen.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 20 september 1929: <br><br> 'Ik wil u er nog op attent maken in woord of schrift niet te veel van uwe vreugde te laten blijken over den aankoop der drun. duinen tegenover Le Mire. Hij zegt voor dien prijs deze niet zou hebben afgegeven, wanneer hij alleen eigenaar was, hij heeft er een beetje spijt van.' <br><br> Eind oktober 1929 zou in Amsterdam de overdracht plaatsvinden. Mombers: 'Naar ik verneem zal a.s. maandag de fameuze overdracht der drun. duinen plaats hebben, goed succes!' Van Tienhoven: 'De overdracht van de terreinen der familie Le Mire zal inderdaad Maandag a.s. plaats vinden (...). Wij beschouwen dezen aankoop als een daad van bijzonder belang en wij zullen U steeds als wegbereider gedenken.'<br> Daags na de overdracht volgde nogmaals een blijk van waardering. Mombers: 'Uit telegram en brief heb ik met genoegen vernomen het gebied der duinen thans definitief in handen der Vereeniging gekomen is, mijnerzijds beste gelukwenschen. Heden werden wij nog aangenaam verrast met een koppel langnekken, hiervoor onzen beleefden dank.' <br> Nadat Natuurmonumenten het 301 ha grote duingebied eerder had kunnen aankopen voor minder dan ’ 18.000,- (1922) en een herkansing kreeg toen het werd aangeboden voor ’ 21.500,- (1927), zag zij zich tenslotte gedwongen om er twee jaar later ’ 24.000,- voor neer te tellen, vergeleken met de ’ 30.000,- voor de 515 ha van Het Orderbosch een fors bedrag. Volgens afspraak verstrekte Van der Vorm een renteloze lening en wist hij een aantal relaties - waaronder een grote gloeilampenfabriek in het zuiden van het land - te bewegen tot een gift. <br><br> Nadat de zaken gedaan waren stuurde Th. Le Mire de Vereniging een vriendelijke groet, vergezeld van vier afbeeldingen van de Loonse en Drunense Duinen. Van Tienhoven bedankte de gever die 'onze Vereeniging een goed hart toedraagt' en beloofde dat hij 'niet [zal] verzuimen bij een bezoek aan ons thans groeiend natuurterrein, U de hand te komen geven.' Daarbij voegde hij het jaarboekje van de Nederlandsche Vereniging tot Bescherming van Vogels, want 'een goed natuurvriend is altijd tevens een vogelvriend'.<br><br> Toen op 9 januari 1930 in het Algemeen Bestuur de uitbreiding van de bezittingen in Noord-Brabant werden besproken, kwam ook de aankoop van Le Mire ter tafel. De notulen doen er als volgt verslag van: <br><br> 'De heer van Heek vraagt, waar het geld voor deze en andere aankoopen vandaan moet komen.<br> De Voorzitter zegt, dat hierop allerlei manieren bestaan. De Commissie v. Tienhoven, Rehbock, Thijsse, die in opdracht heeft de uitbreiding en afronding van het Groot Noordbrabantsch natuurmonument kocht op de Kampinasche heide 25 H.A. aan en bovendien het bezit van de familie Lemire in de Loonsche duinen. De koopsom ’ 24.000 werd ons renteloos voorgeschoten. (...) Prof Swaen maakt de opmerking dat in de Middeleeuwen de Loonsche duinen genoemd worden als vangplaats voor valken.'<br> In dit verband kwamen ook de bedreigingen ter sprake als gevolg van ruilverkavelings- en ontwateringsplannen voor het gebied de Rosep in Oisterwijk en de gevolgen daarvan voor het Broek in Moergestel. 'De heer v Sasse van IJsselt raadt in dezen gematigdheid aan; in de Staten van Noord Brabant wordt onze Vereeniging wel eens genoemd als een hinderpaal. De heer van Tienhoven wijst er nog eens op dat sommige woeste gronden voor wetenschap, volksopvoeding, nationaal gevoel en menschelijk geluk meer waarde hebben, dan zij ooit voor ontginning zouden erlangen.'<br><br> Bron: archief Natuurmonumenten (Stadsarchief Amsterdam), tenzij anders vermeld.</p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>