ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="De Onverdeelde Duinen. "> <title>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten. Aflevering 5. De Onverdeelde Duinen.</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten</h1><h2>Aflevering 5. De Onverdeelde Duinen</h2><h3> <I>Jan van Iersel</I> </h3> <p> Er was nog geen week verstreken sinds de ontvangst van de bedankbrief van Natuurmonumenten voor het tot een goed einde brengen van de aankoop van Le Mire, of er werd vanuit Amsterdam opnieuw een beroep gedaan op Mombers: 'Met de Onverdeelde Duinen schiet het nog maar steeds niet op. Misschien kunt U onzen vriend van Iersel wel eens ter zijde staan om enkele onwillige eigenaars te bewerken.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 14 oktober 1929: <br><br> 'Ik heb een bezoek gebracht op het gehucht Giersbergen. Gesproken F. van Helvoirt, landb. aldaar, medeeigenaar van de onverdeelde duinen. Hij was mij terwille om over den verkoop te spreken door de omstandigheid dat hij mij kende, ik vroeger daar kwam jagen en bij zijn vader die toen nog in het volle huishouden was, mijn 12 uurtje steeds ging gebruiken. Hij meent dus, dat ik het voor mijzelf koop, voor de jacht. Hij hecht evenwel zeer aan zijn bezit. In de winter maanden heeft hij er werk mee, met het halen, gereed maken en bezorgen van hout, het vormt een deel van zijn bestaan. Hij zegt er goede papieren van te hebben, ¼ is zijn deel, nochthans heeft hij nooit anders dan op [! van het hout aanspraak gemaakt. Zijne christelijke meening is, aldus v.H., dat hem maar [! daarvan toekomt aangezien er noodzakelijk een gedeelte zand waar niets staat bij zijnen eigendom zou behooren en het in dit geval een ongeschreven wet is, op het hout niet meer aanspraak te maken dan [!, wat anderen doen, moesten ze maar weten. Maar het ging over den prijs en dan scheen hij in diepe gedachten verzonken, maar zei niets. Ten slotte vroeg hij prijs, ’ 2000. Bij het heengaan zei hij mij van goeden wil te zijn, er nog eens over na moest denken. We zijn nu afgesproken, dat ik op het laatst van deze week terug kom om tot een accoord zien te komen.<br> Ik zal een ernstige poging doen om deze zaak tot een bevredigend resultaat te brengen. Het ware dus gewenscht dat u mij tot aankoop machtigt. Daarbij is het raadzaam mij alle noodige gegevens uit uw archief betreffende deze duinen te zenden, dus van wie zijn er gedeelten gekocht, hoeveel en voor welken prijs, een kadastrale kaart. Tevens was het goed een copie van een der koopen er bij te doen. De notaris kan dan eventueel zien of er bizondere termen voor de overdracht van dit bezit gebruikt zijn. En nu is het wachtwoord, snel gehandeld en ... gezwegen. Zelfs tegen de boschwachters niets gezegd, tot dat ik er mee klaar ben. (...)'<br><br> Natuurmonumenten toonde zich zeer verheugd dat Mombers in deze zaak wilde duiken. 'U ziet het is met de onverdeelde duinen een lastige en ingewikkelde geschiedenis, doch ik hoop dat Uw vindingrijkheid en Uw vele connecties alle moeilijkheden zal weten op te lossen en ons de ontbrekende deelen in de schoot zal werpen.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 18 oktober 1929: <br><br> 'Hedenmiddag erop uit geweest: onverd. duinen. Het zal u genoegen doen te vernemen, ik meen deze zaak een flinke stap in de goede richting heb gebracht. (...) Om niets ten halve te doen, ben ik nog ad pedes apostolorum naar [Van Helvoirt te] Giersbergen gegaan, ofschoon den avond viel, het regende en heen en weer 2 uur tippelen, maar ik weet hoe u dit waardeert. Het is ook niet tevergeefs geweest, daar ik van den vraagprijs vierhonderd gulden heb afgekregen, dus blijft ’ 1600.' <br><br> In dezelfde brief bracht Mombers verslag over wat hij in het Kadaster aantrof over de Onverdeelde Duinen: '(...) een gewriemel van kantteekeningen en onderaan groot en versch geschreven Vereeniging enz. Nu volgt specificatie van het gewriemel, waarvan het meerendeel weer was doorgeschrapt. Daar het nu eenmaal een warboel is, doet het er niets aan af, wat wel of niet geschrapt is. (...)'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 22 oktober 1929:<br><br> 'Uw brief van 18 October ontvingen wij in goede orde en wij zien, dat Uw ijver voor de onverdeelde duinen niet onderdoet voor die, welke U reeds toont voor Westloon en het Land van Kleef. (...) De inkomsten, welke van Helvoirt geniet, zijn ons ook nog niet duidelijk, omdat wij van Van Iersel steeds begrepen, dat de eigenaars ieder jaar overleg met elkaar plegen omtrent het hout. Wij hebben van onze aandeelen in ieder geval veel minder inkomsten dan Van Helvoirt. (...) De boom valt nu eenmaal niet bij den eersten slag en wij hebben alle vertrouwen, dat U deze aangelegenheid bij een volgend bezoek tot een goed einde zult brengen. Nog een sprong van ’ 400,- naar omlaag en de partijen zijn tot overeenstemming gekomen.'<br><br> Van Tienhoven had zelf geprobeerd in Brussel mede-eigenaar Bernards te spreken te krijgen, doch dat was niet gelukt. Per brief had de familie hem meegedeeld niet te willen verkopen. Ook Van Iersel had - zo deelde Van Tienhoven aan Mombers mee - geen succes gehad bij mede-eigenaar Simons-Brekelmans. Misschien 'kruisen Uw wegen zich nog eens met die dezer eigenaars en kunt U de goede zaak andermaal bevorderen'. Maar Mombers ging zich afvragen of niet de juridische weg gekozen moest worden. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 22 oktober 1929: <br><br> 'Wanneer wij dan aan de grens van onze pogingen zijn gekomen en zien er geen kans is om tot algeheele overeenstemming te komen, dan ware wellicht het beste de "onverdeeldheid" op een of andere manier op te heffen, zoodat de Vereen. in deze meer op een zuiver standpunt komt te staan.' <br><br> Natuurmonumenten gaf echter voorshands de voorkeur aan aankoop van de ontbrekende delen via minnelijke schikking. Zolang de kans daarop bestond wilde zij liever niet 'in deze ingewikkelde quaestie roeren, door op scheiding of verkooping aan te dringen; aan den anderen kant is het voor de overblijvende eigenaars misschien een prikkel tot verkoop over te gaan als er de aandacht op gevestigd wordt, dat publieke verkooping aangevraagd zou kunnen worden.' <br> Mombers had intussen met de zoon van Simons gesproken, die evenals Van Strijdhoven een aandeel bezat van 1/16de. Hij had gezegd: 'We zijn familie van elkaar, den eenen verkoopt het niet zonder den anderen.' En over Van Helvoirt had hij gehoord: 'met hem komt ge niet klaar, daar zal een zware wijs op gaan'. Mombers begon de zaak duister in te zien. 'Al deze 4 eigenaars zijn even gewillig om te verkoopen of even onhandelbaar, het is maar van welk standpunt men het beschouwt.' Toch wilde hij niet bij de pakken gaan neerzitten, maar hij had dan wel informatie nodig. 'Wat die puzzle over 17/16 of meer betreft, ik wil een poging doen dit tot zijn ware proporties terug te brengen. (...) Nu is het niet gewenscht, dat dit schrijven weer bij de anderen gevoegd wordt zonder meer, en ik de volgende week weer lees "met die onverd. duinen blijft het een rare geschiedenis".' Uit Amsterdam kreeg hij de gevraagde gegevens: 'Zooals U ziet is van dit perceel slechts 3/4 der eigenaren ingeschreven en U kunt nu wel lachen over onze opmerking, dat het met die Onverdeelde Duinen een rare geschiedenis blijft, U zult die meening toch moeten onderschrijven.'<br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> <A HREF="aankoop05aOD.pdf" TARGET="_BLANK">Situatieschets Onverdeelde Duinen (3 MB).</A><br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 29 oktober 1929: <br><br> 'Om met de overige eignaars der onverd. duinen in gezamelijk overleg een regeling te treffen om vooraf een bedrag te bepalen waarmee allen zich bereid verklaren hun aandeelen over te doen, zou ik u niet adviseeren. Het resultaat zou zijn, dat zij het eens worden ... om niets meer te verkoopen. Dus integendeel Divide ut imperes.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 31 oktober 1929:<br><br> 'Ik geloof, dat, indien de genoemde eigenaars [Van Helvoirt, Simons van Van Strijdhoven] tot verkoop zouden besluiten en ik erin kan slagen in Brussel ook tot overeenstemming te komen, wij practisch als eenige eigenaresse zouden kunnen optreden.<br> Misschien kunt U Maandag het een en ander met Verhoeven bespreken, die ook van de Brabantsche toestanden goed op de hoogte is, en Verhoeven zou dan ook nog eens met van Iersel overleg kunnen plegen. Van Iersel is er zoo goed bekend dat hij nauwkeurig kan opnoemen, wie er rechten laten gelden.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 1 november 1929: <br><br> 'V/d Aa sr. is afkomstig uit Haarsteeg bij Vlijmen. Heeft in St. Gilles een brouwerij gehad, is millionair geworden. Thans overleden. De vrouw van Bernaerts is zijn dochter, en die in Nizza woont, zijn zoon. 't Is wat moois met hun terrains bryères, wat stuifduin, waarvan anderen het gebruiksrecht verkregen hebben, allemaal zeer vaag bezit, moesten in hun handen klappen z'oon gelegenheid te hebben er tienduizend francs voor te krijgen. Ze schijnen in 't geheel niet met de zaak op de hoogte te zijn. Zou misschien de Ned. consul in Nizza met v/d Aa dit kunnen behandelen.'<br><br> Enkele weken later kon Mombers zijn eerste aankoop in de Onverdeelde Duinen melden: 'Zoo even ben ik thuis van mijn bezoek aan V. Helvoirt te Giersbergen. Mijne pogingen zijn met succes bekroond, het is er door. Ik heb voor de Vereen. zijn deel in de onverd. duinen gekocht voor ’ 1500,-.' <br> Het passeren van de acte was voor kandidaat-notaris Tierolff van het notariskantoor Canters te Drunen aanleiding om zich te beklagen bij Van Tienhoven: 'Een ding moet mij nog van het hart. Van verschillende zijden werd ik er opmerkzaam op gemaakt dat getracht wordt de transporten voor de Vereeniging zooveel mogelijk naar notaris Jansen te trekken. (...) Wat hiervan de oorzaak is weet ik niet. (...) Vooral is deze geschiedenis pijnlijk omdat het bijna uitsluitend Drunensche burgers en boeren zijn die in aanmerking komen voor verkoopen aan de Vereeniging.' Hierop kreeg Mombers van Van Tienhoven het verzoek om dit kantoor niet te vergeten: 'Om alle onverkwikkelijkheden te voorkomen is het wellicht goed, dat overdrachten van perceelen, waarvan de eigenaars in Drunen wonen in het kantoor van Notaris Canters plaatsvinden. De heer Canters heeft ons indertijd geholpen bij den aankoop van een deel der Giersbergsche Duinen.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 11 januari 1930: <br><br> 'Als nieuwjaarsgeschenk heb ik voor u een kad. kaart gemaakt der onverd. of laat ons dit voortaan noemen der Giersbergsche duinen. De nummers kan men invullen al naargelang deze eigendom zijn of worden, der Vereen. De waarde van deze kaart ligt ook hierin, dat de positie der aangrenzende perceelen daarop is aangegeven.' <br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 17 januari 1930: <br><br> 'Ik neem Uw voorstel gaarne over om den naam Onverdeelde duinen te veranderen in Giersbergsche duinen en als ik mij in de toekomst aan deze afspraak niet houd, wilt U mij daar wel op attent maken. Deze kaart geeft inderdaad een goed denkbeeld van den toestand van deze onverdeelde Giersbergsche duinen met de aangrenzende perceelen.'<br><br> De nieuwe kaart kon niets veranderen aan de moeizame gang van zaken. Voorlopig bleef het bij de aankoop van het aandeel van Van Helvoirt. Een akkoord tussen Van Tienhoven en Jean Bernaerts, een zwager en de gemachtigde van de familie Van der Aa in Brussel, zou nog lang op zich laten wachten. Tijdens een wintersportvakantie ontmoette de voorzitter notaris De Jong uit Amerzoden en sprak hij met hem over de problemen met de Onverdeelde Duinen. Na zijn terugkeer stuurde hij de stukken naar de notaris en verzocht hem om advies.<br><br> Van Tienhoven aan notaris H.C. de Jongh te Amerzoden, Amsterdam 11 februari 1930:<br><br> 'Vermoedelijk bent U evenals ik weer tot laren en penaten teruggekeerd en het verheugt mij de band schriftelijk weer aan te knoopen, die door een gelukkige omstandigheid te Lenzerheide werd gelegd. (...) Niemand weet over welk terrein hij de beschikking heeft en degenen, die het dichtst bij wonen profiteeren ervan ten koste van het natuurschoon zelve, omdat men eruit haalt wat men noodig heeft voor gebruik. Onze Vereeniging tracht sinds jaren al de verschillende aandeelen op te kopen en zij is er reeds in geslaagd om ongeveer meer dan de helft haar eigendom te noemen. De heer v.d.Aa meent, dat hij een natuurterrein heeft, dat hem bij bezoek genoegen zal doen, doch ik meen, dat dit slechts het geval zal zijn als alle aandeelen in ons bezit zijn omdat dan werkelijk de natuur wordt behouden en mocht U Uw invloed kunnen aanwenden om den heer v.d.Aa en zijn familie tot andere gedachten te brengen en hem duidelijk te maken dat juist datgene wat hij wenscht het best te bereiken is als de Vereeniging het geheele bezit in eigendom heeft, dan zoudt U niet alleen onze Vereeniging, doch een ieder, die veel voelt voor het Brabantsch landschap een grooten dienst bewijzen. (...) Ik hoop, dat U nog goede dagen in Zwitserland heeft genoten. Zoodra wij elkander ontmoeten laten wij onze herinneringen de revue passeeren.' <br><br> Na met een rechtskundige gesproken te hebben deed de Vereniging nogmaals een beroep op Bernaerts om het bezit van de familie Van der Aa over te doen. <br><br> 'Zooals U weet bezitten wij reeds het overgroote gedeelte 5/8 en nu is het heel jammer te moeten constateeren, dat enkele boeren naar het hun belieft op het terrein min of meer vandalisme plegen door de boomen af te hakken, die zij noodig hebben en daardoor het karakter van het zoo bij uitstek schoone gedeelte doen verdwijnen. Want U begrijpt, indien er naar hartelust kan worden gehakt, veel wordt vernietigd en beschadigd.' <br><br> Opnieuw was het antwoord kort en krachtig: de familie wil niet verkopen. Van Iersel en de nieuwe boswachter Peijnenburg probeerden het nog een keer bij Simons en Van Strijdhoven, maar die vroegen zulke hoge bedragen dat de Vereniging daar niet op in kon gaan. Mombers had het eerder ook al geprobeerd: 'In 't voorjaar heb ik de familie Simons in Udenhout bezocht. Een der zoons zei mij: "Wij verkoopen ons deel niet, althans niet voor hetgeen in proportie de anderen gekregen hebben. En wanneer wij het niet verkoopen, doet het Van Strijdhoven ook niet." (...) Zoolang er voor hen geen prikkel of noodzaak is om tot verkoop over te gaan, dan zal de zaak zoo blijven hangen.' Van Tienhoven besloot de zaak voorlopig maar te laten rusten: 'Het is onbegrijpelijk hoe deze menschen aan dergelijke prijzen komen, gezien de waarde, die andere eigenaars vroeger aan hun bezittingen hebben toegekend.'<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop05bIersel.jpg" width="497" height="781" alt="Briefje A van Iersel" title="Vriend A van Iersel." HSPACE="10" align=left></a><br><br> In het voorjaar van 1931 werd Van Iersel opnieuw door Van Tienhoven benaderd om nog eens een poging te wagen: <br><br> 'De gevraagde prijzen voor enkele gedeelten der onverdeelde duinen zijn wel zeer hoog, doch wij beginnen te gelooven, dat de prijzen hoe langer hoe hooger zullen worden, nu wij verschillende aandeelen in handen hebben. Immers, wij sparen het hout behoorlijk, waardoor er hoe langer hoe meer eikenhout komt te staan en de prijs dus stijgt. Wij meenen dan ook met U, dat het aanbeveling verdient de zaak zoo spoedig mogelijk af te wikkelen, maar toch stuit het ons tegen de borst om nu maar direct zulk een hoogen prijs te bieden. (...) Wilt U nog eens met de eigenaars spreken (...). <br><br> Eind 1931, nadat Van Iersel was hersteld en zijn werkzaamheden weer kon hervatten, schreef Van Tienhoven hem opnieuw. De Vereniging had weinig geld tot haar beschikking 'aangezien ook wij heel erg de slechte tijden voelen, door het bedanken van vele leden. Maar daarom maar moed houden. De terreinen loopen toch niet zooveel gevaar, ontgonnen te worden of wel te worden gekapt, aangezien noch de landbouw, noch de boschbouw veel geld oplevert. (...) Het is dus zaak van vol te houden. <br> Zoo is het ook met van der Aa. Wij moeten maar zuinig zijn met het kappen in den duin, dan levert het weinig geld op en verkoopt hij des te eerder aan ons. Wij weten evenwel, dat de pogingen tot aankoop van zijn aandeel bij U in goede handen is en laten daarom gaarne dit aan U over.' <br><br> Twee jaar nadat Mombers zich op verzoek van Natuurmonumenten met de Onverdeelde Duinen was gaan bezighouden, was zijn succes beperkt gebleven tot die ene aankoop van het aandeel van Van Helvoirt. Alle verdere inspanningen, ook van Van Iersel en Peijnenburg en van Van Tienhoven zelf, hadden tot niets geleid. Meer dan tien jaar na de eerste aankoop had Natuurmonumenten nog steeds 3/8ste van de aandelen in de Onverdeelde Duinen nog niet in haar bezit en de vooruitzichten leken niet erg gunstig, te meer omdat nog altijd niet precies duidelijk was wie over welke eigendomsrechten beschikte. Hoe uit deze doolhof te komen? Mombers sprak er met een landmeter over: 'Hij zeide men moet beginnen een aanvraag te doen, wie oorspronkelijk die duinen geheel in zijn bezit had, misschien dat men dan ook kan aanzeggen op welke wijze dit bezit aan de tegenwoordige eigenaars is aangekomen.' <br> (Wordt vervolgd.)<br><br><br> Bron: archief Natuurmonumenten (Stadsarchief Amsterdam), tenzij anders vermeld.</p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>