ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="Westzijde provinciale weg."> <title>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten. Aflevering 7. Westzijde provinciale weg.</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten</h1><h2>Aflevering 7. Westzijde provinciale weg</h2><h3> <I>Jan van Iersel</I> </h3> <p> De provinciale weg Loon op Zand-Waalwijk die het westelijk deel van het natuurgebied de Loonse en Drunense Duinen doorkruist, werd door Natuurmonumenten bij haar aankopen niet alleen als een fysieke barrière gezien, maar ook als een natuurlijke grens, hoewel de gebieden aan weerszijden van de weg landschappelijk een en hetzelfde gebied zijn: de dekzandrug van de Loonse en Drunense Duinen. Voor Natuurmonumenten behoorde de westkant van de weg niet tot het centrale deel, dat was het 'eigenaardig en zeldzaam natuurschoon' van de zandverstuivingen en alle percelen eromheen die nodig werden geacht om tot 'een goede afronding' te komen. Daar lag dan ook de prioriteit bij de verwerving, waarbij moet worden aangetekend dat de beperkte financiële middelen een grote zo niet doorslaggevende invloed hadden op het aankoopbeleid van Van Tienhoven, die als voorzitter en penningmeester een belangrijke stem had in het dagelijks en het algemeen bestuur van de Vereniging. De ligging van een stuk grond of ander onroerend goed ten westen van de weg betekende echter niet dat Natuurmonumenten er per definitie geen belangstelling voor had, wél dat die in principe beperkt bleef tot bezit dat direct aan de weg lag. Verwerving 'aan de overkant' werd alleen overwogen wanneer aankoop gewenst werd geacht ter bescherming van het ten oosten van de weg verworven - of nog te verwerven - natuurgebied Loonse en Drunense Duinen. Mombers daarentegen maakte geen verschil tussen percelen die ten oosten of ten westen van de weg lagen; voor hem was het één natuurgebied. De weg was geen natuurlijke grens en zelfs geen obstakel, immers door die weg werd het natuurmonument in zijn visie ontsloten voor bezoekers. Daarbij speelde een belangrijke rol dat als het ging om het behoud van natuurschoon voor toekomstige generaties, hij meer dacht aan bossen dan aan zandverstuivingen. De bossen waren voor Frans Mombers als natuurgenieter het schoonste en interessantste terreintype, met zijn rijke flora en fauna een prachtig landschap dat als eerste bescherming verdiende. In feite zag hij het bosrijke westelijke deel van de Loonse en Drunense Duinen als het centrale deel, waar hij reeds een aantal jaren vóór de komst van Natuurmonumenten begonnen was met het aankopen van percelen om deze aaneen te smeden tot één groot landgoed.<br> Toen Natuurmonumenten de taak om de Loonse en Drunense Duinen voor het nageslacht als natuurmonument te behouden van hem had overgenomen, werkte Mombers daar vanaf het eerste begin ten volle aan mee. Zoals we hiervoor gezien hebben, droeg hij zijn bezittingen aan de oostzijde van de weg aan de Vereniging over. De daaruit verkregen opbrengsten gebruikte hij om zijn eigendommen aan de westzijde van de weg verder uit te breiden tot een aaneengesloten bezit voor een toekomstig 'recreation park'. Het gebruik van deze term maakt nieuwsgierig naar wat hem daarbij voor ogen stond. Was dat de idee achter de Nationale Parken in de Verenigde Staten? De bestuursleden Van Tienhoven en Cleyndert hadden in rondreizen door dat land natuur- en stadsparken bezocht, waaronder het bekende Yellowstone Park (1872). Het doel natuurbescherming werd in de VS dienstbaar gemaakt aan het idee van recreation, ontspanning in de vrije natuur. De federale regering wilde niet alleen de natuur behouden, maar wilde ook dat het volk de natuur bezocht om ervan te genieten én ter ontspanning, iets waar vooral de bevolking van de alsmaar grotere steden steeds meer behoefte aan had. Daarom werden er allerwege voorzieningen getroffen, zoals wegen, voetpaden en verblijfkampen. In Amerika bestond een grote drang tot 'outdoor-life' en men werkte met een 'heerlijk enthousiasme' aan het behoud van natuurschoon. Cleyndert plaatste dit tegenover de 'sinistere historie van de stelselmatige verwoesting' van de natuur in ons land, welke hij als een misdaad beschouwde, erger dan diefstal, omdat het nageslacht erdoor beroofd werd van een bron van schoonheid en levensgeluk. (H. Cleyndert, 'Wat ik zag en hoorde in Amerika', Jaarboekje der Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, Amsterdam 1923, 91-107.)<br><br> In zijn correspondentie met Natuurmonumenten heeft Mombers zich nooit concreet uitgelaten over hoe hij aankeek tegen de toekomstige ontwikkeling van het gebied, waar hij zich decennialang met de hem zo kenmerkende vasthoudendheid voor heeft beijverd om er één geheel van te maken, zoals Natuurmonumenten dat deed aan de overkant. Zoveel is zeker dat hij vanaf de dag waarop hij kennis maakte met Van Tienhoven geen mogelijkheid onbenut heeft gelaten om zijn bezittingen aan beide zijden van de weg ter overname aan te bieden.<br> Na de overname door de Vereniging van zijn aan de oostzijde gelegen bezit ging hij met onverminderde ijver door met het aanbieden van zijn gronden aan de westzijde. Gedurende een reeks van jaren bedacht hij tal van varianten, concessies, aanbiedingen en andersoortige constructies om de realisatie van zijn doel - er één 'prachtig' park van te maken - dichterbij te brengen. Maar hoe zou zo'n park er in zijn ogen uit hebben gezien? Vermoedelijk meer een landschapspark dan een echt natuurpark. Uit veel van zijn brieven kan de lezer afleiden dat hij niet dacht aan reservaatvorming. Naast natuur, bos en hei in de eerste plaats, voor de stille genieter zou er ruimte voor recreatie moeten zijn voor een breed publiek én cultuurgronden waar het menselijk bedrijf z'n gang moest kunnen gaan. Bij land- en bosbouw dacht hij aan alles waarvoor de grond geschikt en iets mee te verdienen was, bijvoorbeeld bloembollenteelt op Westloon, want het geheel moest in stand worden gehouden en voor het nageslacht bewaard blijven zonder overheidssubsidies. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop07recreationpark.jpg" width="510" height="210" alt="Tekstfragment recreation park" title="Een prachtig recreation park." HSPACE="10" align=left></a> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 19 december 1928: <br><br> 'Daar mijne kaart westzijde prov. weg bijna onbruikbaar is geworden, zou het mij aangenaam zijn daarvan een afdruk te ontvangen. De diverse koopsommen van de Vereen. ontvangen, heb ik grootendeels aangewend om nuttige werkzaamheden op mijnen overblijvenden eigendom te doen verrichten en deze tot aaneengesloten complexen uit te breiden. Tot wederzijdsch genoegen heeft de vereen. successievelijk hiervan kunnen profiteeren. Ik ga daar steeds mee door en ben nu aan de westzijde daarmee reeds zoover gevorderd, dat de gronden vanaf de Kraanvensche straat d.i. I no 1927 tot en met D 714 geheel mijnen eigendom zijn. Ik ben bezig er een aaneengesloten bezit van te maken, dat om zijne ligging en hoedanigheid in de toekomst zal aangewezen zijn voor een prachtig recreation park.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 21 december 1928:<br><br> 'Er zijn in deze zaak nog andere elementen, ik zou haast zeggen van verstrekkende beteekenis. Ik wil u daarom in overweging geven er een combinatie van te maken, waardoor de Vereeniging alles in handen valt, wat er daar een half uur in het rond te zien is. Behoudens enkele hectaren die er hier en daar nog tusschen liggen, en niet direct er aan toegevoegd kunnen worden.<br> Vooreerst dan zijn dit de perceelen van Noord-Brabant die liggen tusschen de Loonsche duinen en de Breede Steeg. Ten 2e de perceelen van Noord-Brab. die liggen a/d westzijde van de prov. weg. Hierover ben ik reeds in correspondentie geweest. Het zijn voor de streek puike gronden benevens een goed huis. Een en ander brengt ’ 466 rente op en de vraagprijs is ’ 10.000,-. U zult wel inzien dat dit alles voor mij als alleen staand persoon wat bezwaarlijk wordt. Het zou nochthans jammer zijn wanneer dit alles in andere handen moest overgaan. De ligging en hoedanigheid is te goed ten opzichte van mijne bezittingen om dit te laten schieten. Er zou nu b.v. een gelegenheid zijn om met één slag van de Mij N.B. alles aan te koopen hetgeen ligt ten zuiden van de Breede Steeg en ten westen en oosten v/d prov. weg. Met een rond bod van 35 mille zou men al aardig in de richting komen. Het spreekt van zelf dat u op mij kunt rekenen, dat ik mijn geheele bezit aan den westkant in de schaal gooi, tegen een vooraf vastgesteld bedrag per hectare. Wanneer u bijgeval in de loop van een paar maanden eens naar Brabant komt dan wil ik heel graag eens met u rondgaan en kunt u de verschillende landstreken eens rustig bezien, het is werkelijk de moeite waard. Een vaste aanstelling van een boschwachter die er zich metterwoon vestigde had dan ook meer reden van bestaan. Ik meen u daarom te moeten adviseeren vooralsnog geen beslissing te nemen omtrent het complex Lucas alvorens mijn voorstel nader overwogen te hebben.'<br><br> Een veelomvattend voorstel dat erop neerkwam dat de Vereniging in één transactie het complex Efteling samen met twee andere nabij gelegen complexen van Noord-Braband zou verwerven. Samen met Verhoeven taxeerde hij de drie complexen:<br> 1. Complex Efteling (Lucas van der Kaa): oostzijde provinciale weg, Efteling.<br> 2. Complex Couwenberg (boerderij): westzijde provinciale weg, Efteling. <br> 3. Complex Brok: gelegen tussen de Loonse Duinen en de Breede Steeg (de weg achter de villa van de burgemeester naar de Roestelberg).<br> Hoewel hij zelf ook belangstellende was voor het aan de westzijde gelegen complex Couwenberg, blijkt uit deze correspondentie dat zijn voorkeur uitging naar aankoop door Natuurmonumenten, niet alleen van de drie complexen van Noord-Braband, doch ook alles wat hij daar zelf bezat. Zo bezien was Mombers voorstel een uitgelezen kans om de Loonse en Drunense Duinen aan de westflank met inbegrip van het aan de westzijde van de weg liggende gebied tot een aaneengesloten bezit te smeden, maar de Vereniging ging er niet serieus op in omdat, zoals gezegd, voor haar de terreinen aan de westkant geen prioriteit hadden.<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 27 december 1928:<br><br> 'Uit Uw brief zien wij, dat U nog steeds een der grootgrondbezitters zijt.<br> Uit Uw brief van 21 December maken wij op, dat U nog groote plannen hebt ook ten opzichte van onze Vereeniging; het is natuurlijk moeilijk om ons een juist denkbeeld van de zaak te vormen, doch ik vertrouw, dat er geen bezwaar tegen zal zijn de zaak te laten rusten, tot ik het genoegen zal hebben nog eens met U de terreinen ter plaatse te bezoeken. Ik geloof, dat het aanbeveling zal verdienen eerst te trachten van de Mij. Noord-Braband aan te koopen de terreinen aan den oostkant van den weg, nu de afwikkeling dezer zaak reeds eenigszins gevorderd is.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 28 december 1928:<br><br> 'Over no 2 heb ik nog onderhandeld. Deze hoeve is geheel van steen opgetrokken. Aan den zuidkant ligt een grooten boomgaard geheel afgesloten met een beukenhaag. Van binnen, planken vloeren, netjes gemeubileerd, er woont een gepensioneerd wachtmeester met zijn vrouw. De hoeve ligt temidden van het bouwland, ongeveer 12 hectaren, alles verhuurd en voor de streek van goede kwaliteit. Ik heb thans voor het geheel den vraagprijs gebracht op ’ 8.300,-.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 10 januari 1929: <br><br> 'Deze dagen ging het gerucht als zou de Mij Philips in onderhandeling zijn met grondeigenaars over den aankoop van perc. gelegen onder L.o.z. ter plaatse de Finantie. Ook zouden er opmetingen zijn gedaan. Verder vraagt iemand uit den Haag heide of bosch van 50 à 400 h.a. aan den harden weg (per advertentie). Er komt dus meer leven in de brouwerij. Het is maar goed wij tusschen Kaatsh.-Loon aan den weg nagenoeg alles in handen hebben, daar het steeds moeilijker wordt, vast goed tegen een geschikten prijs te koopen. <br> Gaarne had ik bericht over hetgeen ik in de laatste 4 weken heb medegedeeld.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 14 januari 1929:<br><br> 'In uw schrijven van 10 Jan. wordt de wensch uitgedrukt, zoo mogelijk een overbrugging van b.v. ’ 21.000,- tegenover f 25.000,- tot stand te brengen. Mijne meening is dit rechtstreeks d.i. door onderhandeling over complex L. v.d. Kaa niet gemakkelijk te bereiken zal zijn. Men heeft zich dienaangaande reeds vooraf hierover uitgelaten. Evenwel wil ik mijn best doen om dit te bereiken en wel door de complexen v.d. Kaa en Couwenberg (dit is de hoeve a/d westkant) samen te trekken, en dan ineens af een bod te doen voor beiden van ’ 30.000,-, uiterste prijs. Ik neem dan het complex aan den westkant voor mijne rekening à ’ 7.000,- zoodat u ’ 2.000,- minder betaalt. <br> Wilt u zelf voor f 30.000,- de 2 koopen, uitstekend, maar ik meen uit uwe brieven te lezen dat de grens van het bezit der Vereen. aldaar is vastgelegd tot aan den prov. weg.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 28 februari 1929: <br><br> '(...) Wanneer voor mijne bezitting van 65 h.a. dooreen ’ 600,- geboden werd, dan zou ik dit dankbaar aannemen. Eerstens behoeft in hoedanigheid mijn bezit in geen enkel opzicht voor een ander aldaar onder te doen, maar daarbij is het nog over een uitgestrektheid aaneengelegen met niet minder dan ca 1720 meter aan den prov. weg, recht tegenover uwe eigendommen, zoodat voor altijd een hinderlijke bebouwing uitgesloten zou zijn. Als gebruikelijk ontvangt de vereeniging van mij 3% voor contante betaling, bovendien zou het voor mij een genoegen zijn een legaat van ’ 2.500,- tegelijker tijd over te maken aan de Vereeniging, is geldig tot 1 Mei 1929. Ter completeering werd door mij nog aangekocht [volgen de sectienummers van veertien percelen].'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 16 april 1929: <br><br> 'Verder wordt in uw schrijven van 5 april l.l. gevraagd, om uitstel inzake vóór 1 Mei a.s. om tot aankoop van mijne bezitting ten westen v/d prov. steenweg eene beslissing te nemen. Hoewel er voor z'oon prachtig gelegen eigendom wel meer liefhebbers te vinden zullen zijn, wil ik als vriend ruimschoots gelegenheid geven om in de eerste plaats de vereeniging een kans te geven. Ik ben dan ook bereid deze termijn met drie maanden te verlengen, dus tot een september 1929.'<br><br> Natuurmonumenten waardeerde deze 'vriendelijke toezegging' en hoopte in de tussentijd dit eigendom te kunnen bezoeken en 'het een en ander ter plaatse nader te bespreken'. Toen Van Tienhoven naar Loon op Zand kwam om met Mombers te spreken over de aankoop van complex Efteling spraken zij ook over zijn bezit aan de westkant van de weg en over 'groote projecten', maar tot zaken doen kwam het niet. Van Tienhoven: 'Het deed mij genoegen U in welstand wederom aan te treffen en groote projecten zweven wederom voor onzen geest.' Toch was het risico van 'hinderlijke bebouwing' langs de weg Loon op Zand-Kaatsheuvel niet denkbeeldig. Pas jaren later, in 1936, nam de gemeente Loon op Zand maatregelen door een uitbreidingsplan vast te stellen, dat een hoogst ongewenste kilometerslange lintbebouwing langs de drukke provinciale weg onmogelijk maakte. Het Dagblad van Noord Brabant Breda berichtte onder de kop 'Kaatsheuvel en Loon op Zand blijven gescheiden om natuurschoon te behouden en lintbebouwing te voorkomen,' dat een geordende bebouwing temeer klemde omdat de gemeente rijk is aan natuurschoon. Het uitbreidingsplan was noodzakelijk om te voorkomen dat 'aan het Brabantsche landschap onherstelbare schade wordt toegebracht. In Loon op Zand bestond dit gevaar juist in zeer sterke mate, omdat tussen de twee groote kommen der gemeente een fraaie strook heidegrond ligt. Dit stuk natuurschoon zou verloren zijn gegaan, indien de natuurlijke ontwikkeling ertoe had geleid, dat de twee kommen naar elkaar toe zouden groeien. In het plan is dan ook niet getracht om dezen ineengroei van bevolkingscentra te bevorderen, integendeel de van oudsher bestaande scheiding is behouden gebleven en dit is toe te juichen alleen al om het rijke natuurschoon niet te vernietigen.' <br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> <A HREF="aankoop07uitbreidingsplan.pdf" TARGET="_BLANK"> <h3>Krantenartikel "Het uitbreidingsplan van Loon op Zand"</h3></A><br> <A HREF="aankoop07krantnatuurschoon.pdf" TARGET="_BLANK"> <h3>Krantenartikel "Kaatsheuvel en haar Natuurschoon"</h3></A><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"> Na zijn aangename bezoek hoorde Van Tienhoven wekenlang niets van Mombers: 'Wij beginnen ons ongerust te maken over Uwe gezondheid, want het is nog niet voorgekomen, dat gij ons zoo lang zonder antwoord liet en zelfs niet eenig bericht zond over nieuwe plannen of nieuwe geruchten. (...) Neem dus de pen en stel ons op de hoogte van hetgeen er in Uw omgeving geschiedt, waarvoor wij U dankbaar zullen zijn.' Was dit ene briefje voldoende om de stroom brieven van Waalwijk naar Amsterdam direct weer op gang te brengen of had Mombers het werk tijdelijk neergelegd om - zoals in het voorgaande reeds aan de orde is geweest - zijn pleidooi voor een betere vergoedingsregeling kracht bij te zetten? Hoe dat ook zij, acht dagen later had Van Tienhoven alweer zes brieven van Mombers op zijn bureau liggen.<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 20 juni 1929:<br><br> 'Ter geruststelling van uw schrijven d.d. 19 dezer is dienende dat het mij goed gaat. De laatste 2 maanden heb ik dag aan dag de landstreken Efteling, Kraanven, Westloon bezocht. Bovendien heb ik twee arbeiders aangesteld op mijn goed om alle perceelen nog eens een extra beurt te geven, zoowel voor brandgevaar als andere nuttige werkzaamheden te verrrichten. Dank zij deze maatregels staat alles nog ongerept. Op onze beide bezittingen heerst den laatsten tijd rust en alsmede dank aan de marechaussee en agenten van Loonopzand die hun toezicht in de hei verscherpt hebben, is alles in de beste orde. De jonge mastbosschen staan er schoon bij, frisch en donker van kleur en flinke nieuwe loten, ook voor de landbouwgewassen; het aanhoudend schrale koude weer van het voorjaar in aanmerking genomen; belooft een goede oogst. Daarentegen blijft het gras zijn dorheid behouden, daar het voor deze landstreken niet genoegzaam regent.<br> Daarentegen heeft zich een rupsenplaag voorgedaan. Ongeveer een maand geleden zijn er vele nesten uitgeloopen. Z'oon nest bestaat uit een dicht spinnenrag gewoonlijk in den kop van een eikenstruik, waarin ongeveer 80 rupsen van 2 c.m. lang. We hebben er vele afgeschud in een vooraf gemaakt kuiltje. Maar zijn ze eenmaal uitgeloopen is natuurlijk geen vangen meer aan. Het eerst wordt de struik grootendeels kaalgevreten. <br> Ik kan u bij deze niet genoegzaam aanraden de twee bestaande waterkuilen op Westloon te laten uitdiepen zoodat er geregeld water in blijft. Het is een lust een half uurtje bij z'oon vijvertje door te brengen, het is een af en aanvliegen van vogels van allerlei pluimage, die zich daar komen verfrisschen. Op mijn goed hebben dit seizoen de nachtigaals, lijsters en tortelduiven hun standplaats. De vogels zijn de beste vrienden van den boschbezitter. Waar veel vogels zijn, zullen de insecten geen plaag worden, in Loonopzand is er evenwel nog niet veel voor de gevederde vrienden gedaan.' (...) <br> Uw bezoek aan Loonopzand zal mij aangenaam zijn. Zou dit kunnen zijn vóór u naar een badplaats gaat b.v. in de week van 7-14 Juli. Ik zou er prijs op stellen dat u ook mijn goed in z'n volle zomerweelde eens rustig kunt zien.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 27 juni 1929: <br><br> 'Ik heb een jacht acte genomen, alle eigenaars zonder uitzondering hebben mij met alle genoegen vergunning tot jagen gegeven op hunne perceelen tusschen den duin en de prov. weg. Ik stel een vast vertrouwen in u, dat ik van uwe zijde in deze eveneens een daadwerkelijke vriendschap zal ontmoeten.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 28 juni 1929: <br><br> 'Daar de tijd kort is en er heel wat gezien moet worden in de hei, zal ik om tien uur [half elf is doorgehaald] bij de schuur zijn a.s. zaterdag. Wanneer u nog naar de fa. Le Mire wilt gaan is het nog beter reeds om 10 uur bij de schuur te zijn, wij zullen den tijd dan nog noodig hebben om de diverse landstreken eens goed te bezien.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 2 augustus 1929:<br><br> 'En nu komt het 4de hert op de loopers; (u had mij immers geschreven er ditmaal op grof wild gejaagd moest worden) dit is mijnen eigendom waarvan de behandeling van 1 Mei l.l. was uitgesteld tot 1 Sept. e.k. Het is ongeveer 65 h.a. Ik meen mijn aanbod destijds was ’ 600,- per h.a. dooreengenomen met 3% en gift ineens van f 2.500,-. (...)<br> Na de verkwikkende regenbuien der laatste dagen, zagen de bosschen dezen middag er schitterend uit, de zon gaf aan alles gloed en kleur. De hei gaf een beeld van weldadige rust, zooals september die te genieten geeft. Op zulke dagen wordt de gedachte nog sterker, om méér te doen voor het behoud van hei en bosschen. Zou het niet wenschelijk zijn dat b.v. iemand aangesteld wordt, die op Westloon en omgeving speciaal zorg draagt voor het schoonhouden van wegen en zoomen der bosschen om brandgevaar te voorkomen.'<br><br> Mombers aan Drijver, Waalwijk 8 oktober 1929: <br><br> '(...) Wat tenslotte mijn eigen bezitting betreft: zoo had ik u indertijd eene aanbieding gedaan tegen den prijs van gem. ’ 600,- p.h.a. geldig tot den datum van 1 Sept. 1929. Het Bestuur der Vereen. heeft daarop niet gereflecteerd. Ik wil het thans voor u nog wel ter dispositie stellen tegen denzelfden prijs doch netto contant, dus zonder eenige korting of schenking. En deze aanbieding is geheel vrijblijvend. Ik ben ook genegen tegen dezelfde voorwaarden een gedeelte af te staan b.v. 15 of 25 h.a. recht tegenover Westloon, met de faciliteit dat overdracht en betaling eerst zal geschieden begin Januari 1930, zoodat het bedrag op het nieuwe boekjaar komt. Ik wil u nog doen opmerken, dat het meerendeel van deze perceelen vroeger jaren weiland of graanakkers waren. De hoeven, die er op stonden schijnen, om welke reden dan ook, in verval te zijn geraakt; de gronden bleven verlaten liggen. In ongeveer 20 jaar heb ik een groot gedeelte opgekocht, wederom laten bewerken of laten bebosschen. Het is te verwachten dat de bosschen op deze gronden ook na honderd jaar nog in de fleur zullen staan, integenstelling van het opgestoven zand der perc. a/d duin; zou ik voor een behoud van natuurschoon, een blijvend bezit dus, hieraan de voorkeur geven.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 15 oktober 1929: <br><br> 'Wat het huisje aan den weg betreft, wanneer dat wat opgeknapt werd, zou koopsom + reparaties aan ca. ’ 1.000,- komen, aan een arbeider verhuurd zou het altijd nog wel 5% netto kunnen opbrengen, ook ligt er nog een aardig hoekje bouwland bij a/d prov. weg, zooals u op kaart v/d verbreeding v/d weg kunt zien. Men zou het ook voor afbraak kunnen verkoopen (de opbrengst zou dan natuurlijk miniem zijn). Maar daardoor zou b.v. voorkomen worden, dat het iemand koopt die er een kroegje opent, hetgeen vermeden moet worden. Wanneer er daar huisjes langs den weg komen moeten het heldere frissche landhuisjes zijn met een aardig tuintje er voor.<br> Het is geheel in het belang der Vereen. dat de leden direct een netten indruk van de omgeving krijgen, u zult dit volkomen beamen. Het is nu nog tijd alles in de goede banen te leiden, het moet er rustig en landelijk zijn. Bij de verschillende bezoeken, die u aan Loon gebracht hebt, zoo heb ik in de gesprekken mijn bezit niet eens aangeroerd, ofschoon dit toch op het program stond. Mijn schrijven is meer een bescheiden waarschuwing, het niet geheel en al te negeeren. We leven snel en iedere week hoort men wat anders. Het is daarom beter wat vooruit te kijken en bijtijds maatregelen te nemen, dan te moeten zeggen: Wie had dat gedacht, of als we dit geweten hadden enz. Laten we zoo afspreken, dat bij het eerste bezoek aan Brabant, dit nader bezien en besproken zal worden. (...) De overdracht der drun. duinen zal nu ook een feit zijn - mijne gelukwenschen.' <br><br> Met dit laatste doelde Mombers op de verkoop van de 301 ha duingebied van Le Mire (zie aflevering 4). Het huisje waarover Mombers sprak was zijn eigendom en lag aan de westzijde van de provinciale weg. Hij had het in het voorjaar al te koop aangeboden aan Natuurmonumenten, maar die toonde aanvankelijk geen interesse. Na de zomer veranderde zij van mening en liet het alsnog taxeren. Van Tienhoven: 'Gaarne ben ik bereid bij mijn eerstvolgend bezoek aan Loon op Zand te spreken over de perceelen ten Westen van den Provincialen weg en tevens kunnen wij dan het bedoelde huisje eens opnemen en overleggen wat dan te doen valt.' Mombers wist al een bestemming: verhuren aan een jachtopziener. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 13 december 1929: <br><br> 'Daar er steeds meer reflectanten zijn voor heigronden, achtte ik het niet raadzaam nog langer te dralen om mijne bezitting aan den westkant te vergrooten. Ik heb voor eigen rekening bijgekocht een achttal hectaren bouwland, benevens eene hoeve met ruim vier hectaren, een en ander aaneengelegen en in directe aansluiting met mijn bezit. Het land is voor de streek van puike kwaliteit, aan solide boeren verhuurd die het degelijk bemesten en bewerken. De hoeve waarbij een flinken boomgaard, is voor een burger ingericht. Van hoe groot belang dezen koop is voor de verdere ontwikkeling van mijne terreinen aldaar, zal u ter plaatse duidelijk worden. De overdracht zal voor 1 Januari plaats hebben. Daar de koop voor mijzelf een beetje onverwacht is tot stand gekomen, heb ik zoo direkt de contanten niet disponibel. Ik zou daarvoor een gedeelte van mijne obligaties moeten verkoopen, het benodigde bedrag zou nog zijn achtduizend gulden. Alvorens iets te verkoopen of over een voorschot te onderhandelen wil ik u vragen of u voor mij in deze een minder kostbare oplossing weet. Zouden wij misschien een zaak kunnen doen door aan u een 15 tal hectaren af te staan aan den prov. weg over de geheele lengte recht tegenover de bezitting Westloon gelegen. In dit geval zal ik den prijs stellen aan ’ 550,- per h.a. netto. Wegens de omstandigheden had ik gaarne spoedig bericht.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 17 december 1929: <br><br> 'Uw bezoek zal mij aangenaam zijn. Ter plaatse zal het duidelijk worden, hoe belangrijk en noodzakelijk mijn laatste koop der hoeve met 12 h.a. uitstekend bouwland is geweest. (...) Bij uw bezoek kunnen wij overleg plegen welke gedeelten voor een eventueele overdracht in aanmerking komen.' <br><br> Op '25 Dec. 1e Kerstdag' legde Van Tienhoven voor de eerst keer een bezoek af aan boswachter Jan Peijnenburg en diens vrouw in hun woning aan de Hoge Steenweg te Loon op Zand, waar hij Mombers en Verhoeven ontmoette. Naast de ruiling met Timmermans was het bezit van Mombers onderwerp van gesprek. Van Tienhoven legde de gemaakte afspraak schriftelijk vast: 'Mombers terrein overkant van weg zal opgenomen worden door Verhoeven, kan in Januari om over aankoop te beslissen in Februari of Maart bij mijn terugkomst uit Zwitserland.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 3 januari 1930: <br><br> 'U stapelt bij de jaarswisseling weer heete kolen op mijn hoofd en ik ben tot mijn spijt niet bij machte U op gelijke wijze te behandelen. Wij zitten sinds enkele weken letterlijk onder het werk bedolven als gevolg van de actie voor het behoud van de Drentsche heide. Ik heb nu Uwe brieven uit de chaos opgediept en wil, omdat ik morgen afwezig zal zijn, U in het kort antwoorden op Uwe brieven van 27, 28 en 31 Dec. en van 2 Januari. Maar ik wil daar niet toe over gaan, voor U nogmaals hartelijk dank te zeggen voor alles, wat U in het afgeloopen jaar voor ons gedaan hebt, terwijl U nu reeds op dezelfde wijze het nieuwe jaar begint. Moge dit u en Uwe familie veel goeds brengen en moge 1930 ook voor onze Vereeniging, waaraan wij beiden ons hart verpand hebben, voorspoedig zijn.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 17 januari 1930:<br><br> 'Morgen vertrek ik voor een veertiental dagen naar het buitenland en ik heb nog geen tijd kunnen vinden U eerder te antwoorden op Uw laatste brieven. U ziet, ik verval herhaaldelijk in dezelfde fout n.l. door enkele brieven van U tegelijk te beantwoorden.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 18 januari 1930:<br><br> 'Gisteren ben ik naar Udenhout geweest en Mevrouw M. Eenhuis bezocht. Wij hebben o.m. gesproken over de Vereeniging alsmede over de schenkingen door het koninklijk huis en anderen. Mevrouw Eenhuis heeft mij opgedragen u mede te deelen dat zij de volgende perceelen aan de Vereeniging gratis afstaat: Sectie C Loon op Zand [volgen de kadastrale nummers van vijf percelen met een totale oppervlakte van bijna 1 ha]. Hierbij een kad. kaartje.'<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop07EenhuisvanKvdB.jpg" width="880" height="550" alt="foto huis Eenhuis Udenhout" title="Mevrouw Eenhuis zittend met vriendin voor haar woning in de Slimstraat te Udenhout. Fotocollectie Kees van den Bersselaar te Udenhout." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Maria Eenhuis, voor de Udenhoutse bevolking  mevrouw Eenhuis , was de kleindochter van de Udenhoutse notaris en leerlooier Andries Jan van den Bosch. Van zijn negen kinderen trouwde alleen de jongste dochter en na haar overlijden, erfde dochter Maria - die na haar scheiding in Udenhout was gaan wonen - een groot deel van het familiebezit. (Frans van Iersel,  Notarisfamilie Van den Bosch , Unentse sprokkels 4, Udenhout 2007, 30-38.)<br> Van Natuurmonumenten ontving de schenkster een bedankbrief met een exemplaar van het jaarboek. 'In dit boekwerk vindt U de Loonsche en Drunensche Duinen nog niet opgenomen omdat wij er de voorkeur aan geven pas tot publicatie over te gaan als een goed afgerond bezit verkregen is en zoover zijn wij nog lang niet.' Voor het aanvaarden van de schenking was een schriftelijke volmacht van alle leden van het Dagelijks Bestuur nodig, een 'moeilijkheid' die men wilde ontgaan door de schenking administratief als aankoop te behandelen. Mombers waarschuwde daar echter voor.<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 4 februari 1930:<br><br> 'Het is niet voorzichtig "de schenking" met "aankoop" te verwisselen. Mevrouw had in haar dagblad gelezen een harer kennissen Mevr. v. Heek uit Hengelo eene schenking a/d Vereen. gedaan had; dat flatteert. Wanneer men nu weer bij haar aankomt met "aankoop" gaat de glorie aan 't tanen; zij kon dan wel eens van idee van idee veranderen. <br> Femme souvent varie<br> Bien fol qui s'y fie<br> Maar wellicht is de zaak eenvoudiger dan ik meen, aan u daarom te beslissen.' <br><br> Bij het citaat van de franse schrijver Victor Hugo over de dikwijls van mening veranderende vrouw, mag ook wel gezegd worden dat ook de man Frans Mombers nog wel eens van mening kon veranderen: 'Mevrouw E. zal vermoedelijk geen bezwaar maken dat van aankoop in de acte gesproken wordt. Om er evenwel heen te gaan en dit gaan vragen riskeer ik niet, de notaris kan dat beter doen.' Daarop deelde Natuurmonumenten haar per brief mee dat de overdracht zou geschieden in de vorm van een koopacte, 'terwijl de koopsom door een bewijs van lidmaatschap kan worden betaald. Deze wijze van overdracht is eenvoudiger en goedkooper dan het opmaken van een schenkingsacte, doch natuurlijk zullen wij de overdracht als een schenking beschouwen. Wij zullen U niet behoeven te zeggen hoe bewijzen van sympathie met het streven der Vereeniging als thans van U ontvangen voor ons Bestuur een prikkel zijn om iets grootsch tot stand te brengen in het belang van het geheele Nederlandsche volk, niet het minst voor komende geslachten.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 17 februari 1930: <br><br> 'Ten overstaan van Not. v. Acker heeft gisteren de overdracht der perceelen Mevr. Eenhuis en Van Laak zijn gewoon verloop gehad. Bij gelegenheid zal ik u hieromtrent nog eene belangrijke mededeeling doen. Ik heb bij Mevrouw de kaart van het lidmaatschap gebracht en haar namens het Bestuur nogmaals dank gezegd voor de milde schenking. Tegen de vermelding van aankoop in de acte had zij geen bezwaar, doch zou toch gaarne hebben deze schenking in de annalen wordt opgenomen.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 17 februari 1930: <br><br> 'Het zou gewenscht zijn dat u persoonlijk in de loop van een maand eens overkomt, voor de goede en afdoende afwikkeling der zaken die zeer belangrijk zijn. Zouden wij dien dag bezoeken Mevrouw Eenhuis, mijnheer Timmermans, mijnheer Loeff en dr van Seters.<br> Ik zal intusschen trachten deze zaken zoover mogelijk gereed te maken. Volgens onze afspraak met Kerstmis zouden wij begin Januari mijne bezitting nader opnemen. Door het vele werk, dat den aankoop der tusschenliggende perc. drun. duinen met zich mee bracht, is dit nog steeds uitgesteld moeten worden. Verhoeven heeft mij thans medegedeeld een en ander woensdag a.s. kan plaats hebben. Hierbij een kaart van dit bezit, de roode nummers zijn mijnen eigendom, verder de blauwe nummers van Mevrouw Eenhuis. [Zie de afbeelding van de kaart hierna.] En nu het groote nieuws. Bij mijn bezoek van verleden week heb ik natuurlijk gesproken met Mevrouw wat een prachtige instelling de Vereeniging is. Welnu Mevrouw heeft mij doen verstaan, dat ingeval ik een schenking deed, zij er voor te vinden is hare perceelen in de loonsche hei te schenken, dat zou beteekenen dat nagenoeg alle tusschenliggende perceelen er bijgevoegd werden, hieronder zou op de eerste plaats behooren, het groote oude mastbosch I ! 70 dat u gezien hebt. Het spreekt vanzelf ik zulk besluit ten zeerste toejuich. Van mijn kant ben ik dan bereid als wij accoord krijgen over den verkoop van mijn bezit, de hoeve, erf, tuin en boomgaard te schenken zijnde de nummers I 1896 en 1897. De !'s van Mevrouw zijn op de kaart met blauw potlood aangegeven. Verder nog enkele met "O" toebehoorende aan de Mij Noord-Brab. Ik kan niet anders denken dat wanneer mijnheer T. dit verneemt op zijne beurt deze geisoleerde perceelen wel zal schenken. Met dat alles krijgen we dan directe verbinding met het groote perceel I 1441 van de fa Laurillard, waarvan ik vermoed dit tegen een zeer geschikte prijs te krijgen is. A.s. donderdag ontvangt u van dit alles nog eene nadere specificatie.'<br><br> Van Tienhoven nam 'met zeer veel belangstelling en instemming' kennis van dit grootste gebaar van mevrouw Eenhuis, 'in de loonsche hei' eigenaresse van maar liefst 57 percelen met een totale oppervlakte van 24 ha. Helaas was hij nog steeds overladen met werk; hij zou zo spoedig mogelijk een dag vaststellen voor een bezoek aan Loon op Zand 'om met U het groote werk, dat daar verricht wordt, te bespreken en te regelen'. <br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 18 februari 1930: <br><br> 'Mevr. Eenhuis is wel bereid op krachtige wijze het streven der Vereeniging te steunen. (...) Westelijk van den provincialen weg heeft Mevrouw Eenhuis vele perceelen liggen, zien wij uit Uw kaart en het zou een geweldig succes zijn indien zij al deze perceelen voor de goede zaak wilde schenken. Kunnen wij ook Uw perceelen aankoopen, dan zou daar direct een vrij goed afgerond gebied worden verkregen. Ook Uwe toezegging om als Mevrouw Eenhuis haar perceelen schenkt de boerderij met bijbehoorenden grond te schenken stellen wij natuurlijk bijzonder op prijs en wij zien daarin een bewijs, hoe U niet alleen Uw tijd, doch daarnaast ook Uw eigendom beschikbaar stelt ter verkrijging van een groot nationaal park.<br> Misschien kan binnenkort de taxatie van het perceel van de familie Laurillard plaats vinden. Dit perceel maakt een geheel uit met de bezitting van U en die van Mevrouw Eenhuis.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 19 februari 1930:<br><br> 'Ter titel van inlichting verder nog een specificatie perc. Mevr. Eenhuis benevens Kad. kaartje. Om den schenking te bevorderen, ben ik ook wel genegen mijne hoeve met boomgaard te schenken, doch zooals ik geschreven heb alleen in geval wij over verdere overdracht v/m perceelen accoord krijgen.' <br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 26 februari 1930: <br><br> 'Het is wel een bijzonder aanbod, dat deze dame aan onze Vereeniging wil doen. Acht U den tijd gekomen, dat wij haar reeds onzen dank betuigen, of is het beter, dat wij eerst nadere berichten afwachten? Wij hebben haar nog in het geheel niet geschreven over de perceelen, westelijk van den grooten weg en zullen daarom gaarne spoedig Uw oordeel vernemen. Ik zoek altijd nog naar een gelegenheid eens naar Uwe omgeving te komen, doch doordien er zooveel zaken zijn - en ook belangrijke zaken - die op onzen tijd beslag leggen, kan ik nog geen definitieve toezegging doen. Alleen kan ik wel zeggen, dat U in Maart op mij kunt rekenen. (...)<br> Tijdens het schrijven van dezen brief komt uw courant met het bericht over de vliegveldplannen. Ik neem dergelijke plannen nog niet ernstig op, maar voor ons beteekenen dergelijke berichten in den regel meer nadeel dan voordeel. Immers, allicht meent men dan tot verhooging van den vraagprijs te kunnen overgaan. (...)<br> Het is weer een roerige tijd, ook wat de Loonsche en Drunensche Duinen betreft, doch wij moeten daar thans onzen slag slaan.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 27 februari 1930:<br><br> 'Hierbij (...) ingesloten een kad. opgave van mijne bezitting. Met betrekking tot mijn laatste brieven had ik gaarne bericht. Bij mijnheer T. ben ik nog niet geweest. Ik wil eerst uw schrijven afwachten.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 1 maart 1930: <br><br> 'Mevrouw Eenhuis zal ik de volgende week bezoeken om te vernemen of haar voornemen een groote schenking a/d Vereen. te doen, ernstig gemeend is.<br> (...) Wanneer u voornemens zijt volgende week naar Loon te komen, vind ik natuurlijk uitstekend. Verschillende groote zaken wachten op de finish touch van den meester.<br> Verhoeven en Pijnenburg hebben verleden week al mijne perceelen opgenomen en daarvan aanteekening gemaakt. Mijn prijs is gemiddeld ’ 600,- per h.a. dus niet meer als waarvoor het complex Efteling van N.B. is geschat, terwijl mijne perc. voor een groot deel beter van conditie zijn. Bij uw bezoek kunt u alles nog maar eens rustig bezien en aan de hand van de u toegezonden opgave een en ander nader vriendschappelijk bespreken. Hierbij gaan eenige foto's van de duinen. M.i. wordt het landschapsschoon door de luchten op deze kaarten verhoogd, terwijl de aanwezigheid van personen en paarden zóó geposeerd, er afbreuk aan doen.'<br><br> 'P.S. De pachten bedragen ’ 750,- ongeveer per jaar. Houtkoopen hebben de laatste zes jaar niet meer door den notaris plaats gehad, daar het grootste boschcomplex voor het publiek is afgesloten.' <br><br> Begin maart zou Van Tienhoven naar Kampina komen. Hij informeerde bij Mombers of die interesse had om hem daar te ontmoeten. 'In elk geval kunt U erop rekenen, dat ik zoo spoedig mogelijk na 15 Maart naar Brabant zal komen om met U de moeilijke geboorte van het groote natuurreservaat, dat tot stand komt dank zij U, te bespreken.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 6 maart 1930: <br><br> 'Zoojuist ontving ik uw schrijven van heden en zie u thans voornemens zijt naar Loon op Zand te komen in de week na 15 Maart. Dat vind ik best en kunt u inmiddels met Verhoeven over de diverse zaken van gedachten wisselen. Om zondag naar Kampina te komen, is voor mij bezwaarlijk. Gisteren is mijne zuster C. ziek geworden, en men heeft niet graag, ik zondag den geheelen dag van huis ga. Wenscht u over het een of ander inlichtingen te ontvangen, dan schrijft u maar. Ik zal u als naar gewoonte per omgaande antwoorden.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 12 maart 1930: <br><br> 'Ik zend u hierbij Le Journal. In verband met de ramp in zuid Frankrijk staan er een paar artikelen in, waarin op de noodzaak en het groote nut voor het behoud der bosschen geschreven wordt. Bij de besprekingen over de internationale natuurbescherming zou op treffende wijze kunnen worden aangetoond deze ramp nooit zulke afmetingen zou hebben aangenomen, indien voor het behoud der bosschen aldaar iets gedaan was. (...) Ik heb nog gelegenheid gehad Mevr. Eenhuis even te begroeten. Zij was nu nog niet zoo zeker van een schenking, er gaat allemaal teveel tijd overheen, het beste is u de volgende week zelf eens komt. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 24 maart 1930: <br><br> 'Uit de gepasseerde acte der overige duinperc. zult u gezien hebben wat een gecompliceerd werk dat geweest is, maar de eene moeilijkheid na de andere is in orde gekomen, rechtvaardig en juist zooals het behoort te zijn. <br> Verder is het gewenscht diverse zaken die reeds geruimen tijd in behandeling waren, tot een besluit te brengen. Ze zijn van groote beteekenis voor de vereeniging en de afhandeling is te aangenamer daar de eigenaars uwe vrienden zijn.'<br><br> 'Thans wordt het meenens,' schreef Van Tienhoven terug. Hij hoopte spijkers met koppen te slaan. 'Dat zijn er zeer vele en ik hoop, dat onze koppen tegen dat slaan bestand zullen zijn.' Na het voorgerecht - een gesprek met Timmermans - stond als hoofdschotel een bezoek aan het gebied westzijde provinciale weg op het programma. De beantwoording van Mombers brieven liet de bezoeker maar rusten - ze zouden elkaar nu toch zien.<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 26 maart 1930: <br><br> 'Overeenkomstig uw schrijven van 25 dezer, zal ik u a.s. Zaterdag met genoegen wachten. Mijn broer zal met zijn auto aan het station te Waalwijk zijn voor den trein 10.22, zoodat de bezoeken op den juisten tijd kunnen worden afgelegd. Er zal dan nog tijd disponibel zijn om de terreinen Drunen - L.o.Z. te gaan zien. Tegelijker post gaat een mededeeling aan den heer Tierolff en Mevr. Eenhuis ter aankondiging van een eventueel bezoek.'<br><br> Eindelijk vond dan de bezichtiging door Van Tienhoven van de bezittingen van Mombers en Eenhuis aan de westkant van de weg plaats. Van Tienhoven noteerde: 'Met Mombers en neef naar terrein ten W. weg Waalwijk-Tilburg. Groot complex grond, met vrij veel bouw- en weiland. Wij zouden met een strook langs den weg kunnen volstaan.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 31 maart 1930: <br><br> 'Met betrekking tot Uw bezoek van Zaterdag j.l. en de onderhandeling over den aankoop mijner bezitting is de zaak dus deze: Behalve de hoeve d.i. I 1896 en 1897 zijn er 77 h.a. (dit zal heel misschien enkele aren meer zijn) à ’ 600,- p. h.a. is ’ 46.200,-. Er wordt geschonken ’ 2.500,-, blijft derhalve ’ 43.700,-. U vond het wel aannemelijk deze koopsom in vijf jaarlijksche termijnen te stellen, maar om de zaak vlot te maken wil ik daarnaast een 2de voorstel doen n.m. ik ben bereid u daarvan ’ 3.700,- ter dispositie te stellen om de betaling voor het geheel mogelijk te maken en mij dus bij overschrijving voor de goederen ineensaf ’ 40.000,- te betalen. Ik wil u dit voorstel doen, omdat ik weet, u het veel meer op prijs stelt, den eigenaar zelf de voorwaarden aannemelijk maakt, dan wel u hierover een uitgebreide correspondentie krijgt of in debat moet treden. U zoudt met a.w. dus practisch kunnen noteeren dit gekocht te hebben voor ’ 500 p. h.a. plus ’ 1.500,- voor de hoeve, hetgeen overeenkomt met 40 mille. Voorwaar niet overdreven voor een rentegevend vastgoed dat wegens zijne schitterende ligging nog een aardige toekomst beleeft. Om een gedeelte er van te gaan verbrokkelen, zou ik heelemaal niet doen. Hetgeen er af zou gaan bestaat voornamelijk uit bouwland en bosschen. Het bouwland brengt een voldoende rente op, terwijl de bosschen noodig zijn om op gezette tijden ook aan den westkant van den weg een houtkoop aan te leggen. Wat de administratie der div. bezittingen in L.o.Z. betreft, daar alles nu toch in een hand komt, zoo kan dit aanmerkelijk vereenvoudigd worden, door de pachten die thans op verschillende tijdstippen loopen voor ieder in één som te vereenigen en met Kerstmis te betalen. Ook kadastraal kan veel vereenvoudigd worden door aaneengesloten complexen te vormen en hiervoor een nieuw nummer aan te vragen.<br> Verder zou ik de gewone gebruikelijke voorwaarden volgen, transportkosten voor rekening van kooper en belasting vanaf 1 jan. 1930. De pachten die loopen van 1 Mei 1929 - 1930 met 1 Mei '30 betaalbaar alsmede die van stoppelblaat 1929 - 1930 met Kerstmis 1930 betaalbaar zoudt u reeds met 1 Mei a.s. door uw kantoor behandeld worden en stel voor u mij daarvan einde 1930 de helft van retourneer of duidelijker vanaf 1 Mei 1930 zijn de pachten voor u en retourneert u mij, geheel of proportioneel al naar gelang die pachten loopen, van vóór 1 Mei 1930. Voor de goede orde van zaken ontving ik derhalve gaarne over een en ander deze week uwe bevestiging, dan kan ik mij direct aan het werk zetten om voor den notaris het noodige in gereedheid te brengen.' <br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 31 maart 1930: <br><br> 'Wij zijn uit Brabant teruggekomen zeer onder den indruk van de gastvrijheid welke U ons hebt willen bewijzen zoowel in Uw woning als bij het bezoeken van het terrein onder Loon op Zand.<br> Wij zullen aan Zaterdag een aangename herinnering bewaren en wij zullen het waardeeren, indien u onze erkentelijkheid nogmaals wilt overbrengen aan Uw zusters, aan Uw broer en aan Uw neef. Ter herinnering aan den tocht van Zaterdag zenden wij U bijgaand een exemplaar van het jaarboek van Natuurmonumenten en van Vogelbescherming en U wilt die wel uit onzen naam aan uw neef Lambert ter hand stellen.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 1 april 1930:<br><br> 'Zooeven heeft de post uw brief m. 2 boeken gebracht. Mijn neef draagt mij op u hartelijk dank te betuigen. Het verheugt ons te zien U een prettig dagje in Brabant hebt doorgebracht, ook voor ons allen is uw bezoek een aangename herinnering.<br> Den laatsten tijd zijn mij nog 4 nieuwe zaken gemeld, die voor de Vereeniging van interesse kunnen zijn. (...) Daar ik evenwel reeds meer dan een jaar mijn eigen zaken terzijde gelegd heb, om die van anderen eerst in behandeling te nemen, zoo veronderstel ik, de mijne thans op het eerste plan staat.<br> Nader is dit nog toegelicht in mijn schrijven van 31 Maart, waarin wederom een bewijs gegeven wordt van den besten wil te zijn, het mogelijke te doen, om deze schoone landstreek voor altijd eigendom der vereeniging te maken. Meer kan ik niet doen. Ik heb nu prachtig tijd om een en ander in orde te brengen en verwacht derhalve dezer dagen uw besluit.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 1 april 1930:<br><br> 'In antwoord op Uw schrijven van 31 Maart wil ik U met een enkel woord bericht zenden.<br> In de eerste plaats blijkt uit Uw aanbod wederom welk een goed hart U toedraagt aan onze pogingen tot het scheppen van een nationaal park in en bij de Loonsche Duinen. Gaarne wil ik Uw aanbod in overweging houden en met het Dagelijksch Bestuur bespreken, doch, zooals ik U reeds zeide, zit onze Vereeniging thans juist voor zeer groote lasten. U weet, dat wij onze volle kracht moeten besteden aan de Rhedensche en Worth Rhedensche heide en omgeving, dat dezer dagen zijn beslissing nadert en een bedrag van ’ 40.000,- voor Uw terrein kan wel zeer billijk zijn, doch het is een te groote pil om zoo in eens te slikken. Zonder praejudice echter kom ik nog eens terug op mijn vraag of het niet mogelijk is om de betaling der koopsom in vijf termijnen te doen plaats vinden en dan is het nog een zeer moeilijke zaak, want er zijn terreinen van U bij, die voor ons niet van zoo groot belang zijn en het is de vraag of wij deze zouden kunnen verkoopen om daardoor de betaling van den koopprijs wat gemakkelijker te maken.<br> Hoe het ook zij, U moet ons niet haasten en de beslissing binnen een paar dagen is uitgesloten. Wel wil ik mijn uiterste best doen om het mogelijk te maken resultaat te bereiken en ik mag zeker wel van U vernemen of U ons een paar maanden de tijd gunt.<br> Met den aankoop van Uw terrein hangt natuurlijk samen de houding van Mevr. Eenhuis. Gelooft U dat er nog kans op is, dat zij haar terreinen, die tegen Uw bezitting aanliggen, ons wil schenken. Dit zou natuurlijk een mooi argument zijn om mijn mede bestuursleden tot enthousiasme te brengen. Misschien hebt U gelegenheid Mevrouw Eenhuis hierover te polsen.<br> U kunt verzekerd zijn, dat wij de wijze waarop U blijk geeft te voelen voor ons werk, hoogelijk waarderen en zeer zeker is een groot deel van het succes, dat wij in Uw omgeving mochten boeken, aan U te danken.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 2 april 1930: <br><br> 'Uw schrijven van 1 April is in mijn bezit. Ik meende verleden zaterdag het beste was, de afwikkeling van mijn zaak aan uw initiatief te moeten overlaten. Ik zie dat het noodig is een en ander nog nader toe te lichten. Om duidelijk te zijn wenschte ik dit mondeling te doen. Vergis ik mij niet, dan hebt u bij Pijnenburg uw voornemen te kennen gegeven in den loop van 8 dagen naar Oisterwijk te komen. Ik stel u dus voor elkaar aldaar te ontmoeten, hetzij in een hôtel of elders. Het zal mij dus aangenaam zijn van U te vernemen, waar ik u kan spreken. Wees zoo goed de kaart van de Efteling alsdan mee te brengen.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 18 april 1930: <br><br> 'Op uw schrijven van 1-4-'30 kan ik u thans meer volledig antwoorden. Gisteren heb ik Mevrouw E. bezocht. Haar eigen voorstel omtrent hare gronden op Efteling en omgeving is, dat zij wel bereid is haar bezit aldaar aan de Vereeniging over te dragen, wanneer haar zoo lang zij leeft eene jaarlijksche rente wordt betaald. Hoe groot die rente moet zijn, heeft zij niet gezegd, alleen dat dit nog nader te bespreken is. Dit is een zeer goed bericht, eerstens dat de vereeniging thans zekerheid krijgt in het bezit van deze gronden te komen en ten 2de vermoed ik wel dat die rentebetaling alleszinds aannemelijk zal gesteld worden. Het is nu niet gewenscht, dat daar weer weken en maanden overheen gaan, maar het beste was, indien u tijd beschikbaar hebt, zelf even over te komen.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 26 april 1930:<br><br> 'Inderdaad het is belangrijk nieuws hetgeen gij ons schrijft over Mevrouw E. en benieuwd ben ik naar de jaarlijksche som, die Mevrouw gaarne van ons wilde ontvangen gedurende haar leven. Echter zooals wij U reeds meermalen geschreven hebben, zijn wij tot onze ooren toe thans in de Rhedense Heide gedompeld, als ik het zoo mag uitdrukken, doch binnenkort hoop ik een dag voor te stellen voor ontmoeting en dan kunnen wij deze en andere zaken mondeling bespreken; Houdt U echter overtuigd, dat wij met groote belangstelling de mogelijkheid van uitvoering Uwer groote plannen onderzoeken ik hoop, dat er een middel zal worden gevonden om de plannen tot een goed einde te brengen, maar u weet waar de schoen wringt en zeer groote belangen zijn thans aan de orde.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 28 april 1930:<br><br> 'Uit Udenhout heb ik vernomen, dat Dr. Waanders uit den Haag, echtgenoot van Mevr. Eenhuis vrij onverwachts overleden is. Het heeft Mevrouw zeer getroffen. (...) <br> Overeenkomstig uw schrijven, zal het mij aangenaam zijn u binnenkort in Loon op Zand te ontmoeten. U zult het landschap nu geheel in lentetooi vinden, een groot verschil met uw laatste bezoek, toen alles nog dor en kaal was.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 5 mei 1930: <br><br> 'Voor de goede orde van zaken wil ik nog even memoreeren de voorwaarden, waarop u mijne bezitting gelegen a/d prov. steenweg te Loon op Zand vóór 1 Juli 1930 kunt koopen: zijnde ongeveer 77 h.a. met een hoeve. De koopsom bedraagt ’ 43.700,- waarvan te voldoen bij overschrijving in de maand Juli ’ 8.740,- en verder in vier jaarlijksche termijnen vervallende telkens 1 Juli 1931/32/33/34 van ’ 8.740,- ieder, zonder rentebetaling.<br> Ofwel de geheele koopsom ineens netto contant ’ 40.000,- bij overschrijving te voldoen. [Hierna volgt een aantal condities over de pacht, transportkosten en dergelijke.] U zult wel de overtuiging hebben dat mijn aanbod met zijne div. concessies, geheel spontaan gedaan voor zichzelf spreekt als zijnde eene vriendschappelijke overdracht maar houdt mij hieraan dan ook beslist vast. Van uw kant reken ik er dan ook op, de zaak eventueel een prompte en vlotte afwikkeling zal hebben. Gaarne ontving ik bevestiging van dit schrijven. Was zoo goed mij per omgaande te zenden kad. kaart en specificatie perceelen Mevrouw Eenhuis, die ik deze week zal bezoeken.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 8 mei 1930:<br><br> 'Wij ontvingen Uw schrijven van 5 dezer en U stapelt gloeiende kolen op ons hoofd.<br> Bij onze aangename ontmoeting en wandeling door de bosschen van Oisterwijk heb ik U reeds uitdrukkelijk gezegd, dat wij op het oogenblik zoo gebonden zijn door de uitgave van ons geld voor verschillende zeer belangrijke zaken, dat helaas wij geen modus of weg zien om thans ook te entameeren de overname van Uw terreinen aan den Provincialen weg van Loon op Zand naar Waalwijk. (...) Het is ons thans heusch onmogelijk om te beslissen omtrent de uitgave van zulk een belangrijk bedrag als gemoeid is met den aankoop van Uw terrein (...). Dit neemt niet weg, dat wij bijzonder gelukkig zullen zijn, als wij van Mevrouw Eenhuis enkele terreinen kunnen krijgen, dan kunnen wij met U overleggen en zien of misschien door den verkoop van de achterst gelegen terreinen een weg gevonden kan worden om het voor ons meest belangrijke terrein, voor aan den straatweg gelegen, aan te koopen.<br> Wij kennen elkander en weten wat wij aan elkander hebben en ik ben overtuigd, dat U Uw volle medewerking geeft om aan dezen kant onze terreinen te beveiligen tegen inbreuk op de natuur. U kunt echter niet beseffen welk thans ons vastgenageld houdt aan ons bureau en onze gedachten beheerscht. De Rhedense heide moet eerst perfect worden, voordat wij iets anders kunnen entameeren en U zeide mij ook reeds, dat U geen haast zoudt maken en dat U met ons gaarne van gedachten zoudt wisselen als deze drukte weer wat voorbij is. Laat ik U daarom nog niet definitief antwoorden op Uw schrijven van 5 Mei, maar nogmaals U verzoeken om ons in de gelegenheid te stellen ter plaatse persoonlijk na Juni met elkander te overleggen. Ik weet zeker, dat U met dit voorstel accoord kunt gaan (...).' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 10 mei 1930: <br><br> 'Uit uw schrijven van 8 Mei l.l. lees ik u geen weg ziet de overname van mijne terreinen te entameeren, gezien de koopsom ineens te groot is, en u bezwaar maakt tegen overname der perc. die meer achterin gelegen zijn. Om u terwille te zijn, zal ik ter plaatse nagaan op welke wijze een nieuw voorstel te doen, dat meer in overeenstemming met uwe wenschen zal gebracht worden. Om nu de zaken niet door elkaar te haspelen, begin ik met een schoone lei te maken en annuleer hierbij mijn vorige aanbiedingen. Het nieuwe plan zal ik in kaart brengen, met specificatie van nummers en grootte. Uw voorgenomen bezoek begin Juli zal mij dan aangenaam zijn. <br> Mevr. E. had mij geschreven voor haar eenige zaken te behandelen en ben gisteren in Udenhout geweest. Bij die gelegenheid heb ik een schenking of overdracht tegen rentebetaling ter sprake gebracht, maar zij was van idee veranderd. Dat neemt niet weg, wanneer ik iets van haar koopen wil, daarvoor wel genegen is, maar Mevr. wenscht hierover eerst met haar broer in Albergen te spreken.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 23 mei 1930:<br><br> 'Het is hier tegenwoordig alles Beekhuizen en Rheder heide, wat de klok slaat, nu wij voor het einde dezer maand een bedrag van ’ 300.000,- moeten verzamelen, een opdracht, die vooral in dezen tijd niet zoo gemakkelijk is. Daarom brief 10 mei niet direct beantwoordt. (...) Excuseer deze enkele woorden. Er moet nog een berg van papier verwerkt worden.' <br><br> Met deze enkele woorden was verwerving 'aan de overkant' van de provinciale weg in de Loonse en Drunense Duinen weer voor een tijdje afgevoerd van de agenda. Ook in Gelderland was een groot werk in uitvoering, het latere Nationaal Park Veluwezoom, en dat kreeg prioriteit. Maar Mombers gaf niet op en ging onverstoorbaar door met het aanprijzen van zijn bezit en de gehele omgeving. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 24 mei 1930: <br><br> 'Langs de zijbermen van de Eftelingsche straat waren 2 arbeiders de bosschen aan 't schoon maken, een zeer goed werk. Het is daar een mooie entree naar de duinen. het achterste gedeelte van dien weg is beplant met berk, nu fris in 't blad. (...)'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 28 juli 1930:<br><br> 'Daar mijn verkoudheid een gunstige wending genomen heeft, kan uw voorgenomen bezoek op 2 Aug. plaats hebben. [Volgt een specificatie van pachtsommen van bouw- en weilanden met een totale opbrengst van ’ 741,25.] Dit bedrag gevoegd bij eventueele houtopbrengst en jachtverpachting vormt op zichzelf al een aardige rente. Verder heb ik in overweging genomen en berekeningen gemaakt om een aantal perceelen achterin te reserveeren. Voor een economisch beheer van het bezit is het beter het goed in zijn geheel blijft. Alles is aaneengelegen en brengt rente op, er is hoegenaamd geen reden en het zou ook niet verstandig zijn, dat te gaan verbrokkelen. Ik heb u een uiterste prijs genoemd voor het heele bezit a/d prov. weg van veertig mille, hetgeen voor de ca 77 h.a practisch overeenkomt met ’ 500,- p. h.a + ’ 1.500,- voor de hoeve. Ik heb er geen bezwaar tegen, dat U inzage neemt v/e schrijven betreffend mijn laatste transactie aldaar. Om het tot een bezit te maken, zooals het thans is, heb ik er in al die jaren heel wat arbeid en geld aan ten koste gelegd. Ik meen, dat mijn aanbod alleszinds redelijk en aannemelijk gesteld is en u goed behandel, meer kan ik er niet van zeggen. Maar daar moet dan ook verder niet aan getornd worden.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 7 augustus 1930:<br><br> 'M.i. kan men het gedeelte onder Helvoirt er wel af laten, temeer hier geringe kans is een aaneensluitend bezit te krijgen. Wanneer het de bedoeling is a/d leden een exemplaar tegen betaling ter dispositie te stellen, dan zou het van meer practisch nut zijn het gedeelte Helvoirt te vervangen door de landstreek ten westen van den prov. weg er op af te drukken. Tenminste wanneer dit aangekocht wordt. Immers het is in de toekomst te voorzien, dat het meerendeel der leden die Loonopzand bezoeken, voornamelijk op de terreinen aan weerszijden van den grooten verkeersweg zich zullen ophouden.' <br><br> Deze laatste alinea is een citaat uit een brief waarin Mombers een uitvoerig en nauwgezet commentaar levert op een hem toegezonden plattegrond van de Loonse en Drunense Duinen die bedoeld was om onder de leden van de Vereniging te verspreiden, uiteraard na publicatie van de aankoop van dit natuurmonument. Deze passage toont duidelijk aan dat de westelijke bosrijke uitlopers van de Loonse en Drunense Duinen voor Mombers het centrale en toeristisch meest aantrekkelijke gedeelte was, dit in tegenstelling tot Van Tienhoven die zijn hart verpand had aan de stuifzandterreinen. <br> Samen met medebestuurslid Den Tex ging Van Tienhoven nog eens in Waalwijk op de koffie, waarop hij een bedankbrief stuurde voor de prettige ontvangst met felicitaties aan de 'Waarde jarige' mejuffrouw Mombers, afsluitend met: 'Er is een zekeren band geschapen tusschen onze Vereeniging en de Mombersen uit Waalwijk, die hecht is en ons de meest aangename herinneringen biedt, die tot groote resultaten geleidt heeft en nog leiden kan. Met vriendelijke groeten, ook aan Uw zuster en Uw broer.' In zijn bezoeksverslag noteerde Van Tienhoven: 'Mombers dringt aan op aankoop van zijn gronden voor ’ 40.000,- 77 H.A. Verh. heeft ze geschat op ’ 50.000,-. Moeilijke beslissing omdat de boog wat sterk gespannen wordt, doch beloofd in September ernstig voorstel te overwegen. (...)' <br> Na een maand volgde nieuw overleg, nu ten huize van boswachter Peijnenburg. Van Tienhoven noteerde: <br> 'Terrein Mombers: Eigenlijk valt het terrein er buiten, maar toch wel gewenscht om daar villa park en vacantie kolonies te weren. Mombers wil ook wel 20 H.A. verkoopen, maar dan brengt het niets op want de akkers vallen er dan buiten.<br> Nieuw voorstel: Alles wordt aangekocht, ’ 20.000,- wordt nu betaald en ’ 20.000,- bij dood Mombers (dat kan gauw zijn want hij zag er slecht uit). Hij zelf behoud de administratie en de opbrengst wordt gedeeld.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 18 september 1930: <br><br> 'Wat mijn bezit op Efteling, Kraanven te L.o.z. aangaat, zoo wil ik u alsnog in de gelegenheid stellen eigenaar te worden, volgens het plan op de kaart aangeven.<br> Koop 1. (132 perc.) a/d prov. weg gelegen tusschen de Kraanvensche en de Eftelingsche straat ter grootte van ca 44.09.94 h.a zijnde op de spec. vanaf I 336 t/m 1929 ’ 25.000,-.<br> Koop 1 en 2. (132 + 17 = 149 perc.) zijnde als voor + de perc. a/d prov. weg volgens lijst D 714 t/m 1908 groot 6.39.15 h.a ’ 30.000,-.<br> Koop 2 en 3. (40 perc.) (ook afzonderlijk dus zonder koop 1) zijnde 15.46.81 h.a ’ 11.500,-.<br> Koop 1, 2 en 3. (172 perc.) zijnde 59.56.75 h.a ’ 35.000,-.<br> Koop 1, 2, 3 en 4. (232 perc.) dus de massa 76 à 77 h.a ’ 40.000,-.<br> (...) Deze aanbieding is geldig tot 1 October 1930.' <br><br> Natuurmonumenten zou het liefst alleen die percelen langs de weg kopen die nodig waren om bebouwing aldaar te voorkomen, te weten 45 percelen. Voor de verder van de weg gelegen percelen had zij weinig belangstelling, ook omdat gevreesd werd dat 'in deze tijd' het bouwland bij nieuwe verhuring weinig zou opleveren. In zijn advies gaf Verhoeven voorzichtig te kennen dat hij de voorkeur gaf aan 'koop 1 en 2', althans 'wanneer een groter bedrag voor aankoop beschikbaar was'.<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 3 oktober 1930: <br><br> 'U weet hoe gaarne ik het bezit der Vereeniging zou uitbreiden door een vasten voet te krijgen aan den overkant van den provincialen weg, doch het groote bedrag, hetwelk voor den aankoop van alle perceelen noodig is, vormde reeds eerder een struikelblok en thans is dat wel in zeer bijzondere mate het geval. Ook onze Vereeniging ondervindt natuurlijk de gevolgen van de malaise. Iederen dag krijgen wij tal van berichten van leden en donateurs, die hun bijdragen opzeggen en onder deze omstandigheden meen ik, dat de grootst mogelijke voorzichtigheid geboden is. Het nadeel uit deze tijden voor onze Vereeniging voortvloeiende, is van tweeërlei aard. In de eerste plaats is het niet gemakkelijk van vrienden der Vereeniging ter leen te ontvangen, zooals dat voorheen veelal gebeurde, en daarnaast verminderen onze gewone inkomsten. Ik ben er van overtuigd, dat Uw vraagprijs voor de koopen 1, 2, 3 en 4 een redelijke basis zou vormen voor onderhandelingen, doch onder de gegeven omstandigheden zie ik onmogelijk kans een dergelijken koop te financieren. Wij moeten natuurlijk steeds een zeker bedrag beschikbaar hebben voor aankoop van perceelen, die min of meer door andere bezittingen zijn ingesloten. Ik heb U reeds verteld, hoe ons Dagelijksch Bestuur onlangs van meening was, dat voor ons heidegebied in Dwingeloo niet meer gelden beschikbaar moesten worden gesteld dan aan giften ontvangen werd en destijds was de algemeene financieele toestand nog aanmerkelijk minder ongunstig dan thans.<br> Van harte hoop ik, dat er spoedig verandering ten goede zal komen, opdat wij evenals voorheen, met alle kracht tot uitbreiding onzer bezittingen kunnen overgaan en tot het verwerven van nieuwe terreinen. Ik vraag mij intusschen af, of het niet mogelijk is, een koop van geringeren omvang tot stand te brengen, doch ook daarvoor moet ik natuurlijk vooraf de toestemming van het Dagelijksch Bestuur krijgen. Ik bedoel met den koop van geringeren omvang de perceelen, liggende aan den weg, en mocht U in dien geest een voorstel kunnen doen, dan zou ik gaarne een nadere omschrijving tegemoet zien ter bespreking op onze eerstvolgende vergadering.'<br><br> Wederom sloeg Mombers aan het rekenen en deed een drietal aanbiedingen van smallere stroken grond langs de weg, met buitensluiting van de 'achterin' (verder van de weg) gelegen perceelen, maar ook dat stuitte in Amsterdam op bezwaren, met name omdat Mombers bepaalde eigendommen buiten de transactie wilde laten. Mombers lichtte desgevraagd toe dat dit verband hield met de aanwezigheid van 'enkele z.g. karsporen die op den steenweg uitkomen ten behoeve der achterin liggende perceelen, zooals dat overal het geval is'. Van Tienhoven hield zijn bezwaren en wilde de alternatieven persoonlijk bespreken, doch zag nog geen kans naar Brabant over te komen. En voor de zoveelste keer paste Mombers zijn aanbieding aan.<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 19 oktober 1930:<br><br> 'Hierbij ontvangt u nog een kad. uittreksel van het ontbrekende gedeelte met ca 230 strek. meter. Hiermede zal de totale lengte langs den straatweg ongeveer zeventienhonderd meter bedragen en zal den prijs, overeenkomstig de kad. kaartjes, stellen op ’ 25.000,-, dat is dus nog geen ’ 15 dooreen per strek. meter. Het perceel I 1333 zou ik gaarne reserveeren, niet dit perc. iets meer waard is dan de anderen, maar u zult inzien, dat ik met een dergelijken verkoop als het 't ware de voorgevel uit mijn huis laat wegbreken. met dit perceeltje behoud ik nog een poortje, een noodzakelijke verbinding met den steenweg voor de daarachter liggende bezitting. Deze aanbieding is geldig voor de maand October 1930.'<br><br> Mombers was bereid zijn gronden aan de straatweg over te doen aan Natuurmonumenten, maar zonder I 1333. Dat wilde hij onder geen beding afstaan, omdat het als ontsluitingsweg diende naar het erachter gelegen zomerverblijf (ter hoogte van de vijver op I 298) van de familie Mombers (zie de kadastrale kaart hierna). Later lichtte hij toe dat het voornemen bestond om een brede laan naar dit familiebezit aan te leggen. Maar ook deze aanbieding verliep. Dit keer achtte Mombers de tijd rijp om wat meer druk op de ketel te zetten.<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 8 november 1930:<br><br> 'Daar ik overal alleen voor sta, krijg ik ten slotte een achterstand in het werk op mijn eigen bezit. U zult beter inzien dan iemand, dat wanneer men alles op tijd naar behooren ten uitvoer wil brengen er heel wat komt kijken. Ik zou dus graag dezer dagen uw besluit weten. U kunt het geheel ook nog krijgen voor ’ 500,- p. h.a. Daar het meerendeel toch uit bouwland en bosschen bestaat, alles aaneengelegen aan den harden weg, zult u toch niet zeggen mijn vraagprijs te hoog is. Met m'n beetje gezondheid wordt het mij te druk om alles op orde te houden, dat is goed voor een maatschappij of vereeniging, die daarvoor bedrijfsleiders en boschwachters hebben.'<br><br> Van Tienhoven antwoordde dat de Vereniging de grootst mogelijke zuinigheid moest betrachten, nu de toekomst onzekerder was dan ooit te voren. Er moesten toch al aan alle kanten percelen en perceeltjes worden aangekocht om een geheel te krijgen. 'Het spijt mij, dat ik U geen andere berichten kan zenden, doch ik hoop, dat de toekomst zich weer zal herstellen en dat wij dan andermaal over uitbreiding naar den Westkant van den harden weg kunnen beraadslagen.' Hij verzachtte de boodschap door Mombers te verrassen met een jachtvergunning en een koppel eenden als 'kleine blijk van erkentelijkheid voor het vele dat U voor ons doet en tevens voor de gastvrijheid welke wij steeds in Uw woning genieten'. <br> Mombers stuurde de vergunning met een vriendelijk briefje terug. Hij had geen tijd er gebruik van te maken en verzocht beleefd deze op naam te stellen van zijn broer 'Petrus M.', wiens hobby de jacht was. Ondanks de geringe buit, stuurde hij twee hazen naar Van Tienhoven. Deze stelde vast dat het aantal hazen lang niet zo verontrustend groot was als soms werd beweerd. 'Korhoenders schijnen in dat gebied nog al vrij veel voor te komen. Het zou aardig zijn, indien die zich wat meer konden vermenigvuldigen. (...) Uw mededeling over de notenkraker is de eerste in dit jaar, die mij bereikt.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 20 november 1930:<br><br> 'Mevrouw Eenhuis heeft mij verzocht haar hakhout te verkoopen op Efteling.<br> Mijne eikenschaarbosschen zijn meerendeels 8 jarig hout, dus 2 jaar over tijd als gevolg van onze onderhandeling. Immers het kon zijn, dat u deze als opgaand loofhout liet opgroeien. U zult wel inzien, dat ik met den verkoop niet langer kan wachten. Wanneer u vóór 28 Nov. a.s. kunt besluiten, wil ik u thans nog in de gelegenheid stellen een schoon gedeelte a/d weg tegen aannemelijke voorwaarden in bezit te krijgen en wel voor ’ 475,- p. h.a een prijs dus, die het omspitten en beplanten alleen al kost. Op enkele hoekjes na is het geheel beboscht, het meerendeel is oud-bouwland. De roode lijn is een oude weg, die thans echter geheel in onbruik is geraakt, de stippellijn is het z.g. Loonsche pad dat tegenwoordig ook al in onbruik raakt, omrede de meesten over het fietspad gaan of met de autobus. (...).<br> [Hiern volgt een gedetailleerd voorstel, bestaande uit vijf kopen, gelegen ten noorden van de Kraanvense straat en grenzend aan de westzijde van de provinciale weg, bestaande uit heide, dennen, mastbossen, bouwland en 'oude natuurboomen'.]<br> Uw schrijven van 19 dezer ontvangen. Ja, grondkoopen valt niet mee, men moet er zelf maar eens op uit moeten trekken. Het antwoord op een vriendelijke vraag is dikwijls een beleediging, al is het meestal zoo kwaad niet gemeend. Ik heb evenwel van ondervinding, dat met geduld en volharding de meest hopelooze zaken tot een bevredigend resultaat zijn te brengen, omrede de omstandigheden en waarde begrippen voortdurend veranderen. <br> Ter illustratie v/d Klaarten een paar lichtjes in de Kerk van Naarden. Laatst hebt u mij geschreven over de malaise, maar die is toch niet in Amsterdam! Zooeven lees ik, dat men daar uit tijdverdrijf 20.000 of zooveel huizen gaat afbreken, om deze weer voor dertig milloen op te bouwen - poveri amstelodami. Tot slot nog iets nuttigs.<br> Tegenwoordig gaan er hier reizigers de boerderijen af met bloembollen (ik meen uit Hillegom). Volgens hun zeggen kan een hectare bloembollen gemakkelijk ’ 1.000,- opleveren en daar is het eerste het beste stuk bouwland in de hei goed genoeg voor. (...) En wanneer mijnheer Drijver, die naar ik meen in de bloembollenstreek woont, daar eens met een kweeker over wilde spreken, wat zou er dan tegen zijn (indien de zaak levensvatbaarheid heeft) om b.v. op Westloon in een afgerasterd gedeelte een proefveld aan te leggen en zoodoende de inkomsten te verhoogen.'<br> In afwachting van uw bericht.'<br><br> Van Tienhovens antwoord op dit nieuw voorstel uit Waalwijk - het zoveelste in de rij - was dat hij er tot zijn spijt niet op kon ingaan, hoe aannemelijk het ook was. 'Ik weet, hoe u in alle opzichten wilt meewerken tot stichting van een Nationaal Park in Brabant, doch ik ben ervan overtuigd dat U in dezen tijd de gereserveerdheid van het Dagelijksch Bestuur zult billijken.' Hierna zwegen partijen over de westkant van de weg. Mombers nam noodgedwongen genoegen met uitstel van de door hem zo vurig gewenste transactie. Hij vroeg zijn 'laatst gezonden volledige lijst van al mijne perceelen' terug; het was namelijk 'een verbazend werk om telkens opnieuw de div. nummers en grootte op te zoeken.' Hij vertrouwde erop dat van uitstel geen afstel zou komen - ten onrechte zoals de toekomst zou leren.<br> Wordt vervolgd. <br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"> <A HREF="aankoop07kaartFM.jpg" TARGET="_BLANK"> <h3>Kaart Frans Mombers</h3></A> <b>Toelichting:</b><br><br> De kadastrale kaart waarmee Frans Mombers op pad ging en die weer en wind heeft moeten trotseren. Alles wat met rood is aangegeven was eigendom van Mombers (percelen met een rode "M" of met rode of rood onderstreepte perceelsnummers).<br> Met een blauw potlood of met een "E" aangeduide percelen waren bezit of bezit geweest van mevrouw Eenhuis te Udenhout.<br><br> De door Mombers aangekochte 'hoeve, erf, tuin en boomgaard' behoorde tot het 'Complex Couwenberg'; zie de percelen I 1896 en I 1897 aan de noordzijde van de Eftelingse straat ter hoogte van het huidige Fata Morgana in het recreation park, pardon recreatiepark De Efteling. Mombers wilde deze boerderij aan Natuurmonumenten schenken, indien Natuurmonumenten bereid was tot een allesomvattende aankoop van de bezittingen aan de westzijde van de provinciale weg van zowel de Mij. Noord-Brabant, als van mevrouw Eenhuis en Mombers zelf.<br><br> Het aan de provinciale weg gelegen perceel I 1333 wilde Mombers niet verkopen omdat het als ontsluitingsweg diende naar het erachter gelegen zomerverblijf van de familie Mombers (zie de vijver op perceel I 298 en het ven op I 317).<br><br> De met een rode lijn aangegeven oude weg is het Hooispoor, ook Hooisteeg genaamd, lopend van de provinciale weg bij perceel D 879 naar 'Duiksche Hoef'.<br><br> Het met een stippellijn aangegeven "Loonsche pad" is de oude (zand)weg over het gehucht Efteling tussen de dorpen Loon op Zand en Kaatsheuvel. Deze weg is tot de aanleg van de provinciale straatweg tussen Tilburg en Waalwijk halverwege de 19de eeuw intensief gebruikt, maar ook daarna nog is er veel gebruik van gemaakt, mede om de tolheffing op de straatweg te vermijden.<br><br> <b>Een kwalitatief hoogwaardige kleurenscan is verkrijgbaar bij de auteur.</b><br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> Bron: archief Natuurmonumenten (Stadsarchief Amsterdam) met uitzondering van de foto van mevrouw Eenhuis voor haar woning in de Slimstraat te Udenhout, welke ter beschikking is gesteld door Kees van den Bersselaar te Udenhout, en de kadastrale kaart van Frans Mombers, die afkomstig is uit het door Huub Mombers te Druten beheerde familiearchief Mombers.</p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>