ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="De laatste loodjes."> <title>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten. Aflevering 8. De laatste loodjes.</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten</h1><h2>Aflevering 8. De laatste loodjes</h2><h3> <I>Jan van Iersel</I> </h3> <p> 'En het schijnt ook een ongeschreven wet te zijn, dat de laatste loodjes het zwaarst moeten wegen,' schreef Mombers over een belangrijke aankoop die na lang onderhandelen bij het zicht op de haven alsnog dreigde te stranden. Het waren die laatste loodjes die de Vereniging ervan weerhielden om de verwerving van de Loonse en Drunense Duinen wereldkundig te maken. Daarvoor moest eerst nog een aantal 'stukjes' aangekocht worden, iets waar heel veel tijd mee gemoeid was. Alleen wanneer de aankoop van een groot complex binnen handbereik leek, bracht Van Tienhoven verslag uit aan het bestuur. Hij deed dat dan mede namens de bestuursleden Thijsse en Rehbock. Tezamen hadden zij het mandaat tot aankopen in Brabant, zoals onder meer blijkt uit de notulen van het Algemeen Bestuur van 19 maart 1927: 'Voorts brengt de heer van Tienhoven eenige kaarten ter tafel, waarop de aankoopen in Brabant, die voorloopig nog geheim moeten blijven, zijn aangegeven. De zaak maakt goede vorderingen. De aankopen worden goedgekeurd en het mandaat der Commissie Rehbock, v. Tienhoven, Thijsse verlengd.' En vervolgens weer op 17 maart 1928, Van Tienhoven had inmiddels de voorzittershamer van Oudemans overgenomen: 'Hij vraagt machtiging om als tot dusverre voort te gaan met de afronding van het Brabantsche bezit en verzoekt de striktste geheimhouding. De heer Thijsse licht nog even de groote belangrijkheid toe van enkele strooken, die wij nog moeten verkrijgen. De gewenschte machtiging wordt met algemeene stemmen verleend.' <br><br> Geldgebrek was, zoals gezegd, in belangrijke mate debet aan de trage voortgang van de aankopen die nodig werden geacht om tot een afgerond geheel van het natuurmonument de Loonse en Drunense Duinen te komen. Ook op dit punt dacht Mombers met de Vereniging mee. Regelmatig lanceerde hij ideeën ter verkrijging van extra financieringsmiddelen. Sommige van die ideeën zullen in Amsterdam wellicht het stempel 'wild' gekregen hebben of in elk geval als onconventioneel zijn aangemerkt. Mombers zag de bordjes 'Het Philips Park' rond de duinen al staan, als er maar geld in het laadje kwam voor het goede doel.<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 21 december 1927: <br><br> 'Ik meen het nuttig kan zijn even uwe aandacht te vragen voor bijgevoegd bericht. De directie van deze N.V. [Philips] met zijn 12000 arbeiders en 100 miljoen kapitaal geven blijk voorstanders te zijn van een blijvend boschbezit. M.i. zou er van uwe zijde een titel zijn deze firma met hun streven op dit gebied geluk te wenschen, alsmede ter nadere kennismaking met uwe vereeniging een boekje 1:1000 te zenden met speciale invitatie als donateur of erelid toe te treden.<br> Tevens zou vermeld kunnen worden dat men in 1928 hoopt tot stand te brengen in N.Brabant een nationaal park van meer dan 1000 h.a. Finantieele steun zou hoogelijks van hunne zijde gewaardeerd worden. Als aansporing zou men b.v. gaarne in overweging willen nemen, dit den naam te geven van "Het Philips Park". Ik geef u maar een idee; de verdere ensceneering en uitwerking is bij u in goede handen.<br> Door ruiters en amazones is dit jaar een druk gebruik gemaakt van de duinen, voornamelijk uit Tilburg. Ik meen zelfs de Ned. Jachtvereeniging aldaar een slipjacht op een gefingeerden vos georganiseerd heeft. Ook de graven d'Oultremont Kasteel Drunen en genodigden ontmoet men er te paard. Allemaal heertjes met met plenty of money in the pocket ... dus nadere kennismaking met/u Vereen. gewenscht. Ik wensch het Bestuur van Natuurmonumenten prettige feestdagen en een gelukkig nieuwjaar.'<br><br> De brief was vergezeld van het krantenknipsel 'Philips gaat bouwen' over een plan voor de bouw van honderden woningen met veel grond om te 'beboeren' en gecombineerd met natuurontwikkeling en -behoud. Een ander krantenbericht maakte melding van de aankoop door Philips van 500 ha grond in de omgeving van de 'zich steeds uitbreidende stad Eindhoven', gronden die door deze aankoop 'voor de ontginningsploeg' gespaard zouden blijven. <br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> <A HREF="aankoop08Philips1.pdf" TARGET="_BLANK">Krantenbericht 'Behoud van natuurschoon'.</A><br><br> <A HREF="aankoop08Philips2.pdf" TARGET="_BLANK">Krantenbericht 'Philips gaat bouwen'.</A><br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 27 december 1927: <br><br> 'Bij de onderhandeling aankoop Duinen werd mij o.m. geschreven over de enorme uitgaven voor de instandhouding der bezittingen, alsmede de finantieele aangelegenheden minder rooskleurig zijn. <br> Ik meende daarom als werkend lid goed te doen U voor eenige zaken Uwe aandacht te vragen. Dat de N.V. Philips bewijzen geeft voor het Behoud v. Natuurschoon flink meewerkt, en wellicht haren steun aan de Vereeniging zou willen verleenen. 2de dat door tal van vooraanstaande personen de duinen tot het doel van hunne excursies worden gekozen en het redelijk zou zijn deze lid of donateur werden. Bij de raadsverslagen kan men zoo nu & dan merken dat de leden inzien het algemeen belang gediend wordt door hun stem te geven voor het behoud van bosschen enz. Vindt U het oogenblik nog niet gekomen om aan de gemeentebesturen die hier aan het heigebied en duinen grenzen, te verzoeken een renteloos voorschot te verleenen, teneinde de div. aankoopen mogelijk te maken? Tenslotte zou naar mijne bescheiden meening de leden zelf op de eerste plaats de aangewezen personen zijn om de vereeniging ter hulp te komen. Groote offers zijn daarvoor niet eens noodig; immers wanneer ieder lid een beetje goeden wil toont, door in eigen omgeving slechts één nieuw lid aan te werven, zoo zou dit voor 1928 reeds een zeer goed begin zijn. Bij eenig succes zou dit het begin zijn van een nieuw tijdperk van bloei kunnen worden. Met 1 Jan. was het tevens een geschikt moment den leden eene circulaire te zenden met nieuwjaarswensch en uitnoodiging ieder een nieuw lid aan te brengen.'<br><br> Natuurlijk was de Vereniging bekend met renteloze voorschotten en leningen als financieringsbron. De eerste aankopen in de Loonse en Drunense Duinen in 1922 waren bekostigd uit renteloze leningen van particulieren, bedrijven en instellingen. Eén van de 'stille' financiers was het college van Regenten van het Weeshuis der Doopsgezinden te Haarlem dat ’ 5000,- ter beschikking had gesteld, af te lossen in tien jaarlijkse termijnen van ’ 500,-. Op het lijstje van geldschieters stonden geen gemeenten, iets waar de Vereniging bij de aankoop van natuurgebieden nogal eens op kon rekenen. Mombers attendeerde daar nogal eens op door toezending van een krantenknipsel. In zijn privéarchief bevindt zich nog een knipsel 'Het bosch te Heilo'; de gemeenten Heilo en Alkmaar hadden Natuurmonumenten ieder een renteloos voorschot verstrekt van ’ 100.000,- voor het behoud van het bos te Heilo.<br><br> Voor wat betreft de Loonse en Drunense Duinen richtte Natuurmonumenten zich uitsluitend tot particuliere instellingen en bedrijven, daar alleen zij buiten de openbaarheid leningen konden verstrekken. Onderstaande brief is een voorbeeld van een poging van de Vereniging om extra geldbronnen aan te boren.<br><br> Brief Natuurmonumenten aan Jac de Gruyter te 's-Hertogenbosch, Amsterdam 13 maart 1930:<br><br> 'WelEdelGeboren Heer,<br><br> Wij veroorloven ons, ons tot u te wenden als een diergenen, die het zoo merkwaardige natuur- en landschapsschoon van Noord-Brabant kennen en waardeeren, in het bijzonder, wat betreft het thans nog zoo ongerepte gedeelte bij Drunen en Loon op Zand, de z.g. Loonsche en Drunensche Duinen. Dit landschap is zoo belangrijk, dat onze Vereeniging reeds jaren lang pogingen aanwendt om het blijvend behoud van het terrein in den ouden staat te verzekeren, en wel door aankoop. Aan deze werkzaamheden der Vereeniging hebben wij tot dusverre geen ruchtbaarheid gegeven en wij verzoeken u dan ook de vorenstaande meededeling als vertrouwelijk te willen beschouwen. Tot publicatie van den aankoop van een groot gedeelte van de Loonsche en Drunensche Duinen meenen wij pas te mogen overgaan, als eenmaal een goed afgeronde bezitting in eigendom werd verworven. Meer dan 1000 H.A. werden inmiddels reeds aangekocht.<br> Het zal U duidelijk zijn, dat de vele aankoopen groote financieele eischen aan de Vereeniging hebben gesteld en nog steeds stellen, ja, dat deze plannen in zekeren zin de draagkracht der Vereeniging aanzienlijk te boven zouden gaan, ware het niet, dat verschillende personen, die het terrein kennen en waardeeren, bereid zijn gevonden de lasten te verlichten, hetzij door het beschikbaar stellen van giften, hetzij door het verstrekken van rentelooze voorschotten, terug te betalen na tien jaar, of wel in tien jaarlijksche, of vijftien jaarlijksche termijnen.<br> Thans kan de Vereeniging andermaal tot uitbreiding van haar bezit in het bedoelde deel van Noord-Brabant overgaan, indien haar slechts de middelen daartoe worden verstrekt. Het gaat thans om een gebied, waarmede een koopsom van bijna ’ 50.000,- gemoeid is, een bedrag, dat onmogelijk bestreden kan worden uit de gewone inkomsten.' <br><br> Het zou een vergeefse smeekbede zijn. Ook bij andere zakenrelaties informeerde Van Tienhoven of zij natuurvrienden in hun omgeving kenden tot wie Natuurmonumenten zich zou kunnen richten voor steun, zo ook bij Van der Vorm, de financier van de aankoop Le Mire. Begunstigers en geldschieters wilden echter graag in de annalen vermeld worden, iets wat niet mogelijk was zolang Natuurmonumenten geen bekendheid gaf aan de aankoop van de Loonse en Drunense Duinen. <br><br> Van der Vorm aan Van Tienhoven, Rotterdam 28 april 1930:<br><br> 'Ik dank U voor toezending van het jaarverslag der Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, doch zie daaruit, dat de aankoop van de Loonsche en Drunensche Duinen er niet in is opgenomen.<br> Zijn dergelijke ondernemingen te klein, om in een verslag te worden vermeld?'<br><br> Van Tienhoven aan Van der Vorm, Amsterdam 29 april 1930:<br><br> 'Wij vermoeden, dat U het jaarverslag van onze Vereeniging hebt gelezen, dat reeds een tweetal jaren oud is en waarop U zinspeelt in Uw schrijven van 28 dezer.<br> Inderdaad is er de koop van de Loonsche en Drunensche Duinen niet in opgenomen en dit is expresselijk gedaan, omdat zooals U bekend is en ik U mondeling heb uiteengezet, het ons voorkomt beter te zijn, dat onze actie aldaar niet in te wijden kring wordt publiek gemaakt omdat het natuurreservaat nog niet die grens heeft die wij eraan zouden willen geven en zoodra als het publiek bekend is dat onze Vereeniging een reservaat heeft vastgelegd de speculatie der omliggende eigenaren van de terreinen die daarbij behooren in de hand wordt gewerkt en het dikwijls uitgesloten is om dan aan onze terreinen uitbreiding te geven.<br> Na den grooten aankoop van de Drunensche Duinen waartoe ook U zoo krachtig mede hebt willen werken, zijn wij nog steeds bezig om omliggende terreinen aan te koopen en hierin zijn wij ook dit jaar naar wensch geslaagd, maar er blijven nog talrijke stukjes over, die eerst bij ons reservaat moeten worden gevoegd totdat wij kunnen zeggen: "Wij zijn er!" Ik hoop, dat binnen niet te langen tijd wij elkander nog eens in Brabant mogen ontmoeten en dan spreek ik U hierover nog mondeling, maar ik ben tot mijn ooren toe vervuld met het groote werk dat wij ondernomen hebben tot aankoop van de Rheder en Worth Rheder Heide en de landgoederen Beekhuizen en Herikhuizen.' <br><br> Van der Vorm aan Van Tienhoven, Rotterdam 2 mei 1930:<br><br> 'Het stuk, waarop ik doelde, is blijkbaar geen jaarverslag, doch een algemeen overzicht van de verrichtingen der vereeniging in de laatste jaren. In elk geval is het het meest recente verslag van Uw vereeniging, dat onder mijn ogen kwam.<br> Als U de Loonsche en Drunensche duinen wilt "behouden", dan is m.i. Uw tegenwoordig systeem van wachten niet goed. Iedereen weet toch, dat U op dit land reflecteert, doch intusschen haalt men er het hout af, dat voor dit gebied juist zoo typisch is en waardoor de duinen geheel bedorven worden.<br> Als kenteeken hoe men het weet, kan ik u mededeelen, dat toen ik in de vorige week langs de "Rustende Jager" reed, de houder mij zeide: "Ik begrijp niet, waarom mijnheer van Tienhoven niet opschiet, om dit land over te nemen, want iedereen weet toch, dat hij er op stuk van zaken toch om komt." '<br><br> Van Tienhoven aan Van der Vorm, Amsterdam 6 mei 1930:<br><br> 'Dank voor Uw schrijven van eenige dagen geleden, waaruit Uw groote belangstelling in het werk van onze Vereeniging blijkt. Zoo simplistisch als U schrijft is echter de zaak niet. Natuurlijk is het een secret de polichinelle [geheim dat iedereen kent] dat wij in de Loonsche en Drunensche Duinen een groot natuurterrein bezitten. Het is echter zaak om daaraan niet al te groote ruchtbaarheid te geven, omdat er verschillende stukken zijn waar wij nog niet aan kunnen komen en hoe rustiger dit gaat hoe meer kans op succes.<br> U schrijft echter, dat wij ons haasten moeten om de duinen aan te koopen en ik weet niet precies wat U daarmede bedoelt. U weet immers, dat wij de Drunensche Duinen hebben en de Loonsche Duinen ook, doch slechts groote moeite hebben om het laatste gedeelte van de onverdeelde duinen in ons bezit te krijgen, waarvan enkele mede eigenaars niet tot verkoop bereid zijn.'<br><br> Van Tienhoven voegde hieraan toe dat hij hoopte dat ze elkaar eens zouden ontmoeten om de zaak uiteen te zetten, want die was niet zo eenvoudig als men oppervlakkig zou denken. In elk geval deed de Vereniging haar best om er één geheel van te maken. Van der Vorm was in Amsterdam altijd welkom, terwijl Van Tienhoven van zijn kant zogauw het rustiger was ook eens bij Van der Vorm op Venrode binnen zou vallen.<br> Naast geldgebrek speelde ook een rol dat Van Tienhoven en zijn medewerkers en -bestuursleden hun tijd over meerdere gebieden moesten verdelen. Met name ging rond 1930 veel aandacht en tijd zitten in de aankoop van het landgoed Beekhuizen en de Rheder en Worth-Rheder Heide in de provincie Gelderland. Er werd een circulaire rondgestuurd om de aankoop van deze natuurterreinen te kunnen financieren. Het lukte de Vereniging het enorme bedrag van ’ 450.000,- bijeen te krijgen, mede door grote giften en de steun van de gemeente Rheden. Stap voor stap werd hier één van de levensdoelen van Van Tienhoven gerealiseerd: het in handen krijgen en aaneensmeden van alle bezittingen in deze streek tot één groot natuurgebied, het latere Nationaal Park Veluwezoom. De aankopen vonden in de volle openbaarheid plaats, dit in tegenstelling tot de Loonse en Drunense Duinen waar Natuurmonumenten in die tijd al negen jaar bezig was met aankopen zonder daar ruchtbaarheid aan te geven, wat niet betekende dat andere grondbezitters er niet van op de hoogte waren! Voor de Vereniging waren de Loonse en Drunense Duinen het eerste grote natuurterrein dat werd aangekocht waarvan het bezit zeer versnipperd was, waarbij nog kwam dat de eigendomsrechten lang niet altijd helder waren, zelfs niet voor betrokkenen. Dit had tot gevolg dat de onderhandelingen met de vele eigenaren dikwijls tijdrovend waren en zich soms jarenlang voortsleepten. Daarbij kwam dat de uitgebreide stuifzanden in de Loonse en Drunense Duinen geen (hout)opbrengsten opleverden. Meer gewicht in de schaal legde echter de geheimhouding, die het moeilijk maakte om in brede kring belangstelling te wekken voor de aankoop en het behoud van de Loonse en Drunense Duinen. Hier geen publicaties in dagbladen, geen circulaires en dergelijke en ook geen gemeenten die te hulp schoten, zoals wel gebeurde bij de aankopen in Oisterwijk en Boxtel, waar de gemeenten Oisterwijk en Tilburg financiële steun verleenden. Voor de financiering van de geheime aankopen in Loon op Zand en Drunen moest de Vereniging, zoals gezegd, op zoek naar 'stille' geldschieters. En ook al waren de benodigde bedragen aanzienlijk lager dan in Gelderland, de aankoop van de Loonse en Drunense Duinen was al met al een moeizaam en uitermate traag verlopend proces, waarvoor veel geduld nodig was. Mombers leek hier weinig begrip voor op te kunnen brengen en zette zo zijn vraagtekens bij Van Tienhovens verzuchtingen over geldtekort, waar hij inmiddels aan gewend was geraakt. <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 24 mei 1930: <br><br> 'Verder heb ik gelezen, dat de vereen. er goed voor staat, wat de finantien betreft. Immers deze dagen zal u met een schrijven bereiken, dat de Staten-Generaal de ingediende nota van wijziging op de Rijksbegrooting hebben goedgekeurd, waarbij de Staat de Wolfsberg, de Muntberg en een gedeelte v.d. hoogen hoenderberg, onder Groesbeek hebben overgenomen voor ’ 351052,95. In Amsterdam komt men gemakkelijker aan een ton geld, dan hier een schoenmaker een regenton.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 27 mei 1930: <br><br> 'Met courantenberichten moet U steeds voorzichtig zijn, zooals U langzamerhand wel geleerd zult hebben. Dat geldt ook voor de zaak terreinen bij Groesbeek, vooral wat betreft de conclusie, die U daaruit trekt, n.l. dat de Vereeniging een goede zaak zou doen. Integendeel, alle beslommeringen hebben wij om niet gevoerd en de Staat neemt de terreinen over tegen den aankoopprijs en mag de Vereeniging derhalve wel dankbaar zijn voor al haar moeite. Als het waar was, dat men hier gemakkelijker aan een ton gouds komt dan in Uw streek een schoenmaker aan een regenton, dan zouden wij er wel voor zorgen de noodige tonnen in den aankoop van natuurmonumenten te kunnen steken.' <br><br> Of het nu geen geld was, geen tijd of beiden, feit is dat er - sinds het voorjaar van 1930 - een jaar verstreek voordat de Vereniging weer een perceel van betekenis aan haar bezit in de Loonse en Drunense Duinen kon toevoegen.<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 15 april 1931:<br><br> 'Met dit succes wenschen wij U en ons zelf van harte geluk; de koop beteekent een doorn minder in ons vleesch. Mogen nu de anderen ook spoedig volgen. Na de betrekkelijke rust van eenige maanden zijn misschien wel meer eigenaars handelbaar geworden.' <br><br> Na deze succesvolle aankoop tegen een aannemelijke prijs waagde Mombers maar weer eens een poging. Hij was op bezoek geweest bij mevrouw Eenhuis. 'Mevrouw gaf te kennen zij hare perceelen bij de mijne wilde voegen, om eventueel deze gezamelijk te verkoopen.' Toen Van Tienhoven er niet op reageerde, deelde Mombers hem kort en krachtig mee dat hij niet langer voor de Vereniging werkzaam kon zijn, aangezien hij zijn tijd nodig had om zijn eigen bezit in orde te houden. 'Ik dank u voor al de bewijzen van vriendschap, die ik van u heb mogen ontvangen.' Van Tienhoven deed echter een vriendelijk doch dringend beroep op zijn aankoper om zich in te spannen voor de zo belangrijke verwerving van het perceel Elias. Mombers liet zich overreden, maar stelde wel een voorwaarde.<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 28 mei 1931: <br><br> 'Den aankoop van perceel Elias schijnt nogal eene belangrijke zaak te zijn, waarbij mijne medewerking nog gewenscht is. (...) Ik wil u verder opmerkzaam maken, dat ik van het tijdvak 1 Oct 1930 - 1 April 1931 regelmatig werkzaam voor de Vereeniging geweest ben en zooals u weet bij verschillende aangelegenheden steeds op eerste verzoek mijn tijd voor u disponibel heb gesteld. Weliswaar zijn in dit tijdvak niet die enorme resultaten bereikt, als in de voorgaande, maar dit is toe te schrijven aan den onwil der verkoopers.<br> Vooral aan de noordgrens der drun. duinen ben ik nogal actief geweest en dezen arbeid is niet geheel verloren. Ik laat het dus aan uwen beleefdheid over, de gebruikelijke kleine tegemoetkoming voor al de onkosten te zenden.'<br><br> 'P.S. Het was dezen middag benauwd heet tusschen de mast. Om half drie kwam een geweldige zware bui opzetten. Ik kon nog juist de hoeve van Laarhoven bereiken. Op een gegeven oogenblik werd het zóó donker, dat wij elkaar op twee meter afstand niet konden onderscheiden. Daarna brak er een hagelbui los, de grond was al bezaaid met knikkers.' <br><br> Na enkele weken kon Mombers melden dat het hem gelukt was de enclave van Elias voordelig in handen te krijgen. Van Tienhoven toonde zich bijzonder verheugd: 'Het is werkelijk een prestatie dat U zoozeer onder de taxatie hebt kunnen aankoopen.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 23 juni 1931:<br><br> 'In mijn schrijven d.d. 28 Mei l.l. had ik u medegedeeld mijn arbeid ten noorden Drun. duinen van dit voorjaar niet geheel vruchteloos zou zijn. Met genoegen kan ik u daarom thans mededeelen, dat de familie v. Mol-Pauwels te Nieuwkuijk wel bereid is hunne perceelen [11 ha] in verkoop af te staan.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 23 juli 1931: <br><br> 'Wellicht heb ik binnenkort wederom een nieuw, zeer interessante zaak voor U. Het is maar jammer dat ik van uwe zijde zoo weinig hoor voor mijne eigene zaak aan de westkant prov. weg eenige moeite wordt gedaan om tot overeenstemming te komen. Laat ik hopen van U in deze een beetje daadwerkelijken steun te ontvangen, dan krijg ik vanzelf meer [zin] de nog ontbrekende stukken voor u te koopen.' <br><br> Van Tienhoven aan Verhoeven, Amsterdam 24 juli 1931:<br><br> 'Natuurlijk moeten wij, aangezien onze verplichtingen dagelijks groeien en wij bezig zijn niet alleen het Staalbergsven, doch ook met andere terreinen, het walletje bij het schuurtje houden. Ik zie geen kans op dit oogenblik te beslissen over de terreinen van Mombers aan de overkant van den weg, ofschoon Mombers wel laat doorschemeren, dat hij tot nadere onderhandelingen bereid is. Dit is een zaak, die wij mondeling moeten bepraten en uitstel der beslissing kan niet anders dan goed doen.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 24 juli 1931:<br><br> 'De verdere inhoud van Uw beide brieven vereischt eenige dagen overleg en onderzoek en daarom schrijf ik U thans nog niet definitief over het een en ander. Begin volgende week zal ik zorgen, dat gij bericht van ons hebt en waren niet alle vogels met vacantie gevlogen, dan zou ik een dezer dagen overkomen om met U mondeling te overleggen, doch ik moet nog eenige dagen wachten tot mij dit genoegen te beurt kan vallen. Jammer genoeg, is de afstand zoo groot en het werk zoo overvloedig op kantoor, dat men niet alles kan doen, wat men gaarne wil.<br> Natuurlijk stel ik nog steeds groot belang in Uwe terreinen aan den anderen kant van den weg, doch wij gaan ook gebukt onder de politieke en financiele omstandigheden der wereld en kunnen niet alle plannen ten uitvoer brengen, die wij nog koesteren. Ik houd echter aan onze gedachte vast en wie weet of in de naaste toekomst onze Vereeniging niet in staat zal worden gesteld handelend op te treden. Gij hoort dus spoedig van ons nader.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 4 september 1931: <br><br> 'Ten zeerste zeggen wij U dank voor de verrassing die U ons heden weer bereid hebt en wel meer in het bijzonder, door voor ons op zulk een voordelige wijze de perceelen van Moll-Pauwels aan te koopen. (...) Wij hebben nu weer eens kunnen ervaren, welke steun wij in U hebben, bij de behartiging van onze belangen te Loon op Zand en wij hopen, dat indien er weer iets gaande is, wij weer een beroep op Uwe medewerking mogen doen.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 8 september 1931: <br><br> 'Eenigen tijd geleden heeft een heer uit Breda prijsopgaaf van eene bezitting gevraagd. Ik had hem vrijblijvend opgegeven ’ 750,- per h.a. bij brief van 29 Aug. l.l. komt hij daarop terug en vraagt nadere inlichtingen (de grootte, ligging en soort van eigendom weet hij reeds). Hij schijnt er dus wel idee in te hebben. Op dit schrijven van 29 Aug. heb ik nog niet geantwoord, omrede ik nog vóór ieder ander U in de gelegenheid wil stellen deze schoone landstreek in bezit te krijgen. Ik zou de zaak nog eenigen tijd hebben laten rusten, ware het niet, dat ik gisteren avond een schrijven van eene gemeente ontving, (onderteekend door burgemeester & secretaris) waarin mijne gronden onder L.o.z. te koop gevraagd worden.<br> Uw bestuur heeft nu reeds twee jaar deze zaak in behandeling, weet dus heel goed wat het is, maar zal ook inzien, dat er thans een besluit moet genomen worden. U kunt het nu nog van mij koopen, zooals het reilt en zeilt, de ongeveer 77 h.a. met de hoeve voor veertig duizend gulden. (...) Ik zal nog deze week op uw besluit wachten, dus tot 13 september e.k.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 9 september 1931: <br><br> 'Zoals eerder meegedeeld is door de slechte tijdsomstandigheden aankoop van terreinen vrijwel uitgesloten, tenzij het terreinen betreft die bij het natuurlievend publiek zo bekend zijn, dat steun te verwachten is. De terreinen bij Loon op Zand genieten nog niet een dergelijke algemeene bekendheid en wij zien er dan ook geen kans toe daarvoor in dezen tijd een beroep op onze vrienden te doen, hoezeer ons dit ook spijt. Wij zijn gedwongen met den tegenwoordigen toestand rekening te houden en wij moeten U derhalve volkomen vrij laten wat betreft Uw terrein ten Westen van den genoemden weg. Wij hebben vroeger deze zaak al eens in het Dagelijksch Bestuur ter sprake gebracht, doch dit Bestuur was van oordeel, dat de volle aandacht van de Vereeniging voorloopig geconcentreerd moet worden op aankoop van de perceelen, welke tusschen onze bezittingen inliggen, voor zoover de financieele toestand dat toeliet.'<br><br> In zijn bezoeksverslag noteerde Van Tienhoven dat Mombers over zijn financiën tobde, maar vertrouwen had in Engeland "want ze hebben daar een zekere Snowden [minister van financiën] en die moet wel knags [knap] zijn want ze zeggen dat die een stortkar vol verstand heeft".<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 30 september 1931:<br><br> 'In een van uw laatste brieven vraagt u mij in een postscriptum of ik ook bereid ben een gedeelte van mijn goed aan de westzijde van den provinciale weg wil verkoopen. U vindt mij bereid dit te doen, wanneer ik deze week hierop een besluit mag ontvangen. Ik zal voor de Vereeniging den prijs zelfs zóó laag stellen, dit de bewerking van den grond en het plantsoen er op staat reeds kost. En wel slechts ’ 400,- per h.a. voetstoots genomen 25 hectaren vanaf de Kraanvensche straat noordwaarts, zooals hierbij op de specificatie aangegeven. U komt hierdoor in het bezit van de perceelen aan den straatweg vlak tegenover Westloon over een onafgebroken lengte van ongeveer 620 meter. Zooals u bij uw bezoek met Kerstmis 1929 hebt gezien is nagenoeg alles beboscht, ook de bosschen groote mast achterin zijn nog niet verkocht.'<br><br> Bijgevoegd was een lijst met 75 perceelsnummers met een totale oppervlakte van 25.01.00 ha.<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 1 oktober 1931: <br><br> 'Uit Uw brief zien wij voorts, dat U bereid zijt een aantal perceelen, gedeeltelijk liggende aan den weg aan onze Vereeniging te verkoopen nl. ruim 25 H.A. tegen een prijs van ’ 400,- per H.A. Onder de opgegeven nummers komt het perceel Sectie I No 1929 niet voor, doch dit zal vermoedelijk op een misverstand berusten. Hoe erkentelijk wij ook zijn voor het feit, dat U ons nogmaals in de gelegenheid stelt ons bezit tot aan den overkant van den weg uit te breiden, kunnen wij zeer tot onze spijt niet den aankoop in ernstige overweging nemen. Er zijn overal op deze bezitting nog uitbreidingen noodig en het is daarom bezwaarlijk de moeilijkheden nog meer uit te breiden. Vooral in dezen tijd kan onze Vereeniging niet doen, wat zij zoo gaarne zou willen. Onze oproep om steun tot behoud van een van de beroemdste vogelbroedplaatsen op Texel en van West Europa tevens, vindt slechts zeer matig weerklank in dezen somberen tijd en het benoodigde bedrag is dan ook nog lang niet bijeen gekomen en toch gaat het hier om een gebied, waar duizenden Nederlanders en vreemdelingen van genoten hebben en het is ook aan deze bekendheid te danken dat nog vele kleine giften zijn ingekomen. Wij moeten noodgedwongen de grootst mogelijke zuinigheid betrachten en op de laatste vergadering van ons Dagelijksch Bestuur is dan ook met klem de wenschelijkheid betoogd, dat wij met den ernst van den tijd en van den toestand rekening zouden houden door de financieele verplichtingen van de Vereeniging niet verder op te voeren. Wij moeten u derhalve algeheele vrijheid van handelen laten, wat Uwe terreinen betreft.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 3 oktober 1931: <br><br> 'Zooals ik u eenigen tijd geleden geschreven heb, zou ik u zaken die in behandeling waren nog afwerken, te weten: v. Speijck, Elias & v. Mol, dit alles is nu tot stand gebracht en zal dus nog met inbegrip van bovenvermelden verkoop, verder niet meer voor de Vereeniging werkzaam zijn.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 5 oktober 1931: <br><br> 'Het spijt ons uit Uw brief te hooren, dat dit voorloopig de laatste aangelegenheid zal zijn, waarvoor U Uwe medewerking kunt verleenen. Wij zullen Uw hulp missen, zooals U zult begrijpen en in voorkomende gevallen als U het zijt die uitkomst kunt geven, hopen wij toch zeker nog wel een beroep op U te mogen doen.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 12 oktober 1931:<br><br> 'Het spijt mij, dat wij Uw brief over de perceelen ten westen van den weg nog niet hebben kunnen beantwoorden, doch wij hebben natuurlijk deze zaak met het Dagelijksch Bestuur moeten bespreken. Dit Bestuur meent onder de tegenwoordige omstandigheden niet te ver te moeten gaan, niet wetende hoe de tijd zich zal ontwikkelen. Hoewel erkentelijk voor de geboden gelegenheid, kunnen wij tot onze spijt daarvan thans geen gebruik maken. Iederen dag verliezen wij een behoorlijk aantal leden en wij vreezen, dat wij het volgend jaar voor een aanzienlijke vermindering van inkomsten zullen komen te staan. In de eerste plaats zullen wij onze gedachten dan ook moeten concentreeren op het behoorlijk vasthouden van al die terreinen, welke reeds aangekocht zijn. (...)<br> Het spijt ons, dat wij in de toekomst geen beroep meer op Uw hulp kunnen doen, doch wij begrijpen, dat het voor U op den duur bezwaarlijk wordt zooveel tijd aan het werk buiten te besteden. Toch zijn wij ervan overtuigd, dat U met evenveel genoegen aan de afgeloopen jaren zult terugdenken als wij en dat het ook voor U een blijvende voldoening zal zijn te weten zoo krachtig te hebben medegewerkt aan de tot standkoming van een fraai natuurmonument, een van de mooiste en uitgebreidste in Nederland. Wij van onzen kant zullen niet vergeten welk aandeel U in al dit werk hebt gehad. (...)<br> Ingesloten zenden wij U een postcheque voor vergoeding 1 april tot 1 oktober ad ’ 200,-.'<br><br> 'P.S. Aan het bovenstaande wil ik nog toevoegen, dat ik, nu de min of meer officieele relatie, welke zoovele jaren tusschen onze Vereeniging en U bestaan heeft, geeindigd is, mij gedrongen voel U zoowel uit naam van het Dagelijksch Bestuur onzer Vereeniging als persoonlijk, hartelijk dank te zeggen voor het vele, hetwelk U voor ons gedaan hebt.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 15 oktober 1931:<br><br> 'Voortaan zal ik al die vrienden naar boswachter Peijnenburg zenden, hetgeen u wel goed zult vinden. Verder heb ik van u nog 2 brieven ontvangen van 12 en 13 dezer. Vooreerst mijn dank voor de postcheque. Het spreekt vanzelf, dat wanneer ik iets verneem voor u nuttig kan zijn, dit spontaan mededeel, zelfs geheel kosteloos en zal u mijn geheele leven dankbaar blijven, voor al de weldaden die ik van u heb mogen ontvangen. Ik dank u tenzeerste voor uwe waardeerende woorden en hoop dat het de vereeniging steeds crescendo moge gaan, inmiddels mijne beste gelukwenschen met het 25 jarig bestaan. Van uw vriendelijke uitnoodiging naar Amsterdam te komen, zal ik geen gebruik maken. Het is al reeds een eer opzichzelf daartoe te worden uitgenoodigd, en het zal zeker den band tusschen Bestuur en de boschwachters nog hechter maken. Maar voor mij persoonlijk is het een inspanning. Ik heb daarbij dit jaar zulke groote finantieele verliezen geleden dat ik heelemaal geen lust heb om aan feesten deel te nemen.Ook het initiatief en de actie om een of andere zaak te ondernemen heeft daarbij veel geleden. Maar dat neemt niet weg dat ik u een prettig feest toewensch en u steeds als goede vrienden zal gedenken.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 20 oktober 1931: <br><br> 'Ook voor ons is aan het bezit Loonsche en Drunensche duinen onafscheidenlijk verbonden de herinnering aan U, die in den loop der jaren zoo krachtig medegewerkt hebt om datgene te bereiken wat thans tot stand gekomen is. Voorloopig zullen wij heel kalm aan moeten werken, doch wij hopen, dat de zon weer spoedig door zal breken.<br> Het spijt ons te vernemen, dat U op 3 November niet naar Amsterdam zult komen. Wij zullen U daar noode missen, juist omdat U een dergenen zijt, die hun beste krachten aan de Vereeniging gegeven hebben. Wij willen Uw aandacht erop vestigen, dat van een eigenlijk feest geen sprake is, maar dat het meer een gezellige bijeenkomst zal zijn en dit wetende zult U wellicht over Uw bezwaren kunnen heenstappen. Wilt U ons daaromtrent nog even inlichten?' <br><br> Van Tienhoven aan notaris Schreurs te Drunen, Amsterdam 23 oktober 1931: <br><br> 'Het lijkt ons in dit geval beter, dat u daarover spreekt dan dat dit door iemand anders gedaan wordt, temeer nu de heer Mombers ons gevraagd heeft zooveel mogelijk het werk, dat hij zoovele jaren gedaan heeft door anderen te laten uitvoeren. Wel kunnen wij in ernstige zaken natuurlijk steeds een beroep op den heer Mombers doen, doch daaronder meenen wij den aankoop van deze strook niet te kunnen rangschikken.'<br><br> In de Algemene Ledenvergadering van 24 oktober 1931 bracht het bestuur van de Vereniging - met Mombers als de grote afwezige - de aankoop van de Loonse en Drunense Duinen in de openbaarheid: 'Voorts deelt de voorzitter mede dat de Vereeniging sedert jaren bezig is geweest met aankoopen in de Loonsche en Drunensche duinen met het gevolg dat thans daar een uitgestrekt natuurmonument is verworven, groot ruim 1100 h.a.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 28 december 1931:<br><br> 'Volgens belofte, gedaan aan U en aan Uw met ons feest medelevende zuster doe ik u ingesloten toekomen de rede, welke Dr. Thijsse heeft uitgesproken bij de herdenking van ons zilveren jubileum en welke U een beeld zal geven van de werkzaamheid van Natuurmonumenten in de eerste kwarteeuw van haar bestaan. Wij voegen hier nog aan toe de openingsrede van ondergeteekende, die zeker een hoogtepunt bereikte bij de mededeeling, dat de Loonsche en Drunensche Duinen als natuurmonument in den loop der laatste tien jaren allens waren aangekocht. Uw naam is hiermede onafscheidelijk verbonden, want u zijt ons een groote steun geweest.<br> Wij hopen, dat U beiden met belangstelling van den inhoud zult kennis nemen en gaarne zullen wij de twee documenten daarna weer voor ons archief terug ontvangen.<br> Het deed ons bijzonder genoegen u weer eens te hebben gesproken en van de onvolprezen gastvrijheid van U en Uw zuster te hebben genoten; U wilt haar wel onzen dank nogmaals betuigen voor de vriendelijke ontvangst.<br> Ik hoop, dat U na onzen wandeltocht goed zijt thuis genomen.' <br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Waalwijk 29 december 1931: <br><br> 'Heden morgen ontving ik de rede welke Dr. Thijsse heeft uitgesproken, alsmede uwe openingsrede bij het jubileum. Met belangstelling heb ik beiden gelezen. Het is voorzeker voor velen een aansporing om de waarachtige schoonheid van duin, heide en bosch in eigen land beter te waardeeren en dit bij hun ontspanning te verkiezen, boven de fictie der steden. In uwe openingsrede zie ik u hier & daar een kleine verandering hebt aangebracht. Het is ook geen wonder, dat bij z'oon reuzenarbeid de vlugge vingertjes van de ijvere typiste een slippertje maken. Waarschijnlijk is het de bedoeling dit in een jaarboekje af te drukken. Ik meen daarom goed te doen op nog enkele letters attent te maken. [Volgt een viertal correcties.]<br> Onder vriendelijke dankzegging voor de inzage, zend ik u hierbij de geschriften terug.'<br><br> Bron: archief Natuurmonumenten (Stadsarchief Amsterdam).</p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>