ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="Frans Mombers naar Parijs."> <title>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten. Aflevering 11. Frans Mombers naar Parijs.</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten</h1><h2>Aflevering 11. Frans Mombers naar Parijs</h2><h3> <I>Jan van Iersel</I> </h3> <p> Al met al waren belangrijke aankopen uitgebleven sinds de bekendmaking van de aankoop door Natuurmonumenten van de Loonse en Drunense Duinen bij het 25-jarig jubileum in oktober 1931. Verdere pogingen om de Onverdeelde Duinen in bezit te krijgen waren op niets uitgelopen en ook de inschakeling van een advocaat bracht daar geen verandering in. Mombers aan Van Tienhoven: 'Die mijnheer advocaat uit den Haag, die overgekomen was, om die onverdeelde boel in de Giersbergsche duinen tot een oplossing te brengen, heeft zijn aantekeeningen zeker netjes opgeborgen, ten minste daar hoorde ik niets meer van.' <br> Het waren jaren van economische malaise en massale werkloosheid; jaren van veel overleg met de gemeente Loon op Zand over de uitvoering van werkverschaffingsplannen, waaronder de aanleg van een ijsbaan, het brandvrij maken van wegen en paden in de bossen, spitwerk voor beplantingen en andere bosarbeid door werklozen. Ook zag de Vereniging zich genoodzaakt veel tijd en aandacht te besteden aan de gordel van horecazaken bij de ingangen van het natuurterrein, zoals De Roestelberg, De Efteling, Bosch en Duin en De Rustende Jager. (Jan van Iersel, 'Jan Peijnenburg: de eerste boswachter van de Loonse en Drunense Duinen', <cite>Straet & Vaert 2008</cite>, 8-83.)<br><br> Als aankoper kon Mombers in deze tijd weinig voor de Vereniging betekenen. Vanuit Parijs bracht hij Van Tienhoven op de hoogte van zijn nieuwe verblijfplaats. <br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 15 november 1933: <br><br> 'Ik ontving Uw brief van 11 dezer, waaruit ik zie, dat U uitvoering gegeven hebt aan Uw voornemen om Brabant althans voor eenigen tijd tegen Frankrijk te verwisselen. Als het goede seizoen weer aanbreekt zult U misschien weer heimwee krijgen naar het terecht geroemde landschap tusschen Waalwijk en Loon op Zand, waar U sedert jaren zulk een uitgebreid arbeidsveld gevonden hebt.<br> Ik vermoed, dat wij voorloopig weinig gelegenheid zullen hebben onze bezittingen uit te breiden, want U zult begrijpen, dat ook voor de Vereeniging de zorgen zich met den dag opstapelen. In voorkomende gevallen zal ik mij evenwel zeker veroorloven een beroep op Uwe voorlichting te doen. <br> U veel genoegen in la ville lumière toewenschende'.<br><br> In een volgende brief, die vergezeld ging van enkele kranten uit de Franse hoofdstad, attendeerde Mombers Van Tienhoven - mede-oprichter en voorzitter van de Vereeniging tot Behoud van Molens in Nederland - op een artikel over Hollandse molens. Hij ondertekende zijn brief met 'Beste groeten, François,' waarop deze als 'Waarde Natuurvriend' per omgaande antwoord kreeg uit Amsterdam.<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Parijs 23 januari 1934: <br><br> 'Sinds eenigen tijd geven de groote boulevardbladen reisbeschrijvingen van alle landen. Er komen mooie passages in voor van de wilde natuurpracht in Oostenrijk en Balkanstaten met daarnaast naïf-grappige en komische situaties. Ze verstaan de kunst er kleur en leven aan te geven en als 't ware den lezer een décor van een revue-operette voor den geest te tooveren. Hierbij eenige couranten; Holland wordt ook niet vergeten. Het zal u te meer interesseeren, daar de molens direct 'n goede beurt krijgen. S'es petite moulins en apparence si démodés, qui attendrissent les amateurs du pittoresque parcequ'ils ne souvant pas, qu'ils contiennant des pompes électriques; les gentils moulins à vent qui obéissent à des ingénieurs et que surveille un ministre, brr ze kunnen maar niet vergeten ondervonden te hebben dat het water maar dun is in den omtrek van Amsterdam. Ofschoon zijne verdere beweringen ook allemaal niet zoo geheel juist zijn, brengt hij het er toch beter af dan zijn collega in Amerika. Deze moet dan toch in 't geheel geen "copie" gehad hebben om het leading article van zijn blad met zulke futiliteiten te vullen, o.a. terwijl alle afgevaardigden met gespannen aandacht naar de rede van hun president luisterden, zat alleen mistress R.. met gebogen hoofd 'n kous te breien, en - elle n'avait même pas les angles peints - en dan die flesch cognac die zij bij gelegenheid van 'n reis door Europa in alle restaurants "en cachette" gebruikten. Ik kan me voorstellen dat bij dat verhaal de franschen zelf zeggen: Mais Voyons, tout de même, il va un peu fort, le frère.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 25 januari 1934: <br><br> 'U houdt ons wel goed op de hoogte en zelfs zijn de artikelen in de Petit Paris niet onopgemerkt gebleven, want ik vond gisteren in het Algem. Handelsblad een artikel, dat ik U hierbij toezend en dat U zeer zeker zult waardeeren. Zoo denken wij over en weer aan elkander en geven hiervan blijk door de uitingen van de Koningin der Aarde.' (De pers wordt wel de Koningin der Aarde genoemd.)<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Parijs [?] februari 1934: <br><br> 'Uwe beide brieven ontvangen en zie met genoegen de zending couranten u aangenaam was. De laatste beschrijvingen heb ik u niet kunnen zenden, daar wegens verkoudheid 'n dag of vier het hotel gehouden heb. Nochthans heb ik er een stukje van gelezen. Het ging over een bezoek aan Mr. Colijn en Rotterdam. De schrijver deelde mede voor 80% de welvaart van deze stad aan de Rijnscheepvaart afhing. Maar nu was Hitler van plan een kanaal te graven vanaf het Ruhrgebied naar Bremen en dan was het volgens hem gedaan met Rotterdam. Wanneer hij nu toch eenmaal de toekomst aan 't voorspellen was, had evengoed erbij kunnen voegen dat Hitler deze gelegenheid zou waarnemen en passant uit de moerassen van de Lüneburgerheide een tweede Littoria te doen verrijzen, dat had zoo heelemaal in de lijn gelegen. [Littoria: fascistoïde naam van de stad Latina, in 1932 in een moerasgebied onder Rome door de fascisten gebouwd.]<br> Het best geredigeerde geill. tijdschrift is eveneens een reeks artikelen begonnen met geographische kaarten als toelichting. Hierbij staan Nederland - Vlaamsch-Belgie en Duitsch-Zwitserland aangegeven als te behooren omstreeks 1950 tot de germaansche staten. Wanneer u er belang in stelt zult u dit wel op de leestafels der groote café's op het Rembrandtplein vinden, het zijn de nrs. van 20 en 27 Januari van L'Illustration. U zult ook wel inzien dat al dat geschrijf over ons land de massa der franschen zoo koud laat als de Eskimo's, maar het gaat er alleen maar over onze houding aan den dag te leggen tegenover die grosse Bertha. [Ofwel 'Dikke Bertha': zwaar Duits belegeringsgeschut uit de Eerste Wereldoorlog.] Het lijkt of hiermede een antiduitsche perscampagne is begonnen. Het resumé van de artikelen van den schrijver is dat de middel nederlander met geen enkele natie dweept, maar zijn zaken nuchter-zakelijk doet zooals hem dit het best te pas komt, maar vlak daarop toovert hij het zwarte spook voor den geest van Rotterdam dat zich tenslotte gedwongen zou zien zijne handelshuizen en reederijen aan de duitsche bankiers over te leveren - uit noodweer. Of zou het een wenk zijn aan Frankrijk om met behulp van Engeland de duitschers vóór te zijn! Kijk nu eens aan - ik die mij verkneukel met het ontcijferen der heele oude politieke spotprenten voor de ramen der antiquairs waarbij de beste ouderwetsche vrienden elkaar in 't haar vliegen - om een idee - een begrip. ik zit hier nu zelf bij m'n fleschje Vichy-water die zware kost neer te pennen. <br> Laten we liever eens van gedachten wisselen over de hei. Vooreerst kunt u er over den houtopbrengst niet roemen - misschien is hieromtrent uwe verwachting wel te hoog gespannen. Het komt mij voor dat in de jaren 1928-32 de bosschen ook nog al zwaar gedund zijn, omrede behalve de jaarlijksche houtkoop ook van Noordennen en Daems er aardig doorgeranseld hebben. En het blijft nog altijd waar dat een boom in vijf minuten geveld wordt, maar dertig jaar noodig heeft om tot rijpen wasdom te komen. Waarschijnlijk zullen uwe bosschen thans een mooien stand hebben - de open plekken moeten evenwel den tijd hebben zich te herstellen, ik bedoel de takken der kruinen zich aaneensluiten waardoor de grond zijn vocht beter houdt en ook de windvlagen er minder vat op hebben. Het kan dus zijn dat wel ongeveer hetzelfde aantal koopen aanwezig was, maar de kwaliteit minderwaardig. Hetgeen de opbrengst verminderde maar voor den goeden gang van zaken noodig zal geweest zijn. <br> Verder had ik tezijnertijd ’ 40 betaald (met inbegrip der perc. Mevr. E.) om Mr. v. Besouw te laten spreken vermindering afkoopsom jachtrecht. Er is toen een groote beweging over gemaakt door de Kaatsheuvelsche afd. boerenbond en de zaak zou in 3 maanden opgelost zijn. Ik heb er tot op heden niets van vernomen, hoe staat die zaak? <br> Verder is mij dit opgevallen. Indertijd heeft de provincie N-Bt. ter verbreding van den prov. weg bij u en anderen strooken grond gekocht, dat is best. Maar tot op heden weet ik niet of op het kadaster 's Bosch heeft geen perceels of nummerverandering plaats gehad. U zoudt dus hierdoor nog gewoon de volle grondlasten betalen zooals dit was vóór den toestand van den verkoop. <br> Aan de westzijde dus in de omgeving van mijne terreinen zal er waarschijnlijk binnenkort eene verandering plaats hebben. U zult zich herinneren dat vóór mijne hoeve aldaar aan de Eftelingsche straat een burgerhuisje stond. Dit werd vroeger bewoond door de familie Akkermans, boschwachters van Jhr. E. Verheyen, broodjager (gep. mil. Ned. Ind.). Voor een jager was dit in vele opzichten een èchte jager, hetgeen nog veel zeldzamer is, dan de koks die lange messen dragen. Bij het huisje behooren nog een paar akkers. Het een en ander wordt door mijne perceelen omsloten. Het geheel zal waarschijnlijk gerechtelijk verkocht worden (art. 1268) en kwam mij uit den aard der zaak het best van pas. Het vervelendste voor mij is nu het huis wanneer mij de massa word toegewezen. Kan ik daar geen eenvoudige ferme menschen in krijgen dan zullen er naar doen die er heelemaal niet thuishooren en zooals dat steeds is, naar zulke afgelegen huisjes zakt alles naar toe, zooals men het daar zegt. En dan zou ik er meer verdriet dan vreugde van beleven. Er zat dan niets anders op dan het achterelkaar te laten afbreken. Er zouden dan behalve het café nog twee oude hoeven zijn in de geheele landstreek de Efteling, twee grijs bruin rieten daken die zich geheel aan de omringende natuur aanpassen.' <br><br> Dit keer mocht Drijver de brief beantwoorden, daar Van Tienhoven voor enige tijd naar Zwitserland was vertrokken. Deze, Drijver, was van mening dat over de internationale politiek maar niet te lang van gedachten gewisseld moest worden. Men is daar dikwijls slecht over ingelicht en daarom was het beter over bossen en heide te schrijven, dan over zaken die tenslotte over onze hoofden heen geregeld worden! Ook de minder zware kost van Mombers onaangeroerd latend, vertelde hij over het spitwerk door werklozen bij de schuur in Westloon en het planten van loofhout, wat ongetwijfeld zou bijdragen aan de verfraaiing van het landschap. 'Wij zijn dezen winter weer enkele keeren te Loon op Zand geweest en misten dan onzen vriend en leidsman, maar misschien brengt het mooie weer U spoedig naar Brabants dreven terug!' <br><br> Mombers aan Drijver, Parijs 5 maart 1934: <br><br> 'Verontschuldig mij vooreerst voor het slechte papier, maar men moet zich in de omstandigheden behelpen hetgeen wordt voorgelegd.<br> Uw schrijven van 20 febr. ontvangen, waarvoor mijn dank. Van mijn kant kan ik u melden, dat notaris van Ham mij heeft meegedeeld: huis, tuin en de perceelen bouwland van de Erven Chr. Verheyen mij zijn toegewezen. Ik heb het hoog laten afmijnen. Er stond een hypotheek op, ook de hypotheekhouder was bij den afslag aanwezig. Daar dit het eenige burgerhuisje is, dat in mijne bezitting ligt, moest het vermeden worden, dit in verkeerde handen viel met al den aanhang van dien.<br> Verder deel ik U mede, dat in de afgeloopen maand in Waalwijk drie sterfgevallen zijn voorgekomen van vooraanstaande personen die alle 3 den naam droegen van Bernard Timmermans. Eén daar van is de advocaat en directeur der Levensverzekerings Mij Noord-Braband (52 j.). U zult zich herinneren, dat wij in zijn huis geweest zijn en mijnheer v. Tienhoven definitief het bezit Efteling van die Mij aan de Vereeniging toevoegde. Ik wil er bij deze aanstippen dat zijn vader de heer Judocus Timmermans den 24 Mei e.k. zijn hondersten verjaardag bij leven zal vieren. Ik schrijf dit ingeval u meent het op uwen weg ligt blijk te geven van condolatie of felicitatie. <br> Zooals u wel uit de dagbladen zult vernomen hebben, was er hier in de afgeloopen maand een grooten volksopstand uitgebroken, waarbij velen het slachtoffer zijn geworden van hunne manifestaties. De gemoederen zijn nu weer tot bedaren gekomen. Evenwel bleef de algemeene taxi-chauffeurstaking. Zaturdag j.l. is deze ook tot een oplossing gekomen en van de baan of laat ik beter zeggen, er zijn weer 26000 rollende gaskisten méér in de straten van Parijs losgelaten en dus op de baan. Nochthans de laatste aanplakbiljetten, waarvoor het volk zich zoo even vergaderden, geven te denken. Onder de assche schijnt het vuur te smeulen. <br> Gisteren met dien heerlijken zonnenschijn heb ik een flinken wandeltocht gemaakt. Mijn doel was buiten Parijs te komen en in het open veld: een akker, weiland, een bosch, vogels, stroomend water te zien. Helaas, na 3 uur in dezelfde richting te hebben geloopen was het altijd de stad, Parijs, een onmetelijke huizenzee, asfalt, cement, steen, ijzer, glas + auto's en menschen. Nochthans blijft Parijs de groote vuurtoren van Europa ... en u weet dat de wachter 's morgens aan den voet vogels vindt van diverse pluimage, maar dat is weer koren op den molen voor de krantenmenschen. Maar bij mijn volgende uitstapjes zal ik den trein nemen. Vooral de omstreken van St. Cloud, Fontainebleau, Sèvres Versailles wil ik eens bezoeken. Bij gelegenheid hoop ik daarover nog iets mede te deelen. <br> Ontvang mijn beste groeten, alsmede aan Jhr. Roël.<br> Mijnheer v. T. zal in het Engadin of Berner Oberland nog wel aan 't skiën zijn.'<br><br> Het was Van Tienhoven die antwoordde dat het genieten van de wintersport in de Zwitserse bergen achter de rug was. De drukte tegen de tijd van de jaarvergadering had hem naar Amsterdam teruggeroepen. 'Kunnen wij U binnenkort weer eens in de Loonsche wildernissen ontmoeten? (...) Uw bezit breidt zich gaandeweg uit, nu U de percelen van erven Chr. Verheyen hebt aangekocht. Voor een goede afronding en voor een rustig bezit van Uw terrein was de aankoop ook wel van belang. (...)<br> Het is maar goed, dat U zich ook in Parijs met de natuur en met het landschap inlaat. Dit levert minder risico dan het meedoen aan politieke stroomingen.' <br><br> Dat hele jaar 1934 zou er verder geen contact meer zijn tussen Mombers en Natuurmonumenten. Na enige jaren pas op de plaats te hebben gemaakt, kon er weer het een en ander aangekocht worden, dit keer dus zonder de hulp van Mombers, die intussen naar het zuiden van Frankrijk was vertrokken. Met de aankopen was zoveel geld gemoeid dat een beroep werd gedaan op een oude bekende, Van der Vorm, de financier van de in 1929 van Le Mire aangekochte Drunense Duinen. <br><br> Van Tienhoven aan Adr. van Iersel Martzn. te Biezenmortel, Amsterdam 30 november 1934: <br><br> 'Er zijn den laatsten tijd groote dingen tot stand gekomen voor de Loonsche en Drunensche Duinen en U hebt aan het welslagen daarvan krachtig meegewerkt. Wij hebben de gewoonte aan het einde van het jaar met U af te rekenen en U een blijk van onze waardeering te doen toekomen, doch in herinnering aan de laatste aankoopen willen wij U thans eenige lectuur verschaffen voor de lange winteravonden, waartoe wij u bijgaand aanbieden een boekwerk "De Tooi der Getijden". Wij zijn ervan overtuigd, dat de lezing ervan U niet alleen in herinnering zal brengen de beteekenis van het behoud van het natuurschoon, doch ook de prettige samenwerking, welke er reeds zoovele jaren tusschen U en ons bestaat.' <br><br> Van Tienhoven aan Van der Vorm, Amsterdam 13 december 1934: <br><br> '(...) Gij zijt de eerste wien ik deze successen mededeel, omdat u zulk een warm voorstander van ons werk zijt. Het is een paar weken geleden, dat wij de Rustende Jager aankochten, en met zeer veel moeite hebben wij ook de hand kunnen leggen op het terrein van de Gebr. v.d. Zanden, dat gevaarlijke stuk, waarop anders later zeer zeker een Brabantsch cafétje zou zijn verrezen.<br> Eenige dagen geleden bereikten wij het gelukkige resultaat er eindelijk in te slagen 1/8 van de ontbrekende 2/8 te kunnen koopen van de Onverdeelde Duinen. Dit is als het mooiste en beste stuk te beschouwen. Wij konden ons tevens verzekeren van den duinrand langs den zandweg van Loon op Zand naar de Rustende Jager. [Van Simons: 35 percelen, 5 ha.] Dit alles heeft veel geld gekost, want wij moesten zelfs voor het deel der Onverdeelde Duinen ’ 4000,- betalen; de Rustende Jager kostte ’ 3500,- en met de andere aankoopen in Westloon mede hebben wij onze financiën moeten aanspreken tot een totaal bedrag van f 15000,-.<br> Dit alles geschiedde in de laatste maanden. Mocht Gij de financieele last wat lichter kunnen en willen maken, dan doet Gij aan het werk der Vereeniging een grooten dienst.' <br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> <A HREF="aankoop05aOD.pdf" TARGET="_BLANK">Situatieschets zuidelijke duinrand en Onverdeelde Duinen (3 MB).</A><br><br> Bij brief van 18 december 1934 stuurde boswachter Jan Peijnenburg een zelf gemaakt kaartje van 'de Zuidelijke Duin' naar Natuurmonumenten.<br> In rood de eigendommen van Natuurmonumenten en in blauw de Onverdeelde Duinen. <br> Ook de gemeentegrens tussen Drunen en Udenhout staat erop aangegeven. Daaronder min of meer evenwijdig aan de gemeentegrens de Oude Bosschebaan, zoals deze in 1769 door en op kosten van de gemeente Loon op Zand - nota bene op Udenhouts grondgebied! - wegens overlast van het stuifzand een aantal meters zuidwaarts is verlegd. (Jan van Iersel, 'De heerbaan Breda - 's-Hertogenbosch. Hoe Loon op Zand een vergeefse strijd voerde tegen het zand', <cite>Straet & Vaert 2006</cite>, 63-81.)<br> Links geeft een stippellijn de huidige ligging van de Oude Bosschebaan aan. Hier liggen ook de pas verworven percelen van Simons (perceelsnummers 1100, 1101, etc.).<br> Bij de afslag Gommelse straat het eveneens pas aangekochte perceel B 1896 de Rustende Jager. <br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> Bron: archief Natuurmonumenten (Stadsarchief Amsterdam).</p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>