ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="Frans Mombers naar Parijs."> <title>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten. Aflevering 12. Sherlock Holms in Nice.</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten</h1><h2>Aflevering 12. Sherlock Holms in Nice</h2><h3> <I>Jan van Iersel</I> </h3> <p> En toen er dan eindelijk weer een aandeel in de Onverdeelde Duinen in de wacht was gesleept, meldde Mombers zich bij Van Tienhoven om zijn diensten op afstand aan te bieden. Wat volgde was een speurtocht in 'Nizza' en een reeks uitvoerige - hierna integraal weergegeven - brieven tussen beide heren over hoe en door wie het nog ontbrekende aandeel te verwerven.<br><br> Mombers aan Natuurmonumenten, Nice 2 januari 1935: <br><br> 'M.H.<br><br> Vanuit het land van zon en bloemen mijne beste wenschen voor 1935. Hierbij nog een kaart vol kleuren en leven met een glimlach uit het zuiden. Voor zoover ik het beoordeelen kan zijn de bloemen op den voorgrond margueriten, dan volgt een veld anjers, terwijl het gele bij de boomen, mimosa zal zijn. De boomen zijn olijfboomen. Verder vindt men hier voornamelijk platanen, eucalyptus, vijgeboomen, mimosaboom, thans reeds vol bloesem; mandarijn, cypres, agaven, palmen en voornamelijk de parasol dèn die voor mij in het landschap nog de meeste bekoring heeft. Vandaag heb ik nog gedacht aan de Drunensche duinen n.m. aan de zaak Jean van der Aa. U zult zich herinneren, dat men opgaf deze hier in de buurt moet wonen. Wanneer het nu maar aan hem alleen lag, zoudt u mij natuurlijk direct bereid vinden bestmogelijk de zaak tot stand te brengen. Maar indertijd heb ik eenige brieven gelezen bij not. Canters van zijn zwager die in Brussel woont en deze was er vierkant tegen iets te verkoopen. Het kan heel goed zijn deze meneer niet eens weet waarom het gaat, maar alleen uit esprit de contradictions of zoo er tegen is. Er zijn menschen die meenen hun superioriteit precies in "hun verzet" ligt. En om nu hier moeite te doen waarvan vooraf te voorzien is geen goed resultaat bereikt wordt, is nonsens. Maar de omstandigheden kunnen in al dien tijd veel veranderd zijn en is het wel mogelijk u in deze gegevens verzameld hebt, die de zaak van meet af aan in het goede spoor kan leiden. <br> Intusschen zal het mij aangenaam zijn te vernemen of u nog eenige nummers ter afronding bij het groote bezit onder L.o.z. hebt kunnen voegen. Ik hoop het u allen nog goed gaat. Ik leef hier zoomaar bedaard en tevreden daarhenen, dagelijksch maak ik een wandeling langs de zee, bezoek de bloemenvelden of met de autocar een dorpje in de bergen, steeds is het de groote machtige natuur, de beste bron van alle levensvreugde.<br> Met vriendschappelijke groeten. Hoogachtend<br> Frans Mombers'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers p/a poste restante Nice, Amsterdam 11 januari 1935: <br><br> 'Waarde vriend Mombers en oud-medewerker,<br><br> Uw vriendelijk schrijven van 2 Januari heeft ons genoegen gedaan, omdat wij daaruit mochten vernemen, dat u onze samenwerking niet hebt vergeten en nog dezelfde liefde koestert voor de natuur, in het bijzonder voor onze onvolprezen terreinen tusschen Loon op Zand en Waalwijk. Gij zijt te benijden te leven tusschen de bloemen van de Côte d'Azur en temidden der aantrekkelijke meisjes, waarvan U ons op Uw briefkaart een beeld hebt willen sturen.<br> Het zal U interesseeren te vernemen, dat wij langzaam aan vorderen met de uitbreiding van onze terreinen der Loonsche Duinen. Wij hebben verschillende perceelen aangekocht en de laatste groote daad, die wij gedaan hebben is het veroveren van een achtste gedeelte in de Onverdeelde Duinen. Thans ontbreekt nog slechts het gedeelte van den heer v.d. Aa en nu U schrijft, dat U den heer v.d. Aa goed kent, die in Uw buurt woont, zou het voor ons van onschatbare waarde zijn, indien Uw welgekozen en warm woord den heer v.d. Aa zou kunnen bewegen om zijn 1/8 gedeelte in de Onverdeelde duinen aan ons over te doen.<br> Ik bezocht eenige weken geleden den heer J. Bernaerts, den zwager van den heer v.d. Aa en mocht hem een en ander over de plannen mededeelen. De heer Bernaerts begrijpt de kwestie volkomen en ziet ook in, dat het voor 1/8 eigenaar zijn van onverdeelde duinen voor de familie van hoegenaamd geen waarde is. Zij hebben er geen genot van en kunnen door de onverdeeldheid ook niet zeggen welk gedeelte van het terrein het hunne is. Hij zeide mij echter, dat zijn vrouw, de zuster van den heer v.d. Aa en de broeder van v.d. Aa uit Nice uit oude herinnering eenig bezwaar hadden het terrein uit handen te geven, omdat zij meenden, dat het terrein hun het gevoel gaf van eigenaar van een stuk grond te zijn. Dit is niet het geval en mocht U den heer v.d. Aa kunnen uitleggen wat onverdeeld bezit beteekent, dan twijfel ik er niet aan of hij zal geneigd zijn om aan onze Vereeniging zijn 1/8 deel over te dragen. Hij kan dan eventueel voor dit geld een ander terrein koopen van zijn geliefde Brabantsche heide.<br> Ik sprak met den heer Bernaerts af, dat ik den heer v.d. Aa zou schrijven als ik zijn adres weet en mocht U mij dit kunnen opgeven dan ben ik daartoe natuurlijk gaarne bereid. Gij weet, dat indertijd de 1/16 deelen aangekocht werden door onze Vereeniging voor ’ 500,- zoodat wij voor 1/8 deel ’ 1000,- betaalden. Mocht de heer v.d. Aa geneigd zijn zijn aandeel aan ons over te doen dan is de Vereeniging bereid om hem daarvoor te betalen ’ 2000,-, desnoods ’ 2500,-, misschien zelfs ’ 3000,-. U moet dan den heer v.d. Aa uitleggen wat onze Vereeniging beoogt en mocht hij er prijs op stellen het jaarboek van onze Vereeniging te bezitten om te weten wat het doel van de Vereeniging is, zoo ben ik gaarne bereid U een exemplaar te zenden van het laatst verschenen boek. De ons ter beschikking staande exemplaren zijn wel is waar zeer schaarsch, doch voor het goede doel hebben wij natuurlijk gaarne een boekje uit ons archief over.<br> Gaarne wil ik mij houden aan Uw wenken. Mocht het zijn, dat ik goed doe den heer v.d. Aa te schrijven als U mij zijn adres hebt gegeven, dan zal ik dit gaarne doen, maar indien U hem eerst wilt polsen, dan wacht ik met belangstelling Uw berichten af.<br> Gij zult zeker gehoord hebben, dat wij er ook in geslaagd zijn het cafétje de Rustende Jager met omliggenden grond aan te koopen, zoodat aan dien kant onze bezitting met belangrijke terreinen is uitgebreid.<br> Als gij van den zomer Nederland nog eens bezoekt, laat het ons dan weten, dan houden wij nog eens een gemeenschappelijken dag op onze terreinen en kunnen dan met elkander oude herinneringen en oude aspiraties ophalen.<br> Gaat het Uw zusters in Waalwijk goed? Mocht ik in dit aloude stadje komen dan vergeet ik niet hun de hand te drukken.<br> Met beste groeten en goede wenschen voor het onlangs aangebroken jaar, mede van den heer Drijver en van al Uw commilitonen van vroeger<br> Uw dw.'<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop12fotoden.jpg" width="531" height="818" alt="natuurfoto met den" title="natuurfoto met den" HSPACE="20" align=left></a><br> Mombers aan Natuurmonumenten, Nice 15 januari 1935: <br><br> 'Geachte Heeren,<br><br> Uw schrijven van 11 d. ontvangen. Het verheugt mij U allen het goed gaat, tevens dat de uitbreiding der terreinen nog steeds uwe aandacht heeft en daarbij eenig succes te boeken hebt. U vraagt mij het adres van Jean van de Aa. Ik ben daarmee direct begonnen waar ik stond nm. in het centraal postkantoor; men zond mij vandaar naar het hoofd commissariaat van politie (afdeeling vreemdelingen) vandaar naar den prefect en vervolgens naar het Nederlandsch consulaat. Maar de simpele, bescheiden vraag naar een adres schijnt in die administraties, een ongewenschte vraag te zijn; precies zooals dit bleek in m'n eigen woonplaats naar aanleiding van: Wie is de afzender van dit telegram, zaak Le Mire. Ik ken den weg, de taal, laat niets onbenut het doel te bereiken, maar moet tevens in deze kalm en voorzichtig blijven. Immers de bepalingen omtrent van het verblijf der vreemdelingen is in het afgeloopen jaar nog zeer verscherpt en door iets aan te dringen bij die autoriteiten zou onze eerste kennismaking met hem aanleiding kunnen worden hij onaangenaamheden kreeg. Laat ik u even het onderhoud met den heer de Cuyper, Nederlandsch consul alhier, mededeelen (Rue Alphonse Karr. 4). De heer de Cuyper zei reeds 12 jaar te Nizza te zijn, meer dan 2000 Nederlanders te hebben ingeschreven en den naam v.d. Aa is hem geheel onbekend. Hij heeft dus (als hij hier in de omgeving woont) geen nederlandsche papieren die in orde, nog minder fransche. En het is onmogelijk dat iemand die daarmede niet in orde is, als buitenlander zich langeren tijd in de gewone samenleving kan ophouden zonder met de politie in conflict te komen. Ook al was hij meer dan 30 jaar hier, daarmee houdt zijn nederlanderschap niet op, tenzij hij zich heeft laten naturaliseeren. De eenige oplossing is dat hij ergens in een gehuchtje een huisje heeft, welk plaatsje hij nooit verlaat, dit kan heel goed in een aangrenzend département liggen. Vanuit Holland gezien is dit nòg in de buurt van Nizza. Maar goed verstaan, ik voor mij schuif geen enkele moeilijkheid van mij af, al woont hij ook hier vijftig kilometer vandaan, ik zal mijn best doen de zaak te bevorderen. Hetgeen jammer is, dat terwijl u bij den heer Bernaerts waart, het adres niet gevraagd hebt, want die weet het natuurlijk. Derhalve wees zoo goed per brief of telefoon dit adres juist te vragen en het mij te laten weten. Tevens opnieuw een schrijven aan mij gericht dat ik eventueel den heer v.d. Aa kan toonen, dus zonder den klank van prijzen met een of twee octaven hooger, dus gewoon blijven bij ’ 500,- per aandeel met vermelding dat in princiep de verkoop de instemming van Bernaerts heeft. Ik wil nog opmerken dat wanneer u iets van den heer Bernaerts zoudt koopen hieronder natuurlijk ook de gedeelten van zijn vrouw en schoonbroeder begrepen zijn. Wees zoo goed mij tevens een uittreksel v/h kadaster dienaangaande te geven om mijn geheugen wat op te frisschen. Hierbij nog een eenvoudige kaart met een ouden den. De fotograaf heeft zich blijkbaar geïnspireerd gevoeld door dien ondersten tak en terecht, het geeft een idee van ongerepte natuur et le paysage, vu à travers le feuillage, lijkt nog meer schilderachtig. <br> Met hoogachting <br> Fr. Mombers<br><br> Het is jammer in onze omgeving de gewoonte is bij natuurboomen de onderste takken op te snoeien.' <br><br> Mombers aan Natuurmonumenten, Nice 16 januari 1935: <br><br> 'Geachte Heeren,<br><br> Ik heb uw schrijven van 11 l.l. nog eens goed overgelezen en zal u uit bestwil nog eenige bemerkingen maken. U schrijft daarin met den heer Bernaerts gesproken te hebben over het 1/8 gedeelte der terreinen fam. v.d. Aa. Ik heb indertijd daarvoor op het Kadaster te Drunen geweest en heb een copie gemaakt van het geheele blad, juist zooals het is met de bijgeschreven en doorgehaalde namen. Dit heb ik u opgezonden; het begint bovenaan met groote letters V.d. Aa als zijnde de hoofd eigenaar, maar vergis ik mij niet, dan staat er voor 1/4. Gesteld dus dat in uwe correspondentie met hem u blijft spreken over 1/8 en den koop gesloten wordt, dan zou er een onverkwikkelijke geschiedenis kunnen ontstaan, wanneer U een tijd daarna met 1/4 voor den dag komt. Neem even aan dat de koopsom ’ 2000,- is, dan zou hij kunnen zeggen maar 1/8 daarvoor verkocht en wil u ook het andere 1/8 hebben, dat hiervoor nogmaals ’ 2000.- te betalen is. Wanneer ik v.d. Aa te spreken krijg, vernoem ik alleen "hun (onverdeeld) gedeelte". Het bezit is nu ook niet zoo vaag en denkbeeldig, want de oppervlakte is verdeeld in perceelen met nrs. Hij zal daarvan misschien ook papieren hebben waarop de nrs vermeld staan en als hij de eerste en oudste wettelijke eigenaar is, dan zou ik zeggen hij sterker staat dan de anderen, die ook hun naam op het kadaster gekregen hebben - misschien door een veel jarige in gebruik neming van hout kappen.<br> Verder werd vermeld 5 kinderen Simons ieder 1/64 = 5/64 <br> | (de moeder) Simons 1/64 | of 1/8<br> v. Streithoven met 1/3 2/64 |<br> Ik meen v. Streithoven ook voogd over die kinderen was, waarschijnlijk zijn deze thans meerderjarig.<br> Ik vermoed dit het 1/8 is waarover u schrijft, nog is bijgekocht.<br> Maar bij al het gekrabbel dat naderhand onder den naam v.d. Aa er is bijgekomen was er nog een die niet doorgehaald was n.m. Christ van Rooy. Ik ben daarover bij de Wed. v. Rooy op Giersbergen geweest en den oudsten zoon die de zaken behandeld zei mij dat hun oom die ergens in den Brand woonde (benaming van een moerassige streek ten zuiden der duinen) te Udenhout reeds lang overleden is en deze zaak was opgelost. Dat neemt niet weg dit dan toch geroyeerd moet worden.<br> Wanneer U met de auto in de Langstraat komt, stap dan eens bij het raadhuis van Drunen af en laat u de pagina der onverd. duinen eens toonen, hetgeen toch voor U merkwaardig is eens te zien, wat voor namen daarop voorkomen. U hebt het idee wel eens geopperd om uit de onverdeeldheid te geraken, Uw gedeelte publiek te laten verkoopen. Maar U zult onderhand al wel 11/8 hebben en dit is toch moeilijk te publiceeren. Mijn vraag is nog wanneer er nu v.d. Aa alleen nog overblijft, welke nrs staan op zijn naam, waarschijnlijk zijn er dan nrs waarvan u thans uitsluitend eigenaar zijt.<br> Tenslotte wil ik U nog dit bemerken. Wanneer ook het gedeelte van der Aa getransporteerd is, zou een bezoek aan den heer Bewaarder van het kadaster te 's Bosch gewenscht zijn. En wel om aan al dat gescharrel afdoende en voorgoed een einde te maken door van al de nummers één bezit te maken en onder één nummer en grootte te brengen, ook de benaming der onverdeelde duinen te veranderen in die van Giersbergsche duinen. Het Kadaster in den Bosch is niet meer aan de parade, maar in een nieuw groot gebouw ondergebracht in een zijstraat van de waterstraat. Het ligt zoowat achter het warenhuis van Vroom en Dreesman. In Uw brief lees ik nog "nu u schrijft u den heer v.d. Aa goed kent". Nee! U vergist zich, ik heb alleen geschreven hij hier ergens in de buurt moet wonen. Hetgeen ik er van heb hooren zeggen is dit, dat hij uit de Haarsteeg (Vlijmen) vandaan is, daarnaar naar St Gilles (voorstad Brussel) getrokken is en een brouwerij geëxploiteerd heeft, vervolgens naar Nizza. Hetgeen mij een beetje verontrust is, dat u met den heer Bernaerts afsprak dat u v.d. Aa zou schrijven als u zijn adres weet, dus Bernaerts weet het ook niet. Sapperloot, dan diende men naar een helderziende, nota bene zitten die hier op de markt geblindoekt.<br> Met hoogachting <br> F. Mombers'<br><br> Van Tienhoven was er niet gerust op en vroeg boswachter Peijnenburg om op onderzoek uit te gaan: 'Dezer dagen wisselden wij enkele brieven met den Heer Mombers in Zuid Frankrijk, wiens hart nog altijd aan de Loonsche en Drunensche Duinen hangt. Hij schreef ons ook over de Onverdeelde Duinen en hij was van meening, dat de heer van der Aa gerechtigd was op 1/4 gedeelte van het onverdeeld gebied.' Peijnenburg kreeg het verzoek om bij Van Iersel en eventueel anderen te weten te komen hoe het nu zat: had Van der Aa 1/4 of 1/8? De boswachter maakte de verwarring nóg groter: 'Zou den heer Mombers niet bedoeld hebben dat v.d. Aa 1/4 gedeelte heeft in het Zuidelijk half gedeelte, dit zou dan toch maar 1/8 zijn van het geheel.' Van Tienhoven: 'Van Iersel zal wel weten hoe de zaak in elkaar zit en welke rechten de familie van der Aa nu en vroeger heeft bezeten. Wij hopen, dat geen nieuwe moeilijkheden zullen rijzen, maar ten aanzien van de Onverdeelde Duinen schijnt alles mogelijk te zijn.'<br> Het was in deze ondoorzichtige situatie voor de hand liggend dat de Vereniging niet alleen de Bewaarder der Hypotheken en van het Kadaster opdracht gaf tot het instellen van een onderzoek naar de eigendomsverhoudingen, maar tegelijkertijd ook Mombers een rol in de speurtocht toe te bedelen.<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 29 januari 1935: <br><br> 'Waarde heer Mombers,<br><br> Dank voor Uw beide brieven van 15 en 16 dezer, waarvan de laatste ons uit Uw sterke en bewonderenswaardige memorie vele gegevens verschaft, die ons van groot belang voorkomen. Het is een ellendig gecompliceerde geschiedenis met die onverdeelde duinen, want nu de heer van der Aa 1/4 schijnt te bezitten komen wij inderdaad op 11/8 deelen van de onverdeelde duinen uit. De ongelukkige Brabantsche eigendomstoestanden van niemandsland hebben onze Vereeniging veel geld gekost, omdat voornamelijk door haar vestiging in den schoonen driehoek Waalwijk - Loon op Zand - Udenhout en Drunen de terreinen waarde hebben gekregen. De onverdeelde duinen zijn daar waarlijk een der schoonste deelen van en alles bij elkaar genomen is de groote uitgave van onze Vereeniging voor het behoud van dit terrein toch zeker verantwoord.<br> Zooals ik U geschreven heb hebben wij met Simons en van Strijdhoven thans accoord gekregen en notaris van Ham te Kaatsheuvel is bezig zijn kop te breken over de eigendomspapieren. Hij schreef ons, dat hij er spoedig mee klaar zou zijn en dan staat aan de overdracht niets meer in den weg. U begrijpt, dat wij dan wat op adem moeten komen om in het harde hout van v.d. Aa te bijten. Hiermede is echter volstrekt geen haast. Wij kunnen de zaak rustig laten zooals zij op het oogenblik is, want de heer v.d. Aa en familie hakken geen hout en vernielen niets van de schoonheid der onverdeelde duinen, zooals de andere thans onschadelijke mede-eigenaars. Daarom geloof ik, dat het niet noodig is, dat U de moeite doet om naar den heer v.d. Aa te gaan, temeer omdat ik dezer dagen een briefje kreeg van den heer Bernaerts, den zwager van den heer v.d. Aa, die mij mededeelt, dat noch de heer v.d. Aa, noch zijn zuster op dit oogenblik bereid waren om hun aandeel in de duinen over te doen. Hij schreef mij tevens het adres te Nice, waar de heer v.d. Aa schijnt te wonen, n.l. Mr. J. v.d. Aa, Avenue du Mont Bovon 136. <br> Misschien ontmoet U hem wel eens en dan zal de heer v.d. Aa het zeker waardeeren samen te zijn met zijn vroegere provinciegenoot en zullen de twee Brabanders onder een potteke bier wel heel wat met elkaar kunnen bespreken.<br> U zijt een verstandige mensch en U weet misschien wel met den heer v.d. Aa in aanraking te komen, doch ik ben gaarne bereid mede te deelen, dat U als vriend van onze Vereeniging in zijn buurt vertoeft en de heerlijkheid kunt bezingen van het resultaat van onzen gemeenschappelijken arbeid tot het behoud van een der mooiste deelen der natuur. Wie weet of gij den heer v.d. Aa er niet toe brengt om met breed gebaar zijn terrein, waaraan hij zeer gehecht schijnt te zijn, aan onze Vereeniging om niet af te staan!<br> Toch moet gij den heer v.d. Aa niet den indruk geven alsof gij hem namens Natuurmonumenten komt belagen. Het zal mij interesseeren te vernemen wat voor een man de geheimzinnige Brabander is, die zoo moeilijk te bereiken was, maar toch steeds blijk gaf van liefde voor zijn terrein.<br> Ik hoop spoedig weer iets van U te hooren en zal u melden wanneer het deel van Simons en van Strijdhoven aan ons is overgedragen.<br> Wij mochten de vorige week de overdracht doen plaats vinden van het belangrijke terrein van Moonen, dat ongeveer 6 H.A. groot is.<br> Het carnaval te Nice nadert en ik zie reeds onzen Waalwijkschen vriend als carnavaliet genieten van de bloemen- en menschenpracht, die daarbij wordt tentoongespreid. Ik hoop, dat U door het schoone weer gelegenheid zult hebben om van het komende voorjaar aan de Mediterranée te genieten en dat U ons op de hoogte houdt van Uw doen en laten.<br> Met vriendelijke groeten ook van Uw vroegere medewerkers van het kantoor,<br> hoogachtend,<br> Uw. dw.,'<br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> <A HREF="aankoop12Brussel1.pdf" TARGET="_BLANK">Brief Bernaerts te Brussel aan Van Tienhoven d.d. 21 januari 1935.</A><br><br> <A HREF="aankoop12Brussel2.pdf" TARGET="_BLANK">Brief Bernaerts te Brussel aan Van Tienhoven d.d. 21 januari 1935, vervolg.</A><br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 3 februari 1935: <br><br> 'Zeer geachte Heer,<br><br> Uw schrijven van 29 ontvangen. De stad die in een cuvette, een kom ligt, wordt ten oosten begrensd door den mont Boron, een bergrug die loopt vanaf de zee landwaarts in, over dezen berg ligt een weg, het is de avenue de Mont Boron (niet Bovon). Hij begint op de place de Riquier, slingert zich in een aantal bochten tamelijk stijl tot op halve hoogte v.d. berg omhoog en omcirkelt dezen naar Villefranche en verder Monte carlo. Het vormt een soort lijst of omlijsting vandaar de naam La corniche. Bij een viersprong gekomen staat een kleine garage op den hoek, het draagt het nummer 136 daaronder Les Glycines, ongeveer 20 meter hooger staat een vierkant opgetrokken huis met een verdieping van grijs cement met lichtblauwe buitenblinden. Dit zal het dus zijn, alles ziet er als nieuw uit. Op korten afstand terzijde en er achter nog een 5 tal soortgelijke landhuizen. De huizen zelf zijn goed in orde maar de grond er omheen is woest blijven liggen, onbewust behoeders der natuur of zijn ze te lui een bloementuin er omheen te maken. Maar nu het vreemde van het geval, al die huizen met hun vensters zijn gesloten. Ik blijf er zoowat een kwartier, er beweegt zich niets, geen enkel geluid, geen enkele aanduiding eromheen daar menschen woonen (zooals een stukje waschgoed, een huisdier, rook uit den schoorsteen), niets - het is er hoorbaar stil zooals dit in den duin bij mistig weer zijn kan. Ook geen enkel bordje à louer, à vendre zooals dit in geheel de omgeving der stad het geval, want als luxe stad drukt hier de crisis zwaar, de meeste palace hôtels zijn dan ook gesloten. Verder is er ook niemand op den weg te zien, geen kruidenierswinkeltje of wijnhuis in de buurt om inlichting te vragen. Intusschen is de zon onder, de lucht koelt snel af, er hangen al plukken dauw in de ravijnen, het wordt onbehagelijk. Ik bezie nog eens al die granietsteenen muren, die ijzeren hekken en hermetisch gesloten huizen; het lijkt me of een kleine kolonie misanthropen zich daar verschanst hebben. <br> Ik ga den berg weer af in zuid westelijke richting en kom uit op de place Saluszo. Onderweg doet mij uwe voorspiegeling van het potteke bier en het breede gebaar dat v.d. Aa moet maken glimlachen, we zijn er veraf. Wanneer Kramer zijn woordenboek à jour gehouden heeft, dan zal men misschien thans vinden voor een breed gebaar maken a. vorm v. iem een draai om de ooren geven, ik zie ik op weg ben een akeligen ouden nurks te worden.<br> Mijne volgende excursie zal ik weer daarheen leiden. Ik zal daar 's morgens er op uit gaan en de geheimzinnige villa aux fenêtres closes ook van den achterkant eens bekijken, want er loopt een weg langs den berg op. Misschien tref ik wel een postbode of wegwerker die mij in kan lichten. Met wat geduld en bedaard aan zal ik mijn doel wel bereiken, het zal aan mij niet liggen. Het komt er vooreerst op aan de heer v.d. Aa over een schenking of verkoop te spreken voor zijn aandeel of in vereeniging met zijn zuster. U begrijpt dat na uw bezoek aan den heer Bernaerts deze aan hem geschreven heeft en zijn laatste brief aan u is dat zijn schoonbroer en vrouw niets afstaan, dit is niet erg bemoedigend. Hierbij een kaart waarop u kunt zien welk soort van wegen uw correspondent te bewandelen heeft. U schrijft mij nog: Toch moet gij den heer v.d. Aa niet den indruk geven, alsof gij hem namens natuurmonumenten komt belagen. Dat wordt moeilijk, want dan vervalt het motief van mijn bezoek; trouwens z'oon struisvogelpolitiek dient nergens voor, hij weet het immers toch.<br> Den aankoop der terreinen Moonen is voorzeker een prachtige aanwinst en de vervulling van een lang gekoesterde wensch. <br> Ik hoop dus bij gelegenheid u nadere bizonderheden omtrent mijn pogen den heer v.d. Aa te spreken, te kunnen meedelen.<br> Met groeten en hoogachting<br> Frans Mombers'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 5 februari 1935: <br><br> 'Zeer geachte Heer,<br><br> U zult het met mij eens zijn, dat de zaak A. een beetje te fantastique wordt en alvorens zulk soort Sherlock-Holms avonturen voort te zetten nog eens goed te overwegen wat te doen. Hem met een som geld na te loopen of den Tijd te laten werken die waarschijnlijk tenslotte alles in het reine brengt. Waar is den ouden Chronos met zijn zandlooper beter op zijn plaats dan in dien duin. Nu de houthakkers er uit gekocht zijn, is ook de positie der Vereeniging ten opzichte van het bezit aanmerkelijk veranderd. In den tijd dat den afkoop van het heerlijk jachtrecht aanhangig was, werd er o.a. over geschreven dat wanneer dit recht in x jaren niet meer was uitgeoefend, dit hierdoor te niet ging, ook werd gezegd dat wanneer een grondeigenaar met een of ander perceel eveneens zijn recht bewijzen kon, in die gemeente het heerlijk jachtrecht door confusie te niet ging; derhalve kan een recht tegen den wil in van den houder verloren gaan door bijkomstigheden, die feitelijk geheel terzijde van dat recht zelf staan. Nu is mijn vraag, wanneer iemand b.v. een stuk land heeft in eigendom dat hij niet in bewerking neemt er geen vruchtgebruik van heeft, dus geheel verwaarloost en op geenerlij wijze zijn recht op dit bezit ter plaatse laat gelden, is er dan een wet, dat wanneer dezen toestand een zeker aantal jaren aanhoudt, de Staat hiervan automatisch eigenaar wordt. Een soortgelijk geval is dit toch met uw partner in niemandsland. <br> Maar een ander geval. De vereeniging zal een aantal jaren sommen geld hebben uitgegeven voor opzicht, instandhouding der geheele oppervlakte van die duinen, zoodat de waarde er van gestegen is. De andere compagnon draagt er niets toe bij, geeft ook practisch nooit geen blijk op dit bezit recht te hebben. Dan zal toch de gewone weg zijn dat na 30 jaar ongestoord bezit de vereeniging dit geheel op naam kan krijgen. De vraag is meteen nog te stellen of wanneer later een erfgenaam van A of B zou komen met het besluit het hout wèl te verkoopen + den grond wat zijn gedeelte betreft (ik bedoel publiek te brengen) of hij dan aangesproken zou kunnen worden eerst in proportie zijn aandeel der instandhouding te betalen. U weet het bedrag der grondlasten wat u voor dit gedeelte der duinen betaald, maar hebt u in den Bosch al eens gevraagd hoe groot het geheele bedrag der grondlasten van die ±136 h.a. is. Daar uwen aankoop van 9/8 niet regelmatig is, zal ook de belasting niet in orde zijn, het staat nog te bezien of A daarin ook zijn deel steeds betaald heeft. <br> Wees dus zoo goed mij te laten weten of u nog aan aankoop vasthoudt of den tijd laat werken. Wat zegt u van het rotsbeeld op de kaart, me dunkt dat het meer op een zwitsersche boerin lijkt, dan op een orakel.<br> Met groeten. <br> Hoogachtend<br> Frans Mombers'<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop12leclaridge.jpg" width="880" height="190" alt="Briefhoofd café-bar Le Claridge" title="Briefhoofd café-bar Le Claridge." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 8 februari 1935: <br><br> 'Zeer geachte Heer v. Tienhoven,<br><br> Met de zaak v.d. Aa is tot op heden geen resultaat bereikt, geen goed of geen slecht. De deur wordt opengehouden door den twijfel. Zoolang hij zelf niet geschreven heeft, of dat men hem persoonlijk gesproken, blijven alle veronderstellingen mogelijk. Immers wanneer hij mij zijne bezwaren zei, zou ook het middel kunnen gevonden worden om deze uit den weg te ruimen. Veel verwachting heb ik voorloopig niet aangaande een schenking of verkoop. Vandaar dat ik in mijn vorig schrijven reeds uwe aandacht vestigde op de toekomst en waakzaam te blijven. Maar intusschen wordt een huis gebouwd door den eenen steen op den anderen te leggen en een bezitting gevormd door het eene perceel bij het andere te voegen. Redenaties zijn goed als de metselaar er uitgevroren is. Ik ben dus met mijn onderzoek tóch maar doorgegaan, men kan nooit weten. Om te beginnen het adres van Bernaerts is niet goed en dit is vooral een teeken hij v.d. Aa niet geschreven heeft en hetgeen hij u geschreven, waarschijnlijk alleen van hem uitgaat. Een straat met Bovon bestaat hier niet, wèl Boron, maar dan nog niet avenue du Mont-Boron. Hetgeen er wel is, zijn de volgende 1. Route forestière de Mont-Boron.<br> 2. Boulevard du Mont-Boron.<br> 3. Chemin tordu Mont-Boron.<br> 4. Ruelle de Mont-Boron.<br> en hetgeen er het kortst bij komt is: Petite avenue du Mont Boron maar op het no 136 is: <br> Villa Bel Air <br> Silvestro Joseph<br> commis service dép. ass. sociales.<br> Ik heb verder nagezien het telefoonboek alphab. Havas = niets<br> adresboek volgens de namen der inwoners alph b. = niets<br> adresboek volgens de villa namen en straatnamen = niets<br> Als hij hier al zoo lang woont moest hij daarin staan en zeker wanneer hij hier eigendom had. Mijne meening hij ergens op een gehuchtje woont zal niet zoo ver mis en de meening van den consul dat hij wellicht reden zal hebben onbekend te leven kan ook waar zijn. Maar dat neemt allemaal de mogelijkheid niet weg, dat het een beste geschikte man kan zijn waar heel goed mee te praten valt en van hetgeen Bernaerts zegt niets afweet. De moeilijkheid om iemand te zoeken in het gebergte is vooreerst zooals in dit geval dat men voor muren, hekken en gesloten huizen komt en er niemand in de buurt is die men om inlichting kan vragen; in de stad is dat heel iets anders, daar zijn de menschen te bereiken, er is een concierge en er wonen er honderd omheen, die men inlichting kan vragen. Daarbij zijn in een bergweg vele scherpe bochten en komt men op een zijweg zonder dat men het merkt, enz. maar dat geeft nu allemaal niets als u het juiste adres maar weet. Dus het beste is nog eens aan Bernaerts om een juist en volledig adres te vragen, ook wanneer v.d. Aa een beroep heeft of huis of villa een naam, deze te vermelden. Ook is het gewenscht dat u mij in hoofdzaak mededeelt het onderhoud met Bernaerts (hetgeen u met hem te Brussel besproken hebt).<br> Met groeten en hoogachting <br> Frans Mombers'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 11 februari 1935:<br><br> 'Hooggeachte Medewerker,<br><br> Dank voor Uw diverse brieven, den laatsten van 5 Februari, gevolgd door Uw schrijven, zoojuist ontvangen, van 8 dezer. De inhoud gaat over dezelfde kwestie n.l. de Onverdeelde duinen, in verband met onzen geheimzinnigen mede-eigenaar, den heer v.d. Aa.<br> Ik ben de meening toegedaan, dat het op het oogenblik het beste is, dat U verder geen moeite doet om zijn adres uit te vinden, noch hem te bezoeken. Eensdeels niet, omdat onze vereeniging bekomen moet van haar bijzondere grepen van den laatsten tijd, die onze kas terdege hebben aangesproken; vooral de perceelen van Simons en van Strijdhoven hebben veel van ons gevergd en zullen, als er niets tusschen komt, binnen 14 dagen worden overgeschreven op onzen naam. Toch waren wij nog niet gerust en wij hebben thans een uitgebreid onderzoek op het kadaster ingesteld, waarvan U ons zoo vriendelijk waart het adres op te geven. Ik ben er persoonlijk geweest om met de heeren van Hasselt en v.d. Kroef alles na te gaan. Zij waren ook langzamerhand in een warnet van acten, namen en titels geraakt, die het zeer moeilijk maakten om te weten te komen hoe het er thans voor stond. O.a. was volgens het kadaster een zekere Chr. van Rooy nog eigenaar, en wij meenden, dat dit perceel reeds door ons werd aangekocht. Na uitgebreid onderzoek kreeg ik juist heden bericht, dat wij gelijk hadden. Nu wordt de kwestie eenvoudiger; als wij de perceelen van Simons en van Strijdhoven aangekocht hebben, is onze Vereeniging eigenaar voor 7/8 van de Onverdeelde duinen, terwijl wij als eenige mede-eigenaar nog moeten erkennen de familie van der Aa.<br> Nu is er geen bezwaar om dezen toestand te laten voortbestaan, zooals U trouwens ook al aangeeft met Uw aanhaling van den ouden Chronos. Er dreigt niets geen gevaar van hakken of vernielen en de Onverdeelde duinen zijn veilig.<br> Maar ook aan den anderen kant is het beter de kwestie, die ik nog maar kort geleden met den heer Bernaerts besprak, tijd te laten om te bezinken. Ik ga binnenkort weer naar Brussel voor een vergadering van het Bureau International en dan zal ik zien of ik den heer Bernaerts nog eens kan spreken en dan mij Uw nasporingen van waarde, omdat ik hem dan kan mededeelen, dat het adres, dat hij mij opgaf, niet na te sporen is. Ik zal dan tevens den heer Bernaerts vragen of U den heer v.d. Aa niet eens kunt bezoeken om hem over de situatie in te lichten en dan is het tijd, dat ik U een brief schrijf om ten behoeve van onze Vereeniging Uw meest diplomatieke gaven in het werk te stellen. Laten wij dus afspreken, dat u verder niets doet totdat U weer iets van mij hoort.<br> De vreedzame omgeving, die gij thans opgezocht hebt, is wel een groote tegenstelling met Uw vorig arbeidsveld, want gij hebt zeker gehoord, dat oude Peerke Verhoeven het slachtoffer is geworden van een laaghartigen overval, in de nacht van Vrijdag op Zaterdag, door 4 gemaskerde kerels, die hem zijn spaarduitjes, ongeveer ’ 300,-, afgeperst hebben. In onze couranten staat deze misdaad uitvoerig beschreven en Peerke is een beroemd man! De onverlaten hebben Peerke met een prop in zijn mond gebonden en toen hij niet wilde verklaren waar hij zijn geld had, een touw om zijn hals gedaan om hem op te hangen en met brandend papier onder zijn voeten middeleeuwsch willen pijnigen. Toen is de oude man gezwicht en heeft de plaats van zijn kapitaaltje aan de gemaskerden meegedeeld, die ermee vandoor gingen, terwijl hij 's nachts 4 uur gebonden is blijven liggen tot hulp kwam opdagen. Gij begrijpt hoe het dun ouden Peerke thans te moede is. Ik zal hem gaan opzoeken zoodra ik weer in de Loonsche Duinen kom.<br> Ook met andere perceelen zijn wij geslaagd en de Loonsche Duinen beantwoorden steeds meer aan het doel om een groot natuurmonument zonder enclaves te worden.<br> Gij zijt zoo vlug met de pen, dat gij ook eens moet schrijven hoe gij Uzelf thans voelt en of Uw gezondheid thans beter is dan toen gij de Brabantsche lucht inademdet. Wie weet of gij van den zomer nog niet eens terugkomt en wij in het gastvrij huis te Waalwijk U en Uw zusters nog eens mogen begroeten.<br> Met vriendelijke gedachten van de U bekende medewerkers van ons kantoor, waaronder<br> g.d.U.'<br><br> Met Peerke Verhoeven, de 63-jarige bosarbeider in dienst van Natuurmonumenten, zou het weer goed komen. Na korte tijd ging hij weer aan het werk en de Politie wist de misdadigers, een beruchte Ossche bende, op te sporen en veroordeeld te krijgen. Het Kadaster was intussen bereid om klaarheid te brengen in de Onverdeelde Duinen door de gehele geschiedenis van de eigendomsoverdrachten uit te pluizen, wat een tijdrovend onderzoek zou worden. De Vereniging was zo'n hoog bedrag aan rechten verschuldigd, dat aan de Minister van Financiën om kwijtschelding werd verzocht. Voor de diensten van Sherlock Holms was dat niet nodig.<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop12chezlouis.jpg" width="880" height="315" alt="Briefhoofd café Chez Louis" title="Briefhoofd café Chez Louis." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 14 februari 1935: <br><br> 'Zeer geachte Heer Van Tienhoven,<br><br> Dezen morgen is mijne moeite beloond en heb den heer v.d. Aa gevonden. Het is adres is Boulevard du Mont-Boron 136, La Roseraie. Er staan meer villa's omheen, die onder het zelfde no ressorteeren, omdat het vroeger één eigendom vormde, maar iedere villa heeft een aparte naam. Ik had verwacht Buen Retiro - L'oubliette of zoo iets. Het was er sober maar smaakvol gemeubileerd, meest antiek. De heer v.d. Aa is een kalm heertje van zoo 55 à 60 jaar. Hij is Belg en in St Gilles bij Brussel geboren. Het duinbezit is hun aangekomen daar zij vroeger een hoeve op Giersbergen bezaten. Ik heb hem als bewoners de namen genoemd; hij meende onder deze den naam Smits te herinneren. Hij zeide de koopacten bij zijne zuster te Brussel berusten en met haar dit bezit te hebben. Hij meende bij een boedelbeschrijving voor de successie ook de nummers van die duinen gelezen te hebben eer daarvoor betaald te hebben. Volgens hem waren deze duinen oorspronkelijk met vier gekocht. De anderen schijnen dus hun bezit op de een of andere wijze verbrokkeld te hebben, terwijl het hunne origineel is gebleven. Ik had hem reeds de zaak uiteengezet, maar hij sprak er zijne meening niet over uit. Mijn gedacht was dat hij als mannelijk lid der familie zijn besluit het meest gewicht in de schaal legde en slaagde er ook in zijn stem voor verkoop te winnen, evenwel zou hij eerst den prijs willen weten. Ik achtte het oogenblik gekomen om de zaak scherper te omlijnen en noemde hem een koopprijs van ’ 2000,-. Hij zeide in beginsel voor een verkoop er niet tegen te zijn, maar verder moest de zaak met zijne zuster te Brussel worden afgewerkt. Mijne taak was dus hier afgewerkt, maar ik meende goed te doen meteen voor U ook den weg in Brussel te banen. Ik verzocht hem dus voor de goeden en vlotten gang van zaken op schrift te stellen hetgeen we zooeven hadden gesproken maar tevens ook een woord tot zijne zuster te richten opdat dat ook de toestemming van haar onverwijld kan bevorderen. <br> Zooals u dan ook ziet staat er in: Je suis ainsi que ma soeur tout disposé à la vente. Mijnheer Jean heeft mij dan ook gezegd wanneer Mr v. Tienhoven zich tot mijn zuster wendt zal men het aan mij vragen welk besluit te nemen. Me dunkt dat we thans een heel eind in de goede richting gekomen zijn. Het onomstootelijk bewijs van toestemming van den heer v.d. Aa hebt u thans in handen. En hij zou dit bewijs niet geschreven hebben wanneer hij mijn aanbod van ’ 2000,- niet aannemelijk achtte. Het eene is toch immers een logische gevolgtrekking van het andere.<br> Maar ik zou mij dan ook aan dit bod van ’ 2000,- vasthouden, daar hebt u het voor. Van den heer Bernaerts heeft hij geen woord gesproken, ik natuurlijk evenmin. Het beste is dus de zaak reeds in Brussel af te werken en het was goed dat u de koopacte voor het titelonderzoek voor uwen notaris te Amsterdam kunt meenemen. Ik wensch u het beste succes en het verschaft mij werkelijk vreugde voor u in het verre zuiden nog iets nuttigs te hebben kunnen doen. Hierbij een uitknipsel van den snooden roofoverval bij Peerke, opdat u lezen kunt wat de plaatselijke bladen er over schrijven. De foto van het huisje had ik gaarne terug. Ontvang intusschen allen mijne beste groeten. <br> Hoogachtend <br> Frans Mombers<br><br> Ik meen op het kadaster den naam van Bernaerts er ook gelezen te hebben, maar dit zal waarschijnlijk beduiden als zijnde gehuwd in gemeenschap van goederen met Mme v.d. Aa.' <br><br> Bijgevoegd was een briefje van J. van der Aa met de mededeling aan 'Monsieur Van Tienhoven' dat hij een aangenaam bezoek had gehad van Mombers over de aankoop van 'une partie de dunes' en dat hij, evenals zijn zuster, bereid was om zaken te doen. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop12rebuffo.jpg" width="880" height="270" alt="Briefhoofd Grand café Rebuffo" title="Briefhoofd Grand café Rebuffo." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 15 februari 1935: <br><br> 'Zeer geachte Heer Van Tienhoven,<br><br> Uw schrijven van 11 d. afgehaald en lees U binnenkort naar Brussel gaat. In uwe plaats zou mijne gedachte deze zijn: Ik ga niet met Bernaerts de zaak verder behandelen, maar wel aan Mme v/d Aa de goede tijding brengen, dat haar broer volkomen met een verkoop instemt en in deze ook uit haar naam gesproken heeft. B. heeft reeds eenmaal het schuitje in het riet gestuurd en om met hem wederom over deze zaak in beschouwing te treden, is te ontraden. Hij zou alleen een verschil van meening uitlokken, alle wrijving van gedachten bij de onderhandeling zou ik verder maar vermijden. Trouwens hij komt op het tweede plan. V/d Aa zelf heeft hem niet eens vernoemd. Zijne handteekening zal wellicht noodig zijn, maar voor de beslissing der koopsom staan we toch tegenover de werkelijke eigenaars Jan en zijn zuster te zamen voor 1/4. Met een beetje samenwerking kan de zaak heel eenvoudig zonder schokje tot stand komen. Op den zelfden brief van mijnheer Jean heeft Mme Bernaerts van der Aa maar te schrijven dat zij overeenkomstig den wil van haar broer volkomen instemt hun (1/4) gedeelte der Onv. duinen aan de Vereen. in verkoop af te staan tegen den prijs met hem overeengekomen. Waarschijnlijk kunt u dit bijschrift aan haar overlaten na een en ander nog te hebben toegelicht. U kaatst mij dan den bal terug en ik werk hier kalm de zaak met mijnheer Jean af. <br> Verontschuldig mij ik den brief half afscheur, maar er was een inktvlek op gevallen. In het geroezemoes van het café op 'n hoek van een tafeltje moet men zich wat zien te behelpen. Wanneer u met den prijs van ± ’ 2000,- accoord kunt gaan zou men kunnen voorstellen de betaling met twee chèques op Parijs ieder 10000 frcs te doen. De chèque is heden ’ 9.79. Men zou zoodoende nog een voordeel van ’ 42,- hebben, trouwens het is nog geheel aan het Bestuur de koopsom te bepalen. De heer v.d. Aa schrijft zelf in zijn brief de wederzijdsche belangen bestens te regelen, "nos intérêts communs". Op slot van rekening kunnen zij zich zeer gelukkig achten een goede fée als de Vereeniging hun schijnbezit voor werkelijk bezit betaalt en zich daarbij alle moeite en kosten getroost om hun zaak in het reine te brengen. Dat is voor vandaag genoeg.<br> Met groeten. Hoogachtend <br> Frans Mombers<br><br> In geval de zaak door gaat en ik deze moet afwerken, zou ik noodig hebben <br> 1. Kadastraal extract<br> 2. brief v.d. Aa + instemming Mme<br> 3. mededeeling van uw onderhandeling Brussel.'<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 16 februari 1935: <br><br> 'Zeer geachte Heer Van Tienhoven,<br><br> Ik meen niets te moeten nalaten u in te lichten, het kan nooit schaden. Bij mijn bezoek aan den heer v.d. Aa zoo zei mij deze de duinen zijn aangekocht door zijn grootvader in vereeniging met nog 3 anderen, hij meende van de gemeente Drunen. De eigendomsbewijzen berusten te Brussel, wellicht hebt u gelegenheid daaruit te zien welk jaar de overdracht heeft plaats gehad, of de gemeente Drunen deze duinen reeds op naam op het Kadaster had. Misschien niet, ik heb wel eens gehoord het Kadaster zooals het nu is bestaat vanaf 1832. Wellicht kan het voor uwen notaris interessant zijn uit het archief der gemeente Drunen zich te laten inlichten wanneer tenminste gebleken is deze de duinen het eerst in bezit had. Of er iets gezegd werd over oude begrenzingen, hoeveel bunder, roeden, ellen, enz. Is die onverdeeldheid begonnen bij den aankoop door v.d. Aa c.s. Ik begrijp niet goed wanneer het b.v. een eeuw geleden een soort niemandsland was en de gemeente Drunen stond aangeschreven als eigenaaresse van het geheel, het op de kaarten verdeeld staat in perceelen en nummers. Als bezwaar van verkoop meende hij een tijd geleden er sprake was van inflatie van den gulden en den franc. Ik vroeg hem terloops of hij den oorlog had meegemaakt, waarop hij ontkennend antwoordde. Hij spreekt Vlaamsch, Bernaerts waarschijnlijk Waalsch, omrede hij den brief in het fransch schreef. Wanneer het zoover komt de acte moet opgesteld worden zou dit in het nederlandsch kunnen geschieden, mijn gedacht zou zoo zijn dat Bernaerts en Mme v.d. Aa in uwe tegenwoordigheid een volmacht teekenen voor Jean v.d. Aa en deze op de akte zelf teekent in tegenwoordigheid van mij en een buurman. En wel om reden dezen naam als eerste en oudste als eigenaar op het kadaster vermeld worden. Ik vind het voor uw eigendomsbewijs meer oorspronkelijk, authentieker wanneer de naam v/d Aa er op fungeert maar uwen notaris zal natuurlijk op de eerste plaats doen zooals het behoort, het is maar een causerie van vriend tot vriend. Uw onderhandeling te Brussel kan gemakkelijk zijn. Een groote stap wordt de zaak verder gebracht wanneer Madame met enkele woorden op den brief van Jean haar instemming wil betuigen. U zult de belangrijkheid er van inzien. Want het gaat erover of ik hier mondeling de zaak kan afwerken of dat Bernaerts er over in correspondentie gaat treeden. <br> Dezer dagen kreeg ik nog bericht de heer van Noordennen uit Giessendam bij ons geweest is en speciaal naar mij vroeg. Zou hij misschien een aanneming gedaan hebben waarvoor het z.g. zinkstukken of dergelijk houtvlechtwerk of paalen nodig heeft. U zoudt er misschien zaken mee kunnen doen. Het kan ook zijn hij zaken met mijn broer gedaan heeft want deze schreef me laatst, hij nog 8 hectaren brandhout had. Uit curiositeit heb ik zooeven nog eens in een adresboek 1935 nagezien omtrent de benaming der villa La Roseraie. Er stonden er hier 19 van dien naam, maar niets van hem. Het beste is dus zooals ik gedaan, maar zoo lang op dien berg te zoeken, totdat ik hem gevonden had.<br> Met groeten. Hoogachtend <br> Frans Mombers'<br><br> Volgens een brief van de 'Boekhouder der Hypotheken en van het Kadaster te 's Hertogenbosch' was het 'niemandsland' oorspronkelijk niet van de gemeente Drunen, maar van de Loonse familie Verheijen, die bij acte van 27 februari en 27 maart 1855 had verkocht 'Een onverdeeld vierde in nummers 625 enz. heide en duinen tezamen 100 bunders 43 roeden en 10 ellen, makende de helft of daaromtrent van de zoogenaamde Giersbergsche Duinen.' Het Kadaster veronderstelde dat hiermee bedoeld werd over te dragen drie maal 1/8, verkocht aan 3 personen w.o. 'van der Aa, Johannes koopman Haarsteeg'. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop12verheijen.jpg" width="880" height="665" alt="Familie Verheijen onderweg in Udenhout" title="Familie Verheijen onderweg in Udenhout. Fotocollectie Erik Gelevert te Loon op Zand." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 25 februari 1935:<br><br> 'Waarde heer Mombers,<br><br> Uw actieve correspondentie der laatste dagen bewijst hoezeer U nog met Uw gedachten in Holland zijt en in het bijzonder Uw geest bezig houdt met de belangen van onze Vereeniging.<br> Wij zijn U zeer dankbaar, dat Uw talenten als rechercheur zulke goede resultaten hebben opgeleverd, dat gij met den heer v.d. Aa in contact zijt gekomen en dat U hebt kunnen bereiken hetgeen U ons in Uw laatste brieven hebt geschreven, n.l. den heer v.d. Aa ervan te overtuigen, dat hij niet beter kan doen dan zijn terrein, waaraan hij gehecht is, aan onze Vereeniging over te doen.<br> Inmiddels - en dit zult U wel begrijpen en ik bespaar U de ingewikkelde correspondentie hierover - is de eigendom van de Onverdeelde duinen een ingewikkelde zaak waarvan men op het kadaster te 's Hertogenbosch en ook wij trachten de dwaalwegen te ontcijferen. Wij hebben thans aan het Kadaster gevraagd om alle achtsten te onderzoeken, die op de Onverdeelde duinen betrekking hebben en ik meen te moeten aannemen, dat de heer v.d. Aa en zijn zuster, slechts 1/8 in eigendom hebben. Wij zijn hierover nog in correspondentie met het kadaster. Mocht dit zoo zijn, dan moet de prijs natuurlijk dienovereenkomstig zijn.<br> Zooals U weet heb ik de volgende week een vergadering in Brussel en ik zal dan niet verzuimen om den heer en mevrouw Bernaerts op te zoeken, en, gewapend met het schrijven, dat U mij zondt van den heer v.d. Aa, hun medewerking en goedkeuring te vragen om het aandeel aan ons over te doen. Dan zijn wij heer en meester over het duin, tenminste als geen nieuwe eigenaars weer komen opdagen, hetgeen ik niet kan aannemen.<br> Deze week wordt de zeer moeilijke overdracht van het terrein van Simons en van Strijdhoven, die ook 1/8 hebben, perfect, want a.s. Donderdag, 28 Februari, zal de acte gepasseerd worden voor notaris van Ham te Kaatsheuvel. Als U ons dus van den zomer weer het genoegen doet Holland te bezoeken en met ons de duinen te bezichtigen, dan kunt U zich op den hoogsten top met ons verheugen, dat zoover gij zien kunt alles, in het bijzonder de Onverdeelde duin, veilig is, niet alleen voor thans, maar ook voor komende geslachten. Zeer zeker verdient gij een woord van hulde voor Uw zoo gewaardeerde hulp, uw groote belangstelling en hartelijke sympathie met de pogingen onzer Vereeniging om de Onverdeelde duinen tusschen Waalwijk, Udenhout, Loon op Zand en Drunen als een der mooiste natuurmonumenten veilig te stellen.<br> In Uw laatste schrijven hebt U ons ingelicht over een bezoek van den heer van Noordennen, aan wien wij op Uw suggestie een briefje schreven om te zien of wij tot zaken zouden kunnen komen. De heer van Noordennen schrijft ons heden, dat hij geen speciale levering op dit oogenblik te doen heeft, maar dat hij zich natuurlijk tot ons zal wenden in voorkomende gevallen. Zijn bezoek aan Uw broer in Waalwijk gold echter slechts om te informeeren naar Uw gezondheid en hij voegt het volgende in zijn brief erbij:<br> "Daar wij voorheen aangenaam mochten zaken doen en wij van zijn verblijf om gezondheidsredenen in het buitenland niet afwisten, wilden wij blijk geven van onze hoogachting en toegenegenheid tot zijn persoon," waaruit U kunt zien, dat de heer van Noordennen zich uit sympathie voor Uw persoon op de hoogte van het leven van onzen verren vriend wilde stellen.<br> Ik houd U natuurlijk op de hoogte van het verdere verloop van onze pogingen en zoodra ik in Brussel ben geweest zal ik U inlichten omtrent onze bemoeiingen bij de familie v.d. Aa.<br> Met vriendelijke groeten, mede van al Uw natuurmonumentale medewerkers hier op kantoor,<br> hoogachtend, <br> g.d.U.'<br><br> Notaris Schreurs berichtte de Vereniging dat het onderzoek naar de eigendomstoestand van de Onverdeelde Duinen zeer verhelderend had gewerkt en wanneer de onderhandelingen met de familie v.d. Aa met succes zouden worden bekroond 'zou dat een mooie oplossing zijn van het mysterie "onverdeelden duin"'. <br> Op de Algemene Ledenvergadering op 16 maart 1935 werd kort melding gemaakt van de merkwaardige problemen rond deze verwerving: 'Ook het natuurmonument Loonsche en Drunensche Duinen werd uitgebreid en wij kregen daardoor een grooter deel in de onverdeelde Gierbergsche Duinen. Hierbij doen zich zeer eigenaardige administratieve moeilijkheden voor; o.a. bleek, dat acht achtste deelen nog geen geheel vormen. De Dienst van het Kadaster staat ons vlijtig ter zijde bij het oplossen van deze in dubbelen zin boeiende bijzonderheden.'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 21 maart 1935: <br><br> 'Waarde Heer Mombers,<br><br> Na mijn bezoek aan Brussel heb ik tot nu toe nog geen tijd kunnen vinden om u het resultaat der besprekingen met den heer en mevrouw Bernaerts mede te deelen. Beiden ontvingen mij zeer vriendelijk en waren verbaasd te vernemen, dat hun broer en zwager gezegd heeft geen bezwaar tegen verkoop van hun duinbezit te hebben, want zij hadden juist eenige maanden geleden van hem gehoord, dat hij dit niet wilde doen. Ik heb gemeend daarom een schrijven te richten aan den heer v.d. Aa, waarvan ik een copie hierbij insluit. U kunt uit den inhoud van dezen brief de strekking opmaken en misschien wilt U met een welgekozen woord een verzoek ondersteunen en aan v.d. Aa vragen of hij de maatregelen wil nemen om met zijn zwager en zuster het duinbezit aan ons over te doen.<br> De Heer Bernaerts en Mevrouw verkeerden in de meening dat hun aandeel over de 100 HA. was, m.a.w. dat dit niet 1/8 deel uitmaakte! Daarom dachten zij dat ’ 2000,- te weinig was, maar ik heb hun dit uit het hoofd gepraat. Zie eens, wat U thans kunt doen. Werkelijk, de familie v.d. Aa is goed uit als zij ons bod aanneemt. <br> Laat mij spoedig eens weten hoe Gij meent langs diplomatischen weg deze questie kunt regelen en aanvaard de beste groeten van Uw vrienden van het kantoor Heerengracht 540, <br> hoogachtend,<br> Uw dw.,'<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop12selectbar.jpg" width="880" height="235" alt="Briefhoofd Select bar" title="Briefhoofd Select bar." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 27 maart 1935:<br><br> 'Zeer geachte Heer,<br><br> Uw voorlaatste schrijven aan mij is van 25 feb. Ik meende het lange uitblijven van nader bericht uit Brussel op rekening te moeten stellen dat de opgaven van het Kadaster waren ingekomen. Ik heb thans uw schrijven van 21 Maart ontvangen, inliggend copie aan v.d. Aa 20 Maart. Ik heb gisteren een bezoek aan v.d. Aa gebracht. Hij deelde mij mede uw schrijven naar Brussel gezonden te hebben waarin u hem rechtstreeks een bod doet van ’ 2000,- voor 1/8. Hij heeft verzocht in Brussel in hun papieren te zien of daarin vermeld staat zij voor 1/4 eigenaar zijn. Op het kadaster zult u misschien 1/8 gevonden hebben en dit nu vermeld. Hunne gedachte zal nu waarschijnlijk niet zijn: Wat is de Vereeniging toch goed dat zij ons voor 1/8 dezelfde prijs geven als voor 1/4, neen ik vermoed wanneer zij 1/4 vinden, hun vraag nu 2 x 2000 is. Ik heb alles overvloedig geschreven en hier in het bizonder nog op attent gemaakt dit aanleiding kan geven tot een onverkwikkelijke geschiedenis. Wat doet er de grootte in dit geval in 's hemelsnaam toch aan af. De hoofdzaak waar het op aan komt is dat wij het aandeel v.d. Aa koopen voor ’ 2000,-. De juiste Kadastrale grootte is een kwestie die de notaris uit te werken heeft. Wanneer nu de eigenaars 1/4 in hun hoofd hebben, wel goed, zooals U weet heb ik van het begin af niet anders dan over 1/4 gesproken dat is in orde, de notaris kan vermelden als hij wil dat op het kadaster 1/8 staat, terwijl in de koopacte van 1/4 sprake is maar dat deze grootte hoegenaamd van geen invloed is op de voorwaarden van den verkoop. Na mijne waarschuwing hebt u mij nog geschreven 25 febr. regel 18 en 19. Mocht dit zoo zijn, moet de prijs natuurlijk dienovereenkomstig zijn, dus b.v. ’ 1000,-. Maar wat mij nog het meest verbaasd is dat u achter mij heen een bod gaat doen. Daar bestond hoegenaamd geen aanleiding toe, er was geen reden voor. Immers alle opdrachten van aankoop die ik ontvangen heb zijn steeds tot het gewenschte resultaat gebracht. Alle medewerkers op het kantoor zullen dezelfde gedachte hebben. Laat Mombers maar aantobben, die komt er wel, als hij ons noodig heeft zal hij wel schrijven. Het eenige nu wat ik u in deze zaak gevraagd heb is Mevrouw van der Aa het besluit van verkoop mededeelen en haar te verzoeken eenige woorden van bevestiging en instemming op den brief van haar broer te schrijven. Daarna dezen brief aan mij terug te zenden benevens het uittreksel van het kadaster. Dat was het essentieele. Ik had dan bij mijn 2de bezoek de zaak met v.d. Aa af kunnen werken. Verder meldt u dat Bernaerts van meening is dat hun aandeel over 100 h.a. is, en u hem dit uit het hoofd gepraat heeft. Ik zou aan hem geen woorden verspillen, maar gewoon de officiëele opgave van het uittreksel v/h Kadaster v/d Bosch voorschuiven waarop als totaal 108 h.a. vermeld staat. Laat hem dan in zijn papieren 1/4 vinden, dat gaat dan toch de 27 h.a. niet te boven. Maar wat gebeurd is, is gebeurd. Wanneer er een fout begaan is moet deze zoo spoedig mogelijk hersteld worden. U zoudt kunnen zeggen dat wij van meet af aan de grootte van hun aandeel voor 1/4 hebben aangesproken dat dienovereenkomstig ook de waarde van ’ 2000,- bepaald is. Dat naderhand gebleken is de grootte op het kadaster maar voor 1/8 vermeld staat, dat dit evenwel op den prijs van geen invloed is en het aanbod voor het aandeel v.d. Aa op ’ 2000,- gehandhaafd blijft. Meent u de zaak anders te moeten regelen best. Ik hoop van harte mijn inzicht verkeerd is (ik bedoel v.d. Aa den prijs verhoogd) en een en ander spoedig tot een goed besluit mag gebracht worden. Ik heb bij al dit schrijven geen oogenblik gedacht eenige onaangenaamheid te zeggen, maar laten we verstandige vrienden blijven die eensgezind voor het zelfde doel werken. <br> Met beste groeten.<br> Frans Mombers<br><br> Hierbij een kaart van het groote museum te Monaco (diepzee onderzoek) met belangrijk aquarium. Koning Albert heeft voor de tot standkoming veel bijgedragen.'<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop12tavernenice.jpg" width="880" height="570" alt="Briefhoofd Taverne Niçoise" title="Briefhoofd Taverne Niçoise." HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 28 maart 1935: <br><br> 'Zeer geachte Heer,<br><br> In verband met mijn schrijven van gisteren deel ik U nog mede, dat de heer v.d. Aa mij gezegd naar aanleiding van uw schrijven van 20 Maart het antwoord van Brussel af te wachten en zal mij dit per brief mededeelen (ik heb hem dit zelf gevraagd, omrede ik niet weet het antwoord kort of lang uitblijft). Hij zeide mij nog dat het bezit is van hem en zijn zuster. Waarschijnlijk is dus het beste eerst dit antwoord af te wachten alvorens nog eene nadere toelichting te geven omtrent 1/8 of 1/4. Het kan ook heel goed zijn, dat zij in hun papieren 1/8 vermeld vinden. <br> De plotselinge inzinking van den belgischen goudfrank is bij verkoop eigenlijk een afwending van verlies; nochthans het vertrouwen in de stabiliteit van de geldswaarde wordt hierdoor verzwakt en is vastgoed in Holland te prefereeren. Ofschoon in het onderhavige geval dit bezit nog minder is dan in de Sahara, een fata morgana dus, omrede denkbeeldig. <br> Ik heb uw schrijven van 22 Maart nog eens overgelezen. U zult zich met dit bezoek toch wel een doel voorgesteld hebben. Ik kan er niet uit lezen of dit wel of niet bereikt is. Het eenige waar het op neer kwam was, dat Mevrouw in overeenstemming met haar broer den verkoop goedkeurde, dus accoord ging met den inhoud van den brief. Het was dan verder aan mij geweest het hier af te werken. Dit alles heb ik toch vooraf zeer uitvoerig geschreven. Het woord "diplomatisch" komt nog al eens in uwe brieven voor. Ik versta daaronder dat men spreekt en niets zegt, terwijl tegelijkertijd het gesprokene het tegendeel moet zijn van hetgeen men denkt. (Voor de theorie van Macchiavelli behoedt ons Heer.) Maar iemand die het zoover brengt mag gerust 12 duizend gulden tractement hebben, terwijl ik nog maar bereikt heb twee paar schoenen op de scherpe bergwegen stuk te loopen, van Had - je - maar II in zijne burgt op te sporen. Alles wat ik wensch is, dat de tijding van onzen geheim kamerheer in partibus goed mag zijn, dus in afwachting.<br> Met vriendelijke groeten.<br> Frans Mombers'<br><br> Van Tienhoven aan Mombers, Amsterdam 30 maart 1935: <br><br> 'Waarde medewerker,<br><br> Dank voor Uw beide uitvoerige letteren van 27 en 28 Maart, waarin U ons verslag uitbrengt over uw bemoeiingen en waarin U zeer waardevolle beschouwingen geeft over diplomatie en een practische wijze van onderhandeling. In geenen deele hebben deze mij onaangenaam getroffen, want ik weet hoezeer U Uw volle medewerking geeft aan den opbouw van onze Vereeniging, in het bijzonder wat betreft het onvolprezen gedeelte tusschen Loon op Zand, Waalwijk, Drunen en Udenhout.<br> Ik begrijp, dat het voor u eerst misschien een teleurstelling was om te denken, dat wij den scepter uit Uw handen hadden genomen inzake de onderhandelingen met den heer v.d. Aa en niet alleen om ons te verontschuldigen, maar ook om U tevreden te stellen wil ik U mededeelen, dat, al hebt U het cijfer van f 2000,- niet aan den heer v.d. Aa genoemd, wij toch daarover met elkander gecorrespondeerd hebben en - en dit is het voornaamste - ik ook het bedrag reeds aan den heer Bernaerts heb genoemd, toen ik de eerste maal met hem sprak, lang voordat U succes hadt met Uw nasporingen omtrent het verblijf van den heer v.d. Aa.<br> Nu ik het bedrag eenmaal genoemd had aan den heer Bernaerts, moest ik dit bij mijn bezoek begin Maart wel gestand doen en toen ik den heer v.d. Aa schreef geloofde ik, dat het er niets toe deed om ’ 2000,- te noemen, want natuurlijk had hij uit Brussel gehoord, dat ik dit bedrag indertijd had aangeboden.<br> Ik ben het geheel met U eens, dat het geen verschil uitmaakt, dat 1/4 in gedachten en in werkelijkheid 1/8 van het onverdeelde duin aan de familie v.d. Aa toebehoort, want wij koopen hun aandeel aan, maar om U geheel beslagen ten ijs te doen komen wil ik U even mededeelen hoe de zaak o.i. zich heeft toegedragen. Ware het niet, dat ik eenigszins angstig was om U alle officieele inlichtingen te zenden, die wij ontvingen door drukke correspondentie met en persoonlijk bezoek aan het kadaster, dan zou ik U de documenten wel ter inzage willen sturen. Het dunkt mij echter beter die hier te houden tot tijd en wijle wij elkander op Hollandschen bodem weer de hand kunnen geven.<br> De kwestie van eigendom v.d. Aa heeft zich aldus toegedragen.<br> Men moet onderscheiden twee gedeelten n.l. perceel D 624 dat ongeveer 23 H.A. groot is en een tweede gedeelte, perceelen D 625 enz. dat het grootste is n.l. 108 H.A., waarin de familie v.d. Aa gerechtigd was. Ik zend U hierbij het uittreksel uit den brief dd. 21 Februari j.l. van den heer v.d. Kroef, hetwelk de zaak verduidelijkt, n.l. dat door een vergissing van het kadaster den titel van 14 April 1855 niet goed werd overgenomen, waarin gesproken werd, dat een onverdeeld vierde in de helft van de Giersbergsche duinen werd verkocht. Destijds werd op het kadaster de fout gemaakt, dat ten name van den heer v.d. Aa geboekt werd 1/4 niet in deze helft, doch in het geheele terrein, welke fout thans aan het kadaster hersteld is. Eenzelfde aandeel als v.d. Aa kreeg kwam in 1855 in het bezit van Pauwels en van Mommersteeg. Deze aandeelen van Mommersteeg en Pauwels zijn later (1927 en 1930) aan de Vereeniging overgedragen als 1/8 deel, derhalve overeenkomstig den werkelijken toestand. U weet trouwens, dat de familie van der Aa in gebruik ook slechts 1/8 deel had, zooals bij de jaarlijksche houtverdeelingen telkens tot uitdrukking kwam. Alleen meenen wij, dat de familie van der Aa diezelfde gebruiksrechten ook liet gelden voor het perceel 624, dat derhalve niet overeenkomstig het kadaster zou zijn.<br> U ziet, er begint licht te komen in deze voor ons allen zoo mysterieuze zaak en indien U door het bovenstaande een juist inzicht hebt gekregen, zult gij het wel met ons eens zijn, dat de familie van der Aa slechts aan ons kan overdragen 1/8 deel van het onverdeelde duin en voor dit aandeel is een prijs van ’ 2000,- zeer hoog te noemen. <br> Uitziende naar den horizont en over de mediterranee komt wellicht klaarheid over den werkelijken toestand, als U kennis neemt van dit uitvoerig schrijven. Wij hebben gemeend U zoo goed als ons mogelijk is, te moeten inlichten, omdat Uw medewerking ons van zoo groote waarde is en laat geen schijn of schaduw overblijven van Uw gedachte, dat wij ruwweg ingegrepen hebben in Uw pogingen, die wij zoo op prijs stellen, om den heer van der Aa voor ons te winnen. Wij hebben slechts onze eerste mededeeling aan den heer Bernaerts van lang geleden gestand willen doen door wederom een prijs van ’ 2000,- - en wij kunnen niets meer geven - te noemen.<br> Uwe berichten met groote belangstelling tegemoetziende, en met beste groeten van allen op kantoor,<br> hoogachtend,<br> Uw dw.,<br><br> Mombers aan Van Tienhoven, Nice 4 april 1935:<br><br> 'M.H. Uw brief van 30 Maart ontvangen met inliggend uittreksel Kadaster. Dit is ten minste iets van practische waarde bij de onderhandeling. Wanneer U mij nu nog den brief v/d Aa aan mij terugzendt tevens een kleine teekening der onv. duinen met de nummers, dan zal ik een poging doen om de zaak een stap verder in de goede richting te brengen. Hierbij een brokje natuur uit het "doulce France".<br> Met groeten, hoogachtend. <br> Frans Mombers' <br><br> Alle inspanningen ten spijt zouden beiden er niet in slagen om het ontbrekende aandeel van Van der Aa aan te kopen, zoals ook uit de verdere correspondentie met Van der Vorm een jaar erna zou blijken. Op 18 april 1936 deelde Van Tienhoven zijn 'Waarde Brabantsche buur en natuurvriend!' tot zijn vreugde mee dat Natuurmonumenten in de jaren 1934, 1935, 1936 in de Loonse en Drunense Duinen verschillende enclaves had aangekocht tot een bedrag van ’ 25705,-, terwijl ook Kampina met waardevolle stukken was uitgebreid ad ’ 530,-. 'De Vreugde is daarom eenigszins verdeeld door moeilijke geldelijke overwegingen, want om ad infinitum geld disponibel te vinden en de noodige afrondingen van ons bezit in orde te maken, zijn de meest mogelijke voorzichtigheid en financiëele overwegingen vereischt. U hebt ons reeds bij herhaling geholpen en waart zoo vriendelijk, als goed vriend van de Vereeniging, U bereid te verklaren om ons een renteloos voorschot te verstrekken tot stijving van onze kas en ad maiorem glorias societatis.' Was Van der Vorm bereid was om nog een renteloze lening te verstrekken? Dit zou een daad zijn van groot belang voor heel het Nederlandse volk 'om het behoud van twee zulke typische Brabantsche natuurterreinen te bevorderen'. De kritische geldschieter Van der Vorm wilde echter eerst weten voor welke percelen geld nodig was. Van Tienhoven: 'Werkelijk, ik dacht, dat ik door mijn uitvoerige inlichtingen, U gegeven met mijn schrijven van 25 dezer, U duidelijk had gemaakt welke opofferingen onze Vereeniging zich heeft getroost voor de bezittingen Loonsche Duinen en Kampina, die toch van Uw levensgenot en vreugde, welke U op Venrode geniet, zulk een groot deel uitmaken. (...) Als u ditmaal onze Vereeniging niet con amore wilt helpen door de noodige gelden te verschaffen, zoo moet Gij dit rondweg zeggen'. Van der Vorm werd uitgenodigd om eens langs te komen in Amsterdam om een beter inzicht te krijgen 'van de moeilijkheden die onze Vereeniging telkens weer heeft te overwinnen'. Deze antwoordde echter dat het hem nu nóg niet duidelijk was, waarop hij een briefje kreeg van een enigszins geïrriteerde Van Tienhoven dat hij het toch volkomen duidelijk uiteengezet had. Te gelegener tijd moest nog 1/8 deel van de Onverdeelde Duinen worden aangekocht van Van der Aa. Dat zou geen bezwaren van financiële aard ontmoeten, omdat er 'hoogstens ’ 2000,-' mee gemoeid was, dus de financiële moeilijkheden gingen niet over de Onverdeelde Duinen. De toonzetting werd allengs korzeliger en de relatie leek in het voorjaar van 1936 met een kort briefje tot een einde te komen, doch werd toch weer hervat.<br><br> Van Tienhoven aan Van der Vorm, Amsterdam 7 mei 1936:<br><br> 'Mij ontging de moed en de lust, en ontbreekt de tijd, om onze briefwisseling over den aankoop van terreinen in Brabant voort te zetten, nu uit Uw zooeven ontvangen schrijven blijkt, dat mijn uiteenzettingen in mijn brieven van 29 April en 2 Mei geheel vruchteloos zijn geweest.' <br><br> Van Tienhoven aan Van der Vorm, Amsterdam 5 augustus 1936:<br><br> 'De financiën van onze Vereeniging zijn niet geschikt om opgenomen te worden in het jaarboek, want U begrijpt, bij een Vereeniging, die in den loop der jaren ongeveer ’ 3.000.000,- heeft uitgegeven om terreinen te behouden, de rekeningen zeer gecompliceerd zijn. Bovendien worden voor elk natuurmonument, waarvoor een leening is uitgegeven, aparte rekeningen gehouden, die door de Commissie van de Obligatiehouders worden nagezien, nadat een accountantsrapport is opgemaakt. De Financieele Commissie, bestaande uit de heeren, die U in ons jaarboekje vindt, onderzoekt de rekeningen en geeft haar accoord-verklaring. (...)' <br><br> Hun standpunten zouden niet dichter bij elkaar komen. Toch ondernam Van Tienhoven in het najaar van 1937 een nieuwe poging om geld te lenen Van der Vorm, die er enigszins geïrriteerd op wees dat hij al enige malen contact had gezocht en op Kampina was geweest, doch Van Tienhoven daar niet had aangetroffen. Een nieuwe ontmoeting zou hij zeer op prijs stellen. Van Tienhoven moest weten dat hun correspondentie van augustus 1936 een zuiver zakelijke aangelegenheid betrof die met het persoonlijke niets te maken had. Maar op het verzoek om financiële steun reageerde hij afwijzend.<br> Natuurmonumenten kende zijn standpunt. Hij - Van der Vorm - voelde veel voor de Vereniging, doch dat was voor hem geen aanleiding zich er opnieuw financieel voor te interesseren 'omdat u ten aanzien van een belangrijke door mij genoemde kwestie een andere opvatting huldigt'. Het antwoord van Van Tienhoven luidde dat hij nog steeds niet wist welke vragen Van der Vorm over de Loonse en Drunense Duinen beantwoord wilde zien. 'Hoe dan ook, Gij zijt een te goed vriend van onze Vereeniging en van het streven tot natuurbescherming (...)'. Nogmaals benadrukte hij dat de Vereniging een uitgebreide en goede boekhouding voerde en documentatie bijhield van alle terreinen en dat Van der Vorm zeer welkom was op het verenigingskantoor in Amsterdam om daar meer uitleg over te krijgen.<br><br> Van der Vorm aan Natuurmonumenten, Rotterdam 4 januari 1938:<br><br> 'Wat nu de zaak betreft, gaat het er mij niet om, om inzage van de boekhouding op Uw kantoor te hebben, doch ik meen, dat een vereeniging als de Uwe, die een uitgesproken publiek karakter heeft en ook herhaaldelijk een beroep op het publiek doet, verplicht is jaarlijks een behoorlijk financieel verslag uit te brengen resp. te publiceeren, waardoor a l l e belangstellenden kennis kunnen nemen van het gevoerde beleid en van den stand van zaken.' <br><br> Bron: archief Natuurmonumenten (Stadsarchief Amsterdam), met uitzondering van de foto van de familie Verheijen op reis, onderweg in het centrum van Udenhout, welke ter beschikking is gesteld door Erik Gelevert te Loon op Zand.</p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>