ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="Aankoop door het Natuurpark 'De Efteling'."> <title>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten. Aflevering 15. Aankoop door het Natuurpark 'De Efteling'.</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Aankoop Loonse en Drunense Duinen door Natuurmonumenten</h1><h2>Aflevering 15. Aankoop door het Natuurpark 'De Efteling'</h2><h3> <I>Jan van Iersel</I> </h3> <p> In kringen van de natuurbescherming heeft het altijd verwondering gewekt dat Frans Mombers in de jaren 1950 zijn bezit aan de westzijde van de provinciale weg niet aan Natuurmonumenten heeft verkocht, maar aan de stichting Natuurpark De Efteling. Natuurmonumenten zelf heeft er altijd het zwijgen toegedaan en ook de auteurs van de jubileumuitgave 'Loonse en Drunense Duinen: 75 jaar natuurbeheer' komen niet tot een bevredigende verklaring. Het meest verbazend is wel hun aanname dat Mombers zijn eigendommen op den duur wel zou hebben overgedragen 'indien de Vereniging hem hierom had verzocht'. De lezer van de voorgaande afleveringen - die voor 100% gebaseerd zijn op het archief van Natuurmonumenten - weet dat Mombers zijn bezit jarenlang aan Natuurmonumenten te koop heeft aangeboden en wel op zo'n vasthoudende wijze dat zonder overdrijving gesteld kan worden dat hij er bij voorzitter Van Tienhoven mee heeft lopen leuren en dat die hem al die jaren aan het lijntje heeft gehouden. De auteurs van genoemde publicatie sluiten af met 'hoe jammer het is dat deze bossen niet in het bezit zijn gekomen van Natuurmonumenten'. Met die constatering zal Frans Mombers het zeker eens zijn geweest, want dat is precies wat hij Van Tienhoven altijd heeft voorgehouden: zijn grondeigendom ten westen van de provinciale weg behoort in alle opzichten tot de Loonse en Drunense Duinen en zou daarom in handen van Natuurmonumenten moeten komen. <br> Alvorens nader in te gaan op de verkoop van Mombers' grondbezit ten westen van de weg, wordt in deze laatste aflevering eerst beschreven hoe hij zijn eigendommmen in de landstreek Efteling had verworven.<br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop15toegangshek.jpg" width="920" height="580" alt="toegangshek Eftelingsche Plantage" title="Toegangshek met tramrail ervoor en Mombersen met jachthond erachter" HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> Frans Mombers deed zijn eerste aankopen in het bos- en heidegebied ten westen van de oude provinciale weg tussen Loon op Zand en Kaatsheuvel in de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog. Zijn allereerste transacties in dit gebied, dat hij in de jaren 1950 aan de Stichting Natuurpark De Efteling en de gemeente Loon op Zand zou verkopen, dateren van december 1911, een half jaar na het overlijden van zijn vader Lambertus Mombers. Deze uit Oisterwijk afkomstige leerlooier was in Waalwijk getrouwd met Adriana Michielsen. Zij lieten hun vijf kinderen, naast een goedlopende looierij, in Waalwijk en omgeving een bezit aan onroerende goederen na, waaronder vruchtbaar hooiland, en een aantal huizen. Het grondbezit in Loon op Zand bleef beperkt tot één perceel bouwland, gelegen in het Loons Hoekje en kadastraal bekend als C 699, dat in 1912 aan Frans werd toebedeeld. Terwijl zijn broer Petrus de looierij overnam, ging Frans, een nakomertje en tien jaar jonger dan Petrus, zich toeleggen op de verwerving en exploitatie van onroerend goed, vooral landbouw- en bosgronden. Al gauw verlegde hij zijn interessegebied van zijn geboorteplaats Waalwijk naar de landstreek tussen Loon op Zand en Kaatsheuvel, waarbij hij een bijzondere voorkeur aan de dag legde voor de 'westflank' van de Loonse en Drunense Duinen. In de studie van G. Baaijens en H. Schimmel 'Over de biologische waarde van de westflank van de Loonse en Drunense duinen' van het Rijksinstituut voor natuurbeheer werd dit omschreven als een overgangsgebied naar de lager gelegen gronden ten zuiden van Capelle en daarmee tevens een overgangsgebied tussen (voormalige) zandverstuivingen en oud cultuurland, een gevariëerd golvend landschap dat in feite één geheel vormt met met de aangrenzende Loonse en Drunense Duinen. <br><br> Tot ver in de negentiende eeuw bestond dit gebied voor een groot gedeelte uit 'woeste gronden' met veel heide, zoals blijkt uit toponiemen als De Loonschen Heikant. Het was belangrijk voor de traditionele agrarische productie als extensief weidegebied en leverancier van heideplaggen voor bemesting. Tegen het einde van de negentiende eeuw verloren de woeste gronden als gevolg van landbouwkundige vernieuwingen, waaronder de opkomst van kunstmest, hun betekenis voor het traditionele boerenbedrijf. Omdat het gebied zich evenmin leende voor ontginning om er meer vruchtbare landbouwgrond van te maken, ontstond er belangstelling voor het omzetten van akkers en weiland in eiken- en dennenbos. Deze belangstelling kwam vooral uit de hoek van meer kapitaalkrachtige beleggers en industriëlen. Zo had de in de tweede helft van de negentiende eeuw aanzienlijk gegroeide Langstraatse lederindustrie steeds meer behoefte aan eikenschors als looistof, een behoefte die echter in het begin van de twintigste eeuw weer afnam als gevolg van de overschakeling op synthetische looistoffen. Daartegenover stond dat de dennenproductie werd gestimuleerd door de grote vraag van de mijnindustrie aan stuthout. Andere gegadigden kwamen uit de hoek van de natuurbescherming, waarbij in de eerste plaats de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland genoemd moet worden. Maar, zoals we gezien hebben in de vorige afleveringen, had deze meer belangstelling voor het kerngebied van de Loonse en Drunense Duinen, met als westelijke grens de provinciale weg tussen Loon op Zand en Kaatsheuvel. <br><br> Aan de overkant van de weg had Frans Mombers dus geen concurrentie van de Vereniging te duchten. Zoals gezegd verscheen hij eind 1911 als koper op de markt. Als telg uit een oud looiersgeslacht zal het niet toevallig zijn dat zijn eerste aankopen van looiers waren. Van leerlooier Wilhelmus van Nieuwstadt te Kaatsheuvel kocht hij een perceel masthout sectie I nr. 1, groot 1.66.40 ha voor f 60,- en van looier Josephus P.J. (ook Johannes genaamd) Lombarts te Kaatsheuvel, mede handelende namens zijn religieuze zuster Arnolda, een perceel schaarbos (hakhout) 0.42.90 ha sectie I nr. 326 voor f 100,-; beide percelen behoorden volgens de Kadasteradministratie tot het gehucht Efteling. Diezelfde maand kocht hij van leerlooier Josephus (Jos) G.M. Wijtvliet te Loon op Zand diverse percelen mast, mastbos en heide aan beide zijden van de weg, met een totale oppervlakte van ruim twee ha voor f 170,-. Verder van molenaar Johannes Teurlings te Loon op Zand diverse percelen zand, heide en bouwland, groot bijna een ha, en ten slotte nog een perceel mastbos van C. Wagemakers, winkelierster (erven landbouwer Wilhelmus Wagemakers te Kaatsheuvel en Cornelia de Graaf).<br> In maart 1912 kocht hij ruim drie ha dennenbos en heide van het hoofd openbare school J.F.H. van der Meeren te Loon op Zand en een perceeltje van de leerlooiers Cornelis en Johannes Basters te Loon op Zand. Daarna in mei twee ha bouwland, schaarbos, mast, mastbos, dennenbos en heide van de Mij. Noord-Braband en van Pieter, Johanna, Maria en Maurits Ros te Capelle respectievelijk Sprang een perceel mast en heide, groot 00.14.30 ha, I 298: zie de vijver op de kaart van Frans Mombers (zie verderop). Van oktober 1912 tot april 1913 breidde hij zijn bezit uit met onder meer aankopen van: Jan Brabers, landbouwer te Loon op Zand, drie ha bouwland, schaar- en mastbos, masthout, hakhout en schaarhout, en enkele percelen mast en heide van Johannes Beunis Hendrikuszoon, weduwnaar van Dingena Koks, die op 3 mei 1912 was overleden. Nadat hij in totaal zo n 15 ha had verworven, stopten de aankopen. Tijdens de jaren van de Eerste Wereldoorlog en ook daarna nog tot in 1920 kocht hij geen meter grond. De reden daarvan is niet bekend en evenmin waarmee hij zich deze jaren heeft bezig gehouden. Wel is bekend dat hij in 1920 in de Franse badplaats Nice woonachtig was en toen ook als zodanig in de administratie van het Kadaster stond ingeschreven.<br><br> In juni 1920 hervatte Mombers zijn activiteiten met een vrij grote aankoop van de Mij. Noord-Braband van zes ha dennen- en mastbos plus nog wat bouwland om daarna pas weer twee jaar later een hele reeks percelen mastbos, schaarhout, dennenbos, heide en bouwland te kopen, tesamen ruim vijf ha groot; verkopers waren landbouwers uit de omgeving en een bakker: Denis Vos te Sprang. Ook deed hij in juli 1922 een nieuwe omvangrijke aankoop van de Mij. Noord-Braband van maar liefst 38 ha, waarvan 7 ha in het gebied  Efteling ; veel percelen lagen aan de oostzijde van de weg en zou hij later aan Natuurmonumenen doorverkopen. Andere aankopen in het daarop volgende jaar waren van landbouwer M. van Asten te Udenhout, wed. Johannes de Kort, Leidsche Exploitatiemaatschappij van onroerende goederen te Leiden, Exploitatiemaatschappij van onroerende goederen "Rijn en Gouwe" te Boskoop, winkelierster Hendrika van de Hoven te Kaatsheuvel, landbouwers Peter van Laarhoven (Duikse Hoef) en Dingema en Henrica Beunis te Loon op Zand resp. Kaatsheuvel.<br> Dit waren allemaal onderhandse aankopen, maar Frans Mombers kocht ook op publieke veilingen, ofwel zelf in persoon of via een of meer stromannen. Zo kocht hij in april 1924 op een veiling van andere (voormalige) grootgrondbezitters in deze streek, te weten:<br> - van Hermanus J.G. Eenhuis, fabrikant te Albergen, en Gerardus J.M. Eenhuis, burgemeester te Lisse: 7.49.70 ha mast, weiland, heide, vogelwei, tuin, erf, enzovoorts;<br> - van de  Algemeene Armen (Burgerlijk Armbestuur Loon op Zand): 1.12.20 ha bos in sectie D.<br> Nagenoeg alle op deze veiling gebrachte kopen wist Frans Mombers met behulp van een tussenpersoon, landbouwer Cornelis van Gorcum te Kaatsheuvel, te verwerven.<br> De daarop volgende jaren kocht hij nog tientallen percelen mastbos, schaarhout, uitlopers, heide, dennenbos,  bouwland, zijnde vogelwei , weiland, enzovoorts, teveel om op te noemen. Een greep hieruit:<br> - van Martinus en Petrus de Kort, landbouwers te Kaatsheuvel: de ondergrond van een aantal percelen masthout  aan den Loonschen Pad voor f 60,- (de oude zandweg van Loon op Zand naar Kaatsheuvel); het masthout zelf werd gekocht door houthandelaar August Daems te Tilburg voor f 500,-. De constructie dat de bosgrond apart werd verkocht van de houtopslag was niet ongebruikelijk; het bos werd dan eerst gerooid door een handelaar, die daar veelal aanzienlijk meer voor moest neertellen dan Mombers voor het in handen krijgen van de ondergrond zelf. Ook kwam het voor dat Mombers zelf na een aankoop het hout meteen doorverkocht aan Daems; <br> - van schoenfabrikant J.J. Vera en Antonie Stalpers, timmerman en koffiehuishouder te Loon op Zand: perceel heide en mast, groot 1.10.80 ha; <br> - van Gerardus van den Wildenberg, ambtenaar ter secretarie te Loon op Zand (en Johannes van den Wildenberg): perceel mastbos, groot 0.76.40 ha;<br> - van landbouwer Gerardus van Gorkum te Loon op Zand: perceel mast en heide, groot 00.76.90 ha;<br> - van de erven Eenhuis (Maria A. Eenhuis te Udenhout, fabrikant Hermanus Eenhuis te Albergen en burgemeester Gerardus Eenhuis te Lisse): ongeveer tien ha bouwland, weiland, schaarbos, mastbos, weg en heide. Theophile Jean Baptist Albert Guillaume Le Mire trad bij deze transactie op als gevolmachtigde;<br> - van Maria Eenhuis: zes ha vogelwei, kapvlakte, heide, mast en schaarhout;<br> - van Mij. Noord-Braband: twee ha bouw- en weiland en erf van een voormalige boerderij aan de provinciale weg; <br> - van landbouwer Martinus van Asten te Udenhout: vogelwei, schaarhout en mast, groot 0.84.50 ha. Van Asten had dit bezit in 1924 op een veiling gekocht van de erven Eenhuis;<br - van Mij. Noord-Braband: huis met stal, erf, bouwland, weiland, mast en heide: groot 12.48.08 ha, voor f 8.000,-; dit is de boerderij Couwenberg aan de noordzijde van de Eftelingse straat; <br> - van de erven Christianus Verheijen, afkomstig uit Hoensbroek, overleden te Kaatsheuvel: huis, erf en tuin, bouw- en weiland, groot ruim een ha, voor f 580,-.<br><br> Inmiddels zat de wereld midden in de grootste economische crisis van de twintigste eeuw, die ook aan Nederland niet voorbij ging. Gedurende een groot gedeelte van de jaren dertig verbleef Frans Mombers in Frankrijk en zou hij geen grondaankopen meer doen. Zijn eerstvolgende aankoop volgde in april 1940, toen de kinderen van mevrouw Eenhuis - die in 1939 was overleden - de nalatenschap te gelde maakten en de nog niet verkochte gronden op een veiling brachten. Hoewel Mombers zijn domicilie had in Brussel, wist hij toch dertien van de achttien  kopen , in totaal zo n negen ha, in handen te krijgen. Dat gebeurde door een aantal stromannen in te schakelen, te weten: zijn broer Petrus J. Mombers, lederfabrikant Waalwijk, Marinus Swagemakers, koopman te Kaatsheuvel, Adrianus Vugts, caféhouder te Kaatsheuvel, Cornelis van Spaandonk, landbouwer te Kaatsheuvel en Franciscus van den Brand, houthandelaar te St. Joachimsmoer. Op een veiling in oktober 1940 deed hij - opnieuw via stromannen - zijn laatste aankoop: enkele percelen masthout en heide, groot 2.51.60 ha, sectie B nrs. 1271, 1988 en 5119. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop15beukhooispoor.jpg" width="920" height="690" alt="beuk bij Hooispoor" title="Beuk bij Hooispoor" HSPACE="10" align=left></a><br><P style="clear: left;"><br> De in de loop der jaren met tussenpozen bij elkaar gesprokkelde bezittingen hadden inmiddels een totale oppervlakte bereikt van zo'n honderd ha; ze waren vooral gelegen in, zoals hij het uitdrukte, de  landstreken Kraanven, Duikse Hoef en Efteling, met het zwaartepunt op Efteling, en bijna alles ten westen van de provinciale weg tussen Loon op Zand en Kaatsheuvel. Het voorheen sterk versnipperde grondbezit was in handen geweest van vele tientallen eigenaren: naast enkele grootgrondbezitters voornamelijk kleine boeren, looiers, schoenmakers, winkeliers, bakkers, enzovoorts uit de streek zelf. Met veel geduld, tactvol optreden en vasthoudendheid had hij het aaneen weten te rijgen tot één aaneengesloten bos- en heidegebied, afgewisseld met agrarisch bouwland. Zijn droom was om het tot een 'nationaal park' te ontwikkelen, geen natuurmonument of -reservaat, maar een voor de bevolking goed toegankelijk en aantrekkelijk gebied om er in de schaarse vrije tijd te 'verpozen', een 'recreation park' zogezegd.  <br><br> Zoals in de vorige afleveringen uitgebreid aan de orde is geweest - zie met name de twee voorgaande afleveringen - had Frans Mombers het in 1937 na vele vergeefse pogingen opgegeven om zijn zorgvuldig opgebouwd bezit over te dragen aan Natuurmonumenten als natuurbeschermingsorganisatie waar het in goede handen zou zijn. Voor zover er al sprake was geweest van serieuze onderhandelingen, waren deze geruisloos vastgelopen en als het ware uitgegaan als een kaars. Zonder ook maar het geringste verwijt beëindigde Mombers zijn correspondentie met Van Tienhoven. Een jaar later echter ondernam hij alsnog een poging, nu niet meer om het te verkopen, maar om het 'onder de bescherming' van Natuurmonumenten te brengen, maar ook die deur bleef gesloten. Toch probeerde hij het nog een keer in het oorlogsjaar 1941. Gedwongen door houtdiefstallen, branden, vernielingen en oorlogshandelingen verzocht hij om bescherming en het verlenen van bijstand om te voorkomen dat zijn 'arbeid vanaf 1911 grootendeels verloren' zou gaan. Het antwoord uit Amsterdam kwam erop neer dat er alleen over schenking te praten viel, waarop Frans Mombers Natuurmonumenten uit zijn adresboekje schrapte. <br><br> Ook de 'oorlogswinst' die als gevolg van de hoge houtprijzen de verenigingskas flink had gespekt, was na de oorlog voor Natuurmonumenten kennelijk geen overweging om alsnog de onderhandelingen met Frans Mombers over aankoop van de westflank van Loonse en Drunense Duinen te hervatten. Wel vonden in 1947 onderhandelingen plaats met andere aankopende instanties, met name Staatsbosbeheer en het Brabants Landschap. Natuurmonumenten stelde een zogenaamde 'urgentielijst' op, waarop alle terreinen van natuurwetenschappelijke waarde stonden die zij graag zou verwerven. Vervolgens kwam een lijstje tot stand met de 'voornaamste wensen', waarop voor wat betreft de Loonse en Drunense Duinen en omgeving alleen voorkwam: <br> - 'Oude-, Nieuwe- en Manken Tiend, ca 200 ha, loofbossen met belangrijke bodemflora, die aansluiten bij de Drunense Duinen. Het behoud van de veengaten ten Z. van Brand is ook van belang! Misschien vormen deze bossen een desideratum van het Staatsbosbeheer.' <br> - 'Loonse en Drunense Duinen, ca 1650 ha, enclave aankopen en afronden.'<br> Er is maar één conclusie mogelijk: de natuurbeschermingsorganisaties, waaronder Natuurmonumenten zelf, hadden geen belangstelling voor de westflank van de Loonse en Drunense Duinen. Ook het aan de westflank grenzende natuurgebied Huis ter Heide was kennelijk bij deze organisaties niet in beeld. <br> En zo kon het gebeuren dat de eerste naoorlogse brief van Mombers aan Natuurmonumenten dateert van 22 mei 1953, na het overlijden van Van Tienhoven. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop15wegverlegging.jpg" width="452" height="936" alt="tekening wegverlegging" title="tekening wegverlegging" HSPACE="20" align=left></a><br><br> 'Geachte Heer J. Drijver,<br><br> Met betrekking tot uw schrijven van 7 mei l.l. deel ik U nog mede dat voorzeker het overlijden van de heer Van Tienhoven U allen zeer getroffen zal hebben. Hij was een edel mens en de promotor van de stichting van vele recreatieoorden, die te zamen thans een machtig natuurgebied vormen van onschatbare waarde. Begin der volgende maand word ik 72 jaar en woon thans in een rusthuis voor ouden van dagen. Mijne bezitting onder L.o.Z. westkant prov. weg zou nog geheel intact zijn, ware het niet dat de Burgemeester van L.o.Z. mij verzocht een gedeelte af te staan voor sportterrein enz. Het betrof mijne hoeve en het huisje aldaar met daarbij behorende perceelen te zamen ±15 h.a. <br> Mijne berekening was ’ 23.500,- hetgeen vlot werd aangenomen. Daarbij kwam nog, dat men de Eftelingse Straat recht door wilde trekken naar den prov. weg. In ruil daarvoor zou ik ontvangen het gedeelte der Eft. str. vanaf het punt, dat afbuigt n/h zuiden tot a/d prov. weg ± 1/2 h.a. bouwland, dat aldaar aan mijnen eigendom grensde, hetgeen geschied is. Om U een idee te geven van dit nieuwe natuurpark, hierbij eenige krantjes waarin meer uitvoerig deze zaak in wordt beschreven. Er wordt nogal reclame voor gemaakt, een beetje overdreven. De lezer zal denken, dat de gehele landstreek "Efteling" er onder begrepen is, in feite behoort die ten oosten v/d prov. weg aan uwe vereeniging en ten westen aan mij, behoudens een gedeelte achterin.<br> Ontvang mijne beste groeten <br> Frans Mombers' <br><br> Het was een kwart eeuw geleden dat Mombers Natuurmonumenten had gewaarschuwd voor de bedreiging van de Loonse en Drunense Duinen door de alsmaar oprukkende bebouwing van het dorp Kaatsheuvel. Er gaan allerlei praatjes over aankoop van hei voor bouwgrond en op de Horst zal een nieuwe parochie gesticht worden, zo schreef hij toen aan Van Tienhoven. De grondprijzen zullen stijgen en het zal er niet makkelijker op worden om daar nieuwe aankopen te doen (zie aflevering 2). 'Het kan niet uitblijven of die gronden worden weldra voor bouwterreinen opgevraagd. Ik zal u van een en ander op de hoogte houden.' In 1937 was dan inderdaad als gevolg van de toenemende bevolking die nieuwe parochie op de Horst gesticht en er waren heipercelen op de Vonderakkers aangekocht voor de aanleg van een sportpark, zo informeerde Mombers Van Tienhoven (zie aflevering 13). 'Dezer dagen zijn de heeren kapelaans bij ons geweest. Er is een nieuwe padvindersorganisatie gevormd van een 100 tal leden en daarvoor was een geschikt terrein noodig. Mijne hoeve met boomgaard staat nog leeg. Nu en dan komen er wel die ’ 2. p.w. willen verwonen maar mijn doel is het een of andere bestemming te geven a/e Vereeniging. Iets te verkoopen ben ik tot heden niet van plan, men kan het pachten. Er zal nog best een oogenblik komen dat uwe vereeniging een gedeelte dezer schoone landstreek bij het groote gebied wil voegen. Het zou mij werkelijk spijten wanneer ik u moest teleurstellen.' <br><br><br> Aan wie had Mombers zijn 'hoeve en huisje' met 15 ha grond verkocht? Als kopers met wie hij contact had gehad noemde hij de burgemeester van Loon op Zand en de kapelaans Rietra en De Klijn. Dit vraagt om een stukje voorgeschiedenis. In de crisisjaren 1930 werden op initiatief van de Kaatsheuvelse kapelaans F.J. de Klijn en E. Rietra - samen met Jac. Smit als voorzitter van voetbalvereniging D.E.S.K. - een sportterrein aangelegd met rijkssubsidie in het kader van de werkverschaffing. De exploitatie van dit mooie in de bossen en heide gelegen 'sportpark', zoals het in de volksmond heette, was in handen van de Stichting R.K. Sport- en Wandelpark te Kaatsheuvel. Kapelaan Rietra zorgde voor de uitbreiding van het 12 ha grote complex met een speeltuin: draaimolen, glijbaan, kabelbaan en een echte ponybaan. In de jaren daarna werd ook de exploitatie van de nabij gelegen ijsbaan in de Loonse en Drunense Duinen in handen gelegd van genoemde stichting. Na de oorlog ontstond het idee om een goede recreatiemogelijkheid te bieden voor de kinderrijke Brabantse gezinnen en daarnaast wilde de gemeente het toerisme stimuleren. In een rapport van het E.T.I.N. werd gepleit voor het bevorderen van het vreemdelingenverkeer en het beter benutten van het rijke natuurschoon om aldus een nieuwe bestaansbron aan te boren en de welvaart van de bevolking te vergroten. In het jaar na het aantreden van burgemeester Van der Heijden werd op het terrein van het sportpark onder de naam 'De Schoen 1949' een tentoonstelling van industrie en handel in de gemeente Loon op Zand gehouden. Niet alleen de tentoonstelling was een succes, maar ook het park met bloementuin, fonteinen en wandelpaden. Zo kwam men tot het plan om hier het mooiste natuurpark van het hele land te ontwikkelen. De gemeente stak er veel geld in, maar kreeg wel zeggenschap in het stichtingsbestuur dat er als doel bij kreeg het toerisme te bevorderen. Burgemeester Van der Heijden werd voorzitter van het Natuurpark De Efteling, de nieuwe naam van de stichting. In 1950 begon een aantal werklozen aan het grootse werk. Er hoefden weinig bomen gerooid te worden, want het terrein bestond behalve uit dennenbos en eiken hakhout voornamelijk uit woeste grond. Intussen ging de voorzitter met de geestelijken De Klijn en Rietra op pad om de benodigde gronden te verwerven. In de bestuursvergadering van 18 oktober 1950, gehouden in de pastorie van de St. Jozefparochie, rapporteerde hij dat overeenstemming was bereikt over de aankoop van 45 ha gronden, waaronder zo'n 10 ha van de voormalige stichting Sport- en Wandelpark, welke eigendom waren van de kerkbesturen van de parochies St. Jan en St. Jozef, en 15 ha met boerderij en landarbeidershuis van Frans Mombers. Met hem was overeengekomen de Eftelingsestraat over een lengte van 530 meter in noordelijke richting te verleggen. De verlegging was nodig voor een toegang tot het zwembad in het park vanaf de provinciale weg en als afbakening van het terrein van het natuurpark. Tevens diende de weg als afscheiding met Mombers' eigendommen - door de plaatselijke bevolking ook wel het 'Mombersbos' of 'het goed van Mombers' genoemd - wat voor de eigenaar het voordeel had dat zijn bezit een aaneengesloten complex werd. Beide partijen hadden dus belang bij de wegverlegging, waarmee de gemeenteraad de dag ervoor, op 17 oktober, reeds had ingestemd. Wegens ziekte van Frans Mombers, die in 1949 verhuisd was van Maastricht naar Den Bosch, waar hij enige tijd in het Mariapaviljoen van het Grootziekenhuis verbleef, was zijn neef Lambertus Mombers, industrieel te Waalwijk, bij deze transactie zijn zaakwaarnemer. Na de overdracht ontving Mombers in het Bossche ziekenhuis een schriftelijke dankbetuiging van het bestuur van De Efteling 'voor de vlotte en aangename wijze waarop Uwerzijds deze transactie is voorbereid en tot stand gebracht. Door Uw medewerking zijn wij thans in staat onze plannen tot uitbreiding van ons natuurpark daadwerkelijk uit te voeren, waardoor een recreatiegebied zal ontstaan dat - naar wij hopen - binnen enkele jaren de trots van de omgeving zal uitmaken. Het strekt U tot eer daaraan in belangrijke mate te hebben bijgedragen. Wij wensen U ten slotte een spoedig en algeheel herstel toe en zullen U gaarne als onze gast op "De Efteling" beschouwen.' <br><br> Toen Mombers in mei 1953 Natuurmonumenten informeerde over de verkoop van zijn boerderij met 15 ha grond aan 'de burgemeester' - lees: de stichting Natuurpark De Efteling - beschikte het park al over een nieuwe grote speeltuin, theehuis en sprookjesbos. In enkele jaren was het tot bloei gekomen met een bezoekersaantal van 235.000 in 1952. In dat jaar werd het door Anton Pieck ontworpen sprookjesbos geopend, wat wel de echte start van het 'recreatie-oord' De Efteling wordt genoemd. Mombers benadrukte in genoemde brief dat het park De Efteling niet verward moest worden met de landstreek Efteling, die verder nog geheel intact zijn eigendom was. Maar dat zou niet lang meer duren. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="aankoop15mombersbos.jpg" width="623" height="830" alt="laan in Mombersbos" title="Mombersbos" HSPACE="20" align=left></a><br> Op 28 juni 1955 besloot de gemeenteraad van Loon op Zand tot aankoop van het 'complex bos- en landbouwgronden van de heer F. Mombers te Geleen' ter grootte van 78.85.72 ha voor ’ 134.532,- en het in beheer en exploitatie geven hiervan aan de stichting Natuurpark De Efteling. Dit onder voorwaarde dat De Efteling de gronden als wandelbos gratis voor het publiek toegankelijk zou stellen. De stichting was rente en aflossing van het geïnvesteerde kapitaal verschuldigd en had het recht het complex in de toekomst van de gemeente te kopen voor het nog niet afgeloste gedeelte van de investering, de boekwaarde dus. (In 1959 werden de financiële banden tussen De Efteling en de gemeente verbroken en werd De Efteling eigenaar van het boscomplex van Mombers.) Hiertegenover stond dat de gemeente De Efteling verloste van de nadelige exploitatiesaldi van de sportterreinen en het zwembad; dit waren immers voorzieningen die zuiver tot de taak van de gemeente behoorden, zodat het logisch was dat zij deze tekorten voor haar rekening zou nemen. In een geheim preadvies aan de raad omschreven burgemeester en wethouders de aankoop als 'gelegen aan de westzijde van de provinciale weg Kaatsheuvel-Loon op Zand, tussen de Eftelingsestraat en het Kraanven. (...) Het gehele complex vormt een vrijwel aaneengesloten gebied van hoofdzakelijk bospercelen, afgewisseld met enkele percelen landbouwgrond. Wij achten het van belang dat dit complex als natuurschoongebied behouden blijft.' <br><br> Die enkele percelen landbouwgrond betrof 17 à 18 ha bouwland, dat normaal verpacht kon blijven. Volgens de notulen van de besloten raadsvergadering maakten enkele raadsleden bezwaar tegen exploitatie door De Efteling, waarop de voorzitter opmerkte dat 'De Efteling is opgezet om het vreemdelingenverkeer te bevorderen en van de gemeente een toeristencentrum te maken. <br> Daarvoor is de exploitatie van dit wandelbos een van de geëigende middelen. Het ligt niet in de bedoeling een entree te heffen, doch het bos volkomen voor het publiek open te stellen.' Het college had de aankoop besproken met Gedeputeerde Staten en ook die hadden geadviseerd de exploitatie van het wandelbos in handen van De Efteling te stellen. De discussie ging verder over de verliesgevende exploitatie van het zwembad en de sportvelden door De Efteling. De voorzitter hierover: 'Behalve de vermakelijkheidsbelasting welke de gemeente jaarlijks opstrijkt wordt de gemeente ook nog ontlast van deze taak, welke taak aan de Efteling jaarlijks beduidende bedragen vraagt. Daarom komen burgemeester en wethouders thans - nu de Efteling wederom een nieuwe in feite gemeentelijke taak op zich neemt - met het voorstel om de nadelige saldi van de exploitatie van sportvelden en zwembad aan de Efteling te vergoeden.' <br><br> Waarom moest het preadvies van B&W aan de raad over de grondaankoop vertrouwelijk blijven en waarom vond de behandeling in de raadsvergadering achter gesloten deuren plaats? De voorzitter legde hierover een merkwaardige verklaring af. De contacten over deze aankoop hadden steeds via Lambert (Lambertus) Mombers te Waalwijk gelopen, een neef van eigenaar Frans Mombers, maar nu was er een aanbieding van de eigenaar rechtstreeks uit Geleen binnengekomen, 'zodat het vermoeden gewettigd is dat de neefs van de heer F. Mombers daarvan niet op de hoogte zijn en, indien zij daarvan op de hoogte zouden komen vóórdat de beslissing is gevallen, tegen de genomen transactie bezwaar zouden maken'. Een nogal tendentieuze verklaring! Alsof de neven bezwaar zouden kunnen of willen maken tegen de verkoop door hun oom van diens eigen bezit. Waarom vroeg de burgemeester niet gewoon aan zaakwaarnemer Lambert, waar hij toch veel contact mee had, hoe het zat? In elk geval horen gemeentelijke grondaankopen in een democratie transparant en in het openbaar plaats te vinden. Toch keurde de provincie de aankoop door de gemeente goed. Dit had de voorkeur boven aankoop door De Efteling omdat bij overdracht van verpachte gronden de pachter een voorkeursrecht heeft, hetgeen niet geldt wanneer de gemeente koopt. <br><br> Er zijn verschillende versies in omloop over de mogelijke beweegredenen van Frans Mombers om aan De Efteling te verkopen en niet aan Natuurmonumenten, terwijl het behoud van de natuur hem toch zo na aan het hart lag. Hij zou zich hebben laten overtuigen door burgemeester Van der Heijden die een beroep op hem deed met als argument dat de gronden nodig waren voor gemeenschapsvoorzieningen. Hij zou hebben willen bouwen op de hoek van de Eftelingsestraat, op de plek waar later burgemeester Van der Heijden ging bouwen. Ook zou hij de vernielingen in zijn bos door de Kaatsheuvelse jeugd beu zijn geweest en daarom hebben meegewerkt aan de aanleg van een speeltuin voor de jeugd, zodat die vooraan bij hem uit de buurt zou blijven. Anderen beweren dat de godsdienstige Mombers zich door de geestelijken De Klijn en Rietra heeft laten overreden om iets voor de jeugd te doen en zijn bezit 'voor een appel en een ei' heeft verkocht met als toegift het vooruitzicht op een 'prachtige plek in de hemel'. In de correspondentie - die helaas niet compleet is - zijn voor dit soort veronderstellingen geen aanwijzingen te vinden. Meer aannemelijk is het dat hij als ziekelijke oude man naar rust verlangde en verlost wilde worden van de zorgen die zijn bezit met zich meebracht. Die zorgen kunnen best mede veroorzaakt zijn door vandalisme, maar belangrijker zal toch het zakelijk beheer zijn geweest. Gedwongen door zijn persoonlijke omstandigheden, moest de onafhankelijke, vasthoudende en altijd zijn eigen weg volgende Frans Mombers een steeds groter beroep doen op zijn familie, met name op zijn neven Petrus (Pé) en Lambert(us), terwijl die steeds meer in beslag werden genomen door hun Waalwijkse lederfabriek, die in die jaren een grote groei doormaakte. Aan zijn neef "B.P." (Beste Pé) schreef Frans Mombers: 'Wat een grote zaken doe je toch, je zult nog miljonair worden.' <br><br> Een niet onbelangrijk onderdeel van dat zakelijk beheer waren de contacten met De Efteling. Nadat de eerste grondtransactie goed en wel beklonken was, kwam het bestuur van De Efteling bij Mombers met de vraag of hij ten behoeve van een goede afronding van het park een strook grond aan de provinciale weg wilde verkopen. De inmiddels in het Geleens rusthuis Huize Elisabeth verblijvende grondeigenaar reageerde niet afwijzend, maar vroeg om nadere informatie. Toen hij begreep wat De Efteling wilde, weigerde hij omdat zijn bezit 'aan den prov. weg verbrokkeld en verminderd in waarde' zou zijn wanneer hij op de vraag zou ingaan. Op de vervolgvraag of hij het dan wilde verpachten, luidde het antwoord dat dat 'voor mij een moeilijk probleem' is. En: 'Wat betreft verkoop van I 2038, de omstandigheden zijn zoo, het beter is dit nog wat te laten rusten tot 1953.' Ook grondruil kwam in beeld. De Efteling bezat een perceel gelegen aan de oostzijde van de provinciale weg, dat grensde aan een perceel van de familie Mombers, en stelde voor dit te ruilen met een gedeelte van perceel I 2038. Mombers was echter alleen bereid het kadastrale perceel I 27 te verpachten als 'recreatie of sportterrein' voor ’ 300,- per jaar. 'Voor een terrein als standplaats in uw Lunapark van 7000 m2 is dit voorzeker een bescheiden pacht.' Het plaatsen van bouwwerken wilde hij niet toegestaan. Ook vroeg hij waarvoor het terrein gebruikt zou gaan worden. Van der Heijden haastte zich Mombers erop te wijzen dat het karakter van De Efteling niet dat van een 'Lunapark' was, maar van een 'recreatie-oord'. Het perceel was nodig als parkeerterrein voor de auto's en fietsen van zwembadbezoekers, ingang Eftelingsestraat. Van der Heijden hield vol en uiteindelijk ging Mombers overstag; in de zomer van 1953 bereikten partijen overeenstemming. Daarna volgde de reeds genoemde grote transactie - het Mombersbos met aangrenzende landbouwgronden ter grootte van 79 ha - die op 28 juni 1955 door de gemeenteraad werd goedgekeurd. Hiermee kwam echter nog geen einde aan Mombers' zorgen. Zijn neef Petrus, zakenman en verwoed liefhebber van de jacht, was boos dat zijn oom verzuimd had te bedingen dat hij het jachtrecht zou behouden. Een poging om dit alsnog recht te zetten, wimpelde de burgemeester af omdat hij de jacht al voor een periode van zes jaar (1955-1961) had toegezegd aan de inmiddels van kapelaans tot pastoors opgeklommen De Klijn en Rietra. Na wat heen en weer geschrijf en overleg kwam dit toch nog goed en kon Petrus Mombers er blijven jagen. In een brief van 16 september 1957 gaf Frans Mombers zijn neef tips voor een goede verstandhouding met De Efteling en voor de omgang met beide pastoors. 'Ik vermoed de pastoors de jacht laten gaan daar ze niet bij u zijn geweest, dat jagen komt toch eigenlijk niet in overeenstemming met de waardigheid van hun ambt.' Hij eindigt met: 'Ik heb u steeds met goedheid en vriendschap welwillend geweest, maar na al het lijden dat ik dit jaar gehad heb is mijn bescheiden wensch van rustig mijne laatste levensdagen door te brengen. De groeten, Frans.' <br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"> <A HREF="aankoop07kaartFM.jpg" TARGET="_BLANK"> <h3>Kaart Frans Mombers</h3></A> <b>Toelichting:</b><br><br> Ter afsluiting de kadastrale kaart waarmee Frans Mombers op pad ging en die weer en wind heeft moeten trotseren. Alles wat met rood is aangegeven was zijn eigendom (percelen met een rode "M" of met rode of rood onderstreepte perceelsnummers). Met een blauw potlood of met een "E" aangeduide percelen waren (voormalig) bezit van mevrouw Eenhuis te Udenhout.<br><br> De door Mombers aangekochte boerderij 'Couwenberg' (percelen I 1896/1897) aan de noordzijde van de Eftelingse straat ter hoogte van het huidige Fata Morgana in het recreatiepark De Efteling wilde Mombers aan Natuurmonumenten schenken, indien die bereid was tot aankoop van zijn gehele bezit aan de westzijde van de provinciale weg.<br><br> Het met een stippellijn aangegeven "Loonsche pad" is de oude onverharde weg tussen de dorpen Loon op Zand en Kaatsheuvel via het gehucht Efteling, die tot de aanleg van de provinciale straatweg tussen Tilburg en Waalwijk halverwege de 19de eeuw intensief is gebruikt, maar ook daarna nog als kortste route en om de tolheffing op de straatweg te vermijden. Een weg dus met een geschiedenis die veel verhalen zou kunnen vertellen over de relatie tussen deze dorpen en de geschiedenis van het gehucht Efteling. Het zou mooi zijn wanneer het Natuurpark De Efteling in het kader van het herstelplan voor het 'Het Loonsche Land' deze weg door het Mombersbos als historisch erfgoed in de oorspronkelijke staat zou terugbrengen.<br><br> <b>Een kwalitatief hoogwaardige kleurenscan is verkrijgbaar bij de auteur.</b><br><br> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> Bronnen: <br> Archief Natuurmonumenten (Stadsarchief Amsterdam).<br> Archief Natuurpark De Efteling.<br> Familiearchief Mombers (Huub Mombers te Druten).<br> RAT Archief gemeentebestuur Loon op Zand 1937-1980, toegangsnr. 1110, inv.nr. 32, 83, 151, 152, 821, 826, 827 en 1860.<br> Kees Grootswagers, Van Sportpark tot Efteling, Strol Zaand, april 1992, nr. 2, 4-15. <br> Henk vanden Diepstraten, De Efteling. Kroniek van een sprookje, Kaatsheuvel 2002.<br> Ger Verschuren (e.a.), 'Loonse en Drunense Duinen: 75 jaar natuurbeheer', Vereniging Natuurmonumenten 1996, 12-13.</p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>