ÿþ<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> <html lang="nl"> <head> <meta http-equiv="Content-Language" content="nl"> <meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> <meta name="description" content="Beheer en toezicht op bezoekers, houtdiefstallen, Duitse soldaten in munitiedepot M.A.St. in jaren Tweede Wereldoorlog door boswachter Jan Peijnenburg natuurgebied Loonse en Drunense Duinen"> <title>Jan Peijnenburg, boswachter in oorlogstijd</title> </head> <body><body leftmargin="180"><body rightmargin="280"> <br> <h1>Jan Peijnenburg, boswachter in oorlogstijd </h1><h3> Jan van Iersel </h3><br> <p>Onder de titel  Jan Peijnenburg, de eerste boswachter van de Loonse en Drunense Duinen vertelde ik in <I>Straet & Vaert 2008</I> het verhaal van boswachter Peijnenburg tijdens de vooroorlogse jaren in wat thans Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen heet. Het vervolg in dit jaarboek speelt zich af in de oorlogsjaren 1940-1945, toen er een zware taak op de schouders van de boswachter rustte, een taak met een grote verantwoordelijkheid en nog grotere gevaren. </p> <h2>Inleiding</h2> <IMG BORDER="0" SRC="peijnenburg206.jpg" width="265" height="411" alt="foto Jan Peijnenburg" title="Jan Peijnenburg" HSPACE="10" align=left></a> <p>In de weken voor de inval van de Duitsers in ons land ging het boswachtersleven van Jan Peijnenburg in de Loonse en Drunense Duinen zijn gewone gang. De pachters van de jacht klaagden over de stroperij en drongen aan op meer toezicht, motorrijders vernielden tijdens een  betrouwbaarheidsrit het fietspad van De Rustende Jager naar Giersbergen en een vooraanstaand lid van Natuurmonumenten diende een klacht in na een bekeuring wegens het zich begeven buiten de wegen en paden. Voor de boswachter betekende zo n klacht een fietstochtje naar Kaatsheuvel voor overleg met de Gemeentepolitie. En dan was er nog een buurman die zo brutaal - en dom! - was om pal achter de boswachterswoning bomen te stelen - natuurlijk werd hij op heterdaad betrapt. <br>Peijnenburg kreeg een aansluiting op het elektriciteitsnet, omdat het gaslicht zo n stank veroorzaakte dat hij de deuren open moest zetten. Natuurmonumenten sloot een pensioenverzekering voor haar medewerkers, waarop Peijnenburg een bedankbrief schreef voor de goede zorgen; hetzelfde deed medewerker Klijn, die het zeer op prijs stelde dat het bestuur  zoo zorgzaam is voor haar medewerkers ter velde in zorgvolle laterkomende tijden . Die zorgvolle tijden kwamen sneller dan hij bedoeld zal hebben.<P style="clear: left;"> <br> Toen de oorlog naderde, kwam de brigadecommandant van de Rijksveldwacht te Drunen bij Peijnenburg  aan de deur met de vraag of hij in  buitengewone omstandigheden als reserve rijksveldwachter dienst wilde doen, waarvoor hij een  behoorlijke vergoeding zou krijgen. Hij zou dan de plaatselijke rijksveldwachter moeten vervangen wanneer deze naar elders zou worden gezonden. Peijnenburg voelde er weinig voor:  Het spreekt natuurlijk vanzelf dat ik maar liefst op eigen terrein kan blijven en dat zij mijne diensten nooit noodig zullen hebben, doch indien noodig ben ik hiertoe bereid, schreef hij naar zijn baas Van Tienhoven in Amsterdam. De Rijksveldwacht nam ook contact op met Natuurmonumenten, die eveneens bezwaren had tegen zo n benoeming. <br> <p>Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 27 maart 1940: <br><br>  Wij hopen natuurlijk dat die omstandigheden zich nooit zullen voordoen, want wij zijn er van overtuigd dat dan het toezicht op en het werk in onze terreinen ernstig zullen lijden. Wordt U eenmaal in algemeenen dienst aangesteld, dan zult U voor allerlei moeilijke en tijdroovende werkzaamheden komen te staan. <br><br> Peijnenburg reageerde opgelucht. Wat hij betreurde was de sloop van molen  De Roos van Teurlings op de Hoge Steenweg, die op de plaats stond van de latere garage Van Roosmalen. Tussen de kwekerij en de schuur van Natuurmonumenten op Westloon en het dorp Loon op Zand lag toen nog een grotendeels open heidegebied met vanuit de schuur vrij uitzicht op de Loonse kerk en deze molen. Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 8 april 1940: <br><br>  Onze Loon op Zandsche windmolen gaat hoogst waarschijnlijk ook verdwijnen, onder sloopers handen. Vorige week is deze verkocht aan een auto en rijwiel reparateur, die hem vermoedelijk zal sloopen en er een auto garage met werkplaats en woonhuis wil stichten.<br> De windmolen moet thans in zulk een slechte toestand verkeeren, dat het vrijwel onmogelijk is hem nog rond te krijgen, afgezien nog het gevaar dat hier aan verbonden is. Het is wel jammer dat deze molen zoo slecht onderhouden is geweest en verwaarloosd en dat hij thans hoogst waarschijnlijk zal gaan verdwijnen! <br><br> Bij de telkens terugkerende gezondheidsklachten van Peijnenburgs vrouw in de jaren voor de oorlog kwamen in het voorjaar van 1940 lichamelijke klachten van de boswachter zelf: hij kreeg last van een lichte graad van ischias in zijn rechter been, die hem het lopen moeilijk en pijnlijk maakte, vooral  s morgens en bij slecht weer. Zijn werkzaamheden kon hij nog wel doen, zij het enigszins  aan den oppervlakkige kant . Al na enkele weken kon de controlerend geneesheer hem gelukkig weer voor honderd procent genezen verklaren. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 2 juni 1940: <br><br>  Ook ik voel mij thans voor mijn werkzaamheden geheel hersteld, alleen bij regenachtig weer en bij de zwaardere tochten door onze Duinen moet ik nog eenigszins aan mijzelf denken, anders heb ik  s avonds nog wel eens een pijnlijk gevoel in mijn been, overigens gaat het thans best. <br> Ook heb ik mij thans een kas aangeschaft om bij regenachtig weer te kunnen drogen, om zoodoende geheel van mijn ischias bevrijd te worden. </p> <h2> Kommervolle dagen</h2> <p>Al meteen op de dag van de inval van het Duitse leger ontvingen alle boswachters van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten een brief uit Amsterdam waarin de  Waarde Medewerker een hart onder de riem werd gestoken. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 10 mei 1940: <br><br>  De groote slag, die dreigde, doch niet geloofd kon worden, is thans gevallen en zal waarschijnlijk tengevolge hebben, dat wij niet meer met elkander voeling kunnen houden om gezamenlijk onze terreinen te beheeren en te verzorgen. Een groote verantwoordelijkheid wordt thans in Uw handen gelegd, doch omdat wij alle medewerkers als onze vrienden beschouwen, vertrouwen wij, dat ieder zijn plicht zal doen, zij het dan dat dat met opofferingen gepaard zal gaan.<br> Moeilijkheden zonder tal zullen rijzen, maar omdat wij weten, dat ge allen warm voelt voor de Vereeniging en dat ge onze verhouding, die op vertrouwen berust, waardeert, geven wij, indien het moet, een zeker gedeelte van de leiding uit handen en dragen die aan u over.<br> Wij kunnen U niet voorschrijven wat in alle gevallen moet worden gedaan. Ge moet naar Uw eigen inzichten handelen en de verantwoordelijkheid weten te dragen. <br><br> Al binnen twee weken kon de correspondentie worden hervat. Op 21 mei verstuurde Peijnenburg twee brieven. De eerste was kort en bevestigde de ontvangst van de brief van Natuurmonumenten van 10 mei, afsluitend met:  Ontvang ook alle onze Hartelijke Groeten na deze kommervolle dagen, waarin wij ook vaak moesten denken hoe het U vergaan was. De tweede brief was een kort verslag van de eerste oorlogsdagen en de schade aan de bezittingen van de Vereniging in de Loonse en Drunense Duinen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 21 mei 1940: <br><br>  Hier mede bericht ik U Edele in het kort de belevenissen welke wij in deze kommer volle dagen hebben doorgemaakt.<br> Op vrijdag 10 Mei n.middags werden de terugtrekkende Nederlandsche troepen tusschen Loon op Zand en Kaatsheuvel vanuit de lucht gebombardeerd en beschoten, hierbij werden onze terreinen en die van den Heer Mombers veel beschadigd. Op de terreinen van Mombers brak tevens een groote boschbrand uit welke een groot complex bosch vernielde. Bij het uitoefenen van mijn plicht raakte ik ook tusschen deze bombardementen en ik kan het hier niet beschrijven wat ik daar meemaakte, doch ik mag van geluk spreken dat ik er zonder ongelukken ben uitgekomen, want het was een ware bommen en kogelregen waartusschen ik mij bevond en er waren er toen ook verschillende gewond en gedood. Naar schatting zijn er vrijdag 10 Mei tusschen Loon op Zand en Kaatsheuvel 150 bommen uitgeworpen, waarvan er ruim 50 op onze terreinen zijn terecht gekomen. Ook zaterdag 11 Mei zijn er weer een 5 tal bommen uitgeworpen.<br> Aan de gebouwen op ons terrein zijn alleen bij Café de Efteling een aantal ruiten stuk, welke ik inmiddels heb laten vernieuwen, ook zijn daar veel pannen van het dak stukgeschoten, doch deze heb ik nog niet laten herstellen. Aan de boschen langs den Prov. weg is vrij veel schade aangericht aan de daar staande jonge dennen bosschen. <br>Uit bovenstaande korte uiteenzetting zal U Edele wel begrijpen wat wij hier angstige dagen hebben doorgemaakt. Hopende op een spoedig weerzien om een en ander zelf eens in oogenschouw te nemen. <br><br> In het dagboek dat de Vereniging op haar kantoor te Amsterdam sinds de inval op 10 mei bijhield werd op 23 mei genoteerd:  Eerste brief van Peijnenburg komt in. Langs den weg van Kaatsheuvel naar Loon op Zand veel bommen gevallen. De overige dagen van andere boschwachters bericht, dat alles goed is. Van de meeste terreinen was inmiddels bericht ontvangen dat er weinig of geen schade was, ook niet in Kampina en Oisterwijk. Op dezelfde dag ging een antwoord terug naar Loon op Zand. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 23 mei 1940: <br><br>  U zult begrijpen, dat Uw brieven van 21 Mei, welke ons hedenmorgen bereikten, ons een gevoel van opluchting gaven na het lange stilzwijgen door het verbreken van alle contact tusschen U en ons. Uit Uw beschrijving van de gebeurtenissen zien wij, dat U in de bewogen dagen van den korten oorlog heel wat hebt medegemaakt en wij wenschen U allen van harte geluk dat gij er, niettegenstaande den bommen- en kogelregen in de Loonsche Duinen, zonder kleerscheuren hebt afgebracht. Wij kunnen ons voorstellen, dat gij die dagen niet licht zult vergeten. (...) Hier in Amsterdam is thans alles weer rustig. Wij hebben tallooze malen luchtalarm gehad, terwijl één keer een bom werd uitgeworpen, waardoor een huis werd verwoest en enkele personen werden gedood. Des nachts is het in de lucht nog dikwijls onrustig, doch overdag merkt men weinig meer. <br><br> Amper bekomen van de schrik hernam men dus weer de gebruikelijke briefwisseling en kreeg de Vereniging de eerste weeklijsten van inkomsten en uitgaven die onder de Duitse bezetter waren opgesteld. Het werk van een boswachter gaat altijd door, oorlog of geen oorlog!<br> En onder alle omstandigheden bleef de belangstelling van Peijnenburg uitgaan naar het wel en wee van Kampina en de Oisterwijkse bezittingen van Natuurmonumenten, waar hij zijn loopbaan was begonnen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 27 mei 1940: <br><br>  Ingesloten zend ik U Edele de weeklijsten nrs. 20 en 21. Tot heden heb ik J. Klijn alleen maar aan het werk, P. Verhoeven is nog steeds sinds het uitbreken van den oorlog thuis. Kan ik Peerke Verhoeven thans weer in dienst nemen of zal ik hem voorlopig maar thuis laten? Ik vraag mij thans af wat te doen met het stuk geslagen hout opstand, door het Bombardement, dit hout is zoo stuk geslagen en van jeugdige leeftijd (10 à 20 jaar) dat het vrijwel waardeloos is geworden. <br>Hopende dat U Edele eens spoedig gelegenheid moogt vinden om een en ander eens in ogenschouw te nemen. <br>Het aan mij toegezonden drukwerk van d.d. 9 Mei heb ik intusschen in goede orde ontvangen.<br> Na de felle droogte periode hebben wij thans hier flink wat regen gehad, zoo dat het grootste brandgevaar thans weer wat is geweken. Het plantsoen op het werkverschaffingsterrein heeft weinig van de droogte te lijden gehad en staat er thans nog vrij goed bij, erger is dit op het perceel met de rolegbewerking [losgewroete grond door draaiende egtanden], deze hebben wel van de droogte te lijden gehad, vooral de Douglas, ook de nachtvorsten hebben op onze terreinen veel schade gedaan vooral op Westloon, in de afgegaasde perceelen. <br>Zoo als ik hoor heeft Kampina nogal van Boschbrand te lijden gehad, hier in de Kranten staat van 30 HA, ik hoop dat dit sterk is overdreven, en de schade niet al te groot is.<br> Hier op ons terrein begint houtdiefstal weer op te treden, zoo dat dit op het moment weer bijzondere toezicht vraagt, op het terrein van het Bombardement is men hiermede ook al begonnen.<br> Overigens is hier thans alles rustig, alleen overdag zien wij nog enkele Vliegtuigen, doch des nachts is het geronk van de vliegtuigen niet van de lucht, zoo dat dit steeds nog een angstig gevoel geeft. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="peijnenburg209.jpg" width="620" height="440" alt="foto Natuur 1940 Van Tienhoven" title="Voorjaar 1940 (Van Tienhoven)" HSPACE="10" align=left></a> Met het  toegezonden drukwerk zal het boek bedoeld zijn dat Peijnenburg van zijn werkgever kado kreeg. Het was op de laatste dag voor de Duitse inval op de post gedaan. Blijkens een bedankbrief aan Van Tienhoven had rijksveldwachter Pulles eveneens een exemplaar van dit  prachtig boek gekregen.<br> Een week later herhaalde Peijnenburg dat het weer zeer brandgevaarlijk was, zodat hij steeds op zijn hoede moest zijn en dat ook de vele houtdiefstallen, die verband hielden met de grote werkloosheid, om bijzonder streng toezicht vroegen. In een schriftelijke verklaring raamde de boswachter de  oorlogsschade als gevolg van de bommen die op 10 mei de bossen langs de weg van Loon op Zand naar Kaatsheuvel beschadigden op ’ 1.250,-. <P style="clear: left;"> <br>Wat moest hij met de beschadigde bomen doen? Kon Peerke Verhoeven worden ingezet bij het opruimen? Men besloot er takkenbossen van te maken. Door het nijpend tekort aan stookolie zouden de bakkers moeten overschakelen op hout als brandstof. De takkenbossen zouden dan goed van de hand kunnen worden gedaan. Verder was er vraag naar afvalhout voor het vervaardigen van houtblokjes voor houtgasgeneratoren. Als er werk was mocht Peijnenburg Peerke weer in dienst nemen. Sinds de inval waren geen bosarbeiders meer actief, ook niet in de werkverschaffing. Toch zouden de eerste oorlogsjaren de werkverschaffingsobjecten gewoon doorgaan. Dat gold ook de voorbereiding van nieuwe objecten, zoals blijkt uit een brief van Van Tienhoven aan de Inspectie van de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Als lid van de Centrale Commissie voor Natuurbescherming kreeg Van Tienhoven inzage in een plan tot aankoop  door de Werkverschaffing van een complex grond langs de Zandley te Udenhout, dat aan de noordzijde gedeeltelijk werd begrensd door de Drunense Duinen. Hij juichte dit plan toe, omdat de bouw- en weilanden erdoor zouden verbeteren. Wel wilde hij gerustgesteld worden over het behoud van de zandweg, de Oude Bosschebaan  in den tegenwoordigen staat, daar deze door zijn afsluiting met grillige eikenhakhoutstruiken zulk een aantrekkelijk geheel vormt en toegang geeft tot onze terreinen . Die geruststelling kwam er. Aan de Oude Bosschebaan zou niets veranderen, daar de aan de duinrand gelegen boerderijen buiten de ruilverkaveling zouden blijven. Natuurmonumenten:  Het verheugt ons, dat de fraaie zandweg de rustige begrenzing van het natuurmonument zal blijven, want er is hier een natuurlijke scheiding tusschen cultuurland en het oorspronkelijke landschap. <br><br> Inmiddels was de bezettingsmacht begonnen met van alles te gebieden en verbieden, zoals het inleveren van jachtgeweren en het verbod op autogebruik. Hoe moesten Van Tienhoven en zijn medewerkers de terreinen bezoeken? De Vereniging schafte een tandem aan. In het  oorlogsdagboek staat op 29 mei 1940:  Een tocht naar de Brabantsche terreinen stond voor vandaag op het programma. Plan tot Waardenburg per trein en daarna met Eshuis op de tandem verder. Het giet pijpestelen en voor  t eerst laat de Voorzitter zich door het weer afschrikken. Tocht tot later datum uitgesteld. <br> Korte tijd later kreeg de voorzitter van de Verkeerspolitie toestemming om voor het bezoeken van de terreinen weer van de auto gebruik te maken. Op 15 en 16 juni werd dan toch een bezoek gebracht aan de Loonse Duinen, Kampina en Oisterwijk, een tocht met hindernissen, zoals blijkt uit het dagboek:  Op 15/VI om ong. 8 uur met auto weggereden. Onderweg getracht benzine te koopen, hetgeen in Utrecht gelukte tegen afgifte bons. Heenweg over Vianen - Gorkum, alwaar per pont overgezet. Ook brug over Bergsche Maas opgeblazen, zoodat wij naar Dussen rijden en over worden gezet naar  s-Grevelingen-Capelle. Van hier over Waalwijk naar L.O.Z. Langs den prov. weg hebben vliegmachines danig huisgehouden: 50 treffers op ons terrein. Des avonds naar Kampina (...). <br><br> Tijdens het bezoek zal Peijnenburg ongetwijfeld uit de doeken hebben gedaan wat hij de eerste oorlogsdagen had beleefd. Het was voor zijn gasten aanleiding hem te vragen zijn relaas op schrift te stellen. Een maand later was het gereed. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 18 juli 1940: <br><br>  Hiermede bericht ik U Edele de goede ontvangst van de foto van het bombardement en van de herinnering van 15 juni bij het gelukkig weerzien na de zeer bange dagen van Mei 1940. <br> Ook sluit ik hierbij het gevraagde rapport van mijn belevenissen van de eerste Oorlogsdagen van 10 t/m 12 Mei zoo als ik die hier op de terreinen van de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten meemaakte en waarbij ik aan het grootste gevaar ben ontsnapt. <br> Met Vriendelijke Groeten ook van mijn Vrouw en Truusje. <br><br> Loonsche Duinen. Loon op Zand, Mei 1940. Rapport van mijn belevenissen van de eerste Oorlogsdagen 10 t/m 12 Mei 1940. <br><br> In de nacht van 9 op 10 Mei 1940 werden wij wakker geschrikt door een geweldig kanongebulder en vliegtuiggeronk, wat ons het ergste deed vreezen, n.l. oorlog in ons Nederland, wat later ook juist bleek te zijn.<br> Op 10 Mei des voormiddags omstreeks 9 uur zagen wij reeds de eerste Nederlandsche militaire troepen langs ons komen, welke zich in Noordelijke richting terugtrokken, deze troepen bleven in een aaneengesloten colonne met wagens en alle mogelijke voertuigen en oorlogstuig aanhouden tot in den namiddag omstreeks 5 uur.<br> Ook zag ik dien morgen enkele luchtgevechten met de vliegtuigen boven onze terreinen, de Loonsche en Drunensche Duinen, doch hier werden geen vliegtuigen bij neergehaald. <br> Ook boven de terugtrekkende Nederlandsche troepen vlogen herhaaldelijk Duitsche vliegtuigen heen, zonder echter te schieten of bommen uit te gooien.<br> In den namiddag omstreeks 3 uur echter begonnen de terugtrekkende Nederlandsche troepen deze vliegtuigen met hun afweergeschut en geweren van den grond af te beschieten. Hierop keerden de Duitsche vliegtuigen terug en begonnen toen de Nederlandsche troepen met bommen en mitrailleurvuur te bestoken. Bij dit bombardement en beschieting werden verschillende militairen en burgers gedood en gewond, ook de langs den weg staande huizen en bosschen en de op den weg staande auto s moesten het ontgelden en werden zwaar beschadigd, ook brak er een boschbrand uit op de terreinen van den heer Mombers uit Waalwijk, gelegen ten Westen van den Provincialen weg, Loon op Zand - Kaatsheuvel. Ik had een en ander vanaf mijn woning gadegeslagen, doch na dit eerste bombardement en toen ik den uitgebroken brand waarnam, ben ik zonder mij te bedenken aanstonds hulp gaan verleenen. Bij mijn komst ter plaatse was men juist bezig de dooden en gewonden te bergen, wat een allertreurigsten aanblik gaf.<br> Nadat ik mij eerst nog eens terug moest trekken voor de ontploffingen van de achtergelaten munitie en geladen geweren, welke nog in het brandende bosch lagen, ben ik met nog een paar toegeschoten burgers (leden van de brandweer) begonnen met het blusschen van den boschbrand, waarbij wij echter geen resultaat konden bereiken, daar wij met te weinig hulp waren en de brand zeer werd aangewakkerd door den sterken wind en groote droogte. Bij dit blusschingswerk vond ik nog een totaal verminkten Nederlandsche militair, welke door een voltreffer van een bom getroffen was en onmiddellijk gedood was geworden. Ik heb de noodige instanties toen doen waarschuwen om dit lijk op te halen, welke ook spoedig ter plaatse waren. <br> Toen wij omstreeks 5.30 bezig waren met het bergen van dezen verminkten militair kwamen er weer een drietal Duitsche bommenwerpers terug en begonnen hun vernietigend werk van een paar uur te voren weer opnieuw. In allerijl moesten wij toen zoo goed mogelijk dekking trachten te zoeken in de bosschen. Wat ik in het daarop volgend half uur meemaakte laat zich moeilijk beschrijven. De bommen werden rechts en links neergeworpen in onze onmiddellijke nabijheid, tot op ongeveer 25 Meter afstand van ons vandaan, zoodat wij telkens van den grond werden opgelicht en weer werden neergesmakt van den grooten luchtdruk en de boomen boven onze hoofden door midden sloegen door de scherven, terwijl bovendien de mitrailleurkogels als regendroppels langs ons heen suisden. Een benzinetank kreeg een voltreffer op ongeveer 40 M. van mij vandaan, dit gaf een geweldige ontploffing, terwijl een groote steekvlam het bosch aantastte waarin wij dekking hadden gezocht. Gelukkig doofde deze boschbrand door gunstige windrichting zichzelf vrij spoedig, zoodat hierdoor zeer weinig schade werd aangericht. De auto, waarin wij den verminkten militair geborgen hadden, was ook in brand geraakt en geheel met kogels doorboord, terwijl den militair grootendeels verbrand was.<br> Zoodra dit bombardement voorbij was heb ik mij zoo spoedig mogelijk naar huis begeven, waar mijn vrouw en kind mij in de grootste ongerustheid op stonden te wachten, wat zich ook wel laat begrijpen. Bij mijn thuiskomst zag ik de bommenwerpers weer recht op mijn huis afkomen, doch gelukkig vielen de bommen toen ook nog voordat zij onze woning bereikten, zoodat wij ook ditmaal vrij bleven.<br> Op Zaterdag, 11 Mei, kwam er nog een Duitsche bommenwerper een vijftal bommen gooien, op ongeveer 300 meter van mijn woning vandaan, ook werd toen wederom een bosch in brand gegooid en een nieuw gebouwd huis ernstig beschadigd, doch persoonlijke ongelukken kwamen toen echter niet voor. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="peijnenburg214.jpg" width="550" height="380" alt="foto schade bombardement" title="Schade bombardement 10 mei 1940" HSPACE="10" align=left></a> Vanaf 10 t/m 12 Mei was het steeds gevaarlijk om zich alhier op den weg van Loon op Zand naar Kaatsheuvel te begeven, daar er steeds Duitsche vliegtuigen over kwamen gevlogen.<br> In totaal werden alhier tusschen Loon op Zand en Kaatsheuvel naar schatting 150 bommen uitgeworpen, terwijl er 50 op de terreinen van de Natuurmonumenten terecht kwamen en daar vrij veel schade aanrichtten aan de aldaar staande jonge dennenbosschen, terwijl bij het Café de Efteling, ook eigendom van de Vereeniging, de dakpannen waren stuk geschoten en meerdere ruiten waren gesprongen. Het aantal dooden en gewonden is mij niet juist bekend, doch er word beweerd, dat vele dooden en gewonden te betreuren zijn geweest. <br> Op Zondag (1ste Pinksterdag) trokken de Duitsche troepen onze Gemeente Loon op Zand binnen, vanaf toen was het hier weer rustiger geworden en was het schieten en bommenwerpen over, zoodat toen onze grootste angst voorbij was. <br><P style="clear: left;"> <br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 23 juli 1940: <br><br>  Met Uw schrijven van 18 Juli ontving ik Uw beschouwingen over de belevenissen in de oorlogsdagen, welke hoogst belangrijk zijn, en waarvan ik reeds kennis had genomen toen ge mij mondeling daarvan bericht deedt. Het zou jammer zijn, indien deze niet op schrift waren gesteld, aangezien juist de van uur tot uur beschreven gebeurtenissen voor later van zeer groote waarde zijn. <br> Ge hebt helder en goed het gebeurde weergegeven en het is een tragische roman, die ge beleefd hebt. Gelukkig zijt ge er goed van af gekomen, waarin niet alleen Uw familie, maar ook wij ons van harte verheugen.<br> Ge hebt zeker wel een copie van Uw verslag, anders zullen wij er een voor U laten maken, omdat het ook voor Uzelf later van groot belang is. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 6 augustus 1940: <br><br>  Uit Uw schrijven vernamen wij dat U geen exemplaar hebt van Uw ervaringen en belevenissen uit de oorlogsdagen. Daarom hebben wij van Uw rapport een afschrift genomen en wij zenden U een exemplaar daarvan, omdat dit document ook voor U van groote waarde is. Wij hebben uit het rapport gelaten de opmerkingen, die wij erin vonden en die voor de zaak van weinig belang waren.<br> U zult zeker met genoegen een en ander van datgene, dat de Loonsche Duinen aangaat in Uw archieven willen bewaren. </p> <h2>Sprokkels</h2> <p>Twee jongens uit Kaatsheuvel, beiden zeventien jaar oud, verzochten Peijnenburg om een vergunning voor het leggen van een roeiboot in de ijsbaan. Zij waren  natuurvrienden en de gemeentesecretaris zou informatie over hen kunnen verstrekken, maar ook  Den Zeer Eerw. Heer Pastoor de Klein, die ons reeds toestemming heeft verleend . Natuurmonumenten hoefde niet bang te zijn voor meer aanvragen, want behalve een paar vissers waren zij de enigen in Kaatsheuvel die een roeiboot bezaten. Met de (onder)huurder van de ijsbaan, het R.K. Sport en Wandelpark, had het tweetal al overeenstemming bereikt! Natuurmonumenten voelde er niet voor. De vijver was uitsluitend bestemd als ijsbaan en men wilde geen moeilijkheden met de gemeente Loon op Zand als eigenlijke huurster. <br><br> Een ander duo dat graag een vergunning zou willen was Jansen en Van Swaay, de pachters van de jacht. Zij hadden hun geweren bij de Duitse machthebbers moeten inleveren, maar wilden die weer terugkrijgen om de jacht op konijnen in de Loonse en Drunense Duinen te kunnen uitoefenen, maar of dit zou mogen was in de zomer van 1940 niet bekend. Natuurmonumenten vroeg aan Peijnenburg of, zoals in het verleden, weer toegestaan zou moeten worden om te schieten op hermelijnen en bunzings als schadelijk gedierte. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 22 juli 1940: <br><br>  Over het inwilligen van hun verzoek om eventuele konijnen te laten schieten als hun hiervoor een vergunning verstrekt wordt heb ik natuurlijk geen bezwaar. Het is mijns inziens ook geen bezwaar om onder het schadelijk gedierte ook de wezels, hermelijnen en bunzings te doen begrijpen, daar het schieten van deze diersoorten toch uiterst zelden zal voor komen en dus voor gehele uitroeiing geen gevaar zal bestaan. <br><br> Natuurmonumenten vroeg vervolgens bij de Commissaris van Politie te Den Bosch een vergunning aan voor het schieten op konijnen door Jansen en Van Swaay om, nu de gewone jacht niet was toegestaan, een te grote vermeerdering in de Loonse en Drunense Duinen te voorkomen. <br>In het najaar waren beide pachters weer volop actief. Zij vroegen of Klijn op een zaterdag vrij kon krijgen om het jachtgezelschap te vergezellen. Bij wijze van uitzondering kregen zij toestemming onder voorwaarde dat Peijnenburg hem voor het gewone werk kon missen en de jagers zijn dagloon zouden vergoeden. Er werd een jachtdag georganiseerd in de Onverdeelde Duinen. Klijn bracht naderhand verslag uit. De jagers waren met zes geweren en hadden in totaal tien stuks geschoten: vijf hazen, drie konijnen en twee patrijzen. De buit zou veel groter zijn geweest als ze beter geschoten hadden. Het ging, aldus Klijn, te vlug en met weinig overleg. <br> Een paar dagen later vond een jachtongeluk plaats. Pachter Jansen schoot op een houtsnip, waarbij enkele verdwaalde hagelkorrels Van Swaay dichtbij het rechteroog raakten. De huisarts verwees hem na onderzoek door naar de oogarts in Tilburg.<br> Ook Peijnenburg zelf kreeg zijn jachtgeweer terug van de autoriteiten, zodat hij - met de vereiste vergunning van Natuurmonumenten - zijn jacht op konijnen en ander schadelijk gedierte kon hervatten. In februari 1941 rapporteerde hij dat hij de laatste drie maanden door tijdgebrek maar drie konijnen had geschoten en daarbij vijf patronen had verbruikt. Het tijdgebrek was vooral het gevolg van de flinke toename van houtdiefstallen sinds de inval van de Duitsers. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 5 juli 1940: <br><br>  In antwoord op Uw brief d.d. 1 Juli kan ik U Edele mede deelen dat ook wij hier de laatste tijd zeer te kampen hebben gehad met houtsprokkelaars, welke zich vergrepen aan dooie boomen en ook zelfs groene sparretjes. Er zijn dan hier ook reeds enkele bekeuringen gemaakt, door de Rijks en Gem. Politie en door mij, ook hebben wij meermalen met ernstige waarschuwingen volstaan. Wij zijn er thans echter weer in geslaagd om het houtsprokkelen in behoorlijke banen te krijgen, en er wordt thans weer weinig meer meegenomen, als in de regel wordt toegestaan.<br> Tot heden hebben wij hier nooit sprokkelkaarten afgegeven en is dit steeds oogluikend toegestaan. Indien wij ook hier in het vervolg kaarten gaan afgeven, wat ook voor controle door de Rijks en Gem. Politie te verrichten gemakkelijk is, wil mij dan de noodige kaarten doen toekomen, zoo noodig met aanwijzingen betreffende de invulling, kosten der vergunning, enz. Bij toezending van sprokkelkaarten moet U er rekening mede houden, dat hier zeer veel gesprokkeld wordt zoo dat ik heel wat kaarten noodig zal hebben. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 15 juli 1940: <br><br>  De sprokkelvergunningen welke ik deze week heb ontvangen, zijn reeds alle uitgegeven, en ik heb er nog verschillende weg moeten sturen omdat ik geen vergunning meer had. Wil mij per omgaande nog een partijtje sprokkelvergunningen toezenden, want ik verwacht nog zeer veel aanvragen, zoo dat U er gerust nog een 100-tal bij kunt zenden en dan vraag ik mij nog af, of ik dan ieder zal kunnen voorzien. Hier is het n.l. van oudsher de gewoonte dat bijna ieder gezin, het aanmaakhout in de bosschen gaat sprokkelen, zoowel de inwoners van Loon op Zand, Kaatsheuvel, Sprang en zelfs uit Waalwijk en Tilburg komen er nog verschillenden op de fiets hier sprokkelhout halen. <br> Natuurmonumenten stuurde een nieuwe voorraad van tweehonderd sprokkelkaarten, die een geldigheidsduur hadden van één kwartaal.<br> Het liep storm met de sprokkelaars en Peijnenburg had het er zeer druk mee. In Amsterdam ging men zich afvragen of het nog wel in de hand te houden was en of er niet een stop op de uitgifte van vergunningen zou moeten komen. Bestond niet het risico dat mensen die niet genoeg hout hadden kunnen verzamelen zich aan de bomen gingen vergrijpen? Misschien moest er meer toezicht komen? <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 13 augustus 1940: <br><br>  Met de aanvraag van een sprokkelvergunning blijft het nog steeds aanhouden, ik heb er thans reeds 367 uitgegeven en heb er nog 7 over, terwijl ik er ook uit de randgemeenten, zooals Tilburg, Waalwijk en Sprang heb weggezonden zonder een vergunning te geven, om de enkele die ik nog heb voor de inwoners dezer Gemeente te bewaren. <br> Tot heden blijft het hout sprokkelen in behoorlijke banen en heb ik nog maar een drietal vergunningen behoeven in te trekken, wat ik dan ook onverbiddelijk doe wanneer men zich niet strikt aan de gestelde voorwaarden voldoet. <br>Indien U Edele mischien nog vergunningen voorradig hebt acht ik het dan, zoo als het thans gaat geen bezwaar om het getal van 400 vergunningen vol te maken. <br> In de a.s. Wintermaanden zal de aanvraag om een sprokkelvergunning vanzelf wel belangrijk minder zijn, daar de lange dagen van thans en het weinig werken de mensen vanzelf om wat hout of droge mastappels zoeken naar de bosschen lokt. <br><br> Natuurmonumenten stemde in met een totaal van 400 vergunningen.  Het doet ons genoegen te vernemen dat U tot nu toe over de sprokkelaars geen ernstige klachten hebt al moest U tegen enkele personen wat straffer optreden. Dit laatste gebeurde door het intrekken van de vergunning, het opleggen van boetes en schadevergoedingen en ontzegging van de toegang tot het terrein. Toch kon door deze maatregelen het  ergerlijk feit van de houtdiefstallen, waaronder door een  bende padvinders, niet worden uitgeroeid. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 23 augustus 1940: <br><br>  De houtdiefstallen schijnen hand over hand toe te nemen nu ook U weer meedeelt een houtdief betrapt en bekeurd te hebben. Ook van onze andere terreinen krijgen wij steeds klachten over het stelen van hout en wij vreezen dat die nog erger zullen worden. (...) Houdt de Rijks- en Gemeentepolitie bij U ook steeds een wakend oog op ons terrein om dit euvel te voorkomen? <br><br> Nog andere bezoekers maakten zonder vergunning gebruik van de Loonse en Drunense Duinen, maar daar kon boswachter noch politie iets aan doen, te weten het gebruik als oefenterrein door de Duitse <I>Wehrmacht</I>. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 5 augustus 1940: <br><br>  Hiermede deel ik U Edele ook mede, dat onze terreinen de Drunensche Duinen, herhaaldelijk worden gebruikt door de Duitsche Weermacht als oefenterein voor het schieten met scherp met geweren en mitrailleurs, en ook met het gooien van handgranaten, zoodat het dan zeer gevaarlijk wordt op onze terreinen, j.l. zondag en heden zijn er reeds een twintigtal, zoo ver ik althans weet, onontplofte handgranaten gevonden.<br> Deze troepen houden zoowel dag en nacht oefeningen, laatste week n.l. nog van donderdagavond tot en met vrijdagavond, zooals ik vernomen heb komen zij woensdagavond weer terug naar de Drunensche Duinen.<br> Deze Duitsche troepen zijn gelegerd te  s-Hertogenbosch meen ik en behooren tot de O.S. [?] of zoo iets dergelijks meen ik. <br><br> Het speet Natuurmonumenten dit te vernemen. De jacht zou er sterk van te lijden hebben, afgezien nog van de vele achterblijvende onontplofte handgranaten, die natuurlijk voor de bezoekers een groot gevaar vormden.</P> <h2>Als het maar brandbaar is</h2> <p> De houtverkoop zou in de oorlog voor Natuurmonumenten een belangrijke bron van inkomsten worden. Belangrijker dan de opbrengsten van sprokkelvergunningen was de verkoop van hout tegen prijzen die hoger waren dan ooit tevoren, wat uiteraard de houtdiefstallen in de hand werkte. Door de toenemende schaarste werd de vrije verkoop steeds meer aan banden gelegd. Zo was voor de jaarlijkse houtdunningen toestemming vereist van de Productie-Commissaris voor de Houtteelt. En van het Rijksbureau voor Hout mocht geen hout meer op het terrein gezaagd worden, echter aan de Vereniging was een speciale vergunning verleend die aan Peijnenburg werd uitgereikt:  Zoo noodig kunt U deze aan controleurs van het Rijksbureau toonen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 26 augustus 1940: <br><br>  Van het gebombardeerd hout heb ik thans niet veel meer over n.l. nog ± 50 stuks zware sparren, het overige dik hout heb ik thans allemaal verkocht, ook heb ik nog 2400 takkebosschen van dit gebombardeerd hout bij elkaar laten rijden, doch dit hout zal zijn weg ook nog wel vinden in den komende winter. (...) Ik ruim thans, nu ik goede prijzen kan maken, deze dooie boomen maar op, om zooveel mogelijk houtdiefstal te voorkomen in den komende winter, want dit kan nog wel eens erg worden. <br><br> Natuurmonumenten wees Peijnenburg er nog eens nadrukkelijk op dat de houtprijzen nog steeds stijgende waren, waarmee hij ten volle rekening diende te houden. Hij moest de prijzen  bij wijs van spreken van dag tot dag herzien . Peijnenburg ging echter niet zitten wachten op nóg hogere prijzen en ging gewoon door met de houtverkoop, waaronder al het hout van het bombardement van 10 mei. Gestolen hout bracht immers niets op! <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 9 september 1940: <br><br>  Nu ik de gelegenheid krijg om dit hout voor goede prijzen van de hand te doen maak ik hier gebruik van, ook voor de a.s. wintermaanden is het goed het dood hout wat kwijt te zijn om houtdiefstal wat tegen te gaan, want dit kan nog wel eens erg worden in deze toestand. <br><br> Bestuurslid Drijver vond het tijd worden om Peijnenburg eens op te zoeken.  Het ligt in mijn bedoeling Dinsdag 24 September naar de Loonsche Duinen te komen. Ik arriveer dan om 10.16 aan het station Waalwijk en zal U daar gaarne treffen. Kunt u in Waalwijk een fiets voor mij huren? Uit het bezoekverslag blijkt dat Peijnenburg toestemming kreeg om door te gaan met het zo snel mogelijk verkopen van al het dode hout en het opruimen van de door de bombardementen beschadigde terreinen. Dit was de enige manier om de houtdiefstallen in te perken. Dat Natuurmonumenten tevreden was over het functioneren van haar boswachter in deze moeilijke tijd, daarvan getuigde de brief die hij na het bezoek ontving. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 28 september 1940: <br><br>  Wetende, dat U de laatste maanden een dure tijd hebt gehad en bovendien een periode, die hooge eischen aan het zenuwgestel van U en Uw vrouw stelde, willen wij U een blijk van medeleven geven. Wij sluiten daartoe een postcheque van ’ 25,- hierbij in, welk bedrag voor U beiden bestemd is. <br><br> In zijn bedankbrief bevestigde Peijnenburg de goede ontvangst van de postcheque  als blijk van waardeering en medeleven . <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 2 oktober 1940: <br><br>  Ontvang hierbij onze Hartelijke dank en wij hopen dat wij door goede samenwerking en taaie volharding, ondanks alles, deze moeilijke tijden zoowel voor de Vereeniging als wel voor het particuliere leven alle goed te boven zullen komen en hopen op een zeer spoedig einde van deze benarde tijden. <br> Nogmaals onze Hartelijke dank ook namens mijne Vrouw. <br><br> Na de zomer was de werkverschaffing weer op gang gekomen. Het ging om spitwerk en het omwerken van de onderplanting nabij de provinciale weg bij de Efteling, waarvoor zo n twintig werklozen werden ingezet. De Vereniging nam er met genoegen kennis van.  Het is tegenwoordig niet gemakkelijk de beschikking over werkloozen te krijgen. Toen enkele weken later het werk werd opgeleverd, was alweer de toezegging binnen voor een ander object: spitwerk in de buurt van de Oude Huisplaats. Zo zou de maanden erna doorlopend een groep arbeiders aan het spitten blijven. Zij werkten in stukloon, dat gebaseerd was op ’ 0,26 per uur. Bij een werkweek van 48 uur kwam dat op ’ 12,48 per week plus een bijkomende vergoeding van 5% als duurtetoeslag en ’ 1,30 kolenbontoeslag. Op 16 december werd de loonbetaling beëindigd, aangezien het werk wegens vorst moest worden stilgelegd. Het ijs was toen al zo sterk dat spoedig geschaatst zou kunnen worden; de Vereniging Sport en Wandelpark had al een  kleed-, kaarten- en consumptietent  geplaatst. <br> Na de winter werd het spitwerk door maar liefst zestig werklozen hervat, allen afkomstig uit Tilburg daar in Loon op Zand geen werklozen waren die voor werkverschaffing in aanmerking kwamen. Het leverde de Vereniging ook inkomsten op, namelijk uit de verkoop van dennenstronken. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 11 november 1940: <br><br>  Zoo als U Edele ziet loopt het storm om dennenstronken, zoodat ik meer vraag krijg dan er thans uitgedaan zijn en ze reeds vooruit besproken worden. Als het zoo door blijft gaan hoop ik nog voor ’ 125,- à ’ 150,- dennenstronken van dit terrein te kunnen verkoopen, terwijl in normale tijden deze dennenstronken vrijwel onverkoopbaar waren, doch thans is alles welkom als het maar brandbaar is. <br> Deze week heb ik weer eens moeten ingrijpen tegen een tweetal Tilburgsche houtdieven, welke zoo vrij waren om op onze terreinen groene dennenboomen te komen afzagen om wat te kunnen verdienen daar zij werkloos waren. In totaal hadden deze ongewenste gasten al reeds een 12 tal dennenboomen weggehaald. J.l. vrijdag betrapte ik deze gasten op heeterdaad toen zij weer een tweetal boomen hadden afgezaagd. Ik heb de zaag en kapbijltjes, touwen en zakken met het hout in beslag genomen en de twee personen ieder Proces-Verbaal aangezegd, in de hoop dat zij hun verdiende straf wel zullen krijgen. <br> Als het zoo door blijft gaan met de kolenschaarste en de werkloosheid, zullen de houtdiefstallen deze winter nog wel eens erg kunnen worden, ook de Rijks en Gemeente Politie moeten op de particuliere terreinen nogal eens ingrijpen. <br> Doch wij zullen ons best doen en trachten op eigen terrein de baas te blijven zooveel wij kunnen. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 14 november 1940: <br><br>  In deze tijd stelt het toezicht wel zware eisen, zoals blijkt uit Uw avontuur met de Tilburgse houtdieven, die U op heterdaad betrapte. Het is te wensen dat ze een flinke straf krijgen, wat anderen ervan zal weerhouden zich in dergelijke avonturen te storten. Voor Uw optreden zeggen wij U gaarne dank. </p> <h2>Ongewenste gasten</h2> <p> De oefeningen van de Duitse <I>Wehrmacht</I> waren nog maar een voorproefje van wat de Vereniging en haar boswachter in de Loonse en Drunense Duinen nog te wachten stond. Het begon met een bezichtiging van de schuur bij de kwekerij. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 1 november 1940: <br><br>  Heden middag werd ik nog opgebeld, dat de Duitsche Weermacht de schuur op WestLoon wenste te bezichtigen of deze geschikt was voor hen, voor mij onbekende doeleinden. Doch later werd ik weer opgebeld, dat zij van hun voorgenomen plannen hadden afgezien, daar de schuur toch te ver afgelegen was. Laat ons maar hopen dat de Duitsche Weermacht niet meer terugkomen om de schuur op te vorderen nu zij deze toch eenmaal weten te staan. Hier in onze gemeente liggen thans zeer veel Duitschers gelegerd, in scholen, kloosters en bij de burgerbevolking. Ook onze terreinen worden thans als oefenterrein gebruikt, doch tot heden word er nog geen schade aangericht. <br><br> Natuurmonumenten deelde Peijnenburg mee dat overleg met de Duitse autoriteiten had geresulteerd in een dienstorder: natuurmonumenten zouden niet voor oefeningen gebruikt mogen worden. Alleen indien noodzakelijk mocht van deze algemene regel afgeweken worden. De natuurmonumenten zouden worden aangeduid door borden, voorzien van bijgaand opschrift, 60 x 75 cm, wit met zwarte letters, te plaatsen bij de hoofdingangen. <br> Peijnenburg moest prijsopgaaf doen en het benodigde aantal doorgeven. En er natuurlijk voor zorgen dat de Duitse woorden nauwkeurig werden overgenomen, ook de puntjes op de letters u en a. Dit moest met de grootst mogelijke spoed. Peijnenburg antwoordde dat hij twaalf borden nodig had: <UL><LI>noordgrens 3 stuks: Waalwijkse Baan, Roestelberg en ingang Kaatsheuvel naar de ijsbaan; </LI> <LI>provinciale weg Loon op Zand-Kaatsheuvel 3 stuks: nabij boswachterswoning, ingang Westloon en ingang Café Vugts;</LI> <LI>zuidgrens 6 stuks: Loon op Zand dorp, Waalwijkse Baan, Land van Kleef, Molenstraat, Bosch en Duin en De Rustende Jager.</LI> </UL> De Duitse <I>Wehrmacht</I> liet zich niet tegenhouden, zelfs de verbodsborden in de eigen taal bleken van weinig nut te zijn. Peijnenburg zag hen zelfs tijdens zijn surveillance een partij van 500 dennentakkenbossen, die hij enkele dagen tevoren had verkocht, met een grote vrachtauto wegvoeren, zonder dat hij of de koper daarvan was verwittigd. De militairen vertelden dat ze opdracht hadden van hun commandant te Kaatsheuvel. Hij stapte op de commandant af en wist gedaan te krijgen dat de koper alsnog betaald werd en er dezelfde winst aan over hield als hij bij levering aan bakkers zou hebben behaald. Als de boswachter de diefstal niet had opgemerkt, zou het moeilijk geweest zijn te achterhalen waar het hout gebleven was en had hij - het hout was immers nog niet betaald - naar de centen kunnen fluiten. Peijnenburg:  Uit een en ander blijkt dus wel, dat wij ook deze personen terdege in het oog moeten houden. <br><br> Kort daarna zag Peijnenburg zich genoodzaakt naar Amsterdam te bellen, wat hij alleen deed bij bijzondere voorvallen. Op donderdagmorgen 14 november 1940 was een westerstorm over Loon op Zand geraasd die veel schade in de bossen had aangericht. Op het terrein waar de werklozen aan het spitten waren nabij de Oude Huisplaats waren er van de zeshonderd  gespaarde (d.w.z. de niet gedunde) bomen bijna vijfhonderd omgewaaid of middendoor geknapt, die over heel het terrein verspreid lagen. Of men niet eens langs wilde komen om de schade in ogenschouw te nemen en te bespreken. Jammer was vooral dat als gevolg van de stormschade het scherm boven de jonge aanplant zo goed als verloren was gegaan. <br><br> <IMG BORDER="0" src="peijnenburg220.jpg" width="875" height="1095" alt="Situatieschets schietbanen Duitse leger" title="Situatieschets schietbanen Duitse leger" HSPACE="5" align=left></a> <P style="clear: left;"> <br> <p>Een week na de houtdiefstal door de Duitse militairen en de zware storm kreeg Natuurmonumenten opnieuw een telefoontje uit Loon op Zand. Dit keer omdat de Duitse <I>Wehrmacht</I> bij de Roestelberg een strook van ongeveer honderd meter diep en acht meter breed van bomen aan het ontdoen was, vermoedelijk om er schietbanen te maken. De dienstdoende onderofficier van een afdeling Infanterie, die hij had gewezen op de toezegging dat het Duitse leger de natuurgebieden zou ontzien, beloofde dat hij de klacht zou melden bij de <I>Ortskommandant</I> te Kaatsheuvel. Peijnenburg sloot zijn brief hierover d.d. 27 november 1940 af met:  Hopende dat wij van verdere beschadigingen en ingebruiknemingen vrij mogen blijven. Natuurlijk ging de aanleg gewoon door. Meer dan honderd bomen werden geveld, het hout werd gebruikt voor kogelvangers en waarnemershokken. Vóór Kerstmis waren de schietbanen in gebruik, een langere en een korte. Natuurmonumenten zou een vergoeding vragen voor het hout en de ingebruikname van het stuk grond. Een door Peijnenburg en Klijn ondertekende schriftelijke verklaring van deze inbeslagname moest naar Amsterdam worden gezonden. <br><br> Intussen deden zich weer andere aanslagen op het natuurgebied voor, die optreden vergden. Werklieden en vrachtrijders in dienst van de Duitse <I>Wehrmacht</I> wilden bij Bosch en Duin zand afgraven voor de aanleg van een nieuwe weg naar de steenfabriek te Udenhout. Toen Peijnenburg het hun verbood, verhuisde de hele werkploeg naar een particuliere afgraving ten westen van Loon op Zand. Peijnenburg:  Ik vraag mij thans echter af van welke kant er weer gevaar dreigt ten opzichte van onze terreinen voor een of ander doel. Natuurmonumenten was blij met de verijdeling van deze nieuwe aanslag.  Gelukkig, dat U er zoo bijtijds bij was, zoodat op ons grondgebied geen schade werd aangericht. U hebt een en ander weer op de juiste wijze geregeld. <br> Een ander voorval betrof wederom de diefstal van hout, ditmaal werd  een troepje Duitsche militairen van ongeveer 15 man betrapt bij het vellen van groene dennenbomen. Wegens kolengebrek hadden ze brandhout nodig. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 23 december 1940: <br><br>  Nadat ik hun eens had trachten bij te brengen, dat ik met dergelijke practijken niet gediend was, en dat, wanneer zij werkelijk brandhout moesten hebben, dit eerst maar eens behoorden te vragen en koopen, zijn zij allen zoo rap mogelijk vertrokken met medeneming echter van de drie door hen afgekapte en afgezaagde groene dennen en ik heb ze nadien niet meer terug gezien. <br><br> En dat terwijl volgens de <I>Productie-commissaris voor den Boschbouw</I> zelfs de Duitse <I>Wehrmacht</I> niet gerechtigd was zonder zijn toestemming bomen te vellen. Daartoe diende de <I>Ortskommandant</I> over een vergunning te beschikken. <br> Het werd Kerstmis en het einde naderde van het eerste jaar waarin Nederland in oorlog verkeerde. Uit Amsterdam ontving Peijnenburg het boek  de Natuurmonumenten . Hij stuurde een bedankbriefje voor dit kerstgeschenk.  Ik hoop eens gauw wat tijd over te hebben om het eens te kunnen doorlezen op mijn gemak, want dit lijkt mij wel interessant om ook eens wat meer van de andere terreinen te lezen. Ook van Lies Klijn ontving de Vereniging een bedankbrief. <br><br> Lies Klijn aan Van Tienhoven, Den Bosch 30 december 1940: <br><br>  Ik wensch u hartelijk een goed en voorspoedig Nieuwjaar toe en ik hoop dat dit nieuwe jaar u veel geluk en gezondheid mag brengen die wij vooral in deze tijd zo hard noodig hebben nietwaar. <br> Vooral dank ik u voor alles wat u in het afgeloopen jaar voor mijne Moeder en de onzen gedaan hebt, en ik hoop dat u nog zeer dikwijls de Rustende Jager zult bezoeken, u weet dat u er altijd welkom bent. Ik heb ook gehoord dat bij ons in de omstreken door de laatste hevige storm veel schade is aangebracht en dat vind ik zeer jammer want natuurschoon is prachtig. Hopelijk dat in dit jaar de bosschen voor verdere vernielingen gespaard zullen blijven teeken ik hoogachtend. <br><br> De wensen van Jan Peijnenburg en Lies Klijn zouden niet in vervulling gaan en nieuwe vernielingen lieten niet lang op zich wachten.<br> Het jaar was nog niet voorbij en wéér moest er naar Amsterdam gebeld worden. Zonder voorafgaande kennisgeving of vordering was de Duitse <I>Wehrmacht</I> begonnen langs de weg van Loon op Zand naar Kaatsheuvel, bij de Efteling, met van het natuurgebied een bouwterrein te maken. Op Nieuwjaarsdag 1941 maakte Peijnenburg er een schetskaartje van en stuurde dat naar Amsterdam. Met een rode lijn gaf hij de ligging aan van het in gebruik genomen terrein; een stippellijn betekende dat de juiste begrenzing nog niet bekend was. <br> De strook grond eromheen ter breedte van 1½ à 2 meter, begroeid met jong dennenbos en oudere opslagdennen, werd door een ploeg arbeiders van 20 à 25 man geheel kaalgeslagen. Een andere ploeg rasterde het terrein met gaas en puntdraad af en sloot daarbij de wegen die er doorheen liepen af voor de buitenwereld. Vrachtwagens voerden bouwmaterialen aan. Geruchten spraken van de aanleg van tachtig bunkers. De boswachter stelde voor om in Den Haag inlichtingen in te winnen. Natuurmonumenten wendde zich onmiddellijk tot de hoogste instantie aldaar.  Ligt het werkelijk in de bedoeling door onze bosschen van de ijsbaan af tot Westloon toe een linie met betonnen bunkers aan te leggen, dan is een der fraaiste deelen van ons terrein aan vernieling blootgesteld. Peijnenburg werd bedankt voor de uitgebreide inlichtingen.  Het is wel een ingrijpend werk dat men hier schijnt te willen maken en het zal een groot deel van onze mooiste bosschen bederven. <br> Regelmatig ging Peijnenburg de bouwwerkzaamheden observeren. Er werd een grote  werk- en schaftkeet geplaatst en een Norton-pomp geslagen. Om de twee meter kwamen afrasteringspalen met een omheining van zinkdraadgaas van anderhalve meter hoog. De opzichter van het werk sprak van bunkers, die bestonden uit vierkante hokken, de muren anderhalf steens en ongeveer 1½ à 2 meter hoog, met een kap afgedekt. De wegen op het terrein zouden met klinkers worden verhard. Ondanks de strenge vorst gingen de werkzaamheden door. De <I>Wehrmacht</I> had haast! <br></p> <HR SIZE="3" COLOR="purple"><br> <A HREF="peijnenburg222.pdf" TARGET="_BLANK">Schets boswachter Peijnenburg munitiedepot M.A.St. in aanleg</A><br> <h3>Korte toelichting (legenda in rood):</h3> Doorlopende lijn: omheining in aanleg (onderbroken lijn: vermoedelijke verdere omheining).<br> Rijtje kruisjes: aanleg verharde weg. <br> Omcirkelde kruisjes: bouw wachtlokalen.<br> Kruisjes: vermoedelijke plaats barakken. <br> P: Geslagen pompen.<br> Rechthoeken: Uitgravingen voor bouw bunkers. </p> <HR SIZE="3" COLOR="purple"> <P>Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 5 januari 1941: <br><br>  Het schijnt dat men alhier op het Gemeentenhuis ook absoluut onkundig is gelaten van de voorgenomen plannen, althans heden kwam bij mij de Gemeente-Secretaris om inlichtingen vragen, daar er op het Gemeentehuis nog niets van bekend was en hij een en ander van de straat had opgevangen. <br><br> De Duitsers herzagen hun plannen en, wat erger was, breidden deze uit. De afrasteringspalen werden er weer uitgetrokken en 75 à 100 meter dichter naar de provinciale weg én in noordelijke richting verplaatst, waardoor de oppervlakte aanzienlijk groter werd. Vlak achter de boerderij van J. van der Veeken kwam een houten gebouw voor de wacht en een verharde weg. Over de weg van Café Vugts werden stenen aangevoerd in de richting van de Roestelberg en de ijsbaan. Peijnenburg had het er moeilijk mee. Men kapt en zaagt alsof er geen eigenaarsrecht meer bestaat, zo klaagde hij.  Hebt U Edele al iets van de hogere instanties gehoord uit den Haag? Mij wordt niets gevraagd hier. Het kaartje kreeg hij terug met het verzoek er de nieuwe grenzen op aan te geven. Vertrouwelijk kreeg hij te horen dat de Vereniging een brief had gestuurd naar de opperbevelhebber van de Duitse <I>Wehrmacht</I> met de smeekbede om in elk geval weer de nodige bewegingsvrijheid in en door het in beslag genomen terrein te krijgen.  Wij begrijpen, dat U thans aan vele moeilijkheden het hoofd te bieden hebt en hopen binnenkort gelegenheid te hebben eens over te komen, teneinde mondeling met u van gedachten te kunnen wisselen. <br> Peijnenburg retourneerde het bijgewerkte schetskaartje van het terrein waarvan hij de vernietiging met lede ogen moest aanzien. Het was intussen uitgebreid tot 50 à 75 hectare. Hij had opgevangen dat de weg naar de schuur op Westloon binnen het afgesloten terrein zou komen te liggen, zodat alle berijdbare toegangswegen vanaf de provinciale weg zouden worden afgesloten. Door het bouwland van Van der Veeken was men begonnen met de aanleg van een nieuwe verharde weg. Met behulp van een graafmachine en smalspoor werd de zwarte grond vervangen door zand uit het erachter gelegen duingebied. Gezegd werd dat er nog meer verharde toegangswegen zouden komen. En alsmaar werden stenen aangevoerd. Het aantal arbeiders steeg naar 75 à 100.<br> Een extra moeilijkheid waren de militaire schietoefeningen van 22 tot 27 januari die gepaard gingen met afsluiting van de gehele Loonse en Drunense Duinen. Peijnenburg was bang dat hij het door de storm omgewaaide en voor verkoop gereedliggend hout op de Efteling niet op tijd geruimd zou krijgen voordat het bouwterrein definitief zou worden afgesloten. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 22 januari 1941: <br><br>  Zoo als U Edele ziet worden de Loonsche Duinen wel zeer zwaar op de proef gesteld, eerst het Bombardement van Mei j.l. en nu bovengenoemde werkzaamheden en wat zullen de gevolgen nu zijn? Ik zie er weinig goeds in. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 27 januari 1941: <br><br>  Wij ontvingen Uw schrijven van 22 Januari en zagen daaruit tot ons groot leedwezen, dat ge in moeilijkheden zit en dat groote gevaren ons natuurmonument de Loonsche Duinen bedreigen. (...) Houd goeden moed. Wij vertrouwen onze belangen aan U toe; wij weten, dat gij die zoo goed mogelijk behartigt. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 27 januari 1941: <br><br>  Het spijt mij wel dat ik de laatste weken steeds zulke slechte mededeelingen moet melden, maar er is niets tegen te doen, ook ik moet het met lede oogen aanzien dat mijn terrein zoo wordt misbruikt. <br><br> Met grote haast bouwden tweehonderd arbeiders wegen en bunkers. Dit aantal groeide dagelijks. Naar schatting zou er vier à vijf kilometer verharde weg kriskras door het terrein komen, ook door de  mooie jonge aanplanting en inzaaiing op de Efteling . Deze bedrijvigheid vervulde Natuurmonumenten met grote zorg en men kon zich voorstellen dat het voor Peijnenburg een grote ergernis was.  U moet echter niet de moed verliezen, maar proberen er het beste van te maken. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 2 februari 1941: <br><br>  Hierbij zend ik U Edele het bijgewerkte en gewijzigde schetskaartje van het in gebruik genomen terrein op de Efteling weer terug. Hopende dat een en ander duidelijk voor U Edele is. Volgens de thans bestaande plannen zal den ingangsweg naar de schuur West-Loon er toch nog buiten komen te vallen. Men werkt thans met 400 à 450 arbeiders terwijl er deze week nog ± 100 à 150 bij komen, U ziet dus wel er wordt spoed achter gezet, er wordt ook op Zondag doorgewerkt. Zoo als U Edele kunt zien, komen er door onze jonge onderzaaiing en aanplanting ook harde wegen te liggen en worden daar ook Bunkers in gebouwd. Ik heb deze week nog juist de gaas kunnen laten opruimen (ruim 800 meter) om deze niet aan vernieling prijs te geven, of door hun zelf te gebruiken elders.<br> Ook het omgewaaide en door ons gevelde hout op deze terreinen heb ik naar elders laten vervoeren, ook een 5-tal koopen voor de Publieke houtverkooping heb ik van deze terreinen laten wegruimen, zoodat wij thans geen Koopen hout op deze terreinen meer hebben.<br> Voor den aanleg van wegen en Bunkers word ook heel wat hout geveld, wat in de weg staat wordt geveld, ook liggen er nog verschillende omgewaaide zeedennen op deze terreinen, doch ik heb het nog maar beter gevonden, om hiervan niets te doen wegruimen, om later een beter overzicht te krijgen hoeveel hout er is weggekapt, tenzij ik eerder andere orders krijg.<br> Zooals ik zaterdag van Adr. Vugts vernam moet hij deze week, hoogstwaarschijnlijk, dit verspreid liggend hout bij elkaar rijden, ik zal dus maar afwachten of ik er dan verder de beschikking over krijg of niet. <br> Als men voldoende aanvoer krijgt van het benoodigde gaas en draad, dan zal het terrein al zeer spoedig geheel zijn afgesloten, want hier heeft men de laatste dagen zeer hard aan gewerkt. Tot zoover mijn mededeelingen deze keer, want als ik wat te weten wil komen moet ik een der aannemers zien uit te hooren, en deze laten ook niet al teveel los (of mogelijk weten zij zelf niet veel). Verder wordt mij dan ook niets gezegd of gevraagd en men doet maar of er geen eigenaars bestaan, zoodat ik eigenlijk net zoo goed daar weg zou kunnen blijven, ik behoefde mij dan ook niet te ergeren, maar om U Edele op de hoogte te kunnen houden, zal ik toch mijn rondjes maar blijven doen, zoolang mij den toegang ook niet wordt ontzegd! <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 6 februari 1941: <br><br>  Wij kunnen ons voorstellen hoe het U te moede is, nu er dagelijks een kleine 500 arbeiders bezig zijn ons mooie terrein grondig te vernielen. Het is meer dan ergerlijk en helaas werken onze stappen in den Haag niets uit, daar voor de belangen der Wehrmacht alles moet zwichten! <br><br> Op 13 februari kwam Eshuis uit Amsterdam poolshoogte nemen en een houtverkoping bijwonen. Omdat een goede busaansluiting ontbrak, haalde Peijnenburg hem op de fiets in Waalwijk op. Eshuis deed er verslag van.  Des morgens het terrein, door de Duitsche Weermacht in beslag genomen, bezocht. Het is geheel met gaas, waarboven nog 12 prikkeldraden, afgezet. De oppervlakte is ong. 75 HA.; het geheel ligt tusschen de IJsbaan en den weg naar Westloon. Van den Provincialen weg af loopen twee breede straatwegen (8 à 10 M.) naar het terrein; daarbinnen worden verschillende smallere straten aangelegd (ong. 5 M. breed). Aan deze straten liggen op onregelmatigen afstand gemetselde baksteenen bergplaatsen met een grondoppervlak van circa 30 M2. en ong. 3 M. hoog, welke van boven met houten kleppen zullen worden afgedekt. Zij geven den indruk van munitie-opslagplaatsen. Volgens den aannemer van de werkzaamheden worden 120 van dergelijke bouwwerken gemaakt. <br> Ten behoeve van de afrastering werd een strook van enkele meters van het bosch ontdaan. Vanzelfsprekend werd ook op de plaatsen der gebouwen en wegen het bosch verwijderd. <br>Voor het maken van de afrastering werd veel jonger hout gekapt, helaas op zeer onoordeelkundige wijze, waardoor groote gaten in het bosch ontstonden. Dwars door een der jongere aanplanten werd een straatweg aangelegd. Dagelijks werken er ong. 500 arbeiders, tallooze vrachtauto s, terwijl een Deceauvillespoor [spoorlijntje] het zand, dat met een graafmachine geproduceerd wordt, vervoert. Aangezien het werk nog in vollen gang is, is het moeilijk een juist beeld van de schade te vormen. Deze kan, onder voorbehoud van alle rechten, voorloopig getaxeerd worden op ’ 10.000,-. De restauratie van het bosch zal zeer moeilijk zijn; voor groote gedeelten zal kaalslag moeten worden toegepast. <br><br> Restauratie zou nog enkele jaren op zich laten wachten. In afwachting daarvan deed Natuurmonumenten haar best om de schade financieel vergoed te krijgen; zij diende een vordering in van ’ 10.000,-. Dat was een voorlopig bedrag, daar het  vernielingswerk nog steeds voortging. Bij de ingang van Café De Efteling verrezen twee houten barakken en een van steen,  zoodat men zich hier zeer goed wil gaan installeeren naar het schijnt . Nieuwe schietoefeningen, waarbij met scherp werd geschoten, noodzaakten tot stillegging van het spitwerk in werkverschaffing en de planterij. Peijnenburg stelde vast dat er niets tegen te doen was, dan  uit hun koers vandaan te blijven. De bunkerbouw ging gewoon door en achter de ingang van Adr. Vugts werd met koortsachtige haast gewerkt aan de bouw van verschillende barakken voor de dienstdoende manschappen, enkele werden in steen en andere in hout opgetrokken. Ook kwam er een grote autogarage. Niemand mocht zonder schriftelijke vergunning het gebied in, ook Peijnenburg niet, zo deelde een Duitse officier hem mee. De Vereniging moest het maar bij de hogere Duitse autoriteiten proberen. Peijnenburg op zijn beurt moest zijn best doen om een zo precies mogelijk beeld van de schade te krijgen: aantallen gekapte bomen, omvang van de gebouwen, bestrating en omrastering en de kosten van opruiming en het opnieuw inplanten van de kaalgeslagen stukken.  Wij weten, dat dit geen gemakkelijke opdracht is, doch U moet maar trachten een zoo goed mogelijke taxatie te maken, die in geen geval te laag mag zijn. Acht U het bezwaarlijk dit alleen te doen, dan zoudt U v.d. Ham kunnen vragen een dag naar Loon op Zand te komen om U te helpen. <br><br> Dat was inderdaad geen gemakkelijke opdracht. Het terrein werd door de Duitsers voor de zoveelste keer uitgebreid, dit keer met enkele hectaren in de zuidoosthoek; de afrastering werd daar geruimd en ongeveer 100 à 150 meter in zuidoostelijke richting verplaatst, met als gevolg dat het munitieterrein in aanleg over een lengte van 250 meter begrensd werd door de Waalwijkse Baan. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 2 maart 1941: <br><br>  Midden deze week ben ik voor het laatst op het terrein geweest, thans is dit niet meer mogelijk, daar het terrein nu geheel is afgesloten en er schildwachten zijn geplaatst aan de ingangen en men thans voorzien moet zijn van een schriftelijke vergunning om deze terreinen nog te mogen betreden. <br> Zooals ik vernomen heb ligt het ook in de bedoeling om begin deze week, voor zover de gebouwen klaar zijn, met Duitsche Militairen te betrekken. Met de werkzaamheden is men nog steeds lang niet klaar, zoodat er nog geen duidelijk overzicht van de totale schade is op te nemen, wat trouwens, ook later bijna een hopeloos geval zal blijken te zijn (...). <br><br> Toch ondernam Peijnenburg een poging om tot een schadeberekening te komen en kwam uit op een afgezet terrein van 75 hectaren en een globaal bedrag van ’ 200,- per hectare, in totaal ’ 15.000,-. Opnieuw verzocht hij Amsterdam een toegangsbewijs te regelen om een beter zicht te krijgen op de aangerichte schade. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 10 maart 1941: <br><br>  Het terrein op de Efteling is deze week door Duitsche Militairen betrokken naar men zegt door 300 manschappen? Ook is er deze week met den aanvoer van munitie begonnen, er is thans reeds een zeer groote partij opgeborgen waarbij ook bommen van het zwaarste soort. <br> Met de werkzaamheden is men thans met man en macht bezig het terrein brandvrij te maken, n.l. door het opsnoeien van al de dennen, zoowel groot als klein, van alle dorre takken, terwijl de jonge ongedunde boschjes tot manshoogte worden kaal gesnoeid, naar men zegt moet ook alles nog onder de dennenbosschen worden omgespit, zoodat het geheel brandvrij komt. Het natuurschoon zal er dus niet mooier mede worden. <br><br> Er werden barakken van  zeer grote afmetingen gebouwd, maar ook andere grote stenen gebouwen, die geleken op  landhuizen of villa s met aansluitingen op het elektriciteits-, water- en telefoonnet. Natuurmonumenten was bang dat er ook nog een brandsingel om de afrastering zou komen, waarvoor dan opnieuw veel bomen zouden moeten wijken. Al gauw zou blijken dat die vrees terecht was. Langzaam maar zeker werd duidelijk dat hier naast een grote munitieopslagplaats - het Duitse leger sprak van een <I>Munitions Ausgabe Stelle</I> (M.A.St.) - ook nog eens een complete Duitse kazerne verrees.</p> <h2> Oorlogswinst</h2> <p> Het dagelijks bosbeheer ging intussen gewoon door. Wegens  zeer drukke planterij had Peijnenburg een halfwas werkkracht aangenomen en misschien moest er nog iemand tijdelijk bij want zes hectare was een heel stuk werk, zeker nu ze van tijd tot tijd niet vooruit konden als gevolg van de schietoefeningen met scherpe munitie, die bijna iedere week werden gehouden.<br> Het door de Duitse <I>Wehrmacht</I> in beslag genomen terrein was zo goed als geheel kaal gesnoeid en het snoeisel naar een verzamelplaats buiten het terrein gebracht, waar iedereen het vrij kon ophalen, althans voor zover het niet aan de werklieden was afgestaan. Dit ontaardde in houtdiefstallen die de krant haalden. Wanneer er van de berg snoeihout niets meer over was, begonnen de mensen lukraak links en rechts te kappen, vooral in de bossen van Mombers, maar ook aan de kant van Natuurmonumenten werd flink huisgehouden. In één week maakten politieagenten, Peijnenburg en Klijn meer dan twintig processen-verbaal op, waardoor de schrik er voorlopig weer goed in zat. Natuurmonumenten stond vierkant achter de harde aanpak.  Gelukkig dat ook de politie actief is en U niet alles alleen behoeft te doen. En na de kaalslag door de Duitsers  zal hier t.z.t. wel een vreemd bosch zijn ontstaan als alles weer eens opgeruimd zal zijn! <br><br> Toen Van Tienhoven aankondigde dat hij weer eens naar Loon op Zand zou komen voor een rondleiding, kreeg hij van Peijnenburg het advies  een paar goede waterdichte schoenen mede te brengen want die komen hier op het ogenblik goed van pas . Maartse buien hadden grote, lager gelegen stukken onder water gezet. Spitten en planten zou daar voorlopig onmogelijk zijn.  Laat ons hopen dat er spoedig een verandering komt anders loopen wij hier vast. <br> Van zijn bezoek aan het munitiedepot M.A.St. noteerde Van Tienhoven: <br> Op Goeden Vrijdag, 11 April 1941, naar Peijnenburg geweest. Door de Duitsche Weermacht is een groot gedeelte in beslag genomen van ongeveer 75 H.A. Het geheel is omrasterd door een  hoog raster van circa 2½ à 3 Meter, waarlangs prikkeldraad is gespannen van 24 draden, terwijl daarachter een prikkeldraad verward is vastgeslagen zoodat het geheel op een concentratiekamp lijkt. Wat er precies gebeurt weet men niet, want men kan er alleen omheen loopen. De opstand is wel verloren, al plantte men er langs den rand verschillende boomsoorten als prunus, eschdoorn, berkjes, enz., terwijl het overige met ingestoken groene dennentakken wordt gecamoufleerd. <br><br> Met de houtverkoop ging het goed; de houtprijzen waren hoger dan ooit. Natuurmonumenten dacht eraan om niet tot verkoop over te gaan en het bos nabij de Oude Huisplaats nog een poosje te laten staan.  Wij meenen, dat het nog niet zoo slecht is en misschien kunnen wij beter bosch dan geld hebben. Peijnenburg was het ermee eens. De  huidige abnormale prijzen zouden niet zomaar gaan dalen en er zou nog een hele poos gebrek blijven aan hout, ook al zou de oorlog ten einde zijn, zo meende hij. Inderdaad zouden de gestegen houtprijzen tijdens de Duitse bezetting grote bedragen in de kas van de Vereniging doen vloeien. Met deze  oorlogswinst werden de schulden afgelost, zoals voormalig directeur Gorter bij het tachtigjarig bestaan van de Vereniging toelichtte. <br><br> Al vroeg in het seizoen vroeg Peijnenburg om een nieuwe voorraad sprokkelvergunningen want als gevolg van de kolenrantsoenering liep het storm. Het sprokkelen vergde veel toezicht, ook vanwege de diefstal van groen hout, wat niet door de vingers gezien kon worden.  Wij moeten de teugels strak aanhalen om een ordelijken toestand te handhaven. Op een klacht van een inwoner van Kaatsheuvel over de intrekking van zijn sprokkelvergunning lichtte de boswachter toe waarom een straffe hand noodzakelijk was. In één maand tijd had hij al vijf vergunningen ingetrokken. In totaal stonden al 25 namen op de zwarte lijst van personen die niet meer voor een vergunning in aanmerking kwamen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 25 april 1941: <br><br>  Juist deze jeugdige belhamels veroorzaken ons de meeste last en breken de boel het meeste stuk en als wij hierin iets toegeven, wordt het een hopelooze toestand, ook de ouders moeten hierin maar eens leren om de jongens niet zonder goede geleide om hout weg te sturen. (...) Gisteren heb ik ook nog een tweetal personen bekeurd voor houtdiefstal, waarbij ik nog een kleine worstelpartij had gehad om hem onder bedwang te krijgen, deze waren niet in het bezit van een vergunning en hadden ook groene boompjes weggenomen. <br><br> Velen zullen ongetwijfeld niet getreurd hebben over het heidebrandje langs de weg van Loon naar Kaatsheuvel nabij de M.A.St. Het kon trouwens met de hulp van toegeschoten burgers en manschappen van de Duitse <I>Wehrmacht</I> snel geblust worden. Op het munitieterrein had het echter een ramp kunnen veroorzaken. Nog geen vierentwintig uur later was men al  met ± 1000 arbeiders aan het werk gegaan om het terrein van de Duitsche <I>Wehrmacht</I> en omgeving op de Efteling brandvrij te maken . Het snoeihout zal ongetwijfeld gretig aftrek gevonden hebben. Ondanks de nieuwe schade door al dit geweld had Natuurmonumenten er begrip voor; de ruime brandvrije stroken waren immers ook voor haar van belang. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 5 mei 1941: <br><br>  De Duitsche Wehrmacht is nog steeds doende om het gevorderde terrein brandvrij te maken, alles word geheel omgespit onder de dennen. Ook buiten het terrein is men ook nog steeds bezig het terrein brandvrij te maken. Hiertoe heeft men aan de buitenkant van de gaas ± een strook van 15 tot 25 Meter kaalgesnoeid en omgespit, verder heeft men aan beide kanten van den ingangsweg van de Prov. weg naar de schuur West Loon en verder naar achteren om het terrein heen met alle zijwegen inbegrepen een strook van 10 à 20 Meter brandvrij de bosschen opgesnoeid en den ondergrond omgespit zoodat er buiten het terrein om een brandvrije strook komt van 100 tot 200 Meter breed. <br>Ook langst den Prov. weg, vanaf Kaatsheuvel tot ingang West Loon heeft men een strook van ± 20 Meter brandvrij omgespit. Het hout wat wordt weggesnoeid en de heide die men hiervoor afmaait wordt meteen tot takkebosschen gebonden en weggevoerd, zelfs de wegen en paden worden nog opgeharkt. <br> Ook heeft men gisteren verschillende borden geplaatst met Duits en Hollands opschrift:  Streng Verboden te Rooken . <br> Het zomerhuisje van Mombers, het daarbij gelegen vijvertje en de omgeving is geheel met groene netten gecamoufleert. Men is ook van plan om het Cafe van Vugts, met groene netten te doen camoufleeren althans het dak en mogelijk den witgekalkte zijmuur groen te bespuiten, om alles zooveel mogelijk onzichtbaar te maken. <br><br> Het seizoen voor het rapen van mastappels stond weer voor de deur en door de kolenschaarste vlogen de sprokkelvergunningen bij Peijnenburg de deur uit. Hij zag zich genoodzaakt om inwoners van Tilburg en Waalwijk een vergunning te weigeren, daar week hij  onder geen enkele omstandigheid van af, behalve wanneer ze eerder ook al een vergunning hadden gehad die niet  door een of ander vergrijp is ingetrokken . Alleen inwoners van de gemeenten die gelegen zijn aan de Loonse en Drunense Duinen kwamen voor een vergunning in aanmerking, voor zover ze niet  om de een of andere reden onbetrouwbaar of ongunstig bekend staan . <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 12 mei 1941: <br><br>  Hopende dat U Edele zich met dit standpunt kunt vereenigen en ik hoop dat U Edele ook onder geen enkele omstandigheid uitzondering gaat willen maken, anders is het eind niet te overzien. (...) De Duitsche Wehrmacht houdt thans ook brandwacht op onze terreinen en treed tegen de rookers op met het geladen geweer, dit maakt wel indruk. <br><br> Natuurmonumenten was het geheel met haar boswachter eens.  Het is U wel toevertrouwd naar bevind van zaken te handelen, opdat er geen wrok gekoesterd wordt. Al snel echter werd de toeloop uit de  randgemeenten Tilburg, Waalwijk, Sprang en Udenhout zo groot dat extra toezicht niet voldoende was en opnieuw maatregelen nodig waren. Peijnenburg bedacht een regeling. Inwoners van de randgemeenten konden voortaan ook een sprokkelvergunning verkrijgen, maar moesten daar wel ’ 0,25 per kwartaal voor betalen, terwijl de inwoners van Loon op Zand, Kaatsheuvel en Drunen, zoals voorheen, maar ’ 0,10 verschuldigd waren. Amsterdam ging direct akkoord en sprak de hoop uit dat de sprokkelliefhebbers uit de randgemeenten zich niet ten achter gesteld voelden. Door de nieuwe regeling ontstond een buitengewoon grote toeloop, ook omdat er dat jaar enorm veel grote mastappels waren. Begin juli was de voorraad vergunningen uitgegeven en stuurde de Vereniging nog eens 500 stuks. Bij de  abnormale warmte van juni en juli, die in de duinen  bijna ondraaglijk was, zal het in de bossen nog redelijk aangenaam geweest zijn om een voorraadje kroten (dennenappels) te verzamelen als aanmaakhout voor de komende winter. Voor Peijnenburg waren het weinig aangename dagen. Bij al die drukke werkzaamheden kreeg hij ook nog eens te maken met meerdere bosbranden. Die hadden hem  aardig wat zweet gekost, doch onze terreinen zijn tot heden nog vrij gebleven, doch ik vraag mij af hoelang nog met deze droogte? Gelukkig wist zijn werkgever zijn inzet te waarderen en kende hem een loonsverhoging toe die in de  dure tijdsomstandigheden goed van pas kwam. <br><br> Tot groot genoegen van Peijnenburg waren intussen in Loon op Zand en de gehele omgeving de Duitse militairen vertrokken, zodat de overlast van de oefeningen voorlopig voorbij was.  De Militairen van den vliegdienst op het gevorderde terrein op de Efteling zijn er nog, doch deze houden nooit oefeningen buiten het afgemaakte terrein, zoo dat wij hier van geen last hebben. <br><br> Bij het buitengewoon grote brandgevaar door  de felle droogte en sterke N.O. winden diende zich een nieuw gevaar aan. Geruchten deden de ronde dat er mijnhout gevorderd zou gaan worden. Dat mijnhout was nodig voor de productie van kolen door de Nederlandse mijnen; die waren verplicht om kolen te leveren aan de Duitse oorlogsindustrie. Staatsbosbeheer kreeg opdracht om in het hele land op zoek te gaan naar mijnhout. Ook de Loonse en Drunense Duinen zouden niet ontkomen aan omvangrijke verplichte leveranties. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 19 mei 1941: <br><br>  In antwoord op uw brief d.d. 15 Mei kan ik u Edele mede deelen dat ik tot heden nog geen bericht heb ontvangen, van verplichte levering van Mijnhout, wel is indertijd iemand van het Staatsboschbeheer bij mij geweest om inlichtingen hierover en of wij van de Loonsche Duinen ook hout hadden dat hiervoor geschikt was. Ik ben toen maar zeer karig geweest met mijn inlichtingen en dat wij betrekkelijk weinig geschikt mijnhout hier hadden, alleen het de laatste winter geteekend bosch heb ik hiervoor opgegeven. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 2 oktober 1941: <br><br>  Aan de mijnhoutvorderingen komt geen einde. Op alle bezittingen der Vereeniging moeten wij zulk hout leveren en dikwijls in grooter quantum dan van de Loonsche Duinen. Kunnen de 200 m³ die thans weer bij U gevorderd zijn uit de jaarlijksche dunning komen? Naar alle waarschijnlijkheid zal hierop tòch beslag worden gelegd. Zoo niet, dan hopen wij binnenkort met U te overleggen op welke wijze wij deze partij zullen moeten leveren. </p> <h2>Mishandeling van de natuur</h2> <p> Door de aanleg van de munitieopslagplaats M.A.St., verplichte houtleveringen, diefstallen en andere aanslagen op de natuur waren de oorlogsjaren zorgvolle tijden voor bosbezitters. In 1941 dreigde alweer een nieuwe aanslag op de Loonse en Drunense Duinen, dit keer van de kant van de gemeente Loon op Zand. Door de secretaris-generaal van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming was de gemeente met de meeste nadruk aangespoord tot oprichting van een zwembad voor het geven van zwemonderwijs door de scholen. Het gemeentebestuur liet daarop het oog vallen op de ijsbaan waar met niet al te grote kosten een goed geoutilleerde bad- en zweminrichting aangelegd zou kunnen worden zonder dat dat al te storend werd geacht voor het natuurschoon. De gemeente had haar uit 1936 daterende plan uit de kast gehaald, dat toen door Natuurmonumenten van de hand was gewezen. <br></p> <IMG BORDER="0" src="peijnenburg229.jpg" width="846" height="698" alt="Schets plan zwembad bij ijsbaan" title="Zwembadplan bij ijsbaan" HSPACE="30" align=left></a> <P style="clear: left;"> <br> <p>Ook nu was de Vereniging niet enthousiast. Er zou 30.000 kuub zand uitgegraven en in de omgeving verspreid moeten worden. Het grotere wateroppervlak zou naar verwachting tot een tekort aan water leiden, zeker wanneer bij drukte het zwemwater ververst moest worden. De gemeente zou beter een zwembad kunnen realiseren in de  kuil van Mombers langs de provinciale weg. Door het planten van snelgroeiend hout als prunus hoefde de ligging aan die weg geen bezwaar te zijn en een waterpomp zou er voor vers water kunnen zorgen. Bij de ijsbaan zou de gemeente uitsluitend op hemelwater zijn aangewezen, terwijl in de zomer de waterstand juist het laagst was. Het plaatsen van een motorpomp aldaar zou de rust immers nog meer verstoren, aldus de redenering van Natuurmonumenten.<br> Het is maar de vraag of de toen in Brussel woonachtige Mombers daar blij mee geweest zal zijn. Hij schreef Natuurmonumenten dat het hem naar omstandigheden goed ging  ofschoon zoo als overal ook hier schraalhans keukenmeester is . Wel maakte hij zich zorgen over zijn bezit van 75 ha heide en bossen in Loon op Zand omdat hij gehoord had dat er veel hout werd gestolen.  Ik veroorloof mij dus U beleefd te vragen deze bedreigde bezitting te beschermen en mij bijstand te verleenen. De Vereniging was blij weer enig levensteken van haar voormalige medewerker te vernemen, maar wees zijn verzoek om hulp af. Er was inderdaad vrij veel hout gestolen,  doch dit hoort reeds lang tot het verleden . Met dit laatste werd de zaak wel erg rooskleurig voorgesteld. Dode zeedennen bijvoorbeeld werden zo snel mogelijk  uit de hand verkocht om niet het risico van diefstal te lopen. Peijnenburg vreesde voor een toename van houtdiefstallen:  dit kan nog wel eens erg worden als de Kolen niet beter afkomen als tot nu toe . Extra toezicht was dus hard nodig, zoals nog zal blijken.<br> Daarnaast kreeg men steeds meer last van de Duitse <I>Wehrmacht</I>, die de beveiligingszone rondom de M.A.St. aanzienlijk uitbreidde en het hele gebied afsloot voor de boswachter en zijn medewerkers, waardoor het onmogelijk werd om de noodzakelijke boswerkzaamheden uit te voeren. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 20 augustus 1941: <br><br>  Hiermede deel ik U Edele mede dat de Duitsche Wehrmacht welke op onze terreinen op de Efteling gehuisvest zijn, gisteren weer uitgebreide beveiligingsmaatregelen hebben getroffen. Men heeft een strook van ± 500 meter breed buiten de gaasafrastering met groote borden afgezet (20 à 25 stuks) met het opschrift in het Duitsch en Nederlandsche taal  Beveiligingsgebied Verboden te fotograferen of fototoestellen bij zich te hebben. Den bevelhebber in Nederland. <br> Volgens den Officier welke bij het plaatsen dezer borden aanwezig was, ligt het ook in de bedoeling om deze beveiligingsstrook geheel voor het Publiek Verboden te verklaaren, zoodat wij dan ook om de noodige werkzaamheden, te kunnen doen in het bezit zullen moeten zien te komen van een vergunning om deze Verboden strook te mogen betreden, in totaal zal deze Verboden strooken met het reeds eerder gevorderde terrein naar schatting een oppervlakte worden van 250 à 300 H.A.<br> Deze beveiligingsstrook loopt ongeveer als volgt: langs de Prov. weg Kaatsheuvel - Loon op Zand vanaf den Horst tot ongeveer 350 à 400 meter ten Noorden van mijn huis af, vervolgens langs de vischvijver naar de schuur Westloon (deze valt juist buiten een inspringende lijn) richting Roestelberg, om met een groote bocht ten Noorden van de ijsbaan weer naar den Horst terug te draaien. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 4 september 1941: <br><br>  Naar aanleiding van mijn schrijven van d.d. 20 Aug. j.l. deel ik U Edele thans mede, dat men heden het beveiligingsgebied voor eenieder Verboden heeft verklaard, door middel van groote borden met het opschrift in het Duitsch en in het Nederlands. <br>  De toegang tot dit terrein is ten strengste Verboden en strafbaar <br> De Ortskommandant Tilburg <br> Volgens mededeeling van de Ortskommandant zou ik een toegangsbewijs kunnen krijgen en hiervoor moet ik mij morgen bij de Wacht gaan melden. <br><br> Daar kreeg Peijnenburg echter te horen dat hij op het M.A.St.-terrein niets meer te maken had, waarna Natuurmonumenten een poging ondernam bij de <I>Ortskommandant</I> te Tilburg.  Het zal intusschen niet zoo gemakkelijk gaan vreezen wij. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 20 september 1941: <br><br>  Zooeven ontvingen wij bericht van den Ortskommandant te Tilburg over het betreden van het door de Duitsche Weermacht in beslag genomen terrein. Wij vernemen, dat van Tilburg uit geen vergunning verleend kan worden en dat in zeer dringende gevallen een aanvrage kan worden ingediend bij den Weermachtsbevelhebber in den Haag. Voor de goede orde willen wij U mededeelen, deze aanvrage te hebben ingediend, in de hoop, dat een vergunning voor U, voor Klijn en voor twee arbeiders afgegeven wordt. <br><br> Die vergunning zou er niet komen. De door een grote beveiligingszone omgeven M.A.St. zou tot het einde van de Duitse bezetting niet alleen voor het publiek, maar ook voor boswachter Peijnenburg en zijn medewerkers verboden gebied blijven. Hetzelfde gold natuurlijk voor de bezoekers uit Amsterdam zoals Eshuis, die in zijn bezoekverslag van 24 oktober noteerde:  De bossen nabij IJsbaan vallen onder het verboden gebied, zodat we daar niet kunnen komen. Ook Westloon kan slechts via de kwekerij worden bereikt, daar rondom door de Duitse Weermacht borden zijn geplaatst. <br><br> Dat meer toezicht nodig was, kreeg Natuurmonumenten te horen van een notaris uit Heusden, die melding maakte van beschadiging van bomen door personen die hout afrukten, op bossen bonden en naar Drunen vervoerden, waardoor de bossen  afschuwelijk werden mishandeld. Zoals gebruikelijk zond de Vereniging de brief door naar Peijnenburg. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 30 september 1941: <br><br>  Ingezonden zend ik U Edele den brief van Notaris J.A. Duijne te Heusden weer terug. Naar aanleiding van dit schrijven kan ik U Edele geen andere inlichtingen geven, als dat de beweeringen van den Heer D. voor zoover het onze terreinen betreft, zéér sterk overdreven zijn en dat er van zulke afschuwelijke mishandelingen onzer terreinen geen sprake is, althans ik kan zulke gedeelten op onze terreinen tot heden nog niet vinden. Wel moeten wij van tijd tot tijd wel eens krachtig optreden en wordt er wel eens een groene tak of boompje afgebroken of afgekapt, doch dit wettigt nog geenszins de beweeringen van den heer D. <br> Zoo hebben wij begin September nog eens moeten optreden tegen een stelletje dat er een gewoonte van ging maken om onze terreinen met een bezoek te vereeren, gewapend met Kapbijltjes, hakmessen en zagen, in de omgeving van de  Roestelberg doch na enkele dagen extra surveillance gelukte het mij en J. Klijn op 13 Sept. een stel van 8 personen op heeterdaad te betrappen, waarvan er 7 door ons konden worden bekeurd, terwijl 1 persoon kans zag om de vlucht te nemen; op deze personen konden wij nog in beslag nemen 4 Kapbijltjes, een kapmes een handzaag, 1 schop, hamer en nijptang en de noodige zakken om hout en gereedschap te bergen.<br> Mogelijk heeft den Heer D. ook eens zulk een stelletje bezig gezien en dan lijkt het net of er alles aan moet, doch na weer eens flink ingegrepen te hebben, wordt de anderen den lust wel weer ontnomen en schrikken wel een beetje terug. <br>Ik vermoed verder dat de vernielingen welke den Heer D. bedoelt meer voorkomen op de particuliere terreinen gelegen in de omgeving van Giersbergen en ten Noorden van onze terreinen en dat deze voor onze bezittingen door den Heer D. werden aangemerkt, en inderdaad op sommige van deze particuliere terreinen wordt soms danig huis gehouden. Ik kan verder niet anders zeggen als dat wij, J. Klijn en ikzelf, steeds onze uiterste best doen om een en ander in behoorlijke banden te houden en tot heden zijn wij hierin nog vrij goed geslaagd.<br> Wat het de komende winter moet worden weet ik nog niet, doch hierin zie ik weinig goeds, want men wordt tegenwoordig steeds brutaler. <br><br> Natuurmonumenten antwoordde dat zij al vermoedde dat de notaris had overdreven, doch waakzaamheid bleef geboden.  Wij vreezen overigens dat men zich van den winter, als er geen dood hout meer mocht staan, ook wel aan levende boomen zal vergrijpen. <br> Een andere klacht kwam van jachtpachter Van Swaay die van Klijn verlangde dat hij meer toezicht zou houden op de stroperij, maar daar stak de Vereniging een stokje voor. Klijn kon onmogelijk gemist worden met het oog op de vele boswerkzaamheden en de nog steeds voortdurende houtdiefstallen. Buiten de verboden zone van de M.A.St. ging het werk immers gewoon door. Er moest zelfs een extra arbeider worden aangenomen,  want Peerke is ZOO GOED ALS VERSLETEN , zoals Eshuis noteerde. Aan de Udenhoutse kant werd een houtverkoping georganiseerd. Bij wijze van proef ontvingen de kopers van het voorgaande jaar een circulaire: <br><br>  Wegens de buitengewone omstandigheden zal dit jaar geen publieke verkooping van hout op onze terreinen onder Udenhout worden gehouden. Gegadigden voor boerengerief- en brandhout kunnen zich in verbinding stellen met onzen boschwachter J.C. Peijnenburg, Hooge Steenweg te Loon op Zand. Alleen zij, die vorige jaren hout op de publieke verkooping gekocht hebben, kunnen in aanmerking komen. De Ver. tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. <br><br> Ook zonder publieke verkoping en zonder advertenties ging het hout vlot tegen hoge prijzen van de hand.<br> Wat er eind 1941 minder goed uitzag, was de werkverschaffing. Alle werkobjecten in de bossen waren stilgelegd en de werklozen ingezet voor het spitten van grasland voor de aardappelteelt. Naarmate de oorlog langer duurde, nam de schaarste toe. Om papier te besparen moest Peijnenburg de arbeiders, die een gelijk loon verdienden, op één formulier voor ontvangst laten tekenen. En voor de aanschaf van nieuwe rijwielbanden moest de werkgever verklaren dat zijn werknemer een fiets voor dienstdoeleinden nodig had. Zo tekende voorzitter Van Tienhoven een verklaring dat Peijnenburg voor de surveillance en dergelijke dagelijks meer dan 25 km op de fiets aflegde. Dat zou de daaropvolgende jaren nog een groot probleem worden met die fietsbanden.</p> <h2>Strenge winters</h2> <p> Op 1 januari 1942 wensten Peijnenburg, zijn vrouw en dochter Truusje de voorzitter en het bestuur van Natuurmonumenten een gelukkig en voorspoedig nieuwjaar.  Wij hopen dat 1942 U Edelen alle goeds mag brengen en dat wij spoedig verlost mogen worden van de steeds moeilijker en nijpender tijdsomstandigheden, met al zijn beslommeringen en gevolgen en dat wij steeds onder Uwe bekwame leiding laat ons hopen nog zeer vele jaren op prettige wijze mogen blijven samenwerken tot Groei en Bloei van de Natuurmonumenten. <br>Het jaar 1942 begon met zeer strenge vorst. Een houtverkoping moest zelfs verplaatst worden van de bossen naar De Rustende Jager. Een week later lag bij een andere verkoop zo n dik pak sneeuw dat de kopers het hout niet konden bezichtigen. Toch ging het vlot van de hand. Er kwamen 118 kopers. Zij kochten ongezien, geheel afgaande op de inlichtingen van de boswachter, die zelfs over moest gaan tot loting. Zijn broer Kees hielp met de administratie en het geheel had een zeer vlot verloop.<br> Door het aanhoudende winterweer werden de duinen druk bezocht door skiërs, maar de boswerkzaamheden lagen stil, dit tot ongenoegen van Peijnenburg.  Laat ons hopen dat hier spoedig verandering in komt. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 2 februari 1942: <br><br>  De skiërs zullen wel heel wat leven in de Loonsche Duinen brengen; dezen menschen profiteeren toch maar gratis van het natuurmonument! Het is natuurlijk met deze hooge sneeuw erg moeilijk de menschen te benaderen, anders zou getracht moeten worden hen tot een lidmaatschap te bewegen. Toch zenden wij U wat propagandacirculaires toe, welke aan Vrouw Klijn [De Rustende Jager] en Kruissen [Bosch en Duin] ter hand gesteld kunnen worden, want daar zullen de wintersporters zeker wel eens pleisteren. <br><br> Wat Peijnenburg ook niet zinde was dat de jachtpachters een nogal ambitieuze jachtopziener hadden aangesteld die de wildstand zó wilde opvoeren dat er vijfhonderd stuks wild geschoten zouden kunnen worden en die het liefst alle kraaien, eksters, vlaamse gaaien, alsmede bunzings, hermelijnen, enzovoorts zou willen opruimen. Natuurmonumenten wees Van Swaay erop dat haar bezittingen geen jachtterrein zijn, doch moeten voldoen aan de eisen die aan een natuurmonument gesteld dienen te worden. Daartoe behoorde zeker het behoud van roofdieren, die elders zoveel vervolgd werden. Peijnenburg werd gevraagd om op te geven wat hij in de sneeuwperiode had waargenomen aan bunzings, wezels, hermelijnen en eventuele andere roofdieren, of deze veel schade aan het wild toebrachten en hoe hij oordeelde over de stand van hazen, konijnen, fazanten, patrijzen en korhoenders, vergeleken met enkele jaren ervoor. Het antwoord uit Loon op Zand was dat de klachten over de vele roofdieren zoals bunzings niet terecht waren en dat er meer schade aan de wildstand werd toegebracht door loslopende honden en katten. Enkele jaren eerder werd herhaaldelijk aangevreten wild aangetroffen en kwamen vrij veel sporen van roofdieren voor, maar nu niet meer. De wildstand in de duinen was nooit overvloedig geweest en gezien de zeer strenge winters van de laatste jaren was er van vooruitgang zeker geen sprake. Natuurmonumenten drong aan op goed overleg tussen Peijnenburg en Klijn en de jachtopziener, die op 1 april in dienst zou treden en ook moest toezien op brand, diefstal en dergelijke. Samenwerking was dus zowel in het belang van de Vereniging als van de jagers. Kruiswijk, de jachtopziener, zou het overigens niet veel langer dan een jaar volhouden; in de zomer van 1943 vertrok hij alweer. <br><br> Door de strenge winter was er steeds meer vraag naar brandhout. Dagelijks kwamen mensen bij Peijnenburg aan huis bedelen om brandhout te mogen kopen, zowel voor eigen gebruik als voor de kleinhandel en zelfs voor verwarming van fabrieken. Maar verkopen deed hij alleen aan vaste kopers en inwoners uit de gemeente Loon op Zand die in nood verkeerden. De houtdiefstallen namen van dag tot dag toe, vooral op de particuliere bospercelen, en op sommige plaatsen was het een ware vernieling van de natuur. Ook was er veel sterfte van zeedennen. Die dode bomen trokken houtdieven aan. Natuurmonumenten vroeg aan Peijnenburg of dat mensen uit Loon op Zand zelf waren. Misschien zou een partij zeedennen aan de gemeente verkocht kunnen worden, die dit naar goeddunken zou kunnen distribueren: aan de armsten gratis en aan de overige inwoners tegen een kleine vergoeding of, voor wie het kon betalen, tegen de gangbare prijs. Peijnenburg deelde mee dat hij al hout verkocht had aan de R.K. Sint Vincentiusvereniging te Kaatsheuvel en dat de gemeente reeds begonnen was met de distributie onder de meest behoeftigen van brandhout, dat afkomstig was van een uitgebrand bosperceel aan de weg van Loon op Zand naar Tilburg. Maar ook uit andere plaatsen kwamen smeekbeden om hout, zoals van een  huisvader uit het Lijnsheike te Tilburg: <br><br>  Nu durf ik mij toch nog tot u te wenden. In dezen tijd van kolennood ben ik verplicht nog wat brandstof op te doen. Als u weet dat ik een gezin heb van 10 personen: mijn vrouw, zeven kinderen, waarvan de oudste ongeveer 14 jaar en de jongste 10 weken, begrijpt u wel dat ik veel noodig zal hebben om den langen winter door te komen, daarbij is mijn vader 76 jaar nog bij me inwonend, en een oude man en baby heeft veel warmte noodig. Zou u mij bovenstaande vergunning willen verleenen, stuur mij dan even een bericht dan kan ik met dat schrijven naar den hr. Peijnenburg gaan die mij dan wel een vergunning zal uitreiken. <br> Hoopende dat u aan bovenstaand verzoek wel zult willen voldoen verblijf ik in afwachting op een welwillende beschikking bij voorbaat dankend. <br> Ingesloten een postzegel voor antwoord. <br><br> Pas toen in de tweede helft van maart de dooi intrad, bleek hoe groot de vorstschade was aan de zo talrijke zeedennenopstanden, vooral in de omgeving van de Roestelberg. Als men op een heuvelrug stond, leek het wel of er een zeer grote bosbrand had gewoed: een grote troosteloze dorre massa zover het oog reikte. Naar schatting was drie vierde doodgevroren, zowel jonge als oude stammen. Richting Westloon was de schade minder, blijkbaar door de betere beschutting van de grove dennenopstanden daar. Langzaam kwam de bosarbeid weer op gang en opnieuw werden werklozen ingezet. Meer dan tachtig personen deden spitwerk nabij de Pessaert en bij de Oude Huisplaats en  de Baan naar de Roestelberg.</p> <h2>Mishandeling van de boswachter</h2> <p> Wat Peijnenburg eind april 1942 overkwam, zou hij niet gauw vergeten. Het begon met een bosbrand, de eerste dat jaar, in de noordwesthoek bij Kaatsheuvel op de veiligheidsstrook rondom de M.A.St. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 27 april 1942: <br><br>  Het afgebrande gedeelte beslaat een oppervlakte van ± 4 H.A. geheel bezet met bosch of opslagdennen en was een zeer mooi stuk Natuurschoon. Ik zag den Brand vanaf mijn Brandtoren uitbreken en kon zoodoende, geholpen door de Duitsche-Wehrmacht, de Brandweer van Kaatsheuvel en de Boschbrandweer, zeer spoedig ingrijpen en aangezien de zeer sterke wind die het vuur met razende vaart voortjoeg nog vrij spoedig gestuit krijgen. Er is door deze brand weer een leelijke hap in onze terreinen gekomen, laat ons hopen dat dit ook het laatste is dit jaar. De brand woedde zoo hevig dat alles totaal is zwartgebrand en voor geen ander doel meer geschikt zal zijn als voor wat Brandhout, tenminste als wij het op deze Verboden veiligheidsstrook zullen mogen verkoopen en laten wegruimen?<br> Ook zaterdag heb ik geheel den namiddag mede boschbrand geblust op de Noordelijke grensperceelen van onze terreinen n.l. in de omgeving van de  Fellenoord tusschen het Kanaal en de Drunensche Duinen gelegen boschperceelen. Bij deze brand ging naar schatting 125 H.A. jong opgaand dennenbosch verloren, eigendom van een groot aantal particuliere eigenaars, ook onze uitspringende perceeltjes aan die kant kwamen in gevaar maar zijn toch vrij gebleven.<br> Ook zondag moet in deze omgeving nog meer brand zijn gesticht, de daders konden den dans nog juist ontspringen en den gestichte brand kon nog in de kiem gestuit worden. <br> Het is voor ons thans wel een zorgvollen tijd. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 30 april 1942: <br><br>  De Duitsche Wehrmacht is schijnbaar thans voornemens zeer straffe maatregelen te gaan nemen voor het betreden van de terreinen Loonsche en Drunensche Duinen met omgeving, men is voornemens deze gehele gebieden voor alle Publiek, Verboden te verklaren althans tijdelijk een en ander naar aanleiding van de vele boschbranden van de laatste weken. Ook de sprokkelvergunningen enz. zullen dan moeten worden ingetrokken enz.<br>Mogelijk hebt U Edele al een en ander vernomen, ik heb n.l. heden hierover bij den Commandant hier op de terreinen op bureau moeten komen en deze deelde mij mede met de betrokken Burgemeester en met U Edele nader een en ander zou bespreken en overleggen en ik zou dan nader worden ingelicht.<br> Ik voor mij zie in de nieuw te nemen maatregelen niet zoo veel goeds en men werkt het geheele publiek op deze manier geheel tegen, maar er schijnt tegen deze Heeren niet veel in te brengen te zijn en hun bevelen zullen wij uit te voeren hebben. Op onze terreinen is het na de laatste zeer bange en brandgevaarlijke dagen nog maar bij één boschbrand gebleven en wel die van j.l. zondag op een plaats waar ik strikt genomen ook geen toezicht mag uitoefenen daar dit in de Verboden strook was gelegen. <br><br> Het voornemen van de Duitse <I>Wehrmacht</I> om de Loonse Duinen vrijwel geheel af te sluiten werd in Amsterdam betreurd, doch er zou helaas niet veel aan te doen zijn. Elk protest was overbodig wanneer het om  militaire noodzaak ging. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 30 april 1942: <br><br>  Hiermede deel ik U Edele mede een behandeling die ik mij heb moeten laten welgevallen bij een Boschbrand, op woensdag 29 April 1942 j.l. op de gronden van de Maatschappij  Unitas gelegen onder de Gemeente Loon op Zand, voor welke boschbrand ik ter assistentie werd opgeroepen en waaraan ik ook volledig heb gevolg gegeven en mede gewerkt. <br> Nadat ik alstoen n.l. ruim 2 à 2½ uur onder de aller ongunstigste omstandigheden met leden van de Brandweer van Kaatsheuvel-Loon op Zand onder mijn leiding had samengewerkt, om een zeer groote Boschbrand te stuiten, welke twee groote Boerderijen ernstig bedreigde, tenslotte was het ons gelukt den boschbrand tot staan te brengen voordat deze boerderijen werden aangetast. Nadat de brand geblust was en een bewaking was aangesteld van 100 à 150 personen voor nablussching enz. gingen wij ons gereed maken voor vertrek, als toen werd ik door leden van de Duitsche-Weermacht onderdeel Politietroepen staande gehouden en werd ik, zonder reden, gestompt, geslagen en in een auto geschopt en weggereden om na den boschbrand complex te zijn rondgereden weer te worden vrijgelaten. Tijdens genoemde handeling droeg ik duidelijk het herkenningsteeken (armband) van den N.B.B. v. GroepsCommandant. Een en ander geschiedde onder de oogen van de plaatschelijke autoriteiten o.a. van de Burgemeester en Secretaris van Loon op Zand, de plaatselijke Politie en van de omgeving, de Gemeente opzichter in zijn hoedanigheid van opperbrandmeester enz. U Edele zult wel begrijpen dat mij, na deze behandeling den lust om branden mede te gaan blusschen geheel is ontnomen en ik dit nog slechts zal doen alleen op onze eigen terreinen en dan nog met groote tegenzin. Om bovengenoemde reden heb ik aan de Noord-Brabantsche Boschbrandweer Vereeniging thans ook gevraagd om voorlopig van alle verplichtingen als Groepscommandant buiten onze eigen terreinen ontslagen te worden. <br><br> Van het kantoor in Amsterdam kreeg Peijnenburg bericht  dat wij allen met leedwezen en medeleven hebben kennis genomen van de zonderlinge doch bovenal onaangename ervaringen, welke U volgens Uw brief van 30 April j.l. hebt opgedaan na het blusschen van den brand . Men kon zich voorstellen dat hij ontheven wilde worden van brandweertaken buiten de terreinen van de Vereniging en vertrouwde erop dat de Bosbrandweer een ernstig onderzoek naar het gebeurde zou doen instellen en dat recht gedaan zou worden.  Wij hopen spoedig gelegenheid te hebben het gebeurde uit Uw eigen mond te vernemen! <br><br> Het was, zoals gezegd, een zorgvolle tijd voor een boswachter op een uitgestrekt natuurgebied! Lang en hard werken, een pak slaag krijgen, fietsen op omgeploegde boswegen, moeten bidden en smeken om nieuwe rijwielbanden, en dat alles zonder een extra voedselrantsoen, zonder deugdelijke werkkleding en met de dreiging het geweer te moeten inleveren waardoor een konijnenboutje als een fata morgana aan je neus voorbij kon gaan. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 11 mei 1942: <br><br>  Dezer dagen was ik op het Distributiekantoor te Waalwijk, om te probeeren in aanmerking te komen voor extra rantsoenen op levensmiddelen wegens langdurige en zware dienst, vooral met het oog op boschbranden, houtdiefstallen enz. zoodat ik meermalen 100 dienstuuren per week te maken heb. Men deelde mij mede, dat men mij hier te Waalwijk tot hun spijt niet kan helpen, daar ik ondanks deze dienst niet in aanmerking kwam. Men gaf mij echter den raad dat U Edele voor mij eens een aanvraag deed indienen met omschrijving van den dienst en den aard en gesteldheid van het terrein, men zou dan deze stukken opzenden naar het Centraal Distributie Kantoor in den Haag, mogelijk dat men daar dan een uitzondering maakte in mijn geval. Ik weet dat ook de Gemeente Politie alhier langs een omweg extra rantsoenen hebben verkregen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 22 juni 1942: <br><br>  Wil U Edele mij nog eens een verklaring zenden, voor het verkrijgen van rijwielbanden, daar ik er bij de laatste aanvraag in Mei <b>geen</b> banden heb toegewezen gekregen en ik het nu begin Juli weer eens wil probeeren, anders zal ik genoodzaakt worden om te voet te gaan loopen metter tijd. Als U Edele op de verklaring meer nadruk legt op de uitgestrektheid van het terrein en dat ik dagelijks, vooral met het oog op brandgevaar en houtdiefstal deze terreinen van den morgen tot den avond moet doorkruisen, dan krijg ik mischien deze keer wel bonnen toegewezen. (...) Het gaat er hier thans weer aardig op los droogen zoodat het weer spoedig opletten en uitkijken zal worden voor ons. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 23 juni 1942: <br><br>  Hiermede bericht ik U Edele dat men vanwege de Duitsche Wehrmacht thans weer begonnen is, met maatregelen te nemen ter voorkoming van groote Boschbranden. Men is n.l. heden begonnen met het omploegen en omspitten van alle wegen en voetpaden rond het afgerasterde terrein. Men is voornemens om in een strook van 1000 Meter buiten de afrastering alle wegen en voetpaden om te ploegen of om te spitten, zoodat deze weliswaar brandvrij worden, maar voor de toekomst ook voor vele jaren onberijdbaar worden gemaakt. Voert men deze maatregel geheel volgens plan uit, dan omvat dit ongeveer het geheele terrein gelegen binnen de strook getrokken vanaf den Provinciale weg ter plaatsche genoemd den Horst (waar men heden begonnen is) tot aan den Roestelberg, vandaar tot de Oude Huisplaats, door het Land van Kleef naar mijn woning, zoodat ook het geheele terrein en omgeving van Westloon hier wordt ingesloten.<br> Het is mij niet bekend of deze terreinen dan ook geheel voor Verboden terrein zullen worden verklaard, doch ik acht dit wel zeer waarschijnlijk, daar het mij bekend is geworden dat dezer dagen een vrachtwagen met de bekende waarschuwingsborden naar het terrein van de Weermacht is gebracht. Is dit laatste wel het geval dan zal U Edele toch moeten trachten toegangsbewijzen probeeren te krijgen voor mij en de arbeiders onzer terreinen, anders zullen wij ook niet bij de schuur of de Kweekerij kunnen komen enz. voor de noodige werkzaamheden. <br> Het is wel jammer dat de wegen en paden waar wij jaren op gewerkt hebben om deze eenigszins berijdbaar te maken thans weer geheel worden losgewoeld, doch ook hierin zullen wij ons te schikken hebben. <br><br> Natuurmonumenten schreef  An Seine Exzellenz den General der Flieger Fr. Christiansen, Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden te  s Gravenhage dat  Förster J.C. Peijnenburg had meegedeeld dat met het oog op brandgevaar wegen in de Loonse en Drunense Duinen waren omgeploegd, op zich een goed doel, doch hierdoor zouden deze bij een brand per fiets niet goed meer te bereiken zijn. Zou hierover overleg mogelijk zijn? <br></p> <IMG BORDER="0" src="peijnenburg235.jpg" width="660" height="370" alt="Situatieschets Bosch en Duin en Hooimijt" title="Situatieschets Bosch en Duin en Hooimijt" HSPACE="10" align=left></a> <p>Op 3 tot 5 juli bezochten de heren Van Tienhoven, Eshuis en Gorter na Kampina en Oisterwijk de Loonse en Drunense Duinen met als eerste adres de nieuwe woning van Jan Klijn (naast café het Gommelen), die keurig in orde werd bevonden, doch wel tamelijk ver van het terrein gelegen. De weduwe Klijn had gevraagd of haar dochter later De Rustende Jager zou kunnen huren, maar dat werd afgewezen omdat het bestemd was voor Jan Klijn die zo dicht mogelijk bij het natuurgebied moest wonen. Vervolgens bezocht het gezelschap de bossen en duinen bij De Rustende Jager. <P style="clear: left;"> <p>Ook werd het te koop aangeboden cafeetje  De Hooimijt bij Bosch en Duin bekeken, maar dat werd veel te duur bevonden. Het houten gebouwtje stond op grond van een klooster en werd alleen voor afbraak geschikt geacht.<br> Na een kort bezoek aan freule Verheijen op het kasteel in Loon op Zand volgde een bespreking over de grote hinder die Peijnenburg ondervond bij de M.A.St. Nadat al een gebied van circa driehonderd ha tot verboden gebied was verklaard, werden thans de voornaamste wegen omgeploegd, met inbegrip van de fietspaden en de bermen, zodat zij volkomen onbegaanbaar werden. Het bosbrandgevaar werd hierdoor eerder vergroot dan verminderd, daar de blussers de plaats van de brand niet zouden kunnen bereiken. De Duitse <I>Wehrmacht</I> bleek gevoelig voor dit argument. Er werd gestopt met het omploegen van de wegen, maar inmiddels waren al wel de hoofdwegen binnen de strook van 1000 meter omgewoeld en onberijdbaar gemaakt. Peijnenburg:  Laat ons hopen dat dit onze laatste strop is, die mij hier wordt toegebracht. Natuurmonumenten:  Er is de laatste jaren heel wat in de bosschen gebeurd, doch laten wij hopen, dat dat alles nu een einde neemt. Tot zijn verwondering, maar met achterdocht, zag Peijnenburg dat de Duitsers de omgeploegde wegen weer berijdbaar maakten met een zware door twee paarden getrokken rol.  Beter ten halve gekeerd dan ten heele gedwaald! <br><br> Op advies van Natuurmonumenten fietste Peijnenburg op versleten banden naar Boxtel, waar goede gebruikte banden te koop zouden zijn, om zonder resultaat huiswaarts te moeten keren. En op diezelfde banden naar Kaatsheuvel, waar hij op het Politiebureau was ontboden omdat de nieuwe vuurwapenverordening het bezit van een  bewijs van geen bezwaar en een jachtakte voorschreef. Zonder die papieren zou hij zijn jachtgeweer moeten inleveren. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 14 september 1942: <br><br>  Indien de aanvraag voor een  bewijs van geen bezwaar gunstig uit mocht vallen, wat nog lang niet zeker is, zou ik dan nog stappen doen om te trachten een Jachtacte te krijgen, om zoodoende Konijnen enz. in toom te kunnen houden nu er op onze terreinen weinig of niet gejaagd zal mogen worden? Ook een Konijnenboutje in deze tijd is lang niet te versmaden, zoo nu en dan eens eentje, want de vleesch schaarste begint hier thans ook steeds nijpender te worden. Het is natuurlijk niet mijn bedoeling om Jager te worden, maar ik zou wel gaarne mijn geweer willen behouden indien dit eenigszins mogelijk is. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 20 december 1942: <br><br>  Bij de huidige schaarste aan behoorlijke Kleeding, welke nog eenigszins geschikt zijn om er dagelijks de Duinen mede in te gaan (b.v. Manchester of ander sterk goed, is totaal niet meer te krijgen) en mijn puntenkaart het ook niet toelaat om minstens eens per jaar en dan nog maar een slecht stoffen pak aan te schaffen en mijn voorraad behoorlijke Kleeding uitgeput is, wou ik U Edele eens het volgende vragen. Zou het niet mogelijk zijn om voor mij een speciale vergunning te krijgen voor Beroeps of Ambtskleeding?<br> Naar ik vernomen heb, moet er Uniformgoed, bestemd voor Boschwachters, Jachtopzienders en Onbez. Rijksveldwachters, verkrijgbaar zijn (of verkrijgbaar komen) op een speciale vergunning welke dan door den Werkgever moeten worden aangevraagd. Bij den huidige dure levensstandaard is het dragen van zulk een Uniformpak ook wel niet goedkoop, deze komen op ± ’ 90,- naar ik vernomen heb, doch deze zijn er toch ook beter tegen bestand om er mede de Bosschen in te trekken, als een gewoon stoffen costuum en ik dien toch ook wel een beetje behoorlijk gekleed voor den dag te moeten kunnen komen dunkt mij. Gaarne zou ik van U Edele vernemen hoe U over een en ander denkt of wat Uw meening hieromtrent is. <br><br> Natuurmonumenten begreep dat het kledingprobleem nijpend werd en informeerde bij de Distributiedienst van Loon op Zand. Het bleek dat zowel jachtopzieners als boswachters in aanmerking kwamen voor beroepskleding. Peijnenburg toonde zich verheugd want zijn kleren waren  ver heen versleten . Maar eerst zou zijn aanvraag nog door de ambtelijke molens moeten. Wel was het hem inmiddels gelukt om in het bezit te komen van nieuwe rijwielbanden. Ze waren  van zeer slechte kwaliteit , maar hij was er voorlopig mee gered. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 27 december 1942: <br><br>  Hiermede betuigen wij ook onze Hartelijke dank voor de extra tegemoetkoming in de tegenwoordige dure levensonderhoud, door toezending van een postcheque ad ’ 100,- en de verhooging van mijn loon, hetwelk gebracht wordt op ’ 125,- per maand. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 2 januari 1943: <br><br>  Bij de intrede van het nieuwe jaar, Wensch ik U Edele ook namens mijne Vrouw, een Gelukkig en voorspoedig 1943 toe. Laat ons hopen dat 1943 U alle goeds brengt en dat wij vooral allen gespaard mogen blijven van alle Oorlogsellende en rampen en dat 1943 een spoedige rechtvaardige vrede moge brengen. <br> Ook hopen wij dat de belangen der Vereeniging niet verder geschaad mogen worden door de bijzondere tijdsomstandigheden en dat wij weer spoedig ons geheel voor de goede zaak kunnen inzetten zooals voorheen. <br><br> Ook deze winter belemmerden sneeuw en strenge vorst de boswerkzaamheden. In de duinen werd weer druk de  ski- en sledesport beoefend.</p> <h2>Overstelpende drukte</h2> <p> In het najaar van 1942 - hij was toen 71 jaar - was Peerke Verhoeven dan toch van zijn oude dag gaan genieten. Zonder afscheid te nemen bleef hij van de ene op de andere dag thuis en meldde zich ziek. Aan Peijnenburg gaf hij te kennen dat hij zich niet sterk genoeg meer voelde en dat hij lang genoeg had gewerkt. Zijn beste krachten had hij aan de bossen van Natuurmonumenten geschonken. Het bestuur verleende hem een pensioen van ’ 4,- per week, uit te betalen door boswachter Peijnenburg.  Mocht U bij gunstig weer zoo nu en dan een dag in de bosschen willen werken, dan hebben wij daartegen natuurlijk geen bezwaar, want wij kunnen ons voorstellen dat U van tijd tot tijd wat om handen wilt hebben en Uw hart dan weer naar de bosschen trekt. Nog steeds werd er veel hout gevorderd voor de mijnen. Boseigenaren bleven met kaalgeslagen terreinen zitten. Sommigen wilden van hun bezit af en verkochten het aan Natuurmonumenten, die zo weer enkele enclaves aan haar bezit kon toevoegen. Van Tienhoven informeerde bij notaris Schreurs te Drunen of  de strook grond stuifzand van Graaf d Oultremont aan te kopen was, doch tevergeefs. De houtdiefstallen namen weer flink in omvang toe. Peijnenburg klaagde over een  overstelpende drukte met houtdiefstal , zodat hij niet toekwam aan het maken van het werkplan voor het seizoen 1942/43. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 29 september 1942: <br><br>  Vorige week heb ik in samenwerking met de Gemeente Politie weer een goede slag gedaan, het was mij n.l. de laatste tijd meermalen opgevallen dat men weer flinke houtdiefstallen pleegde. Nadat ik na vele vruchtelooze avonden en zelfs nachten had gewacht gelukte het mij vorige week maandagavond omstreeks 11.45 een tweetal houtdieven te betrappen, bij huiszoeking in samenwerking met de Gemeente Politie konden wij nog drie zware vrachten (met een handwagen), zijnde ± 1½ m³ hout deels al reeds gezaagd en gekloofd nog in beslag nemen. Van een en ander is Proces-Verbaal opgemaakt, laat ons hopen dat deze maatregel de anderen ook afschrikt. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 6 oktober 1942: <br><br>  Vorige week heb ik wederom een goede vangst gedaan, thans onder de Gemeente Drunen. Toen ik woensdag n.l. op surveillance was in de Drunensche Duinen in de buurt waar de perceelen van Dr. v. Seters zijn gelegen en aldaar verder de Duinen in, constateerde ik dat daar de laatste dagen een vrij groot aantal zware doode zeedennen waren ontvreemd, op onze terreinen ± 40 stuks, waarvan een 15-tal zelfs zeer kort geleden, en welke met Paard en Kar waren vervoerd. Ik heb hiernaar een grondig onderzoek ingesteld en tot resultaat, dat ik bedoelde 15 boomen ± 4 m³ grootendeels reeds stukgezaagd en gekloofd heb teruggevonden op de Boerderij de  Klinkert te Drunen. Ik heb den eigenaar P. Smits eens terdege aan den tand gevoeld, waarna hij tenslotte bekende deze boomen in den nacht van Zondag 27 tot 28 Sept. j.l. op onze terreinen heeft ontvreemd, om dit hout voor eigen gebruik aan te wenden en ook om te verkoopen voor winstbejag. Later heb ik, in samenwerking met de Gemeente Politie van Drunen nog getracht ook de zoon van P. Smits tot een bekentenis te krijgen, doch hierin zijn wij niet kunnen slagen, hoewel het voor mij vast staat dat dit niet één persoon alleen gedaan kan hebben. Het nog aanwezige hout en een Zaag en Kapbijl zijn door mij in beslag genomen, terwijl van een en ander Proces-Verbaal is opgemaakt. (& ) <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 6 oktober 1942: <br><br>  De oogst van de Amr [Amerikaanse] eikels zal dit jaar zeer tegenvallen, er zijn n.l. zeer veel eikels vroegtijdig afgevallen en de boomen zijn zeer ongeregeld van dracht, ook moeten wij rekening houden met het rapen, dat wij niet teveel op het Verboden terrein komen van de Weermacht anders loopen wij nog eens de kans ingesperd te worden. (...) <br> Op het terrein v/d Duitsche-Weermacht schijnt men op het oogenblik ook zeer druk aan het hout vellen te zijn, want men komt de laatste weken dagelijks met vrachtwagens zware Zeedennen van het terrein afrijden om te laten verzagen voor planken, ook lichter hout wordt de laatste tijd veel weggevoerd. Naar ik vernomen heb wordt er binnenkort weer bijgebouwd op het terrein voor opslagruimten. Ook buiten de afrastering op de Verboden strook schijnt men af en toe de laatste week hout weg te kappen en weg te voeren. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 31 januari 1943: <br><br>  Met de dunningen voor de Houtverkooping onder Loon op Zand zijn wij thans zoo ver gevorderd, dat het in mijn bedoeling ligt, om dezer dagen een advertentie te plaatsen voor het houden van een Houtverkooping en wel op dinsdag 16 Februari 1943 namiddags 1 uur bij Adr. Vugts op de Efteling te Kaatsheuvel. Ik zal voor deze verkooping wel een dikke 150 à 160 Koopen krijgen. Het ligt in mijn bedoeling om dit hout alleen aan Land en Tuinbouwers te verkoopen, bij verlooting zooals vorig jaar het geval was. Om ongeregeldheden te voorkomen moeten de Koopers alle vooraf bij mij aan huis een nummer afhalen, ik kan dan alle gegadigden welke niet in aanmerking komen vooraf uitschakelen en hoop op deze manier van handelen een al te groote toestroom te kunnen weeren met al zijn nare gevolgen. Zooals ik hier in de omgeving verneem worden alle Houtverkoopingen zoo wat overstroomd met gegadigden en moet er zelfs de Politie erbij te pas komen om de orde te handhaven, ik hoop echter dat wij zelf de baas kunnen blijven en geen Politie versterking behoeven in te roepen. <br> Voor de noodige administratie enz. mede bij te houden, wou ik mijn Broer Kees voor dien dag nog vragen, ik kan dan later als dit noodig is in Oisterwijk mede gaan helpen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 14 februari 1943: <br><br>  De Duitsche Wehrmacht heeft de laatste tijd meermalen boomen afgezaagd en weggevoerd, in het zoogenaamde spergebied terrein. Ook j.l. Zaterdag heeft men weer op het spergebied, in de onmiddelijke nabijheid van de schuur op Westloon ± 35 van de mooiste dennen afgezaagd van ± 10 meter lang en een midden doorsnee van 10 tot 20 cM. vermoedelijk zijn dit palen voor Bouwdoeleinden. Laat ons hopen dat er eens spoedig verandering komt in den huidige abnormale toestand anders zal er van ons Natuurmonument weinig moois meer overblijven vrees ik. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 17 februari 1943: <br><br>  Hiermede bericht ik u Edele de uitslag van onze Groote Houtverkooping te Loon op Zand.<br> De verkooping zelf had nog een vrij regelmatig verloop gehad, dank zij de noodige voorzorgmaatregelen welke ik getroffen had; bij het afhalen van de lotingsnummers bij mij aan huis heb ik nog een paar maal krachtig moeten ingrijpen om de orde te kunnen handhaven en te voorkomen dat mijn huis niet werd afgebroken. In totaal heb ik 1094 gegadigden bij mij aan huis een lotingsnummer uitgereikt zoodat er dus aan Koopers geen gebrek is geweest. Ik heb alleen nummers uitgereikt aan Land en Tuinbouwers op vertoon van Persoonsbewijs en slechts één in een gezin. (...) <br> Naar schatting zal ik hier nog krijgen ongeveer 25 à 30 Koopen en deze wou ik maar alleen verkoopen aan de Boeren daar in de omgeving zonder Publieke bekendmaking, om ook dan weer de zeer groote toeloop van gegadigden te voorkomen, ik zou hiertoe de personen welke mijns inziens hiervoor in aanmerking komen en thans op onze Verkooping erbuiten zijn gevallen een nummer thuis kunnen laten bezorgen en dan later het hout onder een beperkt aantal personen bij Verloting verkoopen. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 20 februari 1943: <br><br>  Wij kunnen ons voorstellen, dat U drukke dagen hebt gehad met zoo talloos veel gegadigden voor het hout. Gelukkig dat alles vlot verloopen is! Het is een belangrijk bedrag dat U hebt ontvangen en hieruit blijkt dat er voor boerengerief- en brandhout nog steeds groote belangstelling bestaat. </p> <h2>Schade door aanleg M.A.St.</h2> <p> De in de winter van 1941 door de Duitse <I>Wehrmacht</I> aangelegde kazerne annex munitieopslagplaats bezorgde tot de gedwongen terugtocht van het Duitse leger in september 1944 Natuurmonumenten en haar boswachter Peijnenburg doorlopend problemen. Het hermetisch afgesloten en streng bewaakte terrein werd verder uitgebreid en voorzien van een brede beveiligingszone, mede om de kans op bosbranden en de daaraan verbonden risico s te beperken. Veel bomen moesten ervoor sneuvelen, deels bestemd voor gebruik op het terrein zelf. Natuurmonumenten werd als terreineigenaar niet om toestemming gevraagd, noch op de hoogte gesteld van de verdere activiteiten en plannen. Het weinige wat men wist, was gebaseerd op waarnemingen van Peijnenburg. Die kon, nadat het terrein ook voor hem niet meer toegankelijk was, alleen maar constateren dat er weer eens bomen waren geveld, zowel binnen als buiten het  spergebied , en dat er houttransporten plaatsvonden. Elk overleg met de Duitse autoriteiten was in de gegeven oorlogsomstandigheden vruchteloos en er restte de Vereniging niets anders dan het indienen van de reeds genoemde schadeclaim. <br><br> Op 20 februari 1943, het was een zaterdag, werd Peijnenburg ontboden op het gemeentehuis van Loon op Zand te Kaatsheuvel. De gemeente was gebeld door de <I>Wehrmachtbezirksverwaltung</I> te Breda over de schadevergoeding die de Duitse <I>Wehrmacht</I> zou moeten betalen. Er moest een op schrift gestelde opgave van de geschatte schade worden overlegd. Peijnenburg stelde voor om een deskundige in de arm te nemen, want daarvoor achtte hij zich  zelf niet genoeg opgewassen . De vraag was echter wie er toegang zou kunnen krijgen om  op deze terreinen te gaan rondneuzen om een en ander te gaan opnemen en op schrift te stellen . Peijnenburg was er niet optimistisch over. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 22 februari 1943: <br><br>  Het adres van de Duitsche instantie welke de Gemeente Loon op Zand hierover heeft opgebeld, sluit ik hierbij in, mogelijk dat U Edele zich daar om nadere informaties en inlichtingen kunt wenden en mogelijk dat men van daaruit ook aan zekere deskundige personen, de noodige vrijheid wil verschaffen om een en ander eens ter plaatse op te nemen? Ik hoop dat U Edele met een en ander succes zult hebben doch ik vrees het ten zeerste. <br><br> In een P.S. deelde hij nog mee dat de Duitsers bij de schuur op Westloon weer bezig waren met het omzagen van bomen, vermoedelijk bestemd voor bouwdoeleinden binnen de gaasafrastering van de M.A.St. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 7 maart 1943: <br><br>  De arbeiders van de Weermacht zagen nog maar steeds meer boomen weg in de omgeving van de schuur op West Loon binnen het spergebied. Men zaagt er maar lukraak de mooiste stammen uit, zoodat wij op deze manier, als dat zoo nog een poosje doorgaat, een aller treurigst bosch zullen overhouden. Laat ons hopen dat een en ander spoedig een einde neemt. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 13 maart 1943: <br><br>  Naar aanleiding van onze telefonische afspraak van gisteren doe ik U Edele hierbij een globale opgave van de geschatte grootte en de Kadastrale nr. van de in beslag genomen terreinen onder de Gemeente Loon op Zand-Kaatsheuvel. Ik heb zoo als U Edele ziet, het eigenlijke Munitieterrein van het Spergebied afzonderlijk gehouden. <br> De totale grootte van het in beslag genomen terrein is globaal gemeten op de kaart, 355 H.A. waarvan ± 80 H.A. binnen de gaasafrastering is gelegen en dus, sinds 30 Dec 1940 is opgevorderd. Het spergebied ± 275 H.A. is omstreeks 25 Augustus 1941 afgesloten en dus vanaf dien datum ook voor ons afgesloten terrein. (...) <br> Mijns inziens mag en moet de schadevergoeding van de ± 80 H.A. Munitieterrein, veel hooger genomen worden per H.A. dan het overige gedeelte Spergebied, daar in het eerste geval zeer veel gekapt, gezaagd en gegraven is geworden bij den aanleg van wegen, gebouwen enz. terwijl op het spergebied alleen plaatselijk wat gekapt is voor werk en geriefhout en hier dus de schade hoofdzakelijk bestaat in het onttrekken van deze terreinen aan eigen exploitatie, dus schade van normale inkomsten en schade dat een en ander niet op zijn tijd, en niet zoo als het behoort bewerkt kan worden. <br> Hopende dat U Edele met deze verstrekte gegevens geholpen bent, met het opmaken van een opgaaf voor de op te geven schade, het zal toch altijd maar een globale schatting kunnen worden zoo lang niet een en ander ter plaatse kan worden nagegaan en opgenomen. Hopende dat U Edele ook een goed resultaat moogt bereiken. <br><br> Natuurmonumenten stuurde deze gegevens door naar het gemeentebestuur van Loon op Zand en tekende erbij aan dat in februari 1941, toen het terrein nog niet geheel was afgesloten, de schade geschat was op ’ 10.000,-, wat uiteraard een globale schatting was, aangezien nadien nog veel werkzaamheden hadden plaatsgevonden, en dat geen nader onderzoek mogelijk was, nu het verboden was het terrein te betreden. Wel hadden Natuurmonumenten berichten bereikt dat er nog steeds hout werd gekapt door of op last van de Duitse <I>Wehrmacht</I>. Graag zou men zien dat een onpartijdige instantie, bijvoorbeeld Staatsbosbeheer, de schade zou mogen vaststellen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 12 april 1943: <br><br>  Voorgaande week heeft men van wege de Duitsche Weermacht, in de omgeving van West-Loon, binnen het spergebied, ook een drietal zware Amr. eikenboomen omgezaagd, ook zijn deze dus van hun gading geworden, ik vraag mij af hoelang zal dit nog duren, en wat zal hiervan het einde zijn? <br><br> Van de <I>Chefintendant beim Wehrmachtbefehlhaber in den Niederlanden</I> te Breda kreeg Natuurmonumenten een afwijzende beschikking op het verzoek om schadevergoeding. Als argument werd aangevoerd dat betreffend bosgebied uitsluitend voor militaire doeleinden diende en men zich voor oorlogsschade tot een andere instantie moest wenden. Na deze afwijzing op formele grond richtte de Vereniging zich tot het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming te Apeldoorn met de vraag welke de bevoegde Nederlandse autoriteit was. Het antwoord luidde dat men zich moest wenden tot het Bureau Bijdrage Publiekrechtelijke Lichamen te Den Haag. Dat is wat men noemt van het kastje naar de muur gestuurd worden! Peijnenburg werd ervan op de hoogte gehouden:  U ziet, wij gaan nog niet op rozen wat deze quaestie betreft! <br> Vervolgens kreeg de Vereniging een brief van de Rijkscommissie van advies die ten behoeve van de afwikkeling van het verzoek om schadevergoeding wilde weten of de Loonse en Drunense Duinen met steun van de overheid waren verkregen. En zo sleepte deze zaak zich jarenlang voort. Het dossier bevat correspondentie met allerlei autoriteiten, zoals de afdeling Bezettingsschade van het Departement van Financiën te Amersfoort, Staatsbosbeheer, de Schade-Enquête-Commissie te  s-Hertogenbosch, het Centraal Verrekenkantoor Den Haag, de Stichting Landelijke Bezettingsschaden, enzovoorts. Duidelijk was in elk geval dat niet de Duitse bezetter, maar de Nederlandse overheid voor de schade zou gaan opdraaien. <br><br> Inmiddels was door de  Ortskommandantur Tilburg , afdeling  Feldgendarmerie , naar aanleiding van een klacht van Natuurmonumenten een onderzoek gestart naar de schade die de Duitse <I>Wehrmacht</I> in de Loonse en Drunense Duinen had aangericht door het vellen van bomen en dan vooral van  edele houtsoorten zooals larixen en eiken . De vraag was wie de opdracht had verstrekt. Het onderzoek bracht geen duidelijkheid; de <I>Wehrmacht</I> had het in elk geval niet gedaan. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 8 juni 1943: <br><br>  Naar aanleiding van het telefonisch gesprek van zaterdag j.l. betreffende het onderhoud met de Ortscommandanten te Tilburg, afd. Feldgendarmerie deel ik U Edele mede dat dit heden is geschied, veel wijzer ben ik er echter niet geworden, trouwens ik had hier ook niet al te groote verwachting van. <br> De Duitsche Weermacht heeft hier wel degelijk hout doen vellen voor haar Bouw en timmerdoeleinden op het terrein M.A.St. (Munitie terrein Efteling) en voor dit doel is er ook hout geveld nabij de schuur op  West Loon . Ook zijn er arbeiders van de Duitsche Weermacht werkzaam geweest, welke van dit hout hebben toegeeigend en aan derden hebben verkocht, welk hout dan ook werd vervoerd door wagens van de Weermacht, zoodat dit door buitenstaanders niet zoo spoedig was opgevallen. <br> De Duitsche Feldgendarmerie was met het onderzoek van een en ander reeds bezig en heeft al reeds enkele gevallen opgespoord en betrokken personeel ontslagen, voordat U Edele hierover heeft geschreven gehad. De bewijsstukken van een en ander heb ik zelf kunnen nazien. Het onderzoek is thans nog niet geheel afgesloten en dezer dagen moet ik ook nog met de betrokken personen ter plaatse een en ander gaan nazien of deze diefstallen inderdaad op onze terreinen hebben voorgedaan, en hoe groot de omvang ervan is, voor zover het thans bekend is, betreft het maar kleine partijtjes. Zoodra het onderzoek geheel is afgesloten krijgt U Edele nog bericht van de Ortscommandanten of Feldgendarmerie te Tilburg, is mij toegezegd.<br> Intusschen zijn wij een mooi kwantum hout kwijt en naar de schadevergoeding zullen wij mogelijk ook wel weer tevergeefs kunnen wachten vrees ik. <br><br> Sterker nog, de diefstallen gingen gewoon door. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 14 juni 1943: <br><br>  Op het Beveiligings gebied nabij de schuur  West Loon heeft men deze week, na een stilstand van enkele weken wederom een aantal dennen geveld, door arbeiders van het Munititieterrein M.A.St. op de Efteling, ditmaal heeft men echter de afgezaagde stobben niet zoo angstvallig met mos afgedekt als voorheen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 19 juli 1943: <br><br>  Heden avond kreeg ik den Commandant van het Weermachtsterrein M.A.S.T. nog op bezoek, over het kappen van hout nabij de schuur West Loon te spreken en aanwijzing te doen ter plaatse. Deze beweerde mij geen opdracht te hebben gegeven ??? om aldaar groen hout te kappen en dat dit hout ook niet op genoemd Weermachtsterrein gebruikt is, hier gebruikte men alleen dood hout, beweerde hij! Morgen word hieromtrent nog nader een en ander onderzocht en zal dit dan nog nader melden. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 20 juli 1943: <br><br>  Ten vervolge op mijn brief van d.d. 19 Juli deel ik U Edele mede dat ik hedenmorgen met de Majoor Commandant van het munitieterrein M.A.S.T. en een Duitsche Forstmeister (Houtfester) uit Gilze-Rijen het boschje nabij de schuur West Loon, hebben bezocht waar de boomen uit zijn geveld. De Commandant van het terrein M.A.S.T. blijft halstarrig ontkennen dat dit hout vellen is geschied door arbeiders van de Weermacht en dat dit hout ook niet door de wagens van genoemd terrein zijn vervoerd naar het terrein M.A.S.T. Ook de schade vond hij niet eens zoo erg want dit boschje stond toch te dicht volgens zijne meening. Ook de vergezellende Forstmeister deelde volkomen de beweeringen van den Majoor en was er ook stellig van overtuigd dat dit hout niet door de Weermacht was omgedaan en weggevoerd, doch dit zou wel door de burgers van Loon op Zand zijn geschied en zou dan maar zonder meer op de lijst van de Weermacht worden geschoven. <br> Op mijn beweeringen dat ik zelf meermalen de arbeiders van de Weermacht (terrein M.A.S.T.) aldaar de boomen heb zien vellen en dat deze met wagens van bedoeld Weermachtsterrein ook zijn opgeladen en vervoerd naar genoemd terrein M.A.S.T., werd zonder meer ontkend en beweerd dat dit niet waar is. Als men alles maar zonder meer blijft ontkennen en mijn beweeringen maar totaal worden ontkend, en als onwaar worden beschouwd, met, wie weet wat voor gevolgen, wat baat het ons dan om hier verder op door te gaan. <br>Ik blijf echter bij mijn stellige overtuiging dat dit hout is geveld door de arbeiders van de Weermacht en dat dit ook vervoerd is met de Duitsche wagens naar het terrein M.A.S.T. Onverschillig wie dan ook de orders, of de opdracht daartoe heeft gegeven. Bij het afscheid hedenmorgen, kreeg ik wel den Karige troost, dat wanneer er nu of in de toekomst weer arbeiders, welke beweerden voor de Weermacht hout te moeten vellen, bezig zag, dit aanstonds aan den Majoor moest melden, dan zou deze korte metten maken. Doch met deze woorden en beloften is het reeds gebeurde niet goed gepraat. P.S. Mijne meening over dit geval is, dat de Majoor Commandant zelf de orders heeft gegeven tot vellen en vervoer van het genoemde hout, zonder opdracht van hoogere instanties en dat Hij nu door brutaal te ontkennen zich buiten de zaak wil trachten te houden. <br><br> Nee, bang was onze boswachter niet! <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 20 september 1943: <br><br>  De Duitse-Weermacht arbeiders zijn einde vorige week en ook hedenmorgen weer aan het hout afzagen geweest. Ditmaal echter niet meer vlak bij de schuur van West-Loon, maar in de kortere omgeving van de gaasversperring, zoo dat het niet zoo door ons kan worden waargenomen, daar het voor ons daar te gevaarlijk is om daar eens rond te gaan neuzen en hun op de vingers te gaan kijken. Volgens de arbeiders zeggen, heet dit, dat ze hout moeten zagen voor Brandhout en moeten zij dooië boomen afzagen en ook groenen er doorheen. Einde vorige week echter is er niets dan groene stammen afgezagen, voor zoover ik heb kunnen nagaan (± 20 à 25 stuks). <br> Daar wij daar het spergebied ook zelf niet mogen betreden, om een en ander daar eens nader op te gaan nemen, ligt het ook voor de hand dat wij ook hier niets tegen kunnen doen, daar het overtuigend bewijs door ons niet geleverd kan worden, als wij daar zelf niet mogen gaan kijken wat men uitvoert. Mijns inziens is het afzagen van dood hout, als men dat tenminste ook doet?, maar een camouflage ter dekking van het groene hout wat men ook noodig heeft. <br>Laat ons hopen dat de tijd niet ver meer is dat wij weer baas worden op eigen terrein en onze eigen rechten weer eens ten volle kunnen doen gelden. P.S. Met het verzamelen van de Am. eikels zijn wij thans ook druk bezig en hebben er reeds ± 600 Kg. verzameld. Vorige week hebben de arbeiders echter nog eens moeten gaan vluchten, toen zij aan het eikels rapen waren op het spergebied, daar er geschoten werd vanuit den uitkijktoren en zij meenden dat het op hun bedoeld was. </p> <h2>Luizen en andere plagen</h2> <p> Het postscriptum onder de brief van 20 september herinnert eraan dat er ook nog de gewone lopende zaken waren, al gingen die door de oorlogsomstandigheden nogal eens met zekere risico s gepaard. Een elk jaar terugkerende taak was het rapen van eikels. Anders dan het vorige seizoen gaven de Amerikaanse eiken in 1943 een goede oogst. Er werden in totaal 1300 kg. eikels verzameld, die niet allemaal nodig waren om in te zaaien op de eigen kwekerij. Het overtollige ging naar Kampina of een ander terrein van Natuurmonumenten. <br><br> Vernielingen gebeurden niet alleen door de Duitse <I>Wehrmacht</I>, maar konden - oorlog of geen oorlog - ook het gevolg zijn van jeugdige baldadigheid. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 5 april 1943: <br><br>  Op bijgaande Weeklijst zult U Edele een post aantreffen schadevergoeding wegens het vernielen van een Bord, met opschrift Natuurschoon gebied, enz. Het betreft hier een stel jongens welke vorige week uit baldadigheid een bovengenoemd Bord hadden afgeslagen en het vervolgens hadden stukgeslagen. Ik heb deze jongens later thuis eens gaan opzoeken en heb een en ander eens ter Kennis gebracht van de Ouders dier jongens en heb alstoen een schadevergoeding gevraagd van ’ 10,- in de hoop dat dit hun in het vervolg wel zal doen afzien van dergelijke baldadigheden. <br>Indien er nog voorradig zijn op Kantoor wil mij dan wat Houtsprokkelvergunningen zenden, want mijn voorraad raakt uitgeput. <br><br> Natuurmonumenten aan Peijnenburg, Amsterdam 8 april 1943: <br><br>  Met Uw optreden inzake de vernieling van het bord nabij Westloon gaan wij geheel accoord. Het is goed dat dergelijke baldadige knapen goed aan den tand gevoeld worden, terwijl door het opleggen van een boete ook de ouders hun het noodige respect voor een anders eigendommen zullen bijbrengen. <br><br> Een streng maar rechtvaardig -  vaderlijk - optreden dus van Natuurmonumenten, in niets te vergelijken met dat van het Duitse gezag, zoals nog eens zou blijken bij de april/meistaking enkele weken later. Door de toenemende onvrede braken stakingen uit in Twentse fabrieken en op het platteland die zich over grote delen van het land verspreidden. Omdat de boeren hun leveringen aan de melkfabrieken stopzetten, staat deze stakingsgolf ook als melkstaking in de geschiedenisboeken. De Duitse bezetter reageerde met harde hand en executeerde tachtig stakers. Noch in Tilburg, waar de arbeiders zich  merkwaardig kalm gedroegen, noch in Loon op Zand en omgeving braken stakingen uit. <br><br> Peijnenburg maakte in zijn rapportages aan Amsterdam kort melding van de plaatselijke toestand. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 4 mei 1943: <br><br>  De algemeene rumoerige toestand van heden, verloopt alhier in de omgeving vrij rustig en er hebben tot op heden nog geen ernstige ongeregeldheden plaats gehad, voor zoo ver mij bekend is. <br><br> Het voor de Paasdagen geplande bezoek uit Amsterdam werd uitgesteld tot begin mei en daarna tot vrijdag 2 juli. Op 22 juni 1943 kondigde Van Tienhoven zijn bezoek aan. Het gezelschap zou, na een overnachting op Kampina, om half elf bij De Rustende Jager zijn.  Behalve den heer Eshuis zal ook een neef mij vergezellen. Is het mogelijk dat Uw vrouw zorgt voor een koffietafel voor drie personen? <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 28 juni 1943: <br><br>  In antwoord op Uw brief d.d. 22 Juni deel ik U mede dat het mij een genoegen doet weer eens bezoek uit Amsterdam te mogen ontvangen. Indien U Edele zich naar de tijdsomstandigheden wilt schikken, zal het mijn Vrouw nog wel lukken om een Koffietafel bij elkaar te scharrelen, wat anders niet meer zoo meevalt, want ook wij moeten alles in den zwarte handel zien los te krijgen en dan is er nog niet veel meer te krijgen en zeer duur erbij. Tot vrijdag dus en laat ons hopen op een beetje goed weer. <br><br> Enkele weken later bezocht Peijnenburg een vergadering van het Waterschap de Zandleij. Er werden  weinig bijzonderheden behandeld . <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 15 juli 1943: <br><br>  (...) Bij de behandeling van deze begrooting is er een heftige discussie gevoerd tusschen het bestuur enerzijds en het grootste deel van de ingelanden anderzijds, betreffende de aanstelling van de functionaris van Penningmeester, waarmede de ingelanden zich niet konden vereenigen, het schijnt dat er over dit punt bij de vorige vergadering van Januari j.l. ook reeds heel wat stof over is opgelaaid. (...) Ik heb den indruk opgedaan dat er in dit waterschap  de Zandleij heel wat wrijving zit tusschen het Bestuur en de overige ingelanden en dat het niet mee zal vallen om hier een juiste middenweg te kunnen vinden om beide partijen gunstig te stemmen. <br><br> Ondertussen gingen de verschrikkingen van de luchtoorlog tussen de geallieerden en de Duitse <I>Luftwaffe</I> niet aan ons land voorbij. In de nacht van 13 op 14 juli stortte in de omgeving van de Pessaert - op het terrein van Natuurmonumenten - een Engels vliegtuig brandend omlaag, waarbij drie bemanningsleden de dood vonden. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 26 juli 1943: <br><br>  Gelukkig is dit vliegtuig op het open zand terrein terecht gekomen, zoodat er totaal geen schade door is ontstaan, ook is er zoodoende geen boschbrand door kunnen ontstaan of schade door de rond verspreid liggende brokstukken ontstaan. De resten en wrakstukken liggen er nog steeds en worden nog steeds bewaakt door de Duitschers. <br><br> Aan dit nuchtere relaas voegde hij toe dat het ontzettend heet en droog brandgevaarlijk weer was en in de Duinen bijna niet om uit te houden.  Laat ons hopen dat het eens spoedig wat regent. Een week later gevolgd door:  De ontzettende hitte blijft hier nog maar steeds onverminderd aanhouden zonder eenige regenval. <br> In diezelfde maand augustus kreeg de boswachter bericht dat zijn loon zou worden verhoogd. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 23 augustus 1943: <br><br>  Naar aanleiding van Uw brief van d.d. 19 Aug. 1943 betuig ik U hierbij, ook namens mijn Vrouw, onze hartelijke dank voor de toegezegde Loonsverhooging, welke inderdaad in deze tijdsomstandigheden goed van pas komt. Het is inderdaad al een heele tijd geleden, dat ik regelmatig bij de Vereeniging in dienst ben gekomen (als ik mij niet vergis is dit thans ± 25 jaar geleden) waarvan er reeds een heele reeks jaren als voorwerker of Boschwachter. Laat ons hopen dat ik nog eenzelfde reeks jaren hier bij zal kunnen mogen voegen, eer ik mijn plaats aan andere krachten behoef af te staan! <br> Nogmaals onze Hartelijke dank en de beste Groeten. <br><br> Verdrietig nieuws kwam van Peijnenburgs assistent Klijn, die Natuurmonumenten op 21 augustus 1943 meedeelde: <br><br>  Met deze brengen wij U ter kennis de spoedige geboorte van een klein zoontje, Marinus Cornelis, maar tevens wordt ons ouderhart getroffen door dat deze na 24 uur, in het ziekenhuis te Tilburg is overleden. Mijn vrouw maakt het gelukkig goed, en is in een goede toestand! <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 6 september 1943: <br><br>  Gelukkig is de vacantie s weer voorbij en zal den stroom van bezoekers voor de Duinen weer achter de rug zijn. Dit jaar zijn de Duinen vooral veel bezocht door de lagere klasse van bevolking hier uit de omgeving, zoo als Tilburg, Oisterwijk,  s-Hertogenbosch, enz. welke dan met tientallen wagens tegelijk de Duinen in kwamen stroomen en welke mij meermalen zeer tot last waren, door vernieling van houtgewas, enz. <br><br> En dan was er nog een ander soort vernieling, doch ditmaal niet afkomstig van de mens. In april al had Peijnenburg meegedeeld dat hij het optreden had waargenomen van  de Larixmotje en van de Douglas wolluis, beide in beperkte mate in de omgeving van de schuur op West Loon . <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 15 september 1943: <br><br>  Naar aanleiding van Uw rondschrijven van d.d. 24 Dec. 1942 betreffende de waarneming van voorkomende Insecten plagen deel ik U Edele het volgende mede. <br> Op onze terreinen in de Loonsche-Duinen is thans een vrij sterke vreterij van de Dennenbladwesp Bastaard rupsjes opgetreden, welke zich in enkele dagen tijds zeer sterk uitbreidt. In de omgeving van de Oude Huisplaats komen deze Bastaard rupsjes in zeer groote Kolonies voor en er dreigt een totale Kaalvreterij door te ontstaan. Ook op de andere deelen van onze terreinen Loonsche-Duinen komen deze Bastaard rupsjes voor, zij het dan nog in veel mindere mate. De Bastaard rupsjes komen in hoofdzaak voor op Vliegdennen en oudere Grove dennen opstanden. Zeedennen worden tot heden bijna niet aangetast. <br>Wilt U Edele dit optreden doorgeven aan het Biologisch Laboratorium  Hoenderloo ? <br><br> Natuurmonumenten antwoordde dat ook op andere terreinen, zoals de Noord-Veluwe, de bomen erg te lijden hadden van de bladwesp en gevreesd werd dat een groot percentage dood zou gaan. Indien er weer hout gevorderd zou gaan worden, zouden deze bomen daar het eerst voor in aanmerking komen. Deze najaarsplaag zou zich een maand lang nog verder uitbreiden. Er was niets tegen te doen. In de omgeving van de Oude Huisplaats werd een groot complex dennenopstanden totaal kaalgevreten, zodat het leek alsof er een flinke bosbrand had gewoed. Ook de bossen in het westen van Loon op Zand van de N.V. Unitas ondervonden veel last. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 19 oktober 1943: <br><br>  De vreterij van de Dennen Bladwesp rupsen is thans zoo goed als opgehouden. Het is thans echter een treurige aanblik zoo als de dennen opstanden zijn kaalgevreten, vooral aan beide kanten van de Baan, lopende vanaf de Molenstraat naar de Oude Huisplaats tot de Roestelberg en ten Noorden van deze Baan tot aan het zandverstuivingsterrein toe. In de omgeving van Westloon is de vreterij maar zeer gering en valt niet zoo op. <br><br> Wat wel bleef aanhouden was de schaarste, zowel aan arbeidskrachten als aan allerlei materiële zaken zoals rijwielbanden, kleding en schoeisel. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 26 september 1943: <br><br>  Deze week heb ik nog een arbeider bij in dienst genomen, want ook deze gelegenheid moet men thans waarnemen als men de kans krijgt, want ook dit valt niet mede om geschikte arbeiders los te krijgen. Wil mij nog eens een verklaring uitschrijven voor aanvraag van rijwielbanden, ik wou het thans nog eens probeeren om er nog eentje te kunnen bemachtigen daar ik er bij de laatste aanvraag maar één heb toegewezen gekregen, terwijl de controleur ze beiden voor slecht had genoteerd. <br><br> Natuurmonumenten stuurde de gevraagde verklaring in de hoop dat het zou lukken om een band te krijgen.  Dit schijnt echter thans wel zeer moeilijk te zijn. De indienstneming van nog een arbeider werd toegestaan. Wellicht was het ook moeilijk om aan personeel te komen omdat de lonen voor bosarbeid aan de lage kant waren. Peijnenburg wilde graag weten hoe hierover in Amsterdam gedacht werd. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 8 november 1943: <br><br>  De zoon van Moorman was deze week hier om ledige zakken te brengen voor eikels voor Kampina en sprak er hier over dat de arbeiders op Kampina loonsverhooging hadden gekregen en thans ’ 3,50 per dag verdienden. Indien dit juist is, zou ik dan hier ook die loonsverhooging kunnen toepassen? Want ook hier heb ik onder de arbeiders al eens gemompel gehoord, dat het loon thans ook aan den te lagen kant is, met de huidige dure levensomstandigheden. Nu er moeilijk aan arbeidskrachten te komen is, moeten wij toch zeker ons best doen deze te behouden en zien te voorkomen dat wij niet zonder komen te zitten omdat er elders meer te verdienen valt. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 8 november 1943: <br><br>  Kunt U Edele mij ook een verklaring sturen voor aanvraag van een paar werk- of dienstschoenen? Ik heb hiervoor een aanvraag gedaan bij den Distributie dienst hier te Kaatsheuvel, doch kreeg ten antwoord dat ik hiervoor niet in aanmerking kom, omdat ik van beroep ben Boschwachter en geen Jachtopziener. Nu wou ik het nog eens gaan probeeren bij het Kring Distributie Kantoor te Waalwijk. <br><br> Vanuit Amsterdam kreeg Peijnenburg de vraag voorgelegd of een Udenhoutse tussenpersoon van een houthandelaar goed bekend stond. Hij antwoordde dat met die persoon beter geen zaken gedaan konden worden omdat hij  voor enkele jaren zijn boerderij afstookte om in het bezit te komen van de brandverzekeringsuitkering, terwijl hij zijn bezit veel te hoog verzekerd had, een vergrijp waarvoor hij in de gevangenis terecht was gekomen. </p> <h2>Een fietstochtje langs de Leemkuilen</h2> <p> Tegenwoordig ziet men de Loonse en Drunense Duinen met De Brand en de Leemkuilen in Udenhout als een samenhangend geheel dat deel uitmaakt van de  Groene Mal rond de stad Tilburg en bescherming verdient ter instandhouding van de flora en fauna. Het behoort als  Natura 2000 -gebied tegelijkertijd tot een omvangrijk Europees ecologisch netwerk van natuurterreinen die onder de zogenaamde  Habitatrichtlijn vallen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was echter van Europese netwerken, op welk gebied dan ook, nog lang geen sprake, zoals vreedzaam samenleven binnen de Europese Unie nog verre toekomstmuziek was. <br></p> <IMG BORDER="0" SRC="peijnenburg247.jpg" width="916" height="582" alt="Kaartje Loonse en Drunense Duinen" title="Loonse en Drunense Duinen" HSPACE="5" align=left></a> <P style="clear: left;"> <br> <p>Toen Peijnenburg vernam dat hij weer bezoek kon verwachten uit Amsterdam was zijn eerste vraag uit hoeveel personen het gezelschap bestond:  Mocht U Edele met meer dan twee personen koffie willen drinken a.s. Zaterdag laat het dan nog even van tevoren weten want het is n.l. zeer moeilijk voor ons om het noodige bij elkaar gehamsterd te krijgen tegenwoordig. <br> Op die zaterdag, 30 oktober 1943, passeerden de bezoekers - die per fiets onderweg waren van Oisterwijk naar de Loonse en Drunense Duinen - de leemafgravingen van de Steenfabriek Udenhout. Het trof hen dat de afgravingen door verschillende vogelsoorten bevolkt werden. Zo zagen zij tal van eenden, talingen, reigers, enzovoorts, terwijl ook landschappelijk de plassen door toenemende begroeiing met riet en dergelijke zeer aantrekkelijk zouden kunnen worden. Op den duur zou hieruit een broedplaats voor zang- en watervogels kunnen ontstaan. Na terugkomst in Amsterdam ging er een brief naar de heer Ch. Stulemeyer van de Steenfabriek Udenhout met de vraag of hij bereid was dit bezit te verkopen. Natuurmonumenten zou het graag als natuurgebied willen ontwikkelen. De ontvanger vroeg even geduld omdat hij eerst zelf de situatie ter plaatse wilde bezien. Hij beloofde binnen zeer korte termijn te antwoorden. De hoop van de Vereniging op een gunstig antwoord was tevergeefs. Directie en commissarissen van de Steenfabriek Udenhout achtten het zakelijk niet verantwoord om bedoelde putten te verkopen en daarmee een enclave in de terreinen van de steenfabriek te brengen. Men zag echter wel het belang van het streven van Natuurmonumenten en verklaarde zich gaarne bereid om daaraan mee te werken en zou graag aanwijzingen ontvangen, die voor zover mogelijk zouden worden opgevolgd. Op deze wijze wilde het bedrijf meewerken aan het instandhouden en verfraaien van Nederlands schone natuur. <br><br> Het jaar 1943 liep ten einde. In de eerste week van december was al een vrij strenge vorst ingetreden, zodat men met de planterij niet vooruit kon. Er moesten onder meer 15.000 tweejarige Corsicaanse dennen die het bedrijf Dictus had geleverd de grond in. Intussen hielden de arbeiders zich bezig met het zagen van dode zeedennen voor brandhout, waar zeer veel vraag naar was. Kampina en Oisterwijk konden de gevorderde quantums mijnhout en generatorhout niet helemaal leveren. Het resterende tekort moest gehaald worden uit de door dennenbladwesp aangetaste bossen van de Loonse Duinen. Er bereikte Peijnenburg nog een ander vervelend bericht: hij werd  tijdelijk uitgesloten van telefoon.  Wat zal er nu weer volgen vroeg hij zich af. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 19 december 1943: <br><br>  De telefoon is hier nog steeds afgesloten, wat er de reden van is, is mij niet bekend, doch de maatregel is hier in de streek algemeen, zelfs Publieke spreekcellen op de Postkantoren zijn buiten werking gesteld, er zijn hier in het dorp nog slechts een paar personen die niet zijn uitgesloten n.l. de Politiepost, den Dokter, het Klooster-Gasthuis en de Luchtbeschermingsdienstpost. <br><br> Klijn deed een beroep op de welwillendheid van Natuurmonumenten en verzocht beleefd om een verklaring ter verkrijging van bonnen voor rijwielbanden. Na 10 januari zouden geen aanvragen meer kunnen worden ingediend. Tevens zegde Klijn de  grootste en hartelijkste dank voor de eindejaarsuitkering van ’ 75,-. De min of meer vaste arbeiders die geheel of een groot deel van het jaar in dienst waren geweest, te weten P. van de Wiel en C. van Gorkom, kregen een extra weekloon. Ook Peijnenburg werd niet vergeten. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 1 januari 1944: <br><br>  Bij de intrede van het nieuwe jaar kan ik U Edele alle mijn Hartelijke Gelukwenschen aanbieden, ook namens mijne Vrouw. Wij hopen dat 1944 U alle goeds moge brengen en dat U allen (en ook wij) toch zeker gespaard mogen blijven van de huidige Oorlogsrampen en ellende die dit met zich mede brengt en zooveel slachtoffers maakt. Ook hopen wij dat 1944 een spoedige en rechtvaardige Vrede mogen brengen en dat de schade welke aan vele terreinen van de Vereniging reeds zijn toegebracht spoedig mogen ophouden, wil al het werk en streven van jaren niet geheel ten gronde gaan. Ook zeg ik hierbij Onze Hartelijke dank voor de tegemoetkoming in de dure levensonderhoud in den vorm van de aangeteekende brief van d.d. 29 Dec. 1943, inhoudende ’ 100,- welke wij van u Edele mochten ontvangen. Ontvang nogmaals onze Beste Wenschen en onze hoogste dank. <br><br> Al op 2 januari was Peijnenburg klaar met de administratieve afsluiting van het jaar 1943 en stuurde hij alle paperassen naar Amsterdam: de weeklijst, verkoopbriefjes, loonstaten, het maandrapport over december, het overzicht loonbelasting, vereveningsheffing en ziekenfondspremie, de voorraad ziekencoupons en het  Verzamelregister van Loonen, Belastingen en inhoudingen Sociale voorzieningen over 1943 . En dat alles zonder typemachine en computer - dat had weer de nodige uurtjes binnen zitten gekost!</p> <h2> Gelaten afwachten </h2> <p> Begin 1944 was vrede nog ver weg, de schaarste aan van alles en nog wat zou voorlopig alleen maar toenemen en hetzelfde gold voor houtdiefstallen en de schade aan de natuur. <br>Een hoge ambtenaar kwam een bezoek brengen aan de Loonse en Drunense Duinen: mr. van der Haagen, Chef der Afd. Kultuurbescherming en Wetenschap van het Departement. Hij ging op zaterdag 22 januari eerst naar Waalwijk in verband met de restauratie van een kerk. Daarna had hij een paar uurtjes over alvorens  s avonds door te reizen naar Maastricht. In die tussentijd wilde hij de Loonse en Drunense Duinen bezichtigen en Peijnenburg mocht hem daarbij vergezellen, te starten bij het station van Waalwijk. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 23 januari 1944: <br><br>  Deze week heb ik, in samenwerking met de Politie te Udenhout, weer twee personen bekeurd voor houtdiefstal in de Drunensche Duinen, deze personen trokken er op hun manier met paard en kar op uit en zochten op een goedkoope manier goede zaken te maken, doch hadden er blijkbaar niet op gerekend dat ik reeds op hen loerde en korte metten met hun maakte. <br> Gisteren heb ik met Mr. van der Haagen een tochtje gemaakt door de Loonsche en Drunensche Duinen. Wij zijn bij den Roestelberg ingegaan en een der hoogste heuvelruggen opgegaan om een goed vergezicht te krijgen door de Duinen en omgeving. Vervolgens zijn wij langs de Oude Huisplaats gereden en de nieuwe beplanting in oogenschouw genomen en zoo verder op naar de Drunensche zandduinen nabij Bosch en Duin waar wij ook een eindweegs zijn ingeloopen om een beter inzicht te krijgen van het geheele terrein. Vervolgens zijn wij den Duinrand afgereden naar de Rustende Jager en hebben ook hier een kijkje in de duinen gaan nemen tot halverwege de weg Giersbergen, waar na wij op de Rustende Jager een kop koffie hebben gedronken. Hier hebben wij afscheid van elkaar genomen waarna den Heer v.d. Haagen naar Vugt zou fietsen met de wind in de rug, om daar den trein te nemen, dit leek hem beter toe dan naar Oisterwijk of Tilburg met tegenwind. <br> Zoo als u Edele ziet hebben wij nog aardig wat van de terreinen kunnen zien en Mijnheer van der Haagen was dan ook hoogst voldaan en kan een goede indruk mede nemen van de Loonsche en Drunensche Duinen en vond het alleen maar jammer dat hij zoo weinig tijd had, doch hoopte nog eens terug te kunnen komen om eens een heele dag hier in de Duinen rond te dwalen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 20 februari 1944: <br><br>  Jammer dat het thans zoo streng aan het winteren is, zoodat wij nu aan de planterij ook niet vooruit kunnen, en zullen nu nog maar wat dooie zeedennen voor Brandhout uitzagen, want deze staan er nog wel wat te veel en ook hieraan is er weer zeer veel vraag wegens gebrek aan Kolen, te meer nog daar hier thans een partij geëvacueerden uit oud Vossemeer worden ondergebracht bij particulieren en dit dus ook weer de noodige lasten en de Kolen schaarste voor de betrokken menschen des te nijpender maakt. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 20 februari 1944: <br><br>  (...) Op het oogenblik zijn mijn banden dan ook nog niet zóó slecht dat ik voor nieuwe in aanmerking zal kunnen komen, hoewel de eene welke ik in October heb ontvangen van zéér slechte kwaliteit is en ook verschillende slechte plekken vertoont aan den binnenkant van het Kanvas hetwelk op meerdere plaatsen aan het breken is, hetwelk een zeer slecht teeken is. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 12 maart 1944: <br><br>  Door een Officiele Bekendmaking van de Burgemeester van Loon op Zand, is het gebied der Loonsche en Drunensche Duinen tot jacht-terrein verklaard voor de Duitsche Weermacht en is het voor iedereen vanaf heden verboden, hier in dit gebied, de jacht uit te oefenen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 19 maart 1944: <br><br>  Achter af beschouwd heeft de fietstocht van woensdag j.l. mij toch niet al te erg aangegrepen met mijn griep en zware verkoudheid en thans ben ik, na nog een paar zeer slechte dagen gehad te hebben weer goed aan de betere hand en hoop dan ook na een paar dagen weer geheel hersteld te zijn. <br><br> Uit Amsterdam kwam het verzoek om op een kaartje de grenzen van de Loonse en Drunense Duinen in te tekenen, alsook het door de <I>Wehrmacht</I> gevorderde terrein plus de veiligheidszone en ten slotte de percelen die door de dennenbladwesp waren aangetast. Men had dit nodig omdat een Duitse boswachter had geklaagd over veel dood hout in de Loonse en Drunense Duinen. De heer Van Steyn, directeur van Staatsbosbeheer, kreeg opdracht om de Duitse instanties hierover in te lichten. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 21 maart 1944: <br><br>  In antwoord op Uw brief d.d. 20 Maart betreffende het voorkomen van zooveel dood hout? op onze terreinen hier te Loon op Zand. <br> Zoo als U Edele weet heb ik deze Winter het dooie hout allemaal opgeruimd en er staat practisch dan ook geen dooie boom meer, uitgezonderd nog een Klein partijtje achter West Loon (± 5 à 10 m³). Op het spergebied echter staan nog zeer veel dooie Zeedennen en volgens men zegt (van menschen die aldaar werken) ook binnen de gaasversperring moeten zeer veel dooie dennen staan. Wat het laatste betreft, dit kan ik echter zelf natuurlijk niet nagaan. Indien er toestemming toe wordt gegeven wil ik op het spergebied de dooie boomen ook wel laten opruimen, er is natuurlijk vraag genoeg voor Brandhout, doch zonder de noodige toestemming en een schriftelijk Ausweis om deze terreinen te betreden blijf ik er natuurlijk af. <br> Ook ik ben van meening dat hier wel bedoeld zal worden, de aangetaste en kaalgevreten dennen opstanden nabij de Oude Huisplaats, doch volgens mij zijn deze opstanden niet dood, althans nu nog niet! Op het bijgaande kaartje [niet aangetroffen in archief] heb ik een en ander volgens opgaaf aangeteekend zoodat dit geen nadere toelichting meer behoeft. <br> Zoo juist heb ik het Staatsboschbeheer weer op bezoek gehad voor extra Mijnhout vordering. Men heeft thans het zoo zwaar aangetaste gedeelte nabij de Oude Huisplaats eens onder de Loep genomen en ik vrees dat hier de Bijl en zaag ook weer terdege in zal moeten. Men geeft de schrale troost dat dit dan een afkorting zal zijn op de najaarsvordering doch ik denk hier van het mijne maar. Vooral hebben zij het thans gemunt op het gedeelte vanaf Oude Huisplaats naar de Molenstraat, waar de Bladwesp ook terdege heeft huis gehouden. <br> Wij zullen dus maar weer gelaten moeten afwachten, wat het resultaat van dit bezoek zal zijn en zullen er spoedig dus wel meer van te hooren krijgen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 3 april 1944: <br><br>  De laatste extra houtvordering is lang niet mis deze keer en deze zullen wij lang niet geheel uit dunningen kunnen halen, zoo dat wij wel een stuk geheel zullen moeten vellen, om aan de opgegeven kwantum te kunnen komen. (...) <br> Aanvankelijk voel ik er weinig voor om deze palen te leveren, te meer nog daar er een tweetal personen bij zijn die zelf ook Bosch bezitten, en die de laatste paar jaar steeds maar hout verkocht hebben voor abnormaal hooge prijs in den zwarten handel natuurlijk en nu zij zelf palen noodig hebben komen ze bij mij aan kloppen in de hoop natuurlijk dat zij bij mij voor een geschikte prijs wel zullen kunnen slagen. <br><br> Er waren twee brandjes op verschillende plaatsen tegelijk uitgebroken in het spergebied langs de provinciale weg Loon op Zand-Waalwijk. Peijnenburg dacht aan kwaadwilligheid.  Laat ons hopen dat het niet erger wordt! <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 17 april 1944: <br><br>  In de Loonsche en Drunensche Duinen loopen de laatste twee weeken twee Jachtopzienders of dergelijk soort personen, n.l. een Duitscher en een Hollander, met groene Jagers costuums aan en jachtgeweer bij zich. Zoo als ik gisteren hoorde hebben zij ook reeds een persoon aangehouden met het vervoer van een Haas. <br><br> Op 24 april was er wéér een bosbrandje, namelijk bij Bosch en Duin, waar enkele dagen ervoor troepen van de Duitse <I>Wehrmacht</I> gekampeerd hadden. De brand zou het gevolg kunnen zijn van een nasmeulend kampvuurtje. En op vrijdag 12 mei brak een grotere brand uit binnen het spergebied nabij de ijsbaan, waar 3½ ha opslagdennen (gemengd grove en zeedennen) met heide afbrandde. Het bluswerk gebeurde door de gemeente, geholpen door <I>Wehrmacht</I>. </p> <h2>Een zeer slechte tijding </h2> <p> Helaas werd het nóg erger! De <I>Wehrmacht</I> beperkte zich niet meer tot het vorderen van hout en het houden van schietoefeningen in de Loonse en Drunense Duinen, maar ging er zelf op grote schaal hout kappen, dat wil zeggen een (Nederlands) bedrijf kreeg de opdracht daartoe. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 5 mei 1944: <br><br>  Heden heb ik voor U Edele weer een zeer slechte tijding, n.l. arbeiders van de Weermacht (± 20 à 25 personen) zijn heden begonnen met het vellen van onze dennenbosschen, aan den ingang van de Molenstraat in de perceelen welke door de Bladwesp zijn kaal gevreten en waaruit wij de laatste houtvordering zouden moeten halen. Wat het juiste doel van deze velling of hoever deze zich zal uitstrekken is mij nog niet bekend, daar dit werkvolk heden juist was vertrokken toen ik ter plaatse kwam en ik dus alleen maar heb gezien wat er heden is geveld en klaar gemaakt. Zoo als ik reeds boven meldde is men begonnen met vellen van deze perceelen aan den ingang van onze terreinen aan de Molenstraat, aan beide kanten tegelijk van de weg Molenstraat-Oude Huisplaats. Men heeft vandaag ± 900 stammen of ± 60 m³ hout afgezaagd, uitgesnoeid en op stapelmeters opgestapeld. Blijkbaar worden de stammen welke geveld zijn ook geteld want op de opgestapelde hopen stammen staat het aantal stuks telkens opgeteekend, zoodat ik wel vermoed dat er een persoon bij is die voor de noodige meeting of telling moet zorgen. De velling geschiedt voor de voet weg dus geheele kaalslag. Ik heb van deze velling vooraf totaal geen bericht of iets dergelijks gekregen en weet dus thans ook nog niets van de verdere strekking af. <br>Ik zal thans trachten om morgen ter plaatse eens meer te weten te komen als mij dat ten minste zal lukken. Zooals ik van de Boeren aan de Molenstraat heb vernomen, komen deze werklieden met een autobus vanaf Breda. <br>Nu wij deze houtvelling op den koop toe moeten incasseren, zal er van de laatste houtvordering van 1000 m³ Mijnhout uit deze zelfde perceelen wel niets van kunnen komen en ik zal dus voorloopig maar niet beginnen met aanteekenen voor deze vordering en maar eens afwachten wat men ons nog over laat schieten, want het is ook best mogelijk dat men nu het geheele stuk waarop de Kaalvreterij heeft bot gevierd wil doen kaal slaan. <br>Ik hoop spoedig nadere en als het mogelijk is gunstigere berichten te kunnen melden. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 8 mei 1944: <br><br>  Met het vellen van hout waarover ik d.d. 5 Mei melding maakte is men heden weer verder gewerkt, heden was men met ± 30 arbeiders aan het werk. De eigenlijke Baas of uitvoerder van dit hout vellen heb ik tot heden nog niet te pakken kunnen krijgen, doch wel een paar onderbazen, welke toezicht op dit werk uitoefenen. Ik heb echter weinig meer nieuws te weten kunnen komen. Men deelde mij mede dat dit hout is bestemd voor de Weermacht. <br>Om meerdere inlichtingen te kunnen krijgen kan U Edele zich het beste wenden tot de firma Visser, Heuvelstraat 9??, Princenhage Breda. Telefoonisch te bereiken bij Jac Verhoeven, no 4661. Deze firma Visser is belast met het vellen enz. van dit hout. <br> Volgens deze onderbazen word het gevelde hout opgemeten door de Duitschers zelf, zoodat wij er wel buiten gelaten zullen worden en er genoegen mede zullen moeten nemen wat wij later krijgen, als er tenminste iets te krijgen valt. <br> Hoe ver men gaat met vellen of hoeveel men noodig heeft is mij niet bekend, doch het beste hout schijnt men te willen vellen al wat daar staat. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 15 mei 1944: <br><br>  Met het vellen van het hout langs den weg Molenstraat-Oude Huisplaats door arbeiders van de Duitsche Weermacht, gaat men nog steeds maar door. Ook is men reeds begonnen met het wegvoeren van dit hout met een 10-tal wagens, welke het hout naar Tilburg brengen waar het ingeladen wordt per schip. <br> Deze week is het mij ook gelukt om een van de Duitsche hoogere leiding te spreken te krijgen, welke over dit hout kappen enz. moeten zorgen. Deze deelde mij mede dat er wel een 1500 m³ hout geveld zou moeten worden, zoodat het bosch tot aan de laatste nieuwe aanplanting dan wel geheel zal moeten verdwijnen, thans is het wel reeds halverwege geveld.<br> De afrekening enz. van dit hout zal door den Ortcommandant van Tilburg worden geregeld en afgehandeld, werd mij mede gedeeld. Het top- en takhout blijft eigendom van de Vereeniging en valt buiten de vordering en kan door ons reeds worden verkocht. Indien U Edele het goed vind wou ik reeds met de verkoop hiervan een begin maken, daar ik nu reeds zeer veel gegadigden hiervoor bij mij heb gekregen, en het dan ook maar liefst zoo gauw mogelijk van de hand zou willen doen, nu er de gelegenheid voor is, of wilt U Edele misschien een en ander eerst zelf nog eens in oogenschouw nemen? (In dit laatste geval wil ik even mededeelen dat ik woensdag 17 Mei afwezig ben wegens huwelijk van de jongste Broer van mijn Vrouw.)<br> Laat ons hopen dat er spoedig verandering komt in deze toestand want wat moet er zoo terecht komen van de Loonsche en Drunensche Duinen? Aan den Westkant Munitie opslagplaats, ten zuiden houtvelling op groote schaal en in de Drunensche Duinen [zijn] bijna doorloopend schietoefeningen welke ook heel wat schade aanrichten. <br></p> <IMG BORDER="0" SRC="peijnenburg253.jpg" width="450" height="620" alt="kaartje kaalslag" title="Kaalslag tussen Molenstraat en Oude Huisplaats" HSPACE="10" align=left></a> <p>Natuurmonumenten won telefonisch inlichtingen in en kreeg te horen dat de opdrachtgever van de houtvellingen de Opperhoutvester van de Duitse <I>Wehrmacht</I> te Baarn was. Uit de contacten met Staatsbosbeheer bleek dat deze instantie evenmin op de hoogte was gebracht door de <I>Wehrmacht</I>. Op deze manier kon de gevorderde 1000 m³ mijnhout niet geleverd worden omdat daar juist de thans gevelde bossen voor bestemd waren. Men hoopte op korte termijn gelegenheid te vinden om een en ander in ogenschouw te komen nemen. Op 19 mei 1944 vond het bezoek plaats. In Tilburg werd de <I>Ortskommandant</I> bezocht, maar die wist van niets. In het bezoekverslag noteerde de heer Eshuis:  Op weg van Tilburg naar L.O.Z. komen wij reeds ettelijke met hout geladen wagens tegen, dat uit de L. Duinen vervoerd wordt. Bij de Molenstraat aangekomen blijkt mij dat reeds 7 ha volkomen is kaalgeslagen; alleen enkele zeedennen zijn blijven staan, waarschijnlijk om te motiveeren dat men alleen dood - i.c. door de dennenbladwesp aangetast - hout kapt. (...) Op het terrein enkele opzichters van de fa. Fisher ontmoet, die mededeelen dat het kappen in opdracht van Oberforstmeister Rausch geschiedt. Zij noemen de naam van een Duitschen boschwachter Staffen (?) Verder werd hij niet veel wijzer. De opzichters wisten niet hoeveel er gekapt moest worden. Als al het aangetaste hout zou moeten verdwijnen kon men tot aan de Roestelberg doorgaan. <br> Een paar kilometer verwijderd van de plaats waar op 26 mei 1944 veertien leden van het verzet zouden worden gefusilleerd, gingen bosarbeiders onverstoorbaar door met de kaalslag; een steeds groter stuk bos ging tegen de vlakte. Wat de verdere plannen waren, was onbekend.  De ene dag hoort men dit en de andere dag dat , klaagde Peijnenburg.  We moeten maar afwachten wat het einde zal zijn. Natuurmonumenten stelde de vergeefse vraag aan de <I>Oberforstmeister</I> in Baarn waar deze vernieling van de natuur zou eindigen. <P style="clear: left;"></p> <br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 5 juni 1944: <br><br>  Met het vellen van hout voor de Duitsche Wehrmacht gaat men nog maar steeds door, thans werkt men Westelijk en Oostelijk om de perceelen van de familie Zoons heen in de richting Land v. Kleef en aan den andere kant is men bijna het laatst gevelde bosch genaderd waar P.v.d. Meijden het bosch heeft geveld dit voorjaar. Volgens ruwe schatting is er thans reeds 15 à 20 ha kaal geslagen. De stopzetting van de verkoop van het tak- en tophout schijnt verband te houden, dat men van meening is dat hier prijsopdrijving gepleegd wordt. Men heeft n.l. heden aan het informeeren geweest wat men heeft moeten betalen voor het tophout en hoeveel hout er af komt, men krijgt echter weinig medewerking van de Koopers en deze laten weinig of niets los. <br> Trouwens ik ben wat dit aangaat al erg gerust, want ik heb in dit geval er terdege rekening mede gehouden dat zooiets nog wel eens zou kunnen voordoen en heb met het vaststellen der prijzen hiermede ook rekening gehouden, hoewel het moeilijk is, om bij juiste benadering te schatten hoeveel mutsaart en dik takhout er in ieder Kaveltje afkomt en er dan ook wel eens tusschen door loopen welke later tegen vallen. Over het algemeen echter zijn alle koopers uiterst tevreden gesteld en heb ik nog geen klachten gehoord van te duur, wel het omgekeerde. Bij mij is men nog niet naar de verkoop of naar de bedongen prijzen komen informeeren. Laat ons hopen dat ik spoedig weer met verkoop kan doorgaan! <br> Zondag 4 Juni schijnt men nog een aanslag gepleegd te hebben om het top- en takhout in brand te steken. Er hebben n.l. twee afzonderlijke begin boschbrandjes plaats gehad in de aangrenzende boschperceeltjes van andere eigenaars, grenzende aan het gevelde bosch waar veel brandbaar tophout ligt. Gelukkig hebben wij hier tijdig kunnen ingrijpen en erger voorkomen. Beide begin brandjes (samen ± ½ ha) zijn tegelijk ontstaan op een onderlinge afstand van elkaar van ± 100 Meter op Zondag morgen omstreeks 9.45 uur. <br> Gelukkig heeft het hier thans wat geregend zoodat het brandgevaar tijdelijk wat is verminderd. <br><br> Natuurmonumenten vond het maar een vreemde geschiedenis en vroeg Peijnenburg wie naar de betaalde prijzen informeerde. Het was natuurlijk moeilijk de prijs per takkenbos vast te stellen als het hout nog op de grond lag, maar hij moest wel voorzichtig zijn.  U moet het maar op de droogte gooien als er gevraagd wordt waarom u het liggend verkoopt, dat het brandgevaar een snelle opruiming vereischt. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 12 juni 1944: <br><br>  Met het vellen van hout in de Loonsche Duinen gaat men nog steeds maar door, zij het dan wel wat in minder snel tempo als in het begin. Hierbij zend ik U Ed. een klein schetskaartje van hetgeen reeds geveld is, U krijgt dan een klein beetje een overzicht wat reeds is Kaal geslagen, al het rood gekleurde is thans reeds geveld en grootendeels reeds weggevoerd. <br> Hoe zit het thans met de verkoop van het top- en takhout, is de stopzetting nog niet opgeheven? Ik krijg dagelijks steeds meer deze aanvragen voor dit top- en takhout. Weet U Edele misschien wat de eigenlijke oorzaak is van deze stopzetting? Ik voor mij krijg steeds meer den indruk dat de werkbazen welke op het werk aanwezig zijn hierbij een groote rol spelen. Mijns inziens trachten deze lieden de verkoop van dit tophout zelf in handen zien te krijgen en dan zoodoende zelf hun zak beter te kunnen spekken. De uitlating als dat ik te hooge prijzen bereken zal wel wat gezocht zijn om de verkoop uit onze handen vrij te krijgen. Ik heb nog geen enkele klacht gekregen als dat ik te duur was met dit hout van de Koopers, doch wel het tegenovergestelde geval doet zich voor. En omdat ik niet te hooge prijzen bereken krijg ik zooveel aanvragen. Indien de verkoop weer vrij komt laat het dan zoo spoedig mogelijk weten, dan kan ik ten minste wat gegadigden aan de deur kwijt worden. <br><br> Waar zal nu het einde zijn? Na de kaalslag Molenstraat - Oude Huisplaats hield men niet op; het vellen ging gewoon door richting Westloon en Roestelberg. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 13 juni 1944: <br><br>  Mede naar aanleiding van Uwen brief d.d. 10 Juni deel ik U Edele mede dat men met het vellen van hout in de richting van Land v. Kleef thans is opgehouden, mogelijk wel omdat de voorraad in die richting zoo goed als geeindigd is, men heeft daar thans het perceel bereikt wat wij vorige jaar gekocht hebben van Adr. v. Rooij en wat wij dit jaar hebben opgeplant. <br>Van af de ingang Molenstraat tot Oude Huisplaats is thans practisch alle grove dennenhout wat maar eenigszins bruikbaar was geveld, alleen de zeedennen zijn blijven staan. Thans heeft men een begin gemaakt achter de Oude Huisplaats richting West Loon (...) en naar de Roestelberg (...). Als men zoo nog een poosje doorgaat gaan al onze zwaardere kaprijpe bosschen verdwijnen en houden wij niets anders over als jongere bosschen en de opslag dennen perceelen met zeedennen en minderwaardige opstanden. Ik had nog steeds de hoop dat men zou ophouden als men de [Oude] Huisplaats zou hebben bereikt, doch ik heb hierin mis gerekend en waar zal nu het einde zijn? <br>Op de vraag wie eigenlijk naar betaalde prijzen heeft geinformeerd van het verkochte top- en takhout kan ik U mededeelen dat dit hoofdzakelijk is geschied door de werkbaazen of opzichters die op het werk aanwezig zijn, dezelfde welke ook Mijnheer Eshuis heeft gesproken bij het laatste bezoek. Ook de Duitsche Försters in gezelschap van bovengenoemde werkbazen hebben wel geinformeerd doch hoofdzakelijk eerstgenoemde personen. Ik ben nog steeds de meening toegedaan dat het hier niets anders betreft, als dat genoemde werkbazen hiervan niets in eigen zak kunnen opstrijken, en als wij deze gasten van tijd tot tijd wat in de hand stopten geloof ik niet dat zij zich hierover hadden gemoeid. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 19 juni 1944: <br><br>  Het heeft thans hier de laatste twee weeken voldoende geregend, zoo dat het Brandgevaar thans wel geweken is, jammer dat deze regen niet een Maand eerder is gekomen, de jonge aanplanting had er dan meer profijt van kunnen hebben, nu ben ik bang dat het voor vele jonge beplanting reeds te laat is gekomen. <br><br> Na nog een briefje van 25 juni 1944 over het opmeten van de grenzen tussen de percelen van Natuurmonumenten en eigenaar Kruissen van Café Bosch en Duin stopt plotseling de oorlogscorrespondentie. Maar dit verhaal mag niet als een nachtkaars uitgaan! Peijnenburgs standplaats Loon op Zand, het zuiden van het land en heel Nederland moesten immers in de zomer van 1944 nog worden bevrijd. Met zijn verslag als ooggetuige van de inval van de Duitsers in mei 1940 nog in herinnering leek het mij onwaarschijnlijk dat hij niets geschreven zou hebben over de bevrijding van Loon op Zand en hoe het afliep met het munitiedepot M.A.St. Dit was een aanmoediging voor verder speurwerk in het Amsterdams archief (<u>zie kader Archiefonderzoek</U>).</p> <HR SIZE="3" COLOR="purple"> <U>Archiefonderzoek</U> Wie kan nou beweren dat archieven saai zijn? In het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam in het prachtige gebouw aan de Vijzelstraat bevindt zich als in een bankkluis het archief van de Vereniging Natuurmonumenten, met daarin alle documenten over de aankoop en het beheer van de Loonse en Drunense Duinen en de unieke briefwisseling tussen boswachter Jan Peijnenburg en het (hoofd)kantoor van de Vereniging, welke deels betrekking heeft op de zo interessante crisis- en oorlogsjaren. Maar je moet er wel voor naar Amsterdam. Het bleek niet mogelijk de stukken  in te lenen , dat wil zeggen over te brengen naar een archief dichterbij, bijvoorbeeld het Regionaal Archief Tilburg, om ze daar in te zien. Mijn archiefonderzoek startte halverwege 2007 toen het Stadsarchief pas naar de Vijzelstraat was verhuisd en het personeel nog moest wennen aan het nieuwe gebouw, met als gevolg dat er  even moest worden gewacht op de te raadplegen documenten. Archiefonderzoek is een tijdrovende hobby, zeker wanneer de stukken niet op volgorde liggen of in een archiefdoos zitten waar je ze niet verwacht. Dit laatste was het geval met het verslag van Peijnenburg over de bevrijding van Loon op Zand. Wanneer zoiets na lang zoeken boven tafel komt, geeft dat een gevoel van voldoening en zelfs opwinding. EUREKA! Je dag kan niet meer stuk! <HR SIZE="3" COLOR="purple"> <p> Uit een aantekening in het oorlogsdagboek van Natuurmonumenten bleek dat er inderdaad meer moest zijn. Op 13 september 1944 is er namelijk sprake van een brief van Peijnenburg, gedateerd 6 september, met het bericht dat de Duitsers de M.A.St. hadden opgeblazen; de ontploffingen hadden anderhalf uur geduurd. De brief zelf bleef onvindbaar, evenals verdere correspondentie in het najaar van 1944 toen Loon op Zand en het zuiden van Nederland werden bevrijd. Tijdens nóg een bezoek aan het Amsterdamse Stadsarchief kwam min of meer bij toeval een pakketje papieren te voorschijn met het inmiddels zo vertrouwde handschrift van Peijnenburg. Daarin zaten de bewuste brief van 6 september plus nog een paar brieven en rapporten over de periode tot eind december 1944, waarvan de inhoud in de volgende paragraaf in zijn geheel wordt weergegeven. <br><br> De bevrijding van Loon op Zand  Loon op Zand 5 Sept. 1944 <br><br> Rapport opblazen van het Munitie terrein M.A.St. op de Efteling te Kaatsheuvel. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="peijnenburg255.jpg" width="310" height="220" alt="foto Opblazen M.A.St." title="Opblazen M.A.St. (Jan Peijnenburg)" HSPACE="10" align=left></a> Op dinsdagmorgen ± 8.30 uur werden wij opgeschrikt:  het Munitie opslagplaats zou worden opgeblazen , wij zagen toen reeds zeer groote dikke zwarte rookwolken opstijgen, welken werden veroorzaakt door het in brand steken van enkele gebouwen aldaar. Te ± 9 uur had de eerste ontploffing plaats welke telkens met zeer korte onderbrekingen plaats vonden tot ± 10 à 10.30 uur en telkens met geweldige knallen en rookzuilen plaats vonden, een en ander was een zeer angstwekkend gezicht. Later bleek dat er maar goed de helft van het geen daar was opgeslagen in de lucht was gevlogen, terwijl het andere gedeelte gespaard bleef. De schade op het terrein en naaste omgeving was geweldig en er zijn trechters in den grond geslagen waar een huis in begraven kan worden. De schade aan onze eigen gebouwen was erg mee gevallen. Bij J. v.d. Veeken zeer weinig schade alleen een paar ruiten en een gat in het reeds bouwvallig rieten dak. Bij Adr. Vugts veel pannen en glas schade ook binnen wat schade aan de muren en deuren. Aan mijn woning geen enkele schade. <br><P style="clear: left;"> Nadat de grootste ontploffingen wat hadden opgehouden en de burgerbevolking aanstonds begonnen om wat van hun gading was, zooals wapens, Munitie, Gereedschappen, Levensmiddelen enz. enz. te rooven en te stelen en men heeft op deze manier nog zeer veel weg gesleept, op gevaar af voor eigen leven. <br>Na een paar dagen zijn er weer Duitschers op het terrein teruggekomen en hebben een en ander weer gaan opruimen en herstellen en hebben toen de eerste dagen nog zeer groote hoeveelheden Munitie van het terrein weggevoerd. <br> Het was toen hier in de omgeving van het Munitie terrein en op de wegen in de omgeving steeds zeer gevaarlijk daar er bijna doorloopend Engelsche Jachtvliegtuigen in de lucht waren welke kwistig met schieten waren en ook lichte raketbommen uitgooiden op de steeds trekkende Duitsche troepenbewegingen.<br> Dit bleef zoo voort duren tot dat de Duitschers op 17 Sept. voor de tweede maal het Munitie terrein opblaasden. <br><br>  Loon op Zand 17 Sept. 1944 Rapport opblazen van het tweede gedeelte van het munitie terrein M.A.St. op de Efteling te Kaatsheuvel. <br> Op Zondag namiddag omstreeks 6 uur werden wij wederom onverwachts zonder eenige waarschuwing opgeschrikt door het opblazen van het resteerende gedeelte van het munitie terrein M.A.St. alhier. De ontploffingen waren ditmaal veel krachtiger dan den eerste maal en de schade hier in de omgeving veel grooter. <br> Ook thans is alles nog niet ontploft geworden en is nog een gedeelte gespaard gebleven. <br> Ik zelf heb door ijlings te vluchten een groot gevaar ontweken, daar ik, toen de eerste ontploffing plaats vond, in de naaste omgeving van het terrein M.A.St. op surveillance was. <br> De schade aan onze gebouwen in de omgeving is ernstiger dan den eerste maal, behalve bij J. v.d. Veeken daar is bijna geen schade gebeurd deze keer. Bij Café Adr. Vugts wederom zeer veel pannen en glas schade, bijna alle deuren zijn los van hun hengels geslagen terwijl de binnen muren zijn gescheurd of gedeeltelijk zijn ingestort. Aan mijn eigen woning deze keer twee ramen stuk en wat glas schade doch betrekkelijk weinig, ook zijn er wat dakpannen weg geslagen door de grote luchtdruk, doch geen kapotte pannen, zoodat hier de schade ook nogal mee valt. Aan de schuur op Westloon is ook zeer veel schade aangericht, deze is aan beide zijden naar buiten uit gedrukt waarbij veel planken enz. zijn stuk gegaan, ook ramen en deuren zijn hier stuk en pannen schade. Persoonlijke ongevallen zijn niet voorgekomen. <br>Laat ons hopen dat men een en ander niet meer voor een derde maal laat springen. <br><br> Na enkele dagen zijn de Duitschers opnieuw weer komen opdagen en hebben het Munitie terrein M.A.St. voor de derde maal gaan betrekken en wel het gebouw van de voormalige keuken welke geheel is gespaard gebleven. <br> Thans zijn doorloopend nog Munitie en ander materiaal weggevoerd en hebben er dagelijks nog grootere of kleinere ontploffingen plaats gehad, totdat ook deze Duitschers bij onze bevrijding 29 October 1944 zijn verdwenen. <br><br>  Rapport 5 Sept. t/m de Bevrijding 29 Oct. 1944 <br> In deze periode hebben zeer veel houtdiefstallen plaats gehad, doordat de Duitschers en N.S.B.ers en ander Burgerbevolking. <br> Politietoezicht was hopeloos, tijdelijk of gedeeltelijk ondergedoken en veelal ook zeer gevaarlijk vanwege de Jagers welke er steeds veel in de lucht hingen en onze terreinen in de omgeving van het Munitie terrein M.A.St. steeds onder vuur hielden. Ook het gebrek dat van rijwielen geen gebruik kon worden gemaakt maakte het toezicht ook zeer bezwaarlijk, ook waren de houtdieven zoo brutaal en veelvuldig geworden, dat optreden hiertegen hopeloos geworden was.<br> Van mijn Voorwerker (hulp boschwachter) J. Klijn had ik in die dagen geheel geen steun of medewerking, daar hij steeds thuis bleef uit angst voor de ontploffingen van het Munitie terrein M.A.St. en van de Engelsche Jagers uit de lucht, en ik zoodoende bijna geheel op mij zelf was aangewezen, zonder eenige hulp of steun, tot dat ook ik mij genoodzaakt zag om een en ander noodgedwongen zijn gang te laten gaan. <br> De werkzaamheden zijn in deze periode van 5 Sept. t/m aan onze bevrijding 29 Oct. 1944 geheel stop komen te liggen wegens gevaar wat verbonden was aan de ontploffingen van de M.A.St. en de Engelsche Jagers uit de lucht. <br>De laatste dagen voor onze bevrijding heb ik ook nog enkele dagen moeten onderduiken, omdat men hier iedereen aan het werk ging zetten om verdedigingswerken te maken hier in de omgeving en ook bij mij zijn ze vier dagen achter een komen aanzeggen om gaan te werken, doch telkens was ik niet te vinden en bleef maar onvindbaar, daar ik niet van plan was om ook nog voor die moffen te gaan werken. <br> En zoo zijn wij dan aan onze bevrijding gekomen. <br><br>  Loon op Zand, 29 October 1944<br> Onze Bevrijding te Loon op Zand <br>Onze Bevrijding van de Duitschers begon hier te Loon op Zand op donderdag 26 Oct. en heeft geduurd tot zondagmorgen 29 October. <br>Donderdagavond 26 Oct. was het hier een zenuwachtige bedrijvigheid met de Duitschers hier in de omgeving en men kon zien dat elk oogenblik den strijd tegen de in aantocht zijnde Geallieerde strijdkrachten te verwachten was. <br> Bij het invallen van den avond begonnen dan ook reeds de eerste Granaten ten zuiden van Loon op Zand te vallen. Ook bij mijn woning werd dien avond een Duitsche tank opgesteld, welke echter na een goed uur weer haastig wegreed, zonder een schot gelost te hebben. <br> Wat er tusschen Donderdag avond tot Zondag morgen 29 Oct. (de bevrijdingsdag) allemaal heeft afgespeeld laat zich moeilijk beschrijven, het was een aaneengesloten hels spectakel van schieten en ontploffingen van alle mogelijke oorlogswapens, terwijl meerdere huizen en boerderijen in brand stonden. <br> Wij hadden onze toevlucht gezocht in onze huiskelder, daar wij onze schuilkelder in den tuin niet konden gebruiken, daar er bovengenoemde Duitsche tankwagen vlakbij was opgesteld en wij zoodoende onze schuilkelder niet meer vertrouwden. Wat een angst wij in den kelder hebben uitgestaan laat zich moeilijk beschrijven, als men dit zelf niet heeft mede gemaakt. Tot overmaat van ramp kregen wij zaterdag nacht een Granaattreffer (Engelsche) in den kelder waarbij wij werden bedolven onder steenpuin en stuk geslagen weckflessen, terwijl de kelderruimte gevuld werd met stof, kalk en kruitdamp, het was of wij er in zouden stikken. Gelukkig hadden wij geen letsel bekomen daar wij ons door een zware deken hadden beschermd en de scherven ons zoodoende niet troffen. <br> Toen de kruitdamp en stof wat waren weggetrokken konden wij door het ingeslagen gat naar buiten kijken en zagen wij eerst goed wat er eigenlijk was gebeurd. Wij zijn toen uit onze kelder uit gekropen, om bij onze buren een beter onderkomen te zoeken, maar helaas op weg daarheen werden wij door de Duitschers teruggestuurd en mochten ons stukgeschoten huis niet meer verlaten. Daar er niets anders op zat, zijn wij weer in onze woning terug gegaan en hebben ons in de voorkamer in een hoek neergelegd en hebben hier het einde van deze verschrikkingen maar afgewacht.<br> (zie vervolg) <br><br>  Vervolg Onze bevrijding 29 Oct. 1944 Tegen de morgen hoorden en zagen wij toen ook de eerste bevrijders en hadden de Duitschers de vlucht genomen in de richting Kaatsheuvel. <br> Onze vreugde na deze benauwde dagen en nachten laat zich denken nu de bevrijding was gekomen en wij de moffen kwijt waren. <br> Toen wij ons weer gerust buiten konden begeven bleek pas goed wat het zeggen wil oorlog te hebben gehad, overal stuk geschoten en afgebrande huizen, stuk geschoten wagens langs de weg, doode paarden en vee, stukgeschoten boomen en bosschen, alles bijeen, een echte verwoesting. Loon op Zand heeft de bevrijding duur bekocht en er is hier ontzettend hard gevochten en de schade is dan ook zeer groot. Persoonlijke dooden of gewonden onder de burgerbevolking was aangezien de schade en harden strijd zeer gering. <br> De Rustende Jager is reeds Vrijdag 27 Oct. door de Duitschers in brand gestoken en tot de grond afgebrand, met geheel den inboedel en vee er in. Ook daar boden de Duitschers veel tegenstand. Mijn woning heeft een Granaat treffer gekregen waarbij een gat is geslagen in de slaapkamer en keldermuur en binnenshuis heel wat verwoestte. Ook veel pannen waren stukgeschoten, ruiten kapot, enz. Ook het café Efteling en de Boerderij op de Efteling hebben nog al veel schade opgelopen, hoewel daar den strijd niet zoo hevig is geweest. Ook de schuur op Westloon heeft het zeer hard te verduren gehad, ook hier hadden de Duitschers zich sterk verdedigd en ingegraven. Ook onze bosschen en kweekerij gaven een zeer troostelooze aanblik na de bevrijding. Overal stukgeschoten boomen kris kras dooreen geslagen, wegen versperd, bosschen waar de zware tankwagens hadden door gereden, geleken wel of er een zeer zware storm had gewoed, overal lag oorlogstuig, gesneuvelde Duitschers, paarden, wagens, stukken geschut, munitie enz. enz. <br>Dit zijn dan in groote trekken onze lotgevallen in de zeer benauwde bevrijdings dagen welken wij echter nog goed zijn door gekomen maar welke wij niet licht zullen vergeten en nooit meer hopen mede te maken. <br><br>  Loon op Zand Dec. 1944 <br>In het kort onze lotgevallen vanaf de bevrijding 29 Oct. 1944 t/m eind December 1944 <br> Kort na de bevrijding is de Gemeente Loon op Zand begonnen met het afbreken van de nog in tact zijnde barakken op het Munitie terrein M.A.St. voor noodwoningen voorziening in deze Gemeente, ook heeft men toen de verdere afbraak voortgezet voor de wederopbouw en al wat bruikbaar materiaal was gesloopt en weggevoerd. <br> Ook de geallieerde troepen hebben veel afgebroken, vernield en opgebroken, ook hebben deze troepen de resteerende munitie geleidelijk mee opgeblazen en vernietigd, waarbij de schade aan de nog resteerende bosschen weer nog des te grooter werd. Ook begonnen deze al vrij spoedig hout voor stellingbouw aan de Maas, brandhout enz. te halen op onze terreinen en de verwoesting werd steeds met den dag grooter. <br> Ook de burgerbevolking begon al zeer spoedig mee te helpen om een en ander weg te rooven. De houtdiefstallen werden met den dag erger en op het einde van December, trekt men er met groote colonnes op uit om hout weg te halen, niets wordt meer ontzien en men kapt de bosschen gewoon om, alsof men deze heeft of hun eigendom is, met kruiwagens, handkarren, zelfs met paard en wagen komt men over en begint men te kappen en te zagen waar men bij komt en menig jong goed groeiend dennenbosch gaat verdwijnen. <br>Ook de geallieerde soldaten welke hier in de omgeving nog zeer veel gelegerd zijn, komen dagelijks met groote vrachtwagens brandhout halen en niets is meer veilig, zelfs breekt men de deuren, ramen, zolders, vloeren, enz. af voor brandhout, uit de toch reeds zeer veel getroffen huizen, zelfs mijn Brandtoren is gesloopt. <br> Ook toezicht helpt niets meer, want wij moeten tegen de overmacht zwichten en Gemeente Politie of Marechaussee laat alles oogluikend toe en blijven afzijdig van dit alles, ook zij zien in dat hiertegen niet is op te treden. Vooral onze mooie Berken zijn zeer gewild voor Brandhout en worden overal weggeroofd. <br> Intusschen wordt door ons alle moeite gedaan om de menschen van Brandhout te voorzien van de stukgeschoten boschopstanden om zoodoende houtdiefstal nog zooveel mogelijk te beperken en de goedwillende ook te gerieven, doch gebrek aan arbeiders en den onwil om te werken, maken ook dat de aanvraag om Brandhout veel grooter is dan wij klaar kunnen krijgen en ook dit een zeer hopeloze onderneming wordt. </p> <HR SIZE="3" COLOR="purple"> Tot die geallieerde soldaten behoorden ook de Canadezen die in de school van meester De Kruis, hoofd Lagere School in Kaatsheuvel, ondergebracht waren:  Wanneer er ooit hout in de bossen is  gejut , dan was het toen. De Canadezen, die in mijn school gehuisvest waren, gingen daarin voor. In onze tuin lag een stapel dikke dennestammen. Met hun elektrische zagen trokken zij naar de bossen en haalden telkens zoveel hout als hun wagen dragen kon. <HR SIZE="3" COLOR="purple"> <h2> Nederland bevrijd</h2> <p> In het archief zijn verder geen brieven aangetroffen tussen Loon op Zand en Amsterdam uit de periode dat alleen het zuiden van het land bevrijd was en er in het nog bezette westen een hongerwinter heerste. Alle communicatiekanalen waren tot de bevrijding van Nederland afgesloten. Het eerste archiefstuk, een briefkaart, is gedateerd 13 mei 1945. De afzender is mejuffrouw Van de Wiel van De Rustende Jager te Udenhout: <br><br>  Eindelijk krijgen wij een kans om een woordje naar U allen te schrijven. Wij leven allen nog, maar zijn alles kwijt. De Rustende Jager met alles erin, meubels, vee en kleer is verbrand. Niets hebben wij meer. Wel is er al een noodwoning voor ons gebouwd. En kunnen er morgen al in gaan wonen. Piet was zo van streek dat alles verbrand was dat hij er vier maanden ziek van is geweest. Nu mag hij wel weer werken maar nog niet te hard, zegt den dokter. <br> Moeder is nog goed gezond en ik ook. Hoe gaat het met U allen, toch goed hoop ik. Ik hoop U allen weer spoedig hier te zien. Dan zullen wij weer een lekker kopje koffie drinken. Doe allen de groeten van ons allen. <br> Moeder, Piet en Toos. <br>Tot spoedig weerzien. <br><br> Kort daarna stuurden ook Klijn en Peijnenburg briefkaarten. <br><br> Klijn aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 15 mei 1945: <br><br>  Eindelijk is de tijd weer gekomen dat we weer contact met elkaar kunnen krijgen. Wij vragen ons angstig af hoe of het met Uw allen wel zal zijn, of U toch niets ergs is overkomen in deze laatste bittere zeven maanden dat U van ons bent gescheiden geweest. Wij hopen U allen spoedig gezond en wel weder te zien. Ons allen is niets ergs overkomen. Wat hebt U allen wel een zware tijd meegemaakt, hebt U toch geen nadelige gevolgen gehad door den hongersnood die in Amsterdam heerste, wij hopen voor U allen dat dit nu voorbij is nu onze geallieerde vrienden er zijn. <br>Jammerlijk heeft ons terrein zwaar geleden, het is zwaar gehavend door granaten en brand, ook de Rustende Jager is door het oorlogsgeweld verdwenen, dit alles hadden wij in onze mooie Duinen niet verwacht, wij dachten aan de Rustende Jager onze veiligheid te vinden, maar helaas wij zijn er veel verloren, maar gelukkig we leven allen nog. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 23 mei 1945: <br><br>  Het deed ons een zeer groot genoegen dat wij weer eens teekenen van leven van U konden vernemen, en dat U allen het naar omstandigheden nog best maken. U kunt begrijpen wat deze karige berichten voor ons een opluchting waren. De brief van Mijnheer Eshuis heeft weinig vertraging gehad, die van 16 dezer kwam heden in mijn bezit. <br>Ik hoop dat U Edele mijn eerste briefkaart (brieven mogen wij nog niet sturen) reeds in bezit zult hebben gekregen en in groote trekken van de toestand hier iets af weet. <br> Van de krijgsverrichtingen hebben de Loonsche en Drunensche Duinen zeer veel te lijden gehad, overal lag en ligt er nog steeds veel stukgeschoten hout, zeer veel heb ik al opgeruimd en verkocht, doch ook zeer veel is door houtdiefstal verdwenen, hier was geen optreden tegen opgewassen, ook kreeg ik toen te weinig medewerking. <br> Mijnhout vordering is er nog niet geweest en deze komt voorloopig ook niet, mijn kasgeld is opgelopen tot ± ’ 23.000,-. <br> Hopende op een spoedig weerziens en onze beste Groeten. <br><br> Dagboekaantekening van 26 mei 1945:  Jan Peijnenburg Loon op Zand. Huis door granaatbom getroffen, doch nog wel bewoonbaar. Vóór bevrijding eenige bange dagen gehad. Onze terreinen hebben veel schade geleden.  De Rustende Jager te Udenhout afgebrand. Ook van boswachter Kees Peijnenburg uit Oisterwijk, Jans broer, is bericht gekomen. Op de terreinen van Natuurmonumenten in Oisterwijk is geen strijd gevoerd.  Venkraai & Groot Speyck veel geleden. <br>< Vanuit Amsterdam werden meteen pogingen ondernomen om naar Brabant te komen. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 1 juni 1945: <br><br>  Ik hoop maar dat U spoedig slaagt, want ook wij zijn zeer verlangend U weer eens in ons midden te zien, want wij zullen inderdaad zeer veel te bespreken en te regelen hebben, hoewel ik alle loopende zaken zo goed mogelijk heb geregeld in de afgelopen 9 maanden van gedwongen scheiding. <br><br> Peijnenburg deelde verder mee dat bij De Rustende Jager een stenen noodwoning was gebouwd met stro bedekt ter huisvesting van de familie Van de Wiel en de wed. Klijn. <br> Adr. Vugts had op het terrein van de M.A.St. het voormalige gebouw met de keuken en kantine betrokken als noodwoning. Dit gebouw was zeer weinig beschadigd en als enige blijven staan. En van Dictus was dit voorjaar een grote hoeveelheid van maar liefst 157.500 planten ontvangen, zodat begonnen kon worden met het ongedaan maken van de kaalslag. <br> Dit betekende niet dat met het einde van de oorlog een einde was gekomen aan de schaarste. Aan veel goederen zou nog lange tijd gebrek blijven. <br><br> Klijn aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 23 ju1i 1945: <br><br>  Mag ik nog één beroep op U doen, om nog eens een keer moeite te doen om rijwielbanden voor me te bekomen, ik weet niet of U een adres weet waar of er aan te komen zal zijn, ik heb het al herhaaldelijk geprobeerd met aanvragen, maar het lukt niet, weet u geen adres? Wil U mij dan nog eens een ernstige verklaring doen toekomen, waar U in laat voorkomen dat mijn rijwiel door oorlogshandelingen is verbrand. Ik rij thans op zoo n oud duitsch karretje, maar de banden dat is weer hopeloos, ik vernam van Peijnenburg dat ze in Amsterdam van mening waren dat hier al volop nieuwe banden waren, maar dat is niet het geval. <br><br> Klijn aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 6 november 1945: <br><br>  Wederom kom ik u eens lastig vallen over die vervelende fietsenbeweging.<br> Tot nog toe mocht ik niets vernemen betreffende mijn aanvraag van rijwielbanden, waar ik toch al zoo veel moeite voor gedaan heb, ik ben totaal uitgefietst en zal voortaan alles te voet moeten afleggen indien er geen oplossing komt, welk een onbegonnen werk is over zulk een uitgestrekt terrein, en het is juist zoo noodzakelijk om overal te zijn. <br> Ik verzoek U beleefd te willen probeeren bij de eene of andere instanties voor mij een aanvraag te willen indienen dat het verkrijgen van bonnen voor twee toerbuitenbanden en twee toerbinnenbanden, terwijl mijn rijwiel door oorlogshandelingen totaal is afgebrand, zal er misschien toch wel eens iemand zich over mij ontfermen, door uw tussenkomst. <br>Ik doe dit beroep op U omdat bij ons in de omgeving aan verschillende menschen rijwielbanden worden verstrekt, op rechtstreekse aanvraag van den werkgever, o.a. fabrikanten en aannemers enz. Ik hoop dat U hierover goedgunstig wilt beschikken en hiervoor een poging wilt doen zulks ook te verkrijgen. <br> Bij voorbaat mijn hartelijken dank. <br><br> De houtdiefstallen waren voorlopig evenmin verleden tijd. Op 27 augustus 1945 klaagde Natuurmonumenten bij de gemeente Loon op Zand dat de afgelopen winter, dus na de bevrijding van het zuiden van het land, door de brandstoffennood veel hout gestolen was. De Vereniging probeerde zoveel mogelijk te voorzien in de behoefte van de bevolking aan brandhout, maar de houtdiefstallen gingen gewoon door. Dikwijls was daarbij sprake van een  nietsontziend winstbejag . Gestolen hout werd tegen zwarte prijzen verkocht. Het werd tijd om daar paal en perk aan te stellen. De boswachters Peijnenburg en Klijn waren dag en nacht in de weer om dieven te betrappen, doch tevergeefs, het euvel nam zelfs nog steeds toe. Het bosbezit was in de oorlog geteisterd en leeggeroofd om van de vernielingen door de Duitsers maar niet te spreken. De Vereniging deed een dringend beroep op de medewerking van de gemeente; verzocht werd om inschakeling van de politie bij het bewaken van haar terrein om verdere diefstallen en aantasting te voorkomen. Nog geen maand later kon Peijnenburg melden dat door het krachtiger optreden van de Marechaussee het probleem uit de wereld was. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 24 september 1945: <br><br>  De houtdiefstallen zijn wij thans vrijwel weer meester geworden, er wordt hier en daar nog wel eens wat weggesnoept, op ongeregelde tijden doch het gros schijnt er toch weer voor een poos genoeg van te hebben gekregen, laat ons hopen dat het zoo blijft. <br><br> Eind oktober was het door het oorlogsgeweld beschadigde en verbrande hout rond de ijsbaan, de M.A.St., de Efteling en in de omgeving van de Roestelberg tot ongeveer de Oude Huisplaats toe afgevoerd en kon begonnen worden met herstelwerkzaamheden. <br><br> Peijnenburg aan Natuurmonumenten, Loon op Zand 6 november 1945: <br><br>  In de alhier verschijnende krant trof ik heden nevenstaand bericht aan, over herstel van Oorlogsschade aan gronden. Is dit niet een gelegenheid die wij moeten benutten om het voormalig Munitie terrein M.A.St. te laten opknappen en voor herbebossching te laten gereed maken, ik meen dat wij ook voor Landbouw herstel in aanmerking kunnen komen. <br><br> Herstel van oorlogsschade werd door de overheid vergoed via de Inspecteur van de Rijksdienst voor Landbouwherstel voor Oost-Brabant. In 1948 werd becijferd dat Nederland in de oorlog een tiende van het totale bosbezit had verloren: zes miljoen kubieke meter. De bevolking  organiseerde één miljoen kubieke meter. Het herstel zou nog jaren duren, ook het herstel van de schade door de aanleg van de M.A.St. Een verslag van maart 1953 hierover luidt als volgt: <br><br>  Met de herbebossing van het ca. 40 ha grote gat in de dennenopstanden der Loonsche Duinen, ontstaan door het opblazen van de munitiebunkers der voormalige Duitse Wehrmacht, werd regelmatig voortgegaan, waarbij wordt getracht zoveel mogelijk loofhout, voornamelijk eik en berk te gebruiken. Het bij de ontploffingen opgeworpen minerale zand is dermate volgestoven van zaad van zeeden en grove den, dat de natuur hier sterk aan het herstel heeft bijgedragen. <br><br> Wat na het opblazen en bombarderen tijdens de laatste oorlogsdagen overbleef aan materialen op het terrein van de M.A.St. werd al gauw afgevoerd; het kwam goed van pas bij allerlei herstel- en wederopbouwwerkzaamheden. Alleen een reeks kraters en restanten van loopgraven, bunkers en andere bouwwerken, waaronder een zwembad, bleef achter. Helaas zijn de restanten van dit militaire complex niet waardig bevonden om als oorlogsmonument - gelegen op het grondgebied van een natuurmonument - te behouden voor het nageslacht. In 2005 heeft heemkundekring Loon op  t Sandt bij de Stichting Menno van Coehoorn tevergeefs gepleit voor bescherming. Helaas is het terrein inmiddels met voorbijgaan aan de historische en landschappelijke betekenis door een vierbaans autoweg doorkruist. Toch verdienen de resterende zandhavens en restanten van loopgraven, bomkraters, bunkers en dergelijke het te worden behouden  als tastbare herinneringen aan dit stukje unieke historie van het gebied de M.A.St. </p> <h2>Epiloog</h2> <p> Boswachter Jan Peijnenburg zou bijna veertig jaar lang de touwtjes in  zijn Loonse en Drunense Duinen strak in handen houden. In 1967 ging hij met pensioen na zich zijn hele leven in dienst van de natuur en van Natuurmonumenten gesteld te hebben. In de Oisterwijkse bossen had hij als losse arbeider zijn opleiding gekregen, werd er voorwerker en kreeg in 1924 van Natuurmonumenten een aanstelling in vaste dienst. Voortaan ontving hij zijn loon bij ongunstig weer en in het winterseizoen doorbetaald, maar daar stond wel iets tegenover:  U zijt dan niet alleen in dienst gedurende den gewonen werktijd, doch ook daarbuiten, wat betreft toezicht enz. Bij brandgevaar en dergelijke kan ook des Zondags een beroep op Uw hulp worden gedaan. Twee jaar later kreeg hij zijn aanstelling als onbezoldigd rijksveldwachter. Na tussenkomst van zijn moeder (!) kreeg hij een toelage voor zijn reizen met eigen rijwiel van zijn ouderlijk huis te Oisterwijk naar de Loonse en Drunense Duinen. Weer twee jaar later besloot Natuurmonumenten dat er iemand moest komen  die in de duinen woont en dagelijks de zaken van  s morgens tot  s avonds kan behartigen . Jan Peijnenburg kreeg deze nieuwe functie in de schoot geworpen, doch hij aarzelde, waarschijnlijk omdat zijn verloofde Anna Zweerts aanvankelijk bezwaar had tegen een verhuizing naar Loon op Zand. Toch kreeg Peijnenburg zijn aanstelling als boswachter van de Loonse en Drunense Duinen, in de beginjaren onder hoofdtoezicht van boswachter Verhoeven uit Oisterwijk. Van Tienhoven in de aanstellingsbrief:  Ik wil U nog eens uitdrukkelijk zeggen, dat gij bijzonder zorgzaam moet zijn bij brand en als gij eenig gevaar ziet, dan moet gij zooveel mogelijk menschen met U medenemen om dan direct aan het blusschen te gaan (...) en ik behoef U niet te zeggen, dat onze ergste vijand het vuur is in de bosschen , een opdracht die de jonge boswachter goed in zijn oren knoopte. <br><br> <IMG BORDER="0" SRC="peijnenburg260.jpg" width="257" height="326" alt="foto Jan Peijnenburg 1963" title="Jan Peijnenburg 1963" HSPACE="10" align=left></a> Na hun huwelijk begin september 1929 betrok het jonge stel het door Natuurmonumenten ter beschikking gestelde boswachtershuis aan de Hoge Steenweg in Loon op Zand en nam Peijnenburgs loopbaan als zelfstandig boswachter een aanvang, een functie die hij zoals gezegd tot zijn pensionering zou blijven vervullen.<br> Het overdragen van zijn taken en bevoegdheden aan zijn opvolger Hannesen viel hem niet licht. Er werd een ruime inwerkperiode afgesproken en een fasegewijze overdracht met als laatste fase  de volledige beheersovername, ook wat de kas betreft . Ook toen hij met pensioen was, hield Peijnenburg nog enkele jaren een wakend oog op zijn opvolger. Zijn eervol ontslag als onbezoldigd ambtenaar van het Korps Rijkspolitie kreeg hij pas op 70-jarige leeftijd, wat tevens inhield dat hij zijn dienstpistool moest inleveren. <br>Na zijn pensionering was Peijnenburg nog iedere dag in de Loonse natuur te vinden, te voet of op de fiets, tot kort voor zijn overlijden op 12 februari 1986, toen hij - om de woorden van Jan Klijn aan te halen - was  uitgefietst . We eindigen met een citaat uit zijn bidprentje :  Hij was een man van de natuur en het buitenleven. Niet alleen vanwege zijn beroep als boswachter en de werkzaamheden die daarmee verbonden waren. Zijn hele hart ging er naar uit, daar ademde hij vrijer, daar was hij bekend met elke plaats en beweging, daar was hij vertrouwd met de geheimen der natuur. <br> <P style="clear: left;"> </p> <p>Dit artikel is - met meer illustraties en geraadpleegde bronnen - gepubliceerd in het jaarboek <I>Straet & Vaert 2009</I></p> <p><a href="index.html">Home</a></p> <!-- Start of StatCounter Code --> <script type="text/javascript"> var sc_project=6138950; var sc_invisible=1; var sc_security="901353c3"; </script> <script type="text/javascript" src="http://www.statcounter.com/counter/counter.js"></script><noscript><div class="statcounter"><a title="godaddy hit counter" href="http://www.statcounter.com/godaddy_website_tonight/" target="_blank"><img class="statcounter" src="http://c.statcounter.com/6138950/0/901353c3/1/" alt="godaddy hit counter" ></a></div></noscript> <!-- End of StatCounter Code --> </body> </html>